Opleiding is de nieuwe culturele scheidslijn in de samenleving. Wanneer je van hieruit kijkt naar de verkiezingen van 2023 en naar het kabinet-Schoof, dan vallen enkele dingen op hun plek.
Zeg ons wat uw hoogste diploma is en wij zeggen wie u bent en waar u politiek staat. Heeft u een academische bul, dan heten uw kinderen bijvoorbeeld Fleur of Floris. U kijkt naar de NPO, leest NRC of de Volkskrant en misschien ook nog Elsevier. U zit op LinkedIn en probeert niet meer op X te kijken. De kinderen zitten op een lagere school met een bijzondere signatuur, zoals de Vrije School, en gaan, als het even kan, door naar een categoraal gymnasium. U maakt zich zorgen over het klimaat, over discriminatie en over populisme. Bij verkiezingen stemt u GroenLinks-PvdA, D66, Volt, of VVD.
Heeft u een lbo- of mbo-diploma, dan heten uw kinderen misschien Kim of Kevin. U kijkt naar de commerciële zenders, haalt uw nieuws van internet of af en toe uit een lokale krant. U zit nog op Facebook en steeds vaker op TikTok. De kinderen gaan naar een buurtschool en daarna naar het vmbo en een ROC. U maakt zich zorgen over de kosten van klimaatbeleid, over criminaliteit en over immigratie. Bij verkiezingen stemt u BBB, PVV, of u blijft thuis.
Over de auteurs
Dit is een ingekorte versie van de Macchiavellilezing die woensdag 19 februari is uitgesproken in Den Haag. Mark Bovens is emeritus hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht. Anchrit Wille is hoogleraar transities in de publieke sector aan de Universiteit Leiden. Deze
zomer verschijnt de volledig herziene versie van hun boek Diplomademocratie (2011).
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Diploma’s zijn de nieuwe scheidslijn. Kon je vroeger op basis van iemands religieuze achtergrond – protestants, rooms-katholiek of ‘openbaar’ – een groot deel van diens sociale leven, mediagebruik en politieke voorkeuren uittekenen, nu is opleiding zo’n sociale marker.
In onze eeuw is de religieuze scheidslijn vervangen door een culturele. De links-rechts-scheidslijn bestaat nog wel, maar heeft veel van zijn scherpte verloren. De culturele is de belangrijkste. Aan de ene kant staan meer kosmopolitische kiezers en partijen en aan de andere kant staan meer nationalistische kiezers en partijen. Deze nieuwe culturele scheidslijn is bij uitstek ook een scheidslijn tussen academisch en praktisch geschoolden.
Wanneer je van hieruit kijkt naar de verkiezingen van 2023 en naar het kabinet-Schoof, dan vallen enkele dingen op hun plek.
Allereerst is de uitslag geen incident. Ze past bij de herschikking van ons politieke landschap die al jaren aan de gang is. In de Tweede Kamer zien we nu vier partijen aan de meer nationalistische kant van de culturele scheidslijn: PVV, Forum voor Democratie, JA21 en BBB, goed voor 48 zetels. Aan de meer kosmopolitische kant staan ook vier partijen: D66, GL-PvdA, Partij voor de Dieren en Volt, samen met 39 zetels.
Beide kanten van de scheidslijn trekken heel andere opleidingsgroepen. Bij de verkiezingen van 2023 had ruim driekwart van de kiezers van de PVV en de BBB maximaal een mbo-diploma. Omgekeerd had twee derde van de kiezers van de GL-PvdA, D66 en Volt een hbo- of universitair diploma.
In heel West-Europa stemmen kiezers met een academische achtergrond vaker op groene en sociaal-liberale partijen, terwijl praktisch geschoolden eerder kiezen voor nationalistische partijen. Dit raakt vooral de sociaaldemocratische partijen. Kiezers met een praktische opleiding hebben zich massaal van hen afgekeerd en stemmen nu vooral op nationalistische partijen.
De verkiezingen van 2023 waren ook een correctie op de ‘diplomademocratie’. Door de grote zetelwinst van PVV en BBB steeg voor het eerst in jaren het aantal praktisch geschoolde Tweede Kamerleden, terwijl het aantal academisch geschoolde Kamerleden wat afnam. Ook het hoofdlijnenakkoord laat zich lezen als een inhoudelijke correctie op de diplomademocratie. Het stond vol met ‘nare’ dingen voor academisch geschoolden, zoals een hogere btw op boeken en cultuur, minder ontwikkelingshulp, grote bezuinigingen op de universiteiten en de NPO, en minder aandacht voor natuur en klimaat.
En het beloofde aantrekkelijke dingen voor praktisch geschoolden, zoals lagere lasten voor autorijden, meer vaste arbeidscontracten, minder migranten en een halvering van het eigen risico in de zorg. Geen wonder dat het vertrouwen in de politiek en in het kabinet onder praktisch opgeleiden spectaculair steeg toen het kabinet-Schoof aantrad.
De nieuwe culturele scheidslijn gaat niet meer weg. De cultureel-conservatieve kant heeft een groot kiezerspotentieel. Een ruime meerderheid van de kiezers heeft maximaal mbo als hoogste diploma.
Waar het op aan komt, is dat die partijen en hun kiezers bereid blijven om binnen het parlementaire stelsel te opereren. Het risico is dat de democratische rechtsstaat zelf een brandende kwestie wordt op de culturele scheidslijn. In andere landen, zoals de VS en Hongarije, zien we dat al gebeuren, en zie je toenemende autocratisering. De uitdaging is dus helder: parlementarisering in plaats van autocratisering.
Een eeuw geleden is het gelukt om de grote sociale kwesties te pacificeren door daarover politieke compromissen te sluiten. Destijds ging het over het algemeen kiesrecht en de schoolstrijd, nu gaat het over migratie. Grote groepen kiezers, met name de praktisch geschoolden, willen meer grip op migratie. Zolang de gevestigde partijen op dit punt niet leveren, zullen deze kiezers uitwijken naar nationalistische partijen en nemen ze rechtsstatelijke nevenschade of zelfs autocratisering op de koop toe.
Pacificatie vraagt ook om welvaartsdeling. De praktisch geschoolden trekken steevast aan het kortste eind als het gaat om brede welvaart. Hoe lager je diploma, hoe minder vaak je een koophuis hebt, hoe slechter je huis is geïsoleerd, hoe onprettiger de buurt is, hoe vaker je een flexcontract hebt, hoe lager je salaris is, en hoe slechter je gezondheid.
Pacificatie vraagt tot slot ook om coöptatie in het bestuur. Het is in de komende jaren cruciaal dat praktisch geschoolde kiezers zich vertegenwoordigd voelen in politiek en openbaar bestuur, zowel qua thema’s als qua stijl.
Een bemoedigend voorbeeld is de gang van zaken rond Leefbaar Rotterdam, een radicale nationalistische partij met uitgesproken negatieve standpunten over migratie en de islam. Na de grote verkiezingszege van maart 2002 – nog met Pim Fortuyn als lijsttrekker – werd de partij een vaste coalitiepartner in Rotterdam. De partij nam bestuurlijke verantwoordelijkheid, zelfs bij voor haar gevoelige thema’s, zoals de vestiging van asielzoekerscentra.
En over pacificatie gesproken: wie had twintig jaar geleden kunnen voorspellen dat uitgerekend Leefbaar en Denk gebroederlijk in één coalitie zouden zitten? Dit heeft ervoor gezorgd dat de stad bestuurbaar is gebleven. Het heeft er ook aan bijgedragen dat niet alleen de ouders van Fleur en Floris zich vertegenwoordigd voelen, maar ook die van Kim en Kevin en zelfs die van Yasmine en Yassine.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant