Goed verscholen in het Noord-Limburgse landschap, achter een smalle, korte lindelaan, opent zich het boerenerf van de familie Hoeijmakers waar tientallen gastarbeiders wonen. Voordat het lijkt alsof de huisvesting in dit gebied één poel van ellende is: hier zouden Nederlanders best op vakantie gaan. Het is niet alleen de netheid van het bedrijf, de rust of de kapel die Piet Hoeijmakers eigenhandig voor de migranten bouwde zodat ze er kunnen bidden, met oude kerkbanken en een uit Polen gekocht Mariabeeld – het is de manier waarop Piet, Diny en Stefan over hun gasten praten.
Vervelend: zelfs zij staan nu te boek als overlastgevende huisvesters, in een regio die onherstelbaar lijkt veranderd. Vorige week schreef ik over het burgerprotest in Horst: buurtgenoot Peet van de Loo beschouwt het bedrijf van de Hoeijmakers als onderdeel van de ‘arbeidsmigrantenindustrie’. Hij woont aan dezelfde weg als zij, anderhalve kilometer verderop, en heeft bij de gemeente alle stukken over de verleende vergunningen opgevraagd. Natuurlijk heeft iedereen dat recht, zegt Piet Hoeijmakers (70), ‘maar dat raakt wel, als je het goede probeert te doen’.
Later zegt hij: ‘de politiek loopt altijd wat achter.’
Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Piet was veehouder tot hij er geen toekomst meer in zag , en begon in 1997 met het huisvesten van een handvol Polen in stacaravans. Zo is het langzaam gegroeid. Die caravans vond hij niks, en met traditionele bakstenen renoveerde hij het erf tot wat het nu is: een verzameling huizen en appartementen aan een straatje van kasseien, versierd met bloembakken en parkeergelegenheid. Huisdieren toegestaan, vissen mag in de beek, vergunningen op orde.
Voor zijn werk kreeg hij een lintje.
Ze bezitten ook de twee kleinere buurboerderijen; zoon Stefan (38) woont er met zijn gezin in de verbouwde schuur. Hij deed drie universitaire studies: economie, filosofie en kunst- en cultuur, maar keerde toch terug naar het erf. Dat is een wereld op zich: ze hebben er nog een aspergeveld, doen op de rest van hun land aan natuurbeheer en lieten de brede beek weer meanderen. Bijna van het gas af: warmtepomp en warmtenet, zonnepanelen, het plan is een duurzaam landgoed te maken, met natuur en arbeidsmigranten. ‘In harmonie, zoals het vroeger was’ zegt Piet – al is dat in ingewikkeld in een tijd die alles scheidt.
Stefan: ‘Wij zijn niet echt een standaardbedrijf.’
Piet: ‘En daar lopen we dus steeds tegenaan.’
Arbeidsmigratie verandert waar je bijstaat, zegt Stefan: ‘Het tijdelijke wordt steeds minder tijdelijk.’ De bewoners werken niet meer alleen in de seizoensteelt of de distributiecentra, maar hebben vaste, serieuze banen in de bouw of de techniek. Zodra het kan, schrijven ze zich in voor een sociale huurwoning. Op het erf wonen vooral jonge stellen, ze komen via-via; Piet en Stefan willen niets te maken hebben met uitzendbureaus. Toch straalt de ellendige kant van de arbeidsmigratie ook op hen af, nu in de vorm van de boze buurtgenoot.
De politiek wil strenger worden, maar het is lastig goede regels te bedenken: zodra ze zijn ingevoerd is alles anders. Winstbeluste ondernemers schieten handig tussen de mazen van de wet. Alleen al de definitie van een ‘arbeidsmigrant’ is diffuus, zegt Stefan: ze stellen hun terugkeer steeds vaker uit en de economie kan allang niet meer zonder. Zijn moeder Diny zegt: ‘Als je ertussen woont, merk je pas wat het is.’
Goed huisvesten lijkt soms op maatschappelijk werk. Op het erf ontstaan liefdesrelaties, baby’s worden geboren, mensen overlijden. Huurders die geen huur meer kunnen betalen ‘gooi je er niet zomaar uit’, zegt Stefan, het bestaan van arbeidsmigrant is vaak ‘niet makkelijk’: alcohol en psychische problemen liggen op de loer.
Diny vertelt over de man die verdween en dakloos terugkwam; hij was ontslagen en op het station gezet. Ze lieten hem een week overnachten in de Mariakapel, ‘hij verzorgde zichzelf niet, was incontinent’. Stefan belde dagenlang alle instanties af en uiteindelijk kon de man met hulp terugkeren naar Polen.
‘We doen het met plezier,’ zegt Piet, ‘we proberen sociaal te zijn en zitten niet op de laatste cent.’
Toch zijn ze benauwd voor de nieuwe strengheid van de politiek, die niet alleen de uitbuiters maar ook hen kan raken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant