Home

Met de kogel nog in haar hoofd ziet Suraya haar ex eindelijk berecht

Donderdag formuleert het Openbaar Ministerie een strafeis tegen Vishal R. voor poging tot moord op zijn ex Suraya. Om anderen te waarschuwen, vertelt ze haar verhaal. ‘Hij dacht me klein te krijgen, dat is niet gelukt.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

Suraya zag er vreselijk tegenop: een hele dag in de rechtszaal doorbrengen met haar ex-man, die een kogel in haar hoofd had geschoten. Achteraf viel het mee, zegt ze: ‘Ik was niet meer bang voor hem, en wat hij zei was zo ongeloofwaardig dat ik soms mijn lachen moest inhouden.’

Op 20 februari, negen maanden later, ziet ze hem weer. Dan formuleert het Openbaar Ministerie voor de tweede maal een strafeis tegen Suraya’s ex, voor zijn poging haar te vermoorden. Dat is nodig, omdat Vishal R. de vorige keer schrok van de eis: twaalf jaar cel en tbs met dwangverpleging. Om tbs te ontlopen bood hij op de valreep aan alsnog mee te werken aan psychisch onderzoek. Dat onderzoek is inmiddels afgerond – de resultaten worden donderdag bekendgemaakt.

Hoe het proces ook afloopt, Suraya (38) doet nu al haar verhaal – dat wordt ondersteund door getuigen en documenten. Om de aandacht te vestigen op partnergeweld en femicide, zegt ze, en om ‘andere vrouwen te waarschuwen’. Want ze is een van de weinigen die uit de eerste hand hierover kan vertellen.

‘Hij won altijd’

Dat ze nog leeft, is een wonder. Dagelijks wordt Suraya geconfronteerd met de gevolgen van de moordaanslag, bijna drie jaar geleden: de kogel zit nog in haar hoofd, en ze heeft nu een glazen oog. Ze woont op een geheim adres, want er zijn aanwijzingen dat R. haar nog steeds wil (laten) ombrengen. Daarom staat haar achternaam niet in de krant.

‘Mijn ex dacht me klein te krijgen, maar dat is niet gelukt’, zegt ze in haar woning vol roze accenten – de kleur komt terug in haar bankstel, muren, meubels en hoge hakken. ‘Ik ben dol op roze. Hij had daar niks mee. Nu doe ik wat ik zelf wil.’

Toen ze Vishal R. leerde kennen, was Suraya een stil, verlegen meisje van 17 jaar. Tijdens een barbecue begon hij met haar te praten. ‘Hij was van dezelfde leeftijd, en net als ik van Hindoestaanse komaf. Een zelfverzekerde jongen, die veel vragen stelde. Ik voelde me gevleid.’ Gaandeweg bleek dat hij wel jaloers was. ‘Dat vond ik niet prettig, maar ik dacht: hij ziet me in ieder geval staan. Ik had nog nooit verkering gehad, ik wist niet beter.’

R. wilde dat ze al haar vrije tijd aan hem besteedde. Deed ze dat niet, dan noemde hij haar ‘vuile trut’ of ‘vieze hoer’. Vaak zwichtte Suraya en ging ze alsnog naar hem toe. ‘Dan zag hij dat ik eigenlijk boos was, en werd hij boos en steeds vaker gewelddadig. In het begin verzette ik me dan, maar dat was zinloos. Hij won altijd.’

Kerriesaus in het haar

Ook als ze gewoon thuis was, bij haar moeder, moest ze zich verantwoorden: waarom was ze niet bij hem? ‘Om daar vanaf te zijn, stemde ik ermee in te gaan samenwonen. Ook omdat ik dacht dat het aan mij lag dat we altijd ruzie hadden: ik ging nóg beter mijn best doen om hem tevreden te stellen.’

Toen bleek dat ze naast haar werk als grondstewardess het hele huishouden moest doen – dat hoorde volgens R. bij het takenpakket van een vrouw. Elke keer als ze iets ‘verkeerd’ deed, werd hij woedend.

Op een dag weigerde ze een bord met Surinaams eten voor hem klaar te zetten, omdat ze al had gegeten. ‘Hij sleepte me naar de keuken, gooide rijst en kerriesaus over mijn hoofd en smeerde het in mijn haar. Hij riep: ‘Jij slaapt vannacht op de bank, en je moet niet denken dat je straks nog kunt gaan douchen.’ De volgende dag, toen hij naar zijn werk ging, durfde ik mijn haar nog niet te wassen. Omdat hij me geen toestemming had gegeven.’

R. hing een camera bij de voordeur, die hij zelfs op zijn werk in de gaten hield. Als Suraya de deur uitging, belde hij om te vragen waar ze naartoe ging. Als ze ‘te lang’ weg was geweest, hing hij weer aan de telefoon.

Huisverbod

‘Waarom ga je niet gewoon bij hem weg?’ Die vraag werd haar vaak gesteld. ‘Dan was mijn antwoord: ‘Het is geen kwestie van gewoon de deur uitlopen.’ Ik wist: als ik wegga, wordt het gevaar nóg groter. Dan vermoordt hij me, of een familielid van mij. Dat had hij gezegd. Hij was ertoe in staat, hij sloeg me geregeld bewusteloos.’

Haar huisarts kreeg steeds meer de indruk dat ze werd mishandeld, maar Suraya durfde dat niet te bevestigen: ‘Ik verzon smoesjes voor mijn blauwe plekken, kneuzingen en botbreuken.’

De politie wist van niets, totdat R. in 2015 zo ver ging dat ze in doodsangst alarm sloeg. ‘Daarna moest hij naar een agressieregulatietraining, en zich twee jaar lang melden bij de reclassering. Daar was hij zo boos over dat hij me voor elk bezoek in elkaar sloeg en zei: ‘Doe dit nooit meer.’’

In 2017 werd ze zwanger van R. en trouwde ze met hem, tegen haar wil. De geboorte van hun dochter stemde hem niet milder, integendeel. Suraya veranderde wel; ze kwam meer voor zichzelf op. ‘Maar daardoor werd hij nog gewelddadiger, tot verwurgingen aan toe. Ik dacht: Mijn dochter mag niet gaan denken dat geweld normaal is; we moeten hier weg, maar hoe?’’

Toeterend en scheldend door de straat

Toen R. zich weer eens vreselijk misdroeg, in maart 2020, belde ze voor de tweede keer de politie. Het leidde tot een huisverbod van tien dagen. Dat was haar kans, ze verliet hem definitief.

Suraya dook onder bij familieleden, maar het duurde niet lang tot R. daar ’s nachts toeterend en scheldend door de straat reed en op de deurbel drukte. Hij spoorde haar zelfs op in een opvanghuis met een geheim adres, waar hij haar ook begon lastig te vallen. Mede daarom kreeg ze een draagbare alarmknop, die verbonden was met de politiemeldkamer.

Na drie maanden in de opvang dacht ze: wat doe ik hier nog? ‘Hij wist toch al waar ik zat. Ik kwam nauwelijks buiten, hij liep vrij rond. Het voelde als de omgekeerde wereld.’

Ze ging terug naar haar huis in Bergschenhoek, ten noorden van Rotterdam. Nadat ze – op eigen kosten – een alarmsysteem had laten installeren, en een camera bij de voordeur. ‘Omdat mijn ex nog steeds het gezag over mijn dochter had, lieten de instanties hem weten dat ik weer naar huis ging. Ook al had ik ze gesmeekt dat niet te doen.’

R. ging steeds verder. ‘Wat ik heel vervelend vond, is dat mijn auto geregeld werd vernield: een spiegel eraf, lekgeprikte banden. Dan belde hij me, zogenaamd om te waarschuwen: je hebt een lekke band. Ik wist dat hij erachter zat, maar bewijs dat maar.’

Minstens acht keer deed Suraya aangifte, talloze malen belde ze de politie. ‘Elke agent uit de omgeving kende mij en mijn ex. ‘Is die pisvlek weer bezig?’, zeiden ze dan, ‘het liefst rijden we nu naar zijn huis en slaan we hem op zijn bek.’ Maar dat deden ze natuurlijk nooit. Ik zei vaak: ‘Ik doe steeds aangifte, jullie doen er niks mee.’ Ze vonden dat er meer bewijs nodig was en dat ik moest blijven komen om een dossier op te bouwen.’

Toen R. dreigde met een ‘familiedrama’, moest ze nogmaals naar een opvanghuis. ‘Daar besefte ik na een tijdje: dit is geen leven voor mijn dochter. Weer niet naar school, weer geen vriendinnetjes. Dus ging ik terug naar huis.’

Bloed

Op 11 maart 2022, rond elf uur ’s avonds, was Suraya haar slaapkamer aan het opruimen toen ze glas hoorde breken. Het was R., besefte ze, die al vaker een raam had ingegooid. Ditmaal drong hij haar huis binnen en rende naar boven, met een pistool in zijn hand.

Suraya stond boven aan de trap en vroeg hem te vertrekken en hun dochter te laten slapen. ‘Maar hij richtte op me en haalde de trekker over’, zegt ze. Het wapen blokkeerde, vloekend begon hij er aan te rommelen. Snel gaf ze hem een duw, waardoor hij een paar treden naar beneden gleed. Maar vlak daarna stond hij weer voor haar.

‘Blijkbaar lukte het toen wel om te schieten. Gek genoeg kan ik me dat niet herinneren. Ik weet alleen dat ik ineens niets meer zag, met mijn hand langs mijn oor ging en overal gel-achtig spul voelde: mijn bloed.’

De moord op Hümeyra

R. liet hun dochter – die in haar eigen slaapkamer was – gelukkig met rust en haastte zich naar buiten. Boven drukte Suraya met haar laatste krachten op de alarmknop.

In het ziekenhuis bleek dat ze was geraakt in haar linkerslaap. Dagenlang balanceerde ze op de rand van de dood, maar uiteindelijk herstelde ze. Suraya is nu blind aan haar linkeroog, dat is vervangen door een prothese. Ze ruikt en proeft niets meer. Ze heeft minder energie dan vroeger en kampt met concentratie- en geheugenproblemen.

Deze zaak staat niet op zichzelf. Bij bijna zes op de tien vrouwen in Nederland die slachtoffer worden van moord of doodslag, is de vermoedelijke dader hun partner of ex. Veelal vanwege een (dreigende) relatiebreuk. En het gebeurt dat de politie en hulpverleners signalen die daaraan voorafgaan onvoldoende serieus nemen.

In dit geval waren er heel veel aanwijzingen dat Suraya gevaar liep. Haar geschiedenis lijkt wat dat betreft op die van Hümeyra, een Rotterdamse scholiere. Hümeyra werd in 2018 op 16-jarige leeftijd doodgeschoten door Bekir E., van wie bij tal van instanties bekend was dat hij haar stalkte.

Na die moord stelden onderzoekers vast dat de politie, justitie en anderen grote fouten hadden gemaakt. Ze wisten allemaal dat E. een bedreiging vormde, maar deelden te weinig informatie met elkaar. Het leidde tot hervormingen om slachtoffers beter te beschermen, maar toch ging het in Bergschenhoek weer mis.

Ouderlijk gezag

‘Ik heb keer op keer geroepen: hij gaat me vermoorden’, zegt Suraya. ‘Niemand geloofde me. Ik voelde me zo alleen. Pas toen hij me neerschoot, zagen de politie en al die anderen hoe mijn ex echt in elkaar zat. Ze hadden eerder moeten ingrijpen. En dat had best gekund, volgens mijn advocaten.’

Tijdens de rechtszaak, in april 2024, bleek dat Vishal R. zichzelf als slachtoffer ziet. Van stalking en geweld was volgens hem geen sprake. Met het pistool wilde hij Suraya alleen maar bang maken, beweerde hij. R. zou per ongeluk hebben geschoten, toen ze hem een duw gaf.

Volgens de aanklagers is dit onzin, ze spraken van een poging tot moord die wel degelijk voorafgegaan was door een ‘patroon van geweld’, inclusief vernieling en stalking. Mede daarom rekent Suraya op een flinke straf. ‘En ik hoop dat hij er tbs bij krijgt, dan komt hij misschien nooit meer vrij.’

Ze vindt het onbegrijpelijk dat R. pas na de schietpartij het ouderlijk gezag over hun dochter is kwijtgeraakt. En ze is nog niet helemaal van hem af: ‘Van de kinderrechter moet ik mijn ex elke drie maanden een verslag sturen, waarin ik vertel hoe het met mijn kind gaat. Dat valt me heel zwaar. Maar als ik het niet doe, sleept hij me voor de rechter.’

Het gaat naar omstandigheden best goed met haar. ‘Wat ik het meest mis, is de geur van mijn dochter. Ik ruik niets meer. Maar elke keer dat ik op het nieuws hoor dat er weer een vrouw is vermoord, denk ik: godzijdank, ik leef nog. Ik heb nog maar één oog, maar daarmee kan ik mijn dochter zien lachen en opgroeien.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next