Van de 37 kenmerkende soorten vissen en bodemdieren in de Oosterschelde in Zeeland zijn van 15 soorten de aantallen gedaald. Het gaat bijvoorbeeld om de schol, de mossel en de Europese zeekreeft.
Dat blijkt uit onderzoek van het statistiekbureau CBS op basis van gegevens uit het Monitoringsproject Onderwater Oever (MOO) van Stichting ANEMOON.
Onder de zogenoemde kenmerkende diersoorten vallen verschillende vissen, kruipende bodemdieren en vastzittende bodemdieren. Denk aan zakpijpen, zeesterren, kreeftachtigen, kwalachtigen en zeeanemonen. De groep is geen volledige afspiegeling van de dieren die in de Oosterschelde leven, maar de populatie zegt wel iets over de natuurkwaliteit van het gebied.
Het CBS ziet vooral een flinke afname onder het aantal vissen. In dertig jaar tijd is die populatie met 60 procent gedaald. Van kruipende bodemsoorten, zoals de strandkrab en de zeekreeft, was tussen 1994 en 2018 gemiddeld nog een toename te zien. Maar sinds 2019 daalt ook die populatie.
Daarentegen nam de populatie vastzittende bodemdieren, zoals de pauwkokerworm, gemiddeld genomen tot 2018 af. Sinds 2019 neemt die groep juist weer iets toe.
Dat er minder vissen te vinden zijn in de Oosterschelde, komt onder meer doordat de temperatuur van het water in de zomer stijgt. Vissen gaan daarom steeds vaker op zoek naar de diepere delen van de Noordzee. Die zijn namelijk kouder.
Kreeftachtigen hebben daarnaast moeite om holtes tussen de rotsen te vinden, waar ze afhankelijk van zijn. Die plekken worden plaatselijk volgestort met staalslakken, een steenachtig materiaal en restproduct uit de staalindustrie.
Terwijl sommige vissen en bodemdieren in aantallen afnamen, nam het aantal exoten in de Oosterschelde in de laatste tientallen jaren sterk toe. Exoten zijn door de mens geïntroduceerde soorten, die bijvoorbeeld (per ongeluk) via internationale scheepvaart in Nederlandse wateren terecht zijn gekomen. Rond 2010 werden er ruim vijftig verschillende soorten exoten in de Oosterschelde waargenomen, maar daarna zijn er nog zeker achttien nieuwe exoten bijgekomen.
De toename van de exoten heeft gevolgen voor de inheemse soorten, maar die hoeft niet altijd negatief te zijn. De Japanse oester is bijvoorbeeld zo'n exoot, maar vormt voor bepaalde diersoorten een geschikte ondergrond om zich op vast te zetten.
De Oosterschelde is aangewezen als Europees beschermd natuurgebied. In het water leven verschillende diersoorten die belangrijk zijn voor de biodiversiteit.
Source: Nu.nl algemeen