Home

Oplossingen wegwerpmaatschappij voor 't oprapen, maar overheid laat ze liggen

Een circulaire economie is nog heel ver weg in Nederland. Het kan en moet beter. Maar volgens onderzoekers lijkt niemand de urgentie te voelen om zoveel mogelijk te hergebruiken en zuinig om te gaan met schaarse grondstoffen.

Je kapotte laptop komt terug op de markt als bureaulamp: in een volledig circulaire economie bestaat geen afval meer, omdat alles wat we weggooien weer in een nieuwe vorm verschijnt. Er komt nog wel een kleine stroom nieuw materiaal binnen, maar de rest wordt zo lang en goed mogelijk hergebruikt, met zo min mogelijk milieuschade.

Die situatie is op dit moment als een duurzaam Utopia. Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de tweejaarlijkse Integrale Circulaire Economie Rapportage. Daarin bestuderen wetenschappers uit meerdere hoeken hoe het ervoor staat met het (her)gebruik van grondstoffen.

Die natuurlijke hulpbronnen, zoals mineralen, metalen, olie en hout, zijn belangrijk in onze economie. Ze worden verwerkt in onze elektronica, maar ook in defensiemateriaal, windmolens en zonnepanelen.

In theorie is op het gebied van circulariteit veel mogelijk in Nederland: hier is kennis over en ervaring met recycling, design en verdienmodellen. Toch blijven die kansen onbenut, stelt het PBL. "Niemand lijkt de urgentie te voelen", zegt directeur Marko Hekkert. Dat is volgens hem onterecht, want grondstoffen zoals mineralen en metalen worden alleen maar belangrijker én schaarser. Bovendien heeft Nederland er al relatief weinig van.

"We houden op dit moment een systeem in stand waarin we kritische materialen verkwisten door die linea recta de oven in te laten gaan", zegt de PBL-directeur. "Daarmee nemen we onze toekomst voor lief."

De overheid heeft zichzelf als doel gesteld om in 2030 voor de helft minder grondstoffen te gebruiken dan in 2016, en in 2050 helemaal geen afval meer te produceren. Maar dat doel raakt steeds meer uit zicht.

Sterker nog, ons verbruik van grondstoffen groeit alleen maar. Nederlanders kopen meer spullen en bedrijven spelen daarop in. We grijpen massaal naar fast fashion en fast furniture (goedkope spullen met een korte levensduur) bij gebrek aan betaalbare duurzame alternatieven.

Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) van de Staat levert weinig concrete resultaten op, terwijl het volgens het PBL tussen de 4 en 7 megaton CO2 per jaar kan besparen. Bijvoorbeeld door een verplicht aandeel herbruikbare artikelen in winkels of circulaire inkoop van materiaal voor wegenbouw.

Maar dat gebeurt niet, waardoor de transitie traag verloopt. Nu en in de toekomst vinden grote maatschappelijke veranderingen plaats die veel materiaal nodig hebben, zoals grootschalige woningbouw en de energietransitie.

Daar liggen kansen voor een meer circulaire aanpak, ziet het PBL. Bijvoorbeeld door de vergunningen van windmolens gelijk te stellen aan de levensduur. Of door extra verdiepingen te bouwen op bestaande panden in plaats van nieuwe woningen bouwen.

Ook zou de overheid start-ups en bedrijven die circulaire producten maken, een exploitatiesubsidie kunnen geven. Die bedrijven komen nu moeizaam van de grond door weinig vraag en concurrentie van nieuwe, goedkope producten. Plasticrecyclers verkeren in zulk zwaar weer, dat ze bij bosjes omvallen.

In Nederland en de rest van de Europese Unie zijn relatief weinig grondstoffen beschikbaar, dus leunen we op onder andere China, bijvoorbeeld voor fossiel plastic.

Meer overheidsbeleid kan ervoor zorgen dat er minder grondstoffen worden geïmporteerd en meer hergebruikt, zegt het PBL. Daardoor wordt Nederland ook minder afhankelijk van andere landen. Gezien de instabiele situatie in de wereld, lijkt dat voordelig.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next