Home

Erudiet, respectvol en nieuwsgierig: zo lijken onze politici bijna niet meer te worden gemaakt

Geert Wilders eerde zijn leermeester Frits Bolkestein dinsdag als zijn grote voorbeeld, maar dan heeft hij destijds toch niet altijd goed opgelet.

Een geraffineerd bespeler van het onderbuikgevoel of een onverschrokken politieke ziener? De huidige generatie politici herdacht Frits Bolkestein dinsdag vooral in die laatste hoedanigheid. Hij zou zelf de eerste geweest zijn om dat te danken aan de sterk gedraaide politieke wind: toen hij zelf nog politiek bedreef, viel hem een heel andere behandeling ten deel.

De manier waarop hij begin jaren negentig het immigratiedebat opende, stelde dat de islam een succesvolle integratie in de weg stond en pleitte voor een veel strenger asielbeleid, stuwde de VVD op tot verkiezingsuitslagen die voordien niet voor mogelijk werden gehouden. Maar het leidde ook tot bittere verwijten dat hij de poorten opende voor rechts-radicaal populisme, na de jaren tachtig waarin politiek en pers nog eensgezind een ‘cordon sanitaire’ hadden opgetrokken tegen Hans Janmaats Centrum Democraten.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Sommige Volkskrant-lezers reageerden woedend omdat hun krant gretig de kolommen openstelde voor Bolkesteins bijdragen (‘Dit is de Bolkskrant niet’), columnisten bedachten grafschriften voor hem (‘Hier ligt Frits, Janmaats gids’) en minderhedenorganisaties zoals het Surinaams Inspraak Orgaan vonden dat hij zich voor een tribunaal moest verantwoorden wegens ‘het aanzetten tot vreemdelingenhaat’.

Het verwijt dat hij de weg bereidde naar Pim Fortuyn en Geert Wilders wierp Bolkestein later altijd verre van zich met een verwijzing naar andere landen, waar zonder zijn inmenging hetzelfde gebeurde. Hij wilde slechts duidelijk maken dat taboes het maatschappelijke debat niet verder brachten: ‘Tot op zekere hoogte ben je verantwoordelijk voor de impact van je woorden, maar zeker niet voor de ontsporingen.’

Toen hij er als fractievoorzitter in slaagde om het debat te blijven domineren, ook toen de VVD inmiddels meeregeerde in het eerste kabinet-Kok, groeide de bewondering voor zijn politieke talent tot ver op de linkervleugel. ‘Bolkestein paart distantie en ironie aan inzet en bevlogenheid’, schreef het wetenschappelijk bureau van GroenLinks vol ontzag. ‘Onvermoeibaar zwengelt hij discussies op de opiniepagina’s aan, voert hij op gedurfde en toch vakbekwame wijze Kamerdebatten, communiceert hij over de hoofden van toekijkende parlementariërs en bewindslieden met het volk.’ En: ‘Hij is de enige politicus die de moed heeft controversiële onderwerpen zonder schroom openbaar in debat te brengen.’

Bolkestein zal eeuwig verbonden blijven aan zijn bijdrage, in 1994, aan de totstandkoming van het eerste kabinet zonder confessionelen, het politieke ijkpunt van de ontkerkelijking. Het land was eraan toe, maar de paarse euforie bleek van korte duur: Bolkesteins eigen waarneming dat het land smachtte naar morele kaders en een ‘bezield verband’ kon niet voorkomen dat er mede onder zijn leiding een harde liberale wind opstak, inclusief een rotsvast geloof in marktwerking en een golf aan privatiseringen van overheidsdiensten die lang niet altijd goed uitpakten.

In alle waardering die hem dinsdag na het bericht van zijn overlijden overspoelde, klonk ook heimwee door naar het type politicus dat Bolkestein probeerde te zijn: erudiet, welbespraakt, bedachtzaam, inhoudelijk gedreven, respectvol en nieuwsgierig naar de argumenten van zijn tegenstanders, bereid om bruggen te slaan en in staat om zonder stemverheffing toch scherp te debatteren. Zo lijken ze bijna niet meer te worden gemaakt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next