Home

Misschien missen we het bijna naïeve optimisme van tante Es

De halve Nederlands-Surinaamse gemeenschap zat op de bigi yari der bigi yari’s te wachten. Maandag zou tante Es 110 jaar geworden zijn. Elke ‘ronde’ verjaardag wordt opgeluisterd met een groot feest, maar 110, dat is toch wel nooit vertoond.

Maar een paar dagen voordat ze afgelopen maandag die onvoorstelbare leeftijd zou aantikken, is ze heel rustig ingeslapen. Een val waarbij ze haar heup brak heeft haar uiteindelijk de das om gedaan. Ze was al een paar jaar de oudste inwoner van Amsterdam, wat haar hoogbejaarde roem opleverde. Ze was ook de oudste fan van Ajax. Prachtig is de reportage van de hoofdstedelijke zender AT5 waarin ze op haar 108ste voor het eerst, in de skybox, een wedstrijd bezocht en de score van de wedstrijd tegen Heracles, 4-1, van tevoren voorspelde.

In de hemel, waar ze zo rotsvast in geloofde, viert ze vast een enorm bigi yari- feest met al die dierbaren die ze overleefde, zeggen we tegen elkaar. En wordt ze herenigd met de geliefde poezen, die van haar en van ons, die we snikkend op ons illegale kattenkerkhofje in het Amsterdamse Bos hadden begraven terwijl een van ons gespannen op de wacht stond zodat we niet betrapt werden.

Over de auteur
Harriët Duurvoort is publicist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Twee keer schreef ik een stukje over mijn oude tante in deze krant. De eerste keer alweer elf jaar geleden, over ‘een sprankelend meisje van 99’. De tweede keer toen ze 105 jaar was en corona net was uitgebroken.

Haar tips om stralend en gezond stokoud te worden, zijn voor iedereen met minder ijzersterke genen allicht wat twijfelachtig. Gezond eten? De bojo (Surinaamse cake), mokkagebakjes en zoutjes waren niet aan te slepen. Het leven werd immers gevierd, in de vorm van langgerekte verjaardagen waarbij mensen wekenlang op verjaardagsvisite kwamen.

Ze had een eigenzinnige kijk op doktersadvies: ‘Als een dokter je een dieet voorschrijft, bijvoorbeeld dat je geen zout meer mag, dan moet je dat precies twee dagen volhouden. De derde dag moet je weer een beetje zout nemen. Niet te veel natuurlijk. Maar wel een beetje. Je lichaam is eraan gewend! Anders gaat het mis.’ Waar ze bij zwoer: echinaceadruppels. Die beschermden haar, ook als ze lenteachtig luchtig gekleed naar buiten ging in ijskoud Hollands slagregenweer. Ze was zelden ziek.

Ontroerend waren de gesprekken waarin ze mij, een aartstwijfelaar, lief stichtelijk maar nooit oordelend, weer op het pad van het geloof wilde brengen. Ze kende mij immers sinds mijn prille jeugd, uit de Surinaamse kerk, de Evangelische Broedergemeente. Als kind was mijn geloof net zo sterk als het hare geweest, en als er iets was waar ze die 110 jaar houvast aan had ontleend, dan was het dat. Het was haar tegengif, tegen moderne mensenaandoeningen als stress, burn-out en depressie.

‘Het is benijdenswaardig om zo kalm in het leven te staan. Zo’n onwankelbaar vertrouwen te hebben in de gedachte dat uiteindelijk het leven wordt beheerst door een vaderlijke God, wiens wegen misschien soms ondoorgrondelijk zijn, maar die altijd uit liefde handelt, troost biedt in de benauwdste uren en, als kers op de taart, een ­hemels hiernamaals’, constateerde ik in 2020. Mensen die hun geloof zijn kwijtgeraakt, hebben per ongeluk de stekker uit het stopcontact gehaald, meende tante Es. ‘Dan is de lijn dood, dan kan je niet meer bidden. Jammer, ze hebben vooral zichzelf ermee. Want je kunt niet alles in het ­leven zelf oplossen en het hoeft ook niet.’

Ze is op het juiste moment heengegaan, zegt mijn moeder, met haar 96 jaar nog altijd een ‘jonge blom’ vergeleken met tante Es. Bijna zeventig jaar geleden raakten ze bevriend. Deze tijd, waarin de waanzin met Donald Trump en Elon Musk aan de deur klopt, maakt ze niet meer mee. Het gevoel van machteloosheid in deze onvoorspelbare, dreigende tijd vol haat bestrijd ik – schoorvoetend en twijfelend – toch ook door het advies van tante Es ter harte te nemen. Bidden geeft soms een gevoel van rust, zodat je na het late avondnieuws tenminste nog een beetje kunt slapen.

Misschien missen we het bijna naïeve optimisme van tante Es. Beelden we ons haar opgewekte stem in. ‘Maak je niet druk’, zou ze zeggen als je haar zou bellen. ‘Volg het niet zo als je er bang van wordt. Alles komt goed. Heb vertrouwen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next