Maart roert zijn staart, april doet wat hij wil, februari… eh, doet rari. Werd het van maandag op dinsdag plaatselijk nog kouder dan min tien, eind deze week verwachten meteorologen lenteachtige temperaturen, tot wel 17 graden. Hoe ongewoon is dat?
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Van net onder het vriespunt dinsdag naar net erboven op woensdag. En dan: naar ruim 5 graden op donderdag, en naar 11,7 graden gemiddeld op vrijdag, met uitschieters tot misschien wel boven de 17 graden.
De kans op zulke achtbaansprongen in de temperatuur is zeer klein, zo op het oog maar een paar procent, berekent klimaatonderzoeker Hylke de Vries van het KNMI desgevraagd. Maar áls het gebeurt, is dat geheid rond deze tijd, laat in de winter. Als de eerste klaroenstoot van de lente die zich aandient.
Want dat is in feite wat er gebeurt. ‘Aan de ene kant is het achterland afgekoeld door de afgelopen winter. Er ligt wat sneeuw. Hogedruk, wind uit het oosten, heldere hemel, veel uitstraling ’s nachts’, legt De Vries uit. ‘Aan de andere kant is de instraling overdag echt een stuk sterker, als er zon is.’ Vooral in Zuid-Europa warmt het daardoor nu al aardig op, tot boven de 20 graden.
En dan draait ineens de wind en komt de warme lucht onze kant op. ‘Omdat de zee nu maximaal koud is, zal de wind naar het zuiden moeten draaien’, schetst De Vries. En dat is precies wat komende dagen gebeurt. ‘Dan kan het snel gaan. Waar je eerder tapte uit een vaatje met wind uit een koud reservoir, wordt nu lucht uit de subtropen aangevoerd.’
Zó zeldzaam is dat nu ook weer niet. Ook in 2022 volgde de lente abrupt op de kou: fietsen in hemdsmouwen terwijl hier en daar nog sneeuw lag. Of neem 2005, wat minder vers in het geheugen – het nieuws werd gedomineerd door de nasleep van de Aziatische tsunami. Begin maart werd het in Marknesse recordkoud: -20,7 graden. Anderhalve week later tikte de temperatuur de plús twintig aan, meer dan 40 graden verschil.
Iets onverwachts is er ook, bespeurt De Vries. Omdat er door de opwarming van de aarde minder kou is, zouden je verwachten dat de temperatuursprongen omhoog kleiner worden. ‘Maar de data zijn verrassend homogeen’, constateert De Vries, na een snelle blik op de temperatuurverschillen. De opwarming – in Nederland al 2,3 graden sinds 1900 – moet nog doorwerken in de statistieken.
Kampioen achtbaantemperatuur zijn 1968 en het oorlogsjaar 1942, toen de temperatuur van de ene op de andere dag een sprong omhoog maakte van liefst vijftien graden. Daar komt de huidige sprong van deze week – naar verwachting tien graden in twee dagen – niet tegenop.
Andersom gebeurt overigens ook. Tien jaar geleden was er een hittegolf in juli, met zelfs 38,2 graden in Maastricht. Nog geen week later werd tijdens een heldere nacht in Twente aan de grond nachtvorst gemeten, iets wat ’s zomers al decennia niet was voorgekomen.
Volgens de weermodellen is de opleving eind deze week overigens van korte duur. Na zaterdag zakt de temperatuur weer terug, tot het voor deze tijd van het jaar alleszins normale rond de acht graden.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant