Sinds de grootscheepse Russische invasie drie jaar geleden vluchtten circa 120 duizend Oekraïners naar Nederland. De Volkskrant sprak eerder al met enkelen en vraagt hoe het inmiddels met hen gaat. Durven ze te denken aan vrede? En dromen ze van een terugkeer?
Door Iris Koppe en Rik Kuiper
Fotografie Linelle Deunk
‘Voor de oorlog was ik heel gelukkig’, zegt ze. ‘Maar nu niet meer. Ik merk het aan kleine dingen. Zo is het normaal om als Oekraïense vrouw je nagels mooi te laten doen bij een manicure. Maar ik loop nu met normale nagels, omdat ik het niet kan opbrengen iets voor mezelf te doen. Daaraan zie je dat ik me niet goed voel. Ik kreeg er ook commentaar op van andere Oekraïense vrouwen. Wat? Heb je je nagels niet gedaan? Gaat het wel goed met je?’
Aan het woord is de 37-jarige Kateryna Klimova, roepnaam: Katja. Ze kwam na de Russische inval naar Nederland, samen met haar inmiddels 11-jarige dochter Liza. Een Amsterdams gezin ruimde een deel van een appartement voor ze leeg. Daar leven ze nu al bijna drie jaar een tijdelijk leven, een leven waarin Klimova continu met een schuin oog kijkt naar de troepenbewegingen, de droneaanvallen en – sinds deze week – de onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en Rusland over vrede. Het zijn gebeurtenissen waarop ze geen enkele invloed heeft, maar die wel bepalend zijn voor haar toekomst, al weet ze nog niet hoe.
‘Mijn leven staat op pauze, maar ik probeer optimistisch te blijven’, zegt Klimova, wier man in Kyiv achterbleef. ‘Vooral de avonden zijn moeilijk. Dat zijn de momenten waarop gezinnen samen zouden moeten zijn. Mijn man deed altijd spelletjes met Liza, ze renden, sprongen en stoeiden. Nu leeft ze al drie jaar zonder vader. En ik zonder man.’
Het verhaal van Klimova en haar dochter staat niet op zichzelf. Sinds Poetins invasie van Oekraïne op 24 februari 2022 vertrokken meer dan zes miljoen Oekraïners naar het buitenland. Circa 120 duizend van hen belandden in Nederland, waar gemeenten drie jaar geleden halsoverkop begonnen opvanglocaties in te richten. Driekwart van deze vluchtelingen woont ook nu nog in de noodopvang.
Hoe gaat het met deze Oekraïners in Nederland, nu deze week in Saoedi-Arabië gesprekken werden gevoerd over vrede? Spreken ze Nederlands? Hebben ze werk gevonden? En, niet onbelangrijk, kijken ze uit naar een eventuele terugkeer of blijven ze liever hier?
Kateryna ‘Katja’ Klimova en haar dochter Liza.
Om zulke vragen te beantwoorden, sprak de Volkskrant opnieuw met Oekraïners die eerder in de krant stonden. Zoals het gezin dat in maart 2022 in de Jaarbeurs in Utrecht arriveerde, waar razendsnel een plek bij een gastgezin werd geregeld; de violist uit de Krim, die in 2023 via het Nationaal Instrumentenfonds een nieuwe viool kreeg; en de hoge ambtenaar uit Marioepol, die nu bij de gemeente Utrecht niet alleen aan plaatselijke projecten werkt, maar ook plannen maakt voor de wederopbouw van Oekraïense steden.
Hoewel zij statistisch gezien geen perfecte uitsnede vormen van de Oekraïense gemeenschap in Nederland komen hun verhalen in grote lijnen overeen met de uitkomsten van een rapport dat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) eind vorig jaar publiceerde over de positie van Oekraïners in Nederland. De ervaringen van deze vluchtelingen bieden daarmee een aardig beeld van de situatie waarin zij momenteel leven, een beeld van hun dagelijkse beslommeringen, hun worstelingen en hun angsten.
Want één ding is duidelijk: makkelijk is het leven niet voor ze, al proberen ze er allemaal het beste van te maken.
Jevhenia Hetik (41) ontvangt het bezoek in een stacaravan op een grote camping in de Achterhoek, een caravan die groot genoeg is om twee weken vakantie in te vieren, maar krap bemeten om een heel gezinsleven te accommoderen. De huur van de caravan wordt betaald door de overheid.
Dit komt doordat gevluchte Oekraïners vallen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie, een regeling die tijdelijk recht geeft op huisvesting en medische zorg. Ook mogen Oekraïners direct in loondienst werken, zonder tewerkstellingsvergunning. Daarmee verschilt hun status van die van reguliere asielzoekers, die na registratie in Ter Apel in een asielzoekerscentrum terechtkomen in afwachting van een verblijfsvergunning. Deze regeling voor Oekraïners, die al een paar keer is verlengd, loopt momenteel tot 4 maart 2026. Tot die tijd mogen ze sowieso in Nederland blijven.
Hetik is opgeleid tot concertviolist. Ze speelde jarenlang in een symfonieorkest op de Krim, het schiereiland dat in 2014 werd geannexeerd door de Russen. In december 2022 besloot ze met haar man en twee kinderen via Belarus en Polen naar Nederland te vluchten. Ze zijn op deze camping al twee keer verhuisd: eerst naar een grotere caravan en toen naar eentje dichter bij de wifi, noodzakelijk om te kunnen inloggen bij de Oekraïense school van haar dochter.
Nadat ze een zelfgebakken appeltaart heeft geserveerd, pakt Hetik haar viool uit de koffer, laat een pianopartij uit een draagbare box klinken en speelt dan een stuk dat ze aan het instuderen is, van een Japanse componist. ‘Voor een optreden in een restaurant.’
Want een – schaarse – plek in een Nederlands symfonieorkest kan ze wel vergeten, zegt ze. Waarom zouden ze iemand kiezen die nog niet goed Nederlands spreekt, terwijl er talloze andere gegadigden zijn? En dus speelt ze nu in twee amateurorkesten en doet ze af en toe een optreden in de buurt. Ze haalde er onlangs nog de lokale krant mee.
Een baan als vioollerares zit er tot haar spijt ook niet in. Ze wilden haar wel hebben bij de muziekschool in Doetinchem, maar alleen als zzp’er. En dat is met de huidige regels vrijwel onmogelijk voor Oekraïners. Nu werkt ze dus in een hotel, waar ze een paar dagen in de week de kamers schoonmaakt. ‘Ik begin vroeg en ben om 14.00 uur klaar’, zegt ze in het Nederlands, waarin ze zich prima verstaanbaar kan maken. ‘Dan kan ik daarna nog repeteren.’
Andere Oekraïners in Nederland lopen tegen vergelijkbare problemen aan, blijkt ook uit het onderzoek van het WODC. Veel van hen hebben een baan, maar vooral hoogopgeleiden – ongeveer de helft van de vluchtelingen heeft een universitaire studie afgerond – werken vaak ver onder hun niveau. Omdat hun diploma’s in Nederland niet geldig zijn, of omdat ze de Nederlandse taal niet spreken.
Zo werkte Katja Klimova – de vrouw met de ongelakte nagels – in Kyiv als projectmanager. Nu is ze receptionist bij een hotel. ‘Ik ben dankbaar dat ik mag werken, maar ik gebruik niet mijn potentieel. Dat doet pijn. Een psycholoog zei dat ik de lat niet te hoog moest leggen, maar zo werkt dat niet bij mij. De mentaliteit in Oekraïne is anders. Daar gaat het om presteren en zo ver mogelijk komen.’
Ook Mykola Tryfonov (41) moest een stap terug doen. In Marioepol werkte hij als directeur bij de gemeente, nu is hij adviseur bij de gemeente Utrecht. ‘Een groot verschil’, zegt hij. Met zijn vrouw Hanna Tryfonova (39) en hun zoon George (7) woont hij in een maisonette die ze zelf huren in de wijk Lunetten. Hij fietst elke dag naar het Stadskantoor.
Voor Tryfonova was het ook lastig passend werk te vinden. In Oekraïne had ze een goede baan aan een universiteit, hier kon ze aanvankelijk alleen aan de slag als medewerker van de noodopvang voor Oekraïners. Sinds kort werkt ze bij de Universiteit Utrecht als docent Italiaans. ‘Dat heb ik via via weten te regelen. Als je mensen kent, kom je hier makkelijker aan werk. En het helpt om Nederlands te spreken.’
De Nederlandse taal vormt voor veel geïnterviewde Oekraïners een obstakel. Waar bij reguliere asielzoekers direct veel aandacht wordt besteed aan de inburgering en taallessen, is het voor Oekraïners een vrijblijvende activiteit. Vaak komt het er daardoor niet van Nederlands te leren.
Neem Natalia Pak (35), die met haar man Khaled Ghattas (39) en hun zoon Ramzi (14) op één kamer woont in een pand naast het stadion van FC Utrecht. Het sanitair is op de gang, koken doen ze in een gemeenschappelijke keuken. Met een kast en twee grote rode lakens hebben ze geprobeerd kamers in hun kamer te creëren, zodat ze toch nog een beetje privacy hebben.
Maar klagen? Nee hoor. Ze tonen zich buitengewoon dankbaar voor de ontvangst in Nederland – zoals alle geïnterviewden – en spreken alleen lovende woorden over het leven hier. ‘We vinden alles leuk’, zegt Pak. Ook met hun zoon Ramzi, die voetbalt bij Kampong, gaat het goed.
Ramzi is de enige in het gezin die meer dan een paar woorden Nederlands spreekt. Dat leerde hij in de internationale schakelklas, waar de nadruk ligt op taal. Volgend jaar kan hij in het reguliere onderwijs instromen.
‘Wij zouden ook wel Nederlands willen leren’, zegt Pak, ‘maar de lessen beginnen om 13.00 uur, terwijl wij allebei tot 14.00 uur werken.’ Ze heeft een baan bij een supermarkt op het centraal station, haar man bij het distributiecentrum van de Hema. ‘Als ze de lessen later aanbieden, zouden wij er ook heen kunnen’, zegt hij.
Natalia Pak, haar man Khaled Ghattas en hun zoon Ramzi proberen met rode lakens kamers in hun kamer te creëren.
In een eetcafé in De Bilt, niet ver van het kantoorpand waar ze met haar volwassen dochter woont, vertelt Svitlana (44) in vlot Engels dat ook zij na drie jaar nog geen Nederlands spreekt. Ze wil niet met haar echte naam in de krant, onder andere uit angst dat haar uitspraken haar kansen op de arbeidsmarkt zullen verminderen.
Boven een bord kroketten vertelt ze dat ze wel was begonnen aan een taalcursus, maar dat het niveau haar tegenviel. ‘It was a waste of time.’ Ze zou graag zien dat de overheid direct voor alle Oekraïners grondige taalcursussen organiseerde, zoals dat bijvoorbeeld in Duitsland gebeurt. ‘Als mensen de taal beter spreken, groeien de kansen op een goede baan en een goed salaris. Daarna kunnen ze op eigen benen staan: zelf een huis huren en belasting betalen. Ze zijn dan niet meer afhankelijk van geld van de overheid.’
Svitlana, die in Kyiv werkte als inkoopmanager bij een bedrijf, overwoog even om zelf zo’n intensieve cursus te betalen. Ze schrok van de kosten: om taalniveau B1 – eenvoudig Nederlands – te bereiken, zou ze ruim een jaar lang elke dag vier tot vijf uur les moeten hebben. Dat levert maandelijks een factuur van circa 750 euro op.
‘Dat is een flink bedrag’, zegt ze. ‘Zeker voor vluchtelingen met een tijdelijke status, die op ieder moment te horen kunnen krijgen dat ze het land binnenkort weer moeten verlaten. Die tijdelijke status weerhoudt ons ervan te investeren in onszelf.’
Andere geïnterviewden herkennen deze twijfel. Ook Hanna Tryfonova wachtte een jaar voordat ze met Nederlandse les begon. ‘Ik had geen tijd’, zegt ze, ‘en ik wist niet of we hier zouden blijven of naar Italië zouden gaan, waar ik een aanstelling had bij een universiteit.’ Inmiddels kan ze zich zo goed redden dat ze het interview vrijwel helemaal in het Nederlands doet.
‘I try to survive’, antwoordt Svitlana op de vraag haar gemiddelde gemoedstoestand te omschrijven. Ze slikt antidepressiva om het leven iets dragelijker te maken, maar die lijken nog niet het gewenste effect te hebben. Haar baan bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), waar ze Oekraïners hielp bij het vertalen en invullen van formulieren, heeft ze in 2023 opgezegd. ‘Ik richt me nu op mijn mentale gezondheid.’
Sinds haar vlucht naar Nederland is het bergafwaarts gegaan, zegt ze. ‘Ik had in Kyiv een goede baan, veel vrienden en een appartement dat helemaal was afbetaald. Ik kon het me permitteren om op vakantie te gaan; ik ben ook al eerder in Nederland geweest. I was totally happy. En dan moet je opeens weg. Ik vind het nog altijd moeilijk te accepteren dat ik een vluchteling ben.’
Svitlana vluchtte met haar volwassen dochter en hond.
Het kantoorpand in De Bilt waar Svitlana woont.
Ondertussen staat Svitlana op een wachtlijst voor psychologische hulp, maar die wachtlijst is lang. Het kan zo nog een half jaar duren voordat ze terechtkan bij een psycholoog die Oekraïens spreekt, wat ze liever heeft dan een Engelstalige therapeut. Tot die tijd wandelt ze veel met haar hond May, een zwerfhond die ze enkele jaren geleden in de buurt van Kyiv vond en meenam naar Nederland. ‘Het beste antidepressivum aller tijden.’
Ze is niet de enige die worstelt. Uit het WODC-onderzoek bleek eind vorig jaar dat 45 procent van de ondervraagde Oekraïners in Nederland problemen heeft met de mentale gezondheid, tegenover 14 procent van de algemene bevolking.
Ook Katja Klimova bezocht al eens een psycholoog, geeft ze na enige aarzeling toe. ‘Wij kunnen het ons niet veroorloven om zwak te zijn’, zegt ze eerst. ‘Maar in de zomer zat ik er flink doorheen. Nederlandse vrienden moedigden me aan hulp te zoeken. Dat is in Oekraïne niet gebruikelijk, maar ik heb het toch gedaan. Het heeft ook geholpen: de psycholoog zei dat er niets mis met me is. De situatie is niet normaal, mijn reactie daarop wel.’
Kateryna ‘Katja’ Klimova en haar dochter Liza.
De onzekerheid over de toekomst veroorzaakt onrust onder heel veel Oekraïners in Nederland. Ze weten geen van allen hoe hun leven er over twee jaar, vijf jaar, tien jaar zal uitzien. ‘Wij wonen in twee levens’, zegt violist Jevhenia Hetik. En Svitlana: ‘Ik ben gestopt met nadenken over de toekomst. Het is enorm vermoeiend om geen perspectief te hebben.’
Want moeten ze terug zodra er vrede is, en misschien al bij een staakt-het-vuren? Of bestaat er een kans dat ze in Nederland een toekomst kunnen opbouwen? Er is – tot grote frustratie van veel van de geïnterviewden – nog geen begin van een antwoord op dergelijke vragen.
Mykola Tryfonov en Hanna Tryfonova willen graag blijven. Want waarom zouden ze terugkeren naar een stad die in geen enkel opzicht lijkt op de stad die ze verlieten, waar nauwelijks nog mensen leven van wie ze hielden en die bezaaid ligt met mijnen? ‘We moeten daar weer vanaf nul beginnen’, zegt Tryfonova.
Maar ja, ze hebben geen idee wat nodig is om te kunnen blijven. Hij: ‘Er is geen langetermijnstrategie.’ Zij: ‘Stel we hebben werk en we huren onze eigen woning, is dat dan genoeg?’
Mykola Tryfonov, Hanna Tryfonova en hun zoon George.
Hun twijfel behelst ook het onderwijs van hun zoon George. Die bezoekt nu een school in Utrecht. Andere Oekraïense kinderen volgen daarnaast via de computer Oekraïens onderwijs, zodat ze beter zijn voorbereid op een eventuele terugkeer.
Neem de dochter van Jevhenia Hetik. De 15-jarige Oleksandra volgt naast het vmbo ook een Oekraïens programma met liefst zeventien vakken, waarbij ze zelf haar tijd kan indelen. Haar zoon Mykola (9) begint daar pas later mee. Twee kinderen tegelijk is op dit moment te duur. ‘En hij moet zich richten op de Nederlandse school. Vorig jaar vond hij het verschrikkelijk. Nu gaat het beter.’
Jevhenia Hetik en haar kinderen Mykola en Oleksandra.
De stacaravan in de Achterhoek, waar Jevhenia Hetik woont.
Toch ziet ook Hetik haar gezin niet snel terugkeren. Als violist zou ze in Oekraïne weliswaar veel sneller aan de slag kunnen, maar ze zegt: ‘Ik denk niet voor mezelf, ik heb kinderen.’ Voor hen ziet ze hier een veel betere toekomst. Zelf blijft ze dan wel in de schoonmaak werken, als het met de muziekles niet gaat. ‘En mijn man kan misschien de taal leren en aan de slag als elektricien, net als vroeger.’
Wat bij Hetik meespeelt, is dat ze op de Krim woonde, het schiereiland dat Rusland al in 2014 annexeerde en waarvan het zeer de vraag is of het na een vredesakkoord terug in Oekraïense handen komt. ‘Als we terug moeten, kunnen we misschien niet meer in ons eigen huis in Jalta terecht.’
Een soortgelijk probleem speelt ook bij andere geïnterviewden. Aljona Marsjenko (37) komt uit Nova Kachovka, een stad in de oblast Cherson, die sinds februari 2022 bezet is door de Russen. Marsjenko werkte daar in een café dat vooral speciaalbier schonk.
Halverwege 2022 vluchtte ze met haar nu 66-jarige moeder naar Nederland, waar ze terecht kon bij Hans, ‘een fantastische man in Hoorn, die voor ons een eigen woonruimte beschikbaar stelde’. Nu woont ze met haar Slowaaks-Oekraïense vriend David, die ze in een plaatselijk café ontmoette, samen in een huurappartement. Ze hebben een baby van 7 maanden oud, Sofia.
‘We weten niet in welk land we straks zullen wonen’, zegt Marsjenko. ‘David kan hier in principe ook niet blijven. We zien wel.’ Een eventuele terugkeer naar Nova Kachovka ziet ze alleen zitten als de stad weer in Oekraïense handen komt. ‘Wij willen nooit onder Russisch gezag leven.’
Op de achtergrond begint moeder Olya (66) te snikken. ‘Ons huis is gestolen’, zegt ze. ‘De Russen hebben het ingenomen. Het is verschrikkelijk.’
Oekraïners afkomstig uit gebieden die niet in Russische handen zijn gevallen, lijken positiever over een eventuele terugkeer. ‘Ik wil zo snel mogelijk terug naar Kyiv’, zegt Svitlana bijvoorbeeld. ‘Hier moet ik een heel nieuw leven opbouwen, zonder dat ik de taal spreek en zonder dat ik werk heb. Daar ken ik mensen en bezit ik een appartement. In Kyiv voel ik me thuis.’
‘Absoluut’, antwoordt ook Katja Klimova op de vraag of ze terug wil. ‘We hadden het in Kyiv zo fijn met z’n drieën. Vlak voor de invasie begonnen we met een verbouwing. Mijn man, die er nog woont, wilde die niet alleen afmaken. Het is een project van ons samen.’
Kateryna ‘Katja’ Klimova en haar dochter Liza.
Een tekening van Liza ter ere van het 15-jarig huwelijk van haar ouders.
Mykola Tryfonov denkt dat Oekraïners die terugkeren het niet makkelijk zullen krijgen. Zelf hoorde hij al verwijtende woorden van mensen die het land niet zijn ontvlucht. ‘Ze vinden zichzelf dapperder en vaderlandslievender’, zegt hij. Hanna Tryfonova: ‘Sommigen zeggen zelfs dat gevluchte Oekraïners niet meer terug hoeven te komen.’
Svitlana herkent dat beeld niet. ‘Ik heb zoiets nooit gehoord’, zegt ze. ‘Mijn familie, vrienden en buren in Oekraïne zullen allemaal blij zijn als ik terugkom. Ze steunen al mijn beslissingen.’ Eén angst heeft ze wel als ze aan haar terugkeer denkt: dat ze een vreemde in eigen land is. ‘Door het verstrijken van de tijd, de veranderde context en nieuwe gewoonten.’
In verschillende Europese landen wordt de noodopvang voor Oekraïense vluchtelingen afgebouwd. Dat wil niet zeggen dat Oekraïners de grens overgezet worden. Sterker, landen lijken juist ‘hun’ Oekraïners te willen behouden.
Oekraïense schrijver Pavlo Matjoesja en zijn vrouw Viktorija zijn ‘twee laarzen van één paar’. Maar toen zij met hun kinderen vluchtte, bleef hij achter om te vechten. Met brieven, nu gebundeld, proberen ze de liefde te herstellen en verslag te doen van de almaar woedende oorlog.
Een groot deel van de Oekraïners wil de komende jaren in Nederland blijven, blijkt uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Ook als Oekraïne in de toekomst weer veilig is, twijfelen velen of ze terug willen.
Source: Volkskrant