Als we het dak van de parkeergarage op rijden ziet ze pas hoe groot het stadion is. ‘O nee’, piept ze, ‘wat heb ik mezelf aangedaan?’ Rustig maar, zeg ik. Het wordt leuk. Ik zeg dat ik het ook spannend vind, maar meer spannend in de zin van: ergens zin in hebben. ‘Zoals jij veel zin kunt hebben in paardrijden.’
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Even later lopen we om het stadion heen. Ze kijkt naar de politiebusjes, luistert naar de harde muziek die uit de cafés schalt. Koude wind blaast in onze gezichten en ze houdt haar handen stevig in haar zakken. We zijn vroeg, halen bij de Albert Heijn snoep en chips en gaan dan het stadion binnen. Al dagen zegt ze dat ze het spannend vindt, dat ze bang is voor schreeuwende mensen. Nog een trap op en dan staan we opeens midden op de tribunes. Het stadion is nog leeg, het gras wordt besproeid. Ogen wijd open. ‘Het is echt veel groter dan ik dacht’.
Ze heeft een boek over paarden meegenomen, voor als ze zich zou vervelen tijdens het wachten. Maar het boek blijft in de tas. Ze vergaapt zich, aan de tv-camera’s, de mensen die in het gras prikken, aan het jongetje dat meer dan 2.600 keer een bal hooghoudt, aan de spelers die hun warming-up doen, aan de tribunes die langzaam vollopen, aan de duizenden kelen die meezingen met Hazes.
De wedstrijd begint en elke keer als de bal bij ons in de buurt komt, krimpt ze ineen. ‘Het is zo anders dan op televisie. Ze komen zo dichtbij, het gaat zo snel.’ Als het publiek bij de eerste grote kans opveert en schreeuwt, duikt ze tegen me aan. Ze doet haar diadeem af, stopt hem in mijn zak, trekt haar capuchon over haar hoofd en steekt haar vingers in haar oren. Waar ik de bal volg, volgt zij een rode ballon die door het stadion dwarrelt. Waar ik me verbaas over de passes van onze nummer 23, is zij starstruck door grensrechter Franca Overtoom. ‘Hé, ik heb Nieuwsbegrip over haar gehad! ‘Ik denk dat ze heel veel gel in haar haar heeft. Maar het staat haar wel goed.’ ‘Wat kan ze hard rennen! Ik denk dat ze wel de 25 kilometer per uur haalt.’
Het wordt 1-0 en waar iedereen gaat staan om te juichen, duikt zij dieper weg in haar stoeltje. Bij de 2-0 doet ze hetzelfde. Langzaam ontdooit ze. Er vallen die wedstrijd meer doelpunten, die ik steeds vier door haar op te tillen en op haar stoel te zetten. De rest van de tijd zit ze dicht tegen me aan, haar hoofd op mijn schouder. Als de blessuretijd begint zegt ze: ‘Ik vind het echt jammer dat het nu al afgelopen is.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant