FIA-president Mohammed Ben Sulayem heeft recent de discussie nieuw leven ingeblazen: kan de Formule 1 ooit terugkeren naar de iconische V10-motoren? Voor veel fans zou dat een droom zijn. De atmosferische tiencilinders uit de jaren 2000 behoren tot de meest geliefde krachtbronnen in de geschiedenis van de sport. Toch is de kans op een comeback uiterst klein. De Formule 1 heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld in een richting die deze stap onwaarschijnlijk maakt. Tegelijkertijd zijn er argumenten die pleiten voor een heroverweging van de toekomst van de verbrandingsmotor in de koningsklasse.
Een van de belangrijkste redenen waarom V10-motoren niet terugkeren, is de focus op duurzaamheid. De Formule 1 heeft zichzelf tot doel gesteld om tegen 2030 volledig CO₂-neutraal te zijn. Vanaf 2026 moeten alle auto's op 100 procent duurzame brandstoffen rijden. Een conventionele V10, met zijn hoge brandstofverbruik en de vooralsnog hoge kosten van die duurzame brandstoffen, past op het eerste gezicht totaal niet in dat plaatje.
Toch ligt het niet zo zwart-wit. Sebastian Vettel heeft laten zien dat historische F1-auto’s, inclusief V10’s, prima kunnen rijden op volledig duurzame brandstoffen. Er hangt een prijskaartje aan, maar demonstraties met onder andere de RB7 en Williams FW14B toonden aan dat de motoren uit het verleden technisch gezien niet onverenigbaar zijn met de moderne milieudoelstellingen. Dit suggereert dat het concept van een atmosferische motor niet per definitie in strijd is met de duurzaamheidsambities van de sport en wellicht zelfs toekomst kan hebben.
Bovendien blijft de relevantie van verbrandingsmotoren groot, zeker buiten Europa. Terwijl autofabrikanten in de westerse wereld volop inzetten op elektrificatie, blijft het grootste deel van het mondiale wagenpark nog jarenlang afhankelijk van brandstofmotoren. Duurzame brandstoffen kunnen zodoende een cruciale rol spelen in het verduurzamen. De Formule 1 zou dus kunnen aanvoeren dat verdere ontwikkeling van efficiënte verbrandingsmotoren bijdraagt aan een haalbare, wereldwijde transitie naar duurzamere mobiliteit. Door deze brandstoffen op grote schaal te gebruiken, kunnen ze bovendien betaalbaarder worden, wat de impact buiten de Formule 1 vergroot.
Foto door: Steve Etherington / Motorsport Images
Een belangrijke reden waarom de Formule 1 in 2014 overstapte naar hybride V6-motoren, was om de sport relevant te houden voor autofabrikanten. Merken als Mercedes, Ferrari, Honda en Audi zien de Formule 1 als een testomgeving voor hybride en elektrische technologieën die direct kunnen worden doorvertaald naar hun straatauto’s. De introductie van een moderne V10 zou deze link grotendeels verbreken, omdat atmosferische motoren zonder hybride ondersteuning steeds minder een rol spelen in commerciële strategieën.
Toch zou je ook kunnen stellen dat verbrandingsmotoren niet volledig uit de automarkt zullen verdwijnen. De hybride krachtbronnen in de Formule 1 van 2026 zijn in feite al een compromis om fabrikanten zoals Audi en Honda betrokken te houden. Als over een aantal jaar blijkt dat duurzame brandstoffen een echte toekomst hebben, zou die technologie zich verder kunnen ontwikkelen richting efficiëntere, niet-elektrische verbrandingsmotoren. Dit betekent dat het definitief afschrijven van atmosferische motoren wellicht prematuur is.
Foto door: Sam Bloxham / Motorsport Images
Een ander obstakel voor de terugkeer van V10-motoren is de kostenstructuur van de Formule 1. De ontwikkeling van hybride motoren is ontzettend duur en fabrikanten hebben de afgelopen jaren honderden miljoenen geïnvesteerd in deze technologie. In 2026 wordt opnieuw een motorrevolutie doorgevoerd. Als de sport daarna wéér een compleet nieuw motorconcept zou moeten ontwikkelen, zou dat de budgetten verder onder druk zetten.
Toch is hier een kanttekening bij te plaatsen. De huidige hybride krachtbronnen zijn technisch complex en moeilijk te produceren. Een conventionele V10 is in de basis een veel eenvoudigere motor, zonder complexe hybride systemen zoals MGU-K en MGU-H. Dit betekent dat de initiële ontwikkelingskosten lager kunnen uitvallen dan die van de V6-hybrides. Dat gezegd hebbende, heeft de Formule 1 zich al jarenlang vastgelegd op de hybride richting, waardoor een omslag alsnog veel geld zou kosten. Daarnaast is de huidige motorreglementering geldig tot 2030. Daarna ligt de regelgeving weer open en is een aanpassing in theorie mogelijk. De vraag is of fabrikanten dan nog bereid zijn om terug te keren naar een atmosferische motor of dat de industrie al te veel is geëvolueerd richting elektrificatie.
Een veelgehoord argument vóór V10-motoren is dat ze een intensere beleving bieden. De brute klank van een V10 bij 19.000 toeren per minuut was voor veel fans een essentieel onderdeel van de Formule 1. De hybride V6-krachtbronnen worden vaak bekritiseerd vanwege hun relatief gedempte geluid. Los van de technische en financiële aspecten zijn het vooral marketing en politiek die een terugkeer naar V10-motoren schier onmogelijk maken.
Automerken hebben zich al jarenlang gecommitteerd aan elektrificatie en hybride technologieën. Formule 1 is voor hen niet alleen een testomgeving, maar ook een etalage waarin ze laten zien waar hun merk voor staat. Niet voor niets liet Ford-topman Mark Rusbrook aan Motorsport.com weten: "Als je ziet hoe de reglementen voor 2026 zijn opgeschreven met meer elektrificatie en duurzame brandstoffen, en de ambitie om net-zero te zijn in 2030, dan past dat allemaal bij onze eigen waarden en bij de dingen die wij belangrijk vinden."
Een abrupte verandering in de motorfilosofie zou voor veel fabrikanten een verkeerde boodschap afgeven. Dit is ook de reden waarom het 2026-reglement uiteindelijk een compromis is geworden. De Formule 1 had in theorie al volledig elektrisch of waterstof kunnen overwegen, maar koos ervoor om hybride te blijven om merken als Audi en Honda te behouden. Dit toont aan dat de koers van de sport grotendeels wordt bepaald door de commerciële belangen van de betrokken partijen.
Hoewel er argumenten zijn voor een heroverweging van de verbrandingsmotor – mits deze op duurzame brandstoffen draait – is de weg die autofabrikanten zijn ingeslagen waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom een terugkeer naar V10’s niet gaat gebeuren.
Foto door: Ferrari Media Center
Een terugkeer naar V10-motoren in de Formule 1 is dus onwaarschijnlijk. De sport heeft zich vastgelegd op hybride technologie, waarbij duurzaamheid en efficiëntie centraal staan. Politieke en commerciële belangen maken een omslag richting conventionele verbrandingsmotoren zo goed als onmogelijk.
Toch is het de moeite waard om te erkennen dat duurzame brandstoffen een rol kunnen spelen in de toekomst van de Formule 1. Als de technologie zich zodanig ontwikkelt dat verbrandingsmotoren met volledig duurzame brandstoffen haalbaar en betaalbaar worden, zou de discussie over de toekomst van de motorformule opnieuw kunnen oplaaien. De vraag is dan niet of V10’s terugkomen, maar of de hybride systemen zoals we die nu kennen nog nodig zullen zijn.
Source: Motorsport