Verslaggever Iris Koppe schrijft met de Oekraïense Elena (69), bij wie ze studeerde in Kyiv. Elena zat eerst ondergedoken, vluchtte naar Hongarije, en zit nu afwisselend in Boedapest en Kyiv. De berichten zijn vertaald vanuit het Russisch.
Door Iris Koppe
‘Het is zonnig in Kyiv, maar ook koud. Het vriest zo’n vijf graden. We zitten vooral binnen en volgen het nieuws. De ontwikkelingen gaan nu zo snel, dat we eigenlijk vooral zwijgen. We drinken zwarte koffie en eten koekjes met kersen- en abrikozenvulling. Gezellig is het niet. Mijn man Akos zucht af en toe. Van woede, van verbijstering, van ongeloof. Hij staat geregeld op en ijsbeert door het huis. ‘Oekraïne verdient dit niet’, zegt hij dan. ‘Oekraïne wordt geofferd.’
‘Nou ja, ik zal je proberen wat te schrijven. Maar mijn emoties schieten alle kanten op. Wij Oekraïeners kunnen niet begrijpen wat Donald Trump nu aan het doen is. We zijn woedend. Trump heeft gebeld met Poetin! En hij laat zich door hem inpalmen. Trump spreekt over ‘hoe vreselijk al die Russische slachtoffers wel niet zijn’. Kun je het geloven? De Amerikanen voelden als onze beste vrienden, maar de liefde lijkt voorbij. We worden achtergelaten in een koud en donker bos. Trump houdt niet van Oekraïne. Hij wil van ons af. Hij wil dat we door de knieën gaan. Dat wij westerse waarden verdedigen – zoals vrijheid en democratie – interesseert hem niet. Dit doet veel pijn. Ach, was Joe Biden er nog maar.
‘Het steekt vooral dat we onze bezette gebieden bij een eventuele deal niet zullen terugkrijgen. Nu moet je weten dat ik geregeld bel met vrienden in deze gebieden. Zij zitten te wachten tot ze eindelijk zullen worden bevrijd. Het leven onder Russisch gezag is bepaald geen pretje. Hoe moet het straks met hen als er een bestand wordt gesloten? Laten we ze dan stikken? Het gaat hier om miljoenen mensen. En waar ik ook steeds aan denk: laten we al die Oekraïense kinderen die door Rusland zijn ontvoerd dan ook gewoon stikken?
‘Rationeel gezien vind ik het vreselijk wat er nu aan het gebeuren is. Het bestand waar we op afstevenen, is een overwinning voor Rusland. Wat zouden al die Oekraïense jongens en mannen die zijn gestorven voor ons land hiervan vinden? Wat denken hun moeders, die hun graven verzorgen en van verse bloemen voorzien? Zij zullen dit nooit kunnen accepteren.
‘En vergeet niet, wat je nu ziet zijn geen vredesbesprekingen. Rusland wil geen vrede met Oekraïne. Ze willen ons van de kaart vegen. Het bestand zal ze een pauze geven waarin ze zich op de volgende invasie kunnen voorbereiden.’
‘En toch, en toch Iris. Er gloort hoop voor Maks. Misschien kan mijn zoon binnenkort wel terug naar huis. Weg uit die bevroren loopgraaf. En Katja en Ksoesja kunnen dan ook terugkomen uit Italië. Ja, ik zat al te denken aan hun kamer. Ze zullen nu allebei wel een ander bed nodig hebben. En voor die houten trein zullen ze inmiddels wel te groot zijn, die kan ik opruimen. Je ziet, mijn fantasie slaat op hol. Het zou allemaal zo mooi zijn. En tegelijkertijd zou het zo verschrikkelijk en onrechtvaardig zijn.’
‘Het is koud in Kyiv, het vriest zo’n zeven graden. Gelukkig viel de verwarming niet uit en hadden we gewoon stroom. We zaten de afgelopen dagen veel in de keuken. Een beetje koken, een beetje lezen. Akos maakte een puzzel van duizend stukjes, met de afbeelding van een zeilschip. Hij had er plezier in en ik merkte dat hij zich eindelijk een beetje kon ontspannen. Ik weet dat hij het niet fijn vindt in Oekraïne. Op de momenten dat het luchtalarm gaat, schrikt hij enorm. ‘Waarom zijn we hier?’ roept hij dan bozig. Of: ‘Waarom gaan we niet gewoon terug naar Boedapest?’ Hij kan dan vloeken en tieren, een kant van Akos die ik nog niet kende. Het is stress, dat begrijp ik wel. En Akos heeft er ook de pest over in dat hij die puzzel steeds niet kan meenemen naar de schuilkelder.’
‘Nee, naar buiten gaan we eigenlijk niet. Akos heeft te veel last van de kou en hij zegt verdrietig te worden van ‘Kyiv in oorlogstijd’. Nu moet ik hem wel gelijk geven, want er heerst geen vrolijke sfeer in de stad. De mensen zijn heel moe - er kan geen glimlach of praatje vanaf. Je ziet ook vrijwel alleen ouderen of vrouwen met kinderen op straat. De mannen zijn uit het straatbeeld verdwenen.
‘Als je al een man van middelbare leeftijd ziet, dan is hij vaak gehandicapt. Hij mist een arm of een been. Sommige zijn blind of hebben grote littekens in hun gezicht. Het is iets om heel droevig van te worden, deze oorlogsinvaliden. Voorbijgangers geven ze vaak wat geld of bedanken ze voor hun moed. Ja, ik doe dat ook. Het zijn de helden van onze samenleving. We zullen altijd goed voor hen moeten zijn.
‘Omdat je op straat zoveel invaliden ziet, droom ik er ook weleens over. Eergisteren verscheen Maks in mijn droom. Een buurvrouw had verteld dat de oorlog afgelopen was en ik wilde onmiddellijk naar mijn zoon. Met de trein vertrok ik naar het oosten om hem op te halen. Toen ik op een station uitstapte, begon het te sneeuwen en ik wist de weg niet goed. ‘Mama,’ hoorde ik in de verte, maar ik wist niet waar het geluid vandaan kwam. Ik hoorde hem weer roepen. ‘Ik heb het overleefd mama, kom!’
‘Mijn hart vulde zich met warmte en ik begon sneller te lopen. Toen zag ik Maks onder een brug. Hij zat in een rolstoel. ‘Breng me naar huis, mama,’ zei hij. ‘Ik kan niet meer lopen.’ Het vreemde was dat hij me niet aankeek. Hij had zijn hoofd van me weggedraaid. ‘Je mag me niet zien,’ zei hij. ‘Alsjeblieft, kijk niet. Ze hebben me geraakt. Het spijt me mama, ik zie er nu anders uit.’
‘Op het moment dat ik de rolstoel wilde duwen, werd ik wakker. Angstig en bezweet. ‘Gaat het?’ vroeg Akos. Maar het duurde enkele uren voor ik van deze droom bekomen was.’
Sneeuw in Kyiv.
‘Het is gebeurd. Ja, ik kan het ook niet bevatten, maar ineens was het zover. Mijn zoon is naar het oosten vertrokken. Naar het front. Ik had gehoopt dat ik je deze zin nooit zou hoeven schrijven, maar het lot heeft anders bepaald. We moeten ons erbij neerleggen. Ik vertrouw erop dat God hem zal beschermen. Ik geloof – en dat heb ik altijd gedaan – dat het goede uiteindelijk het kwade zal overwinnen. Ooit zal deze afschuwelijke oorlog voorbij zijn. Mijn zoon zal in goede gezondheid terugkeren. Hij zal hier weer aan tafel zitten, in Kyiv, met zijn vrouw en twee dochters. Ze zullen samen lachen en plezier maken. Ik zie ze alweer zitten. De beelden vormen nu nog een luchtkasteel boven mijn hoofd, maar ze zullen neerdalen en werkelijkheid worden.
‘Ik draag sinds gisteren een medaillon met een foto van Maks om mijn hals. Zo is hij altijd bij me. Af en toe, als ik me ineens angstig voel, kus ik de foto. ‘Lieverd, ik ben bij je. Alles komt goed.’ Als ik overspoeld dreig te worden door verdriet, dan ga ik bidden. Mijn iconen heb ik rondom een portretfoto van Maks gezet, hier op het dressoir. Zij waken over hem. Het kalmeert me.
‘Het enige waarmee ik lastig kan omgaan, zijn mijn eigen schuldgevoelens. Ik weet dat het rationeel niet klopt, maar toch voel ik ze. Als moeder voel ik me verantwoordelijk voor Maks. Waarom heb ik hem niet kunnen beschermen tegen al deze ellende? Waarom moet dit lot hem treffen, terwijl ik het zelf altijd relatief goed heb gehad? Ik zou zijn plaats willen innemen, zodat hij bij zijn kinderen kan zijn. Ach, waarom is het mij niet gelukt om Maks een vredig leven te geven? Waarom ben ik niet gewoon, lang geleden, naar een Navo-land vertrokken? Naar een gebied waar het leven veiliger en makkelijker is? Waarom deed ik dat niet? Nou ja, ik weet het antwoord: omdat ik het niet kon. Wij horen in Oekraïne. Maar wat wil God met ons? Ik vraag het Hem telkens weer: waarom wordt juist Oekraïne zo op de proef gesteld?’
‘Waar Maks precies zal verblijven, weet ik niet. Hij kon het mij niet zeggen, het is geheim. Ik kan trouwens nu niet zo lang meer schrijven. Mijn schoondochter Anna is hier, net als mijn man Akos. Anna is de afgelopen week bij Maks geweest voor zijn vertrek. Nee, echt goed gaat het niet met haar, maar ze doet haar best. Ze heeft Maks prachtige kindertekeningen meegegeven, gemaakt door Katja en Ksoesja.
‘Akos is vooral doodmoe. Overdag is het rustig in Kyiv, maar ’s nachts gaat het luchtalarm vaak. Ja, dat doen die Russen expres. Ze bombarderen ons ’s nachts, zodat eigenlijk niemand rustig kan slapen. Akos kan er helemaal niet tegen. Hij moet overdag steeds dutjes doen. Het geeft niet, ik ben al heel blij dat hij hier bij me in Oekraïne is.’
‘Afgelopen zaterdag mijn man Akos opgehaald van de trein. Het was fijn om hem weer in mijn armen te kunnen sluiten, al was hij erg moe van de lange reis vanuit Boedapest. De eerste dag heeft hij vooral liggen slapen. Nee, voor zijn lol is hij hier niet. Hij vindt het vreselijk om nu in Oekraïne te zijn, dat heeft hij me al vaker gezegd. Maar ja, hij wil ook dat ons huwelijk goed blijft.
‘Het liefst zou hij zien dat ik gewoon in Hongarije blijf, totdat de oorlog voorbij is. Maar ik vind het op mijn beurt vreselijk om ergens vluchteling te zijn. In het begin van de invasie ben ik in Hongarije gastvrij ontvangen, maar inmiddels kijkt men daar echt anders naar Oekraïeners. Ze vinden de invasie ‘onze eigen schuld’ of bekritiseren onze ‘koppige houding’ door zolang weerstand te bieden tegen Rusland. Een nicht van Akos zei ooit eens tegen mij: ‘Als ik op straat een rover tegenkom, die mijn geld wil hebben, dan kies ik toch ook eieren voor mijn geld?’ En daarna: ‘Waarom zorgen jullie voor onnodig veel slachtoffers als je uiteindelijk toch gebied zult moeten afstaan?’ In Hongarije lijken ze de weg kwijt te zijn. Nee, ik woon toch echt liever in mijn eigen land, al wordt dat gebombardeerd.
‘Akos blijft in principe een maand. Althans als hij het zo lang vol kan houden. Ik hoorde hem alweer zuchten en steunen toen het luchtalarm ging en we naar de schuilkelder moesten. Ik snap het wel, want het is ook niet prettig. Maar hieraan zie je dat Akos toch echt een Hongaar is en geen Oekraïner. Oekraïense mannen klagen niet zoveel. Ze vermannen zich en proberen altijd overal het beste van te maken.’
‘Er is nog iemand onderweg naar Kyiv: mijn schoondochter Anna. Ze wil Maks nog één keer zien, voordat hij volgende week naar het front gaat. Nee, Katja en Ksoesja komen niet mee, zij moeten gewoon naar school. En we willen niet dat ze hun vader nu, in zijn veelal dronken toestand, zien. Anna zal zich over hem ontfermen.
‘We proberen nu ervan uit te gaan dat het straks goed zal gaan met Maks in het oosten, dat God hem zal beschermen. Ik bid heel veel, dat geeft me kracht.
‘Ook hebben Anna en ik besloten om Maks niet meer alles te vertellen. Maks werd laatst erg agressief toen hij hoorde dat Ksoesja, zijn 12-jarige oogappel, sinds kort een vriendje heeft in Italië. ‘Het stelt niks voor’, had Anna nog gezegd, maar Maks schijnt volledig door het lint te zijn gegaan. ‘Spaar hem nou een beetje’, zei ik tegen Anna, ‘hij heeft zijn dochters de afgelopen drie jaar nauwelijks gezien. Zoiets valt hem rauw op zijn dak. Vertel hem alleen dingen die hij kan verdragen.’ Dus dat doen we nu. Ik denk zelf dat het missen van zijn dochters Maks’ allergrootste pijn is. Geen wonder dat hij steeds zo dronken is.’
Een gevlucht Oekraïens kind is in Hongarije herenigd met haar familie. Beeld: Getty
‘Het was een onrustig weekend. In de nacht van vrijdag op zaterdag ging het luchtalarm zo vaak, dat ik besloot naar de ondergrondse parkeergarage te gaan. Daar waren ook enkele buren. Ik heb, zittend in een stoel en gewikkeld in een paardendeken, wat proberen te dutten. Het was erg koud, maar de buurman ging rond met glaasjes veenbeswodka. ’s Ochtends, toen ik weer in mijn flat was en wifi had, hoorde ik dat er inslagen waren geweest in de wijk Sjevtsjenkivsky. Drie mensen waren gedood, drie anderen gewond geraakt.
‘In de middag belde mijn schoondochter Anna mij, vanuit Italië. Haar moeder woont in de wijk Sjevtsjenkivsky en ze vroeg mij een extra keer langs te gaan. Dat deed ik op zondag. Ik bracht mevrouw pierogi met paddenstoelen, die ik voor haar opwarmde en die ze verheugd opat. Ik zag dat het relatief goed met haar ging. De moeder van Anna is inmiddels zo doof, dat ze niets van de inslagen had gemerkt.’
‘Ja, het is fijn dat het contact met Anna is hersteld, maar ik moet mij inhouden om niet opnieuw in allerlei discussies te belanden. Neem Katja en Ksoesja. Mijn kleindochters eten alleen nog maar van dat Italiaanse voedsel: pizza, ijs en van die zware lasagna’s. Dat is gewoon niet gezond. Mijn kleinkinderen horen Oekraïens te eten, en dat zou Anna dus ook voor ze moeten koken. Maar Anna zegt dan dat ze daar geen tijd voor heeft en dat de Oekraïense keuken ook niet altijd gezond is. Daar ben ik het niet mee eens. Het Westen is in veel opzichten een paradijs, maar culinair heb ik er geen hoge pet van op. Van een kennis hoorde ik dat haar dochter in het Westen meer dan 15 kilo is aangekomen. Komt door dat fastfood dat bij jullie overal te verkrijgen is. Daar wil ik mijn kleinkinderen tegen beschermen, snap je?’
‘Het vriest hier in Kyiv. Ik ben vanochtend naar de andere kant van de rivier geweest om boodschappen te brengen naar Valentina, de moeder van mijn schoondochter Anna. Onderweg, toen het luchtalarm ging, moest ik schuilen in een metrostation. In mijn tas zat een sandwich met augurk, mayonaise en ham, die ik opat op de koude trappen van het metrostation. Ik merkte dat ik me iets lichter voelde. Nee, blijdschap is het niet. Gewoon iets minder wanhopig dan enkele weken geleden.’
‘Het begon met een telefoontje van Anna vanuit Italië. Zoals je weet, heb ik nauwelijks meer contact met haar. Onze ruzies over Maks en of hij zou moeten vluchten als hij voor het front zou worden opgeroepen, hebben ons erg uit elkaar gedreven. Maar tot mijn verbazing belde Anna mij dus, met trillende stem. Het ging niet goed met haar moeder, vertelde ze. Ze heeft artrose en veel pijn. Haar gehoor is zo verslechterd dat ze zowel de telefoon als het luchtalarm niet meer hoort. Ook gaat ze nauwelijks naar buiten. Als gevolg van de stroomstoringen, die veroorzaakt worden door de bombardementen op elektriciteitscentrales, werkt de lift niet meer. Valentina moet dus alle trappen van haar flat zelf naar beneden lopen en dat lukt haar niet. Laat staan dat ze vervolgens nog naar de markt kan gaan.’
‘Anna vertelde dat haar moeder alleen nog maar geconserveerde komkommers en paddenstoelen eet. Soms komt er dagen geen water uit de kraan en dan drinkt Valentina gecondenseerde melk uit blikjes. Maar haar voorraad begint op te raken. Ze heeft dringend behoefte aan gezond eten en ze moet naar een dokter, zei Anna. ‘Alsjeblieft,’ smeekte ze, ‘kan jij haar helpen? Voor haar koken? En elke week even langsgaan?’
‘Anna wil trouwens vaak niet over de kinderen praten. Al haar aandacht gaat uit naar Maks, omdat hij – tot haar wanhoop – tegenwoordig eigenlijk altijd dronken is. ‘Zelfs als hij videobelt met de meisjes.’ Het was mij ook al opgevallen dat mijn zoon – als ik hem zag – meestal niet recht op zijn benen kon staan. Maar dat het zo erg was als Anna vertelde, wist ik niet. De militaire opleiding van Maks is inmiddels afgelopen, en ergens in februari vertrekt hij naar het front. Ik heb het weggedrukt, merk ik. Ik wil er niet over nadenken. Ergens hoop ik nog steeds dat Trump, die vandaag geïnaugureerd wordt, op tijd een bestand sluit en dat het allemaal niet nodig zal zijn.
‘‘Hoe moet dat nou,’ huilde Anna zachtjes, ‘ik kan niet meer met Maks praten door al die drank. En hij kan toch geen wapen vasthouden zo? Ze zullen toch geen dronkenlap naar de oorlog sturen?’
‘‘Nee, nee, dat zullen ze niet doen’, probeerde ik haar te sussen. ‘Echt niet, Anna.’ Maar zeker weten deed ik het ook niet.’
‘Nee, naar Italië wilde de 80-jarige Valentina niet. Ze bleef hardnekkig weigeren toen Anna en de kinderen naar Italië vertrokken. Nooit was Valentina buiten Oekraïne geweest en ook nu had ze daar geen behoefte aan. Wat moest ze in de EU? Ze hoorde in Kyiv. Ze liet zich niet wegjagen.
Anna’s wanhoop veranderde in een vorm van acceptatie. Maks zou een oogje in het zeil houden en regelmatig langsgaan. Maar dat lukt Maks niet meer nu hij steeds minder in Kyiv is vanwege zijn militaire trainingen. Ik snapte daarom wel dat Anna mij vroeg. En eerlijk gezegd was ik daar heel blij mee, al liet ik dit niet meteen merken.’
‘Dat kan op zich wel Anna,’ antwoordde ik koeltjes, ‘maar dan wil ik wel het wekelijkse belmoment met mijn kleindochters terug. Dus elke vrijdag, na schooltijd, wil ik Katja en Ksoesja zien, via mijn beeldscherm.’
Anna was even stil. Toen zei ze: ‘Ja, ja, natuurlijk, dat doen we.’ Ik ging nog even verder. ‘En ik wil ook weer dagelijks foto’s ontvangen, gewoon van mijn meisjes in Italië. Beloof je me die te sturen?’ Anna ging akkoord. En sinds dit gesprek voel ik me ietsje beter en minder eenzaam.’
‘Nog een gelukkig nieuwjaar, lieve Iris. Ook natuurlijk de beste wensen voor alle lezers van de krant, die de moeite nemen om mijn brieven te lezen. Ik wil hen heel erg bedanken, ook voor de - door jou doorgestuurde - brieven die ik af en toe ontvang. Niet altijd besef ik tijdens het schrijven dat er zoveel andere mensen meelezen, maar het geeft me veel steun om te weten dat dit zo is.
‘Ik hoop dat er dit jaar een einde komt aan de oorlog en dat er een rechtvaardige vrede gesloten zal worden. Het lijden in het oosten moet stoppen. Zoveel van onze mannen sterven of raken gewond in de loopgraven. Terwijl de muizen over hun schoenen lopen, zitten ze daar in de vrieskou. Ze hebben honger en missen hun vrouw en kinderen.
‘Dat Maks straks ook naar het oosten zal gaan, is voor mij een ondraaglijke gedachte. Ik merk ook dat ik het eigenlijk niet kan accepteren. Hoewel ik ook vind dat hij zijn plicht niet mag ontlopen. Een leven zonder principes is leeg en waardeloos. Maar een leven mét principes geeft soms erg veel verdriet, dat heb ik ook geleerd.
‘Ja, je mag het best weten, ik voel me schuldig. Ik ga gebukt onder het feit dat ik Maks niet heb laten vluchten naar Italië, toen zijn vrouw Anna daar een manier voor had gevonden. Ik ben ervoor gaan liggen, omdat ik niet wilde dat mijn zoon een ‘lafaard’ zou zijn. Wat heeft het mij opgeleverd? Anna wil niet meer met me spreken. Het contact met mijn kleinkinderen is minimaal. En het ergste natuurlijk: Maks zal straks gaan vechten.
‘Ik probeer troost te vinden in m’n geloof. Ik vraag God steeds of ik het juiste heb gedaan door vast te houden aan mijn waarden. Ja toch? Ik vraag het aan mijn ouders, die hier niet meer zijn. Mama, papa, geef me een teken dat ik het juiste heb gedaan. Alsjeblieft, help me.’
‘Gisteren de huurprijzen van flatjes in Kramatorsk bekeken. Waarom zou ik daar niet een tijdje wonen? Dan zit ik op zo’n 20 kilometer van het front. Redelijk in de buurt van mijn zoon. Wellicht kan ik toch af en toe wat eten maken of hem een enkele keer bezoeken. Of stel dat hij gewond raakt en ergens in een ziekenhuis belandt? Dan wil ik hem snel kunnen bezoeken. Het eten in de ziekenhuizen is niet al te best. Ik wil zelf maaltijden kunnen brengen waar hij van kan aansterken.’
‘Ja, natuurlijk weet ik dat Kramatorsk niet veilig is, maar hier in Kyiv zit ik ook veel in de schuilkelder. Dat kan ik daar in Kramatorsk toch ook doen? Maks zal het wel niet goed vinden, en van mijn man Akos mag het vast al helemaal niet. Ach, ik weet het ook niet. Maar ik zoek naar manieren om de nieuwe situatie straks aan te kunnen. Ik kan Maks niet loslaten. Alles in mij wil hem bij me houden.’
‘Sorry dat ik je niet zo vaak schrijf, ik ben steeds ziek. Een verkoudheid die maar niet overgaat, gecombineerd met keelpijn. Mijn nachten zijn onrustig. Het luchtalarm gaat vaak en dan verplaats ik me van m’n bed naar de badkamer, de meest veilige plek van het huis. Maar ook al liggen daar dekens, kussens en een matje, meestal lukt het me niet om door te slapen. Ik lig dan te woelen en ik heb het koud. De kilte van die badkamertegels gaat in mijn lijf zitten, ik voel de stramheid ook nog overdag.
‘Ja, ik heb het onderschat. In Kyiv valt nu zo vaak de stroom en het water uit, dat ik er af en toe een beetje moedeloos van word. En weet je, als je het eenmaal koud hebt, word je niet meer warm. De rillingen blijven maar door mijn lijf trekken.
‘Gisteren heb ik zelfs de nertsenjas van mijn moeder – God hebbe haar ziel – aangetrokken. ‘Mama’, dacht ik, ‘ach mama, wat fijn toch, dat jij dit allemaal niet hoeft mee te maken.’ Ik ben in haar jas in slaap gevallen, in de badkamer, terwijl ik haar weer voor mij zag: mijn lieve, onbezorgde moeder, in onze prachtige tuin in Cherson, glimlachend onder een abrikozenboom.’
‘Gisteren mijn zoon gezien. Hij kwam medicijnen voor mijn keel langsbrengen en dronk alleen snel een kop thee. Hij zag er slecht uit. Ik schrok van de diepe groeven in zijn gezicht, zijn ogen stonden dof. Ook rook hij naar alcohol. ‘Waarom ga je nou niet naar Boedapest?’, begon hij, enigszins geërgerd. Ik negeerde zijn vraag en begon over het kerstdiner, en hoe we dit met elkaar, en enkele buren en vrienden, toch nog konden vieren.
‘Al gauw merkte ik dat er vandaag geen afspraken te maken waren. Maks was dronken. Hij sprak onsamenhangend en onduidelijk. ‘Is deze man mijn zoon?’, dacht ik. Ik bood hem wat te eten aan. Hij wilde niet. Ik vroeg hem of hij even wilde liggen, maar hij zei dat hij een afspraak had. Toen hij weg was, maakte de eenzaamheid – die ik steeds op afstand had weten te houden – zich helemaal meester van me. Nooit eerder, sinds deze afschuwelijke oorlog, voelde ik me zo leeg.’
‘Ik schaam me om het te zeggen, maar ik kan niet meer. Laat Trump alsjeblieft snel een bestand sluiten. Laat mijn zoon niet naar het front hoeven. Laat alles weer normaal worden. Ach, wat is dit toch vreselijk. Nooit heb ik gewild dat Poetins agressie beloond zou worden. We zouden moeten doorvechten tot ook de Krim weer van ons was. Maar nu wil ik gewoon dat het vechten stopt.
‘Had je ooit gedacht dat ik dit zou zeggen? Nee hè? Rationeel wil ik het ook niet. We mogen nooit toestaan dat die Russen met al deze misdaden wegkomen. Maar we kunnen niet meer.
‘Het spijt me, ik ben in de war. Ik probeer je later te schrijven.’
Een warenhuis in de regio Kyiv dat werd verwoest bij een Russische drone-aanval. Foto AFP
‘Naar omstandigheden gaat het goed hier in Kyiv. Af en toe valt de stroom uit, maar echt koud is het gelukkig niet. Een paar graden boven nul. Ik probeer in beweging te blijven en elke dag – als het luchtalarm niet gaat – even te wandelen. Soms doe ik boodschappen voor mijn onderbuurman, die erg slecht ter been is. En ik volg natuurlijk het nieuws.
‘Iedereen heeft het hier over de ontwikkelingen in Syrië. Het is fantastisch dat die vreselijke Assad eindelijk weg is. Ja, hij zit in Moskou, ik las het. Het verbaast me niets. Poetin en Assad zijn uit hetzelfde wrede en meedogenloze hout gesneden.
‘Wij zijn blij dat er een bondgenoot van Rusland is weggevallen. En het stemt hoopvol dat een dictator verjaagd kan worden. Zomaar, opeens, zonder dat de meesten van ons het doorhadden, is het kaartenhuis in elkaar gestort. Iets waarvan we dachten ‘oh, maar dat gaat toch nooit gebeuren’, is gebeurd. En weet je, dit lot zal ook Rusland treffen. We zien het nu niet, maar ook in Rusland gebeurt er van alles onder de radar. En dan opeens zal alles in elkaar storten.
‘Vanochtend vroeg was ik theedrinken bij een vriendin hier om de hoek. Ook zij was opgetogen, het is alsof we weer vleugels hebben gekregen. De hoop was weggezakt, maar is nu weer terug. We beseffen: we moeten volhouden. Hoe lang weten we niet, maar we moeten volhouden. Want, ooit – en misschien is dit moment wel niet ver weg – zal ook het regime van Poetin vallen. Uiteindelijk zal het goede het kwade overwinnen. Daar geloof ik in.’
‘Het zal een dreun voor Poetin zijn, maar of er aan het front hier iets zal veranderen, weet ik niet. Hoe zal het gaan met de Russische militaire bases in Syrië? Daar zullen toch wel Russische troepen heen gestuurd worden, denk je niet? Die troepen kunnen dan niet ingezet worden in Oekraïne. Nou ja, daar hoop ik dan op.’
‘Straks nog even wat boodschappen doen. Ik maak nu van tevoren steeds een tasje klaar, voor als de sirene gaat, en ik naar de badkamer of de ondergrondse parkeergarage moet. Snoep voor in de schuilkelder is belangrijk, wij noemen het ‘een kusje voor de ziel’. Ik wil altijd genoeg snoep bij me hebben, voor het geval er ook kinderen in de schuilkelder zijn. Mijn hart breekt altijd als ik een angstig of huilend kindergezichtje zie. Sommige kinderen zijn heel plots door hun ouders uit bed getild en nog slaapdronken. Of ze hebben harde knallen gehoord en zijn erg geschrokken. Je ziet in hun ogen dat ze het allemaal niet begrijpen.
‘Hun ouders zijn vaak ook gespannen. Als het van de moeder mag, bied ik zo’n kindje wel eens een pennywafel aan, een zuurtje of een chocoladebonbon. Het kalmeert onmiddellijk. Ik wil de tijd in de schuilkelder zowel voor mezelf als voor anderen zo aangenaam mogelijk maken.’
Inwoners van Kyiv schuilen in een metrostation van de Oekraïense hoofdstad voor een Russische raketaanval. Foto AFP
‘Hoe gaat het daar in het westen? Hier oké. De sirene gaat nu heel vaak, dus ik zit veel in de badkamer. Ook lag de stroom er een tijdje uit, maar inmiddels doet alles het weer. Rusland is blijkbaar bezig met het bombarderen van ons elektriciteitsnet. Ze willen, net als vorige winters, dat we in de kou komen te zitten. We weten het en we proberen ons erop voor te bereiden. Mijn zoon Maks heeft beloofd komende week een keer langs te komen, om te helpen tapijten tegen de wanden te plaatsen. Dat scheelt enorm, want dat houdt de kou buiten.
‘Mocht het echt onbehaaglijk worden dan weet ik nog van afgelopen winter wat ik moet doen. Ik trek al mijn kleren aan, ook mijn jas en muts, en neem één glaasje peperwodka met een lepel honing. Dan ga ik in bed liggen, trek een warme paardendeken over mij heen en probeer te slapen. Dat is het beste. Als je eenmaal in slaap bent, voel je niets meer van de kou. En grote kans dat als je wakker wordt, de problemen met de stroom zijn verholpen. Althans, dat hoop ik, want het moet niet te gortig worden natuurlijk.
‘Mijn man Akos vertrouwt het niet en belt vaak. Hij wil dat ik terugkom naar Boedapest. Ik snap hem, maar ik wil, zo lang het nog mogelijk is, in de buurt van mijn zoon zijn. Begin februari zal hij hoogstwaarschijnlijk naar het front moeten.’
‘Er hangt iets in de lucht en ik besef dat er spannende tijden aankomen. President Zelensky heeft gezegd dat hij een staakt-het-vuren wil op basis van de huidige frontlinie, op voorwaarde dat Oekraïne lid wordt van de Navo. Rationeel gezien vind ik het een zeer slechte zaak dat de agressie van Rusland beloond zal worden met territoriale uitbreiding. Het doet mij ook pijn dat de provincie Cherson, waar ik ben opgegroeid, straks dan definitief in Russische handen zal zijn. Het is moeilijk om zoveel onrecht te accepteren.
‘Tegelijkertijd voel ik ook blijdschap dat er mogelijk een bestand gesloten zal worden. Waarom? Heel simpel. Omdat Maks dan misschien niet meer naar het front zal hoeven. Al zullen die afspraken dan wel snel gemaakt moeten worden, dus vóór begin februari. Ach, ik durf er niet van te dromen.
‘Ondertussen heb ik geen enkel vertrouwen in een bestand. Het Westen zal ons vast niet toelaten tot de Navo. En wat stellen andere veiligheidsgaranties voor? Rusland zal ons opnieuw aanvallen, wat ze ook zeggen. Ze zijn niet te vertrouwen en zullen alles doen om Oekraïne verder te ontwrichten. Nee, helaas, als ik helder nadenk, vrees ik toch dat het niks wordt met zo’n bestand.
‘De enige oplossing blijft toch dat het regime van Poetin valt. Of zie ik iets over het hoofd? Oh, wat zou ik toch graag willen dat alles voorbij was en dat mijn lieve kleinkinderen weer gewoon bij hun vader in Kyiv konden wonen.’
‘Het vriest in Kyiv. Ja, het is koud, maar wel zonnig. Ik heb dit weekend spliterwtensoep gemaakt en pampoesjki gebakken, kleine broodjes met knoflook. Later vandaag krijg ik mijn buurvrouw hier over de vloer, dan zal ik de soep opdienen. Althans, als we niet naar de schuilkelder moeten natuurlijk. Met de buurvrouw gaat het niet goed. Ze huilt veel. Haar zoon vecht aan het front en nu heeft ze alweer een kleine week niets gehoord. Dan krijgt ze last van angsten. Een arts heeft haar kalmeringstabletten voorgeschreven, die slikt ze trouw elke dag. Die pillen worden door veel vrouwen in Oekraïne geslikt, anders is het niet vol te houden. Verder neemt de buurvrouw bij iedere maaltijd één glaasje wodka, om te ontspannen. Ik heb hier om de hoek een klein flesje veenbessen-wodka gekocht, die zal ik straks openmaken. De fles staat nu nog koud. Ik heb wel al muntblaadjes fijngesneden en in glaasjes gedaan.’
‘Ja, ik heb nog contact gehad met mijn schoondochter Anna in Italië. Slecht nieuws, want ze komen deze kerstvakantie niet naar Oekraïne. Het is te gevaarlijk voor de kleinkinderen, hebben we gezamenlijk besloten. Ik sta er op zich wel achter, maar het erge vind ik: Katja (9) en Ksoesja (13) willen niet eens meer naar Oekraïne. Deels vanwege die keer dat er hier een brokstuk van een raket insloeg, bij de supermarkt tegenover ons huis. Ze hebben de vlammenzee gezien, de paniek van de mensen en ze moesten halsoverkop, in hun pyjama over straat, naar de ondergrondse parkeergarage. Daar hebben ze nog lang nachtmerries van gehad.
‘Ook het contact met hun vader verloopt – naar wat ik begreep – moeizaam. Katja moet gedwongen worden om met Maks te videobellen. Vaak heeft ze ‘geen zin’. Ik heb Anna gezegd dat ‘geen zin’ een Westers begrip is, en dat ze strenger moet zijn voor Katja. Maar onze band is, zoals je weet, bekoeld. Anna luistert niet echt meer naar me.’
‘Mijn zoon heb ik gisteren aan de telefoon gehad. We hadden het over de politiek, over Trump en hoe het nu allemaal verder zal gaan. Maks vertelde mij dat er geruchten gaan dat Oekraïne nu zelf ook kernwapens ontwikkelt, en dat de regering-Zelensky ze misschien al heeft. Heb jij daar iets over gehoord? Zoals je weet heeft Oekraïne in 1994 al haar kernwapens afgestaan aan Rusland, in ruil voor soevereiniteit. We kregen veiligheidsgaranties van de VS, Groot-Brittannië en Rusland zelf, maar het bleek allemaal niets waard te zijn. Veel Oekraïners hebben spijt van die ontwapening destijds. Een oplossing, zegt Maks, om Rusland blijvend af te schrikken, zouden eigen kernwapens zijn. Tja, ik weet het niet. Ik denk wel dat Maks gelijk heeft. Maar ik word ook bang van dit soort geruchten. Het veroorzaakt zoveel onrust.’
Een mistbank hangt boven de Dnipro-rivier in Kyiv. Daarachter zichtbaar: het Moederland-monument en de skyline van de Oekraïense hoofdstad. Foto AP
‘Eind van de week zal het sneeuwen in Kyiv. Ik kijk ernaar uit. Ik ben weer in mijn appartement, gelukkig. Gisteren voerde Rusland een van zijn grootste luchtaanvallen ooit op ons land uit. Het vernielde cruciale infrastructuur en gewone flatgebouwen. Ik zat, met tientallen buren, hier in de ondergrondse parkeergarage. We dronken zwarte thee en aten koekjes, gedroogd fruit, noten en kaas.
‘Omdat ik wat ouder ben, mag ik altijd zitten op een van de grote fauteuils die een buurman in de parkeergarage heeft gezet. De meeste anderen zitten op klapstoelen. Het was oké, ik had een paardendeken om mijn benen geslagen tegen de optrekkende kou vanuit de grond. Als er buiten geen mensen stierven, en ik mij geen grote zorgen zou maken om mijn zoon, dan had ik deze bijeenkomst misschien ‘plezierig’ genoemd. Dit was weliswaar beter dan tijdens het luchtalarm in mijn eentje in de badkamer zitten, maar juist nu had ik last van allerlei onbestemde gevoelens. Ik was bang.’
‘Duizend dagen duurt deze ellende nu al. Duizend dagen oorlog, waarin mijn vroegere leven steeds meer op een droom begint te lijken. Een zoete kinderdroom. Dat er ooit geen oorlog was, kan ik me haast niet meer voorstellen.
‘Als ik denk aan de afgelopen jaren, dan zie ik hoe mijn familie uit elkaar is gevallen, hoe ik mijn flat heb moeten verlaten en hoe ik een vluchteling in Hongarije ben geworden. Ik huil als ik denk aan al die kinderen in Oekraïne die hebben gezien hoe hun ouders onder het puin zijn verdwenen. Ik zie het gebombardeerde huis van mijn nicht in Cherson weer voor me, en hoe haar man diezelfde dag nog met vegen en puinruimen begon.
‘Ik denk aan mijn kleinkinderen die opeens niet meer elke dag uit school op de thee kwamen. Aan al die schuilkelders, waar mensen zich uren hebben moeten zien te vermaken. Aan de vader die zijn kind naar school bracht en een uur later door een raket werd geraakt. Hij stond ’s middags niet op het schoolplein om zijn kind op te halen. Ik denk aan alles wat ik zelf verloren ben, en ik denk aan de Oekraïners die nog meer lijden dan ik.’
‘Ja, vanochtend heb ik mijn zoon gesproken. ‘Mama,’ riep hij door de telefoon, ‘waarom ben je nou gekomen? Je moet in Hongarije blijven! Mama, het is gevaarlijk, alsjeblieft.’
‘Maks was boos. Hij zei dat dit het slechtste moment was om in Oekraïne te zijn. Wist ik niet dat er juist nu veel gebombardeerd zou worden? Juist nu wil Rusland zoveel mogelijk terrein veroveren. Allemaal vóórdat Trump straks president wordt en hij Rusland mogelijk tot onderhandelingen zal dwingen.
‘Ga terug’, zei Maks, ‘in Boedapest ben je veilig. Hier niet.’ Ik was even stil. Maar ik kón niet naar hem luisteren. ‘Nee, nee,’ snikte ik. ‘Dat kan niet. Ik wil bij jou in de buurt zijn. Het spijt me. Ik kan je niet missen.’
‘Alles is oké in Kyiv, al had ik een tijdje geen stroom. Ik ben hier alleen, mijn man Akos is in Boedapest achtergebleven. Hij verklaart me voor gek, dat ik hier in Oekraïne wil zijn, maar je moet weten dat ik Maks uitgebreid aan de telefoon heb gehad. Mijn zoon vertelde dat zijn militaire training er vlak na de jaarwisseling op zit en dat hij dan rond 1 februari waarschijnlijk richting het front gaat. Snap je dat ik hier wil zijn? Ook al moet ik vaak de schuilkelder in en heb ik soms geen licht? Zolang Maks nog niet naar het oosten is afgereisd, wil ik in de buurt zijn.’
‘Tsja, Trump is de nieuwe Amerikaanse president. Hij wil dat we onze mooie provincies aan Rusland afstaan hè? In ruil voor vrede. Nou, niemand hier ziet dat zitten. Ten eerste wil Rusland geen vrede. Ze zullen ons na een staakt-het-vuren gewoon opnieuw aanvallen. Gebied afstaan is geen optie. We hebben al zoveel van onze mannen verloren, we kunnen niet meer terug. We zijn het naar hen toe verplicht om door te vechten, zodat zij niet voor niets zijn gestorven.’
‘Stel dat we de handdoek in de ring gooien en Rusland komt de boel hier innemen, dan wordt ons land één groot Boetsja. Ze zullen ons met geweld onderwerpen of afvoeren. En zeker de mensen die zich, via sociale media, heel duidelijk hebben uitgesproken voor de Oekraïense zaak. Nou, daar hoor ik ook bij. Ik maak me daar geen illusies over.’
‘Je weet toch wat de Holodomor is? De hongersnood in Oekraïne, in de jaren dertig, opzettelijk veroorzaakt door Stalin, waarbij miljoenen Oekraïners stierven. Iedereen in Oekraïne heeft wel een opa of oma die over deze verschrikking kan vertellen. Hartverscheurend zijn deze verhalen, doorspekt met onmogelijke dilemma’s. Ouders moesten er soms voor kiezen een van hun kinderen te doden en op te eten, om daarmee hun andere kinderen in leven te houden.
Mensen zetten tijdens de jaarlijkse herdenking van de Holodomor kaarsjes bij het herdenkingsbeeld in Kyiv. Foto NurPhoto via Getty Images
De Holodomor staat bij ons symbool voor de wreedheid van de Sovjet-Unie, voor de onderdrukking van ons Oekraïners, door het Russische imperium. Met dit in het achterhoofd zul je begrijpen waarom het verzet van de Oekraïners nog altijd zo hevig is.’
‘Natuurlijk is er een kleine groep die er anders naar kijkt. Zij zouden concessies aan Rusland willen doen en herinneren zich heel selectief alleen de mooie dingen van de Sovjet-Unie. Zoals benzine voor een paar cent, of van die romige ijswafels die je op elke straathoek kon kopen. Ja, ik heb zelf ook een paar goede herinneringen aan de Sovjet-Unie, zoals mijn tijd bij de Komsomol, waar we liederen zongen en esdoornlimonade dronken. Maar het systeem zelf was verrot. Het was een koloniaal project, waarbij heel veel volkeren werden onderdrukt of uitgeroeid. Zo is de Oekraïense taal altijd verboden geweest. Soms lijkt het alsof mensen het niet beseffen, maar Rusland is de laatste overgebleven Europese koloniale macht.
‘Hoe gaat het daar in het Westen? Zijn jullie erg bezig met de Amerikaanse verkiezingen? We houden hier onze adem in, maar we weten op dit moment – nu ik je schrijf – de uitslag nog niet. We hopen op Harris, omdat Trump in alles wat hij doet onbetrouwbaar is. Hij noemt zichzelf een vriend van Oekraïne én een vriend van Rusland. Hij is een opportunist. En van deze opportunist hangt mogelijk de toekomst van ons land af, zo voelt het. Zal hij Oekraïne laten vallen als hij president wordt?’
‘Bij ons domineert vooral het nieuws over de Noord-Koreanen die een dezer dagen komen meevechten met de Russen. In eerste instantie zal het gaan om een paar duizend man. Maar wij horen ook, via de Oekraïense inlichtingendienst, dat er elke week nieuwe lichtingen Noord-Koreanen zullen arriveren, tot wel honderdduizend aan toe. Heb je dat ook gehoord? Elke week weer tienduizend nieuwe Koreaanse soldaten erbij aan het front, stel je voor. Toen ik dit las dacht ik: kan iemand mij wakker maken? Dit mag niet waar zijn.’
‘Poetin had te weinig mannen en heeft dit slim opgelost. Hij werd gedwongen tussen enerzijds het mobiliseren van zijn eigen mensen, en anderzijds ze van elders halen. Bij een mobilisatie in Rusland zouden er misschien protesten zijn ontstaan. Het zou de Russische economie ook bepaald geen goed doen, want wie zou de mannen uit de fabrieken moeten vervangen? Koreaans ‘kanonnenvoer’ is goedkoper, winstgevender en leidt tot minder interne onrust. Minder Russische moeders zullen hun zoon in een kist terugkrijgen.
‘Mijn zoon Maks, die ik gister sinds tijden weer eens aan de telefoon had, zegt dat zo’n tien- à twintigduizend Noord-Koreanen erbij geen verschil zal maken. Maar als hun aantal toe zal nemen, wordt het problematisch. Waarom doet Kim Jong-un dit? Waarom stuurt hij al die mannen naar ons land, wetende dat zij waarschijnlijk in een loopgraaf zullen sterven? Hij moet er wel iets heel bijzonders voor terugkrijgen van Poetin. Maar wat? ‘Kernwapentechnologie’, zegt Maks. Zou het inderdaad?
‘Kim Jong-un stuurt duizenden jongens naar een oorlog waar ze niets van weten. Al die mannen spreken ook geen Russisch. De regering-Zelensky zal mogelijk berichten in het Koreaans gaan verspreiden, met de vraag om te stoppen met vechten en uitleg te geven over deze agressieoorlog van Rusland. Maar of het zin heeft, betwijfel ik.’
‘Mijn kleinkinderen en hun moeder zijn trouwens weer terug in Italië. Ik ben mijn spullen aan het inpakken om terug naar Kyiv te gaan. Daar wil ik een tijdje blijven. Eind van de week vertrekt mijn trein. Mijn man Akos blijft in Boedapest, hij vindt het te gevaarlijk in Oekraïne. Zeker nu de winter eraan komt en we mogelijk weer af en toe zonder verwarming zitten. Ik ga hem missen, maar we zullen elke dag proberen te bellen.’
‘Ik ben in Boedapest. Mijn kleinkinderen zijn hier nu ook, ze liggen op dit moment nog te slapen. Ze blijven een kleine week – ze hebben vrij vanwege Allerzielen – en gaan daarna terug naar Italië. Het is fantastisch om ze hier bij me te hebben, al zijn ze erg veranderd. Ze zijn veel brutaler geworden, daar moet ik aan wennen, en ze praten over allerlei dingen in Italië waar ik geen weet van heb. Sportclubjes, vriendinnen, Italiaanse badplaatsen. Ik luister er met een glimlach naar. Maar het valt me op dat ze met geen woord reppen over Oekraïne, alsof ze nooit in dit land geboren en opgegroeid zijn.
‘Voor Ksoesja (13) en Katja (9) was de oorlog steeds heel ver weg. Aan de ene kant is dit goed, kinderen moet je weghouden van al die ellende. Anderzijds moeten ze zich wel realiseren wat voor offers hun vader voor hen brengt. En niet alleen Maks, ook al die andere mannen. Zij vechten, lijden en sneuvelen voor de toekomst van Katja en Ksoesja. Nee natuurlijk, je moet ze hier niet continu mee belasten, maar ze moeten het wel beseffen.
‘Mijn schoondochter Anna logeert hier ook. Maar ons contact is, zoals je weet, bekoeld. De oorlog heeft ons uit elkaar gedreven. Er zijn veel zaken waar we anders over denken, zoals de opvoeding van Katja en Ksoesja, Maks en de toekomst. Ik weet dat zij met de kinderen niet meer terug wil naar Kyiv, ze wil het liefst voorgoed in Italië blijven. Dat zou ik liever anders zien. Anna vindt mij daarnaast te streng voor de kinderen, te rechtlijnig en noemt mij een ‘patriot’. Het zij zo. Ze slaapt in de logeerkamer. We gaan beleefd met elkaar om, maar als de kinderen naar bed gaan, verdwijnt zij ook naar haar kamer. Het is eigenlijk heel verdrietig dat er zoveel families verscheurd zijn geraakt door de oorlog.’
‘Als het bezoek straks weg is, vertrek ik weer naar Oekraïne. Dan zullen we trouwens ook weten wie de nieuwe Amerikaanse president is. Ach, iedereen maakt zich zo’n zorgen. Wat als het Trump wordt? Hoe zal hij zich dan opstellen tegenover Oekraïne? Gaat hij ons in de steek laten? Het zal mogelijk enorme consequenties hebben voor ons land. Eigenlijk zouden wij ook stemrecht moeten hebben voor deze verkiezingen, maar ja, we kunnen niets doen. Alleen afwachten.
‘En dan is er nog iets wat ons slapeloze nachten bezorgt. Had je gehoord dat er zeker tienduizend Noord-Koreaanse soldaten met Rusland mee komen vechten? Geen goed nieuws. Ik las erover op internet. Die onervaren Noord-Koreaanse militairen kunnen dan in Oekraïne gevechtservaring opdoen, en ‘hun Noord-Koreaanse wapens uittesten’. Zou iemand die mensen kunnen tegenhouden? Het is vreselijk als die militairen straks tegenover Maks en neef Oleg komen te staan. Weet jij waar die Noord-Koreanen zullen worden ingezet? En wanneer? Ik wil niet paniekerig overkomen, maar dit lijkt me vrij rampzalig. Wat zeggen ze in jouw land hierover? Zie ik het te zwart in?’
Kim Jong-un en Vladimir Poetin ontmoetten elkaar in Pyongyang afgelopen zomer. Foto AP
‘Zoals je weet is mijn zoon een tijdje geleden begonnen met zijn militaire training. Over uiterlijk een half jaar zal hij ‘gevechtsklaar’ zijn en kan hij naar het front gestuurd worden. Ik maak me zorgen en heb nu al het gevoel dat ik hem kwijt aan het raken ben. Maks vertelt mij niks over zijn opleiding en heeft vrijwel nooit meer tijd om te bellen.
‘Krijg je goed te eten?’ vraag ik soms. Of: ‘slaap je wel goed daar?’ Dan stuurt hij een duimpje, of zegt dat het prima gaat. Ik weet dat ze af en toe in de Karpaten zijn voor oefeningen met het leger. Toen Maks een kind was, hebben we daar in de bergen weleens vakantie gevierd. Zou hij daar aan terugdenken, vraag ik me nu af. Vindt hij die watervallen nog steeds mooi? En kijkt hij nog net zo gefascineerd naar de sterrenhemel als toen?’
‘Foto’s sturen doet Maks niet. Mag niet vanwege de veiligheid. Ik begrijp het wel, maar mijn zoon voelt door dit alles steeds verder weg. Zou hij bijvoorbeeld zelf al weten waar hij straks moet gaan vechten? En als nou blijkt dat hij niet geschikt is om te schieten, mag hij dan misschien iets anders doen? Wellicht iets verder van het front vandaan? Ik heb zoveel vragen waar ik geen antwoord op krijg.’
‘De situatie in Oekraïne is niet prettig op het moment. In Kyiv wordt druk gezocht naar mannen die hun dienstplicht ontlopen. Hoe dat gaat? Er zijn speciale eenheden van de politie die ’s avonds bij cafés langsgaan. Ze hebben lijsten met namen bij zich. Als ze binnenstappen blokkeren twee agenten direct de ingang, zodat niemand weg kan. Als blijkt dat er een man zit die eigenlijk had moeten vechten, wordt hij meegenomen. Hij krijgt een zeer hoge boete of gevangenisstraf, en moet alsnog beginnen met zijn militaire training.’
‘Ook komen die eenheden vaak ’s nachts langs. Ze bellen aan, of kloppen onophoudelijk op de deur of het raam. Een kennis van ons, Irina, vertelde mij erover. Bij haar kwamen ze vorige week langs, in haar appartementje in de wijk Obolon. Ze deed open – het was rond half vier ’s nachts – omdat er gedreigd werd dat ze haar deur met geweld zouden intrappen. Doodsbang was ze, maar het ging niet om haar. Ze wilden weten waar haar onderbuurvrouw was. Ze waren op zoek naar haar zoon, Maksim van 28 jaar oud. ‘Zij zitten in Polen,’ zei Irina direct. De agenten schreven het op, maar wilden toch bij haar binnen kijken of Maksim niet in haar huis verstopt zat. Toen ze niks vonden, excuseerden ze zich en vertrokken.’
‘Ach, het is allemaal zo onaangenaam. Ik hoop dat jouw land nooit in zo’n soort situatie terechtkomt. Het is vreselijk dat er eenheden langs de huizen gaan, maar het is helaas noodzakelijk. Anders bestaat Oekraïne straks niet meer. Ons ideaal is dat iedereen in vrijheid kan leven, maar voor deze vrijheid moet nu eerst gevochten worden.’
‘Het luchtalarm in Oekraïne ging afgelopen week weer vaak af. Rusland vuurde zo’n negenhonderd glijbommen op ons land af, meer dan veertig raketten en zeker vierhonderd drones. Er stierven mensen in flatjes en er raakten kinderen gewond. Ik schrijf je dit, omdat ik hoorde dat deze misdaden het nieuws in Europa niet eens meer halen. Of schreef jouw krant er wel over? Het feit dat Rusland ons nog steeds meedogenloos bombardeert, verdwijnt gewoon naar de achtergrond. Het is ongelooflijk, maar helaas waar. Volgens mijn zoon eisen de ontwikkelingen in het Midden-Oosten nu alle aandacht op. Poetin zal hier erg blij mee zijn.’
‘Zoals je weet heb ik als docent lang lesgegeven. Ik hield er ontzettend van om voor de klas te staan en mijn studenten taal- en letterkunde te onderwijzen. Hierdoor heb ik een grote kennissenkring opgebouwd, met allerlei jonge mensen uit alle delen van Oekraïne. Sommigen verloor ik uit het oog, maar anderen bleef ik volgen. En nu – en dat breekt mijn hart – zie ik af en toe een bekende naam in een overlijdensbericht voorbijkomen; van studenten die werden opgeroepen voor het leger of zich aansloten bij de Territoriale Verdediging. Ze stierven terwijl ze hun land verdedigden.
‘Als ik zo’n overlijdensbericht lees, sluit ik mijn ogen. Ik probeer hem of haar zo goed mogelijk voor de geest te halen. En dan zie ik mijn student weer zitten, in een volle, maar stille klas. Aandachtig luisterend of gebogen over een boek. Met een glinstering in de ogen. En een hele toekomst nog voor zich. Zorgeloos ook, zoals jonge mensen dat kunnen zijn. Met zeeën van tijd en een keur aan onbegrensde mogelijkheden. Sommige studenten waren zó slim en konden zo mooi voordragen, dat ik als docent wel eens volschoot.
‘Nee, leerlingen zouden niet eerder moeten sterven dan hun leerkracht. Dat hoort niet. Ik herdenk al het talent dat ik in de loop der jaren voorbij zag komen; zij die een schitterend leven en een grote carrière voor zich hadden. Tijdens de lessen kregen ze vleugels, wat geweldig was om te zien. En altijd in juli, als de hitte door de straten van Kyiv zinderde, sloten we het jaar feestelijk af met stukken watermeloen en een door mij gemaakte honingtaart. Ik nam afscheid van mijn studenten en natuurlijk vroeg ik mij van binnen af waar ze later terecht zouden komen. Op welke plek in de maatschappij hun talent tot bloei zou komen.
‘En ach, wat voel ik mij nu een naïeveling. Ik dacht destijds dat alles altijd zo zou blijven als dat het was. Dat al dit geluk voor eeuwig zou zijn. Ik heb me vergist, omdat ik me niet kon voorstellen dat het leven een andere afslag zou nemen. Ja, ik denk vaak aan de studenten die ik ooit lesgaf, en hoe de oorlog hun leven in de knop gebroken heeft.’
‘Over een tijdje is het herfstvakantie. Als het goed is komen mijn twee kleinkinderen dan met hun moeder vanuit Italië naar Boedapest. Ze zullen hier twee weken logeren. Althans, dat is het plan. Maar ik heb momenteel ruzie met hun moeder, mijn schoondochter Anna, en onze communicatie verloopt uitermate stroef. Zoals je weet neemt Anna het mij kwalijk dat Maks aan zijn militaire training in Oekraïne is begonnen. Zij had liever gezien dat hij zijn plicht was ontdoken en naar Italië was gevlucht.
‘Hoe langer deze afschuwelijke oorlog duurt, des te meer spanningen er komen in Oekraïense families. Ik zie het overal om me heen. Men raakt vervreemd van elkaar. Je ziet ook dat de tijd stilstaat voor de mannen die in Oekraïne zijn achtergebleven. Voor hen blijft het altijd februari 2022. Ze wonen vaak nog in het huis waar ze ooit met hun gezin sliepen, aten en plezier hadden. Of ze zitten aan het front, waar ze zich vastklampen aan de tekeningen die ze opgestuurd krijgen van hun kinderen, terwijl ze de dagen aftellen tot wanneer ze hen weer zullen zien.
‘Ze zijn bevroren in de tijd: ze leven niet echt meer, ze wachten af. Ze hopen dat deze ellende spoedig voorbij zal zijn en dat ze terug kunnen naar de situatie van voor de grootschalige invasie.’
‘Maar voor de vrouwen en kinderen die zijn gevlucht, is het leven verdergegaan. Zij hebben een nieuw leven opgebouwd op een andere plek, met ander werk, een andere school en andere vrienden. Zeker jonge kinderen weten soms niet meer hoe hun vader eruitziet. Ze zien hem op foto’s en maken braaf tekeningen voor hem. Slechts vaag herinneren ze zich iets over Oekraïne. Als hun moeder niet actief Oekraïens tegen hen blijft praten, verliezen ze ook hun taal.
‘Hoe zal dat gaan als zij later teruggaan naar Oekraïne? Daar maak ik me weleens zorgen over. Die kinderen moeten terug, zij horen in Oekraïne. Ook hierover verschillen Anna en ik van mening. Anna gelooft er niet in dat Oekraïne op korte termijn weer veilig zal zijn. Zij ziet de toekomst van onze Katja en Ksoesja in Italië. En zij wil ook dat haar man Maks zich snel bij hen voegt. Maar mijn zoon heeft Oekraïens bloed door zijn aderen stromen. Wat moet hij in Italië? Wij laten ons toch niet wegjagen?’
‘De problemen in onze familie lijken soms onoplosbaar. En dan ben ik ook nog bang dat – door alles wat er momenteel in het Midden-Oosten gebeurt – de oorlog in Oekraïne voor de rest van de wereld naar de achtergrond zal verdwijnen. Ik zoek naar lichtpuntjes. Even denken hoor. Ja, weet je wat mooi was afgelopen week? Dat jullie Rutte nu Navochef is. Geweldig. Wist je dat Rutte zeer populair is in Oekraïne? Wij voelen ons echt door hem gezien en gesteund. En we voelden ons vereerd dat hij besloot op zijn derde dag als secretaris-generaal een bezoek aan Kyiv te brengen.’
Van mijn zoon hoorde ik dat de Russen Voehledar nu vrijwel geheel omsingeld hebben. Het zal wel niet lang meer duren voor deze Oost-Oekraïense stad in Russische handen is. Een grote teleurstelling voor ons, want Voehledar is meer dan twee jaar lang met hart en ziel verdedigd. In een opvanglocatie, vlakbij mijn huis in Kyiv, zaten enkele vluchtelingen uit Voehledar. Ooit woonden er namelijk veertienduizend mensen in deze inmiddels zwaar gehavende stad. Soms wordt het weleens vergeten, maar in steden als Kyiv en Lviv zie je overal ontheemden lopen. Allemaal vluchtelingen uit het oosten van Oekraïne. Vaak zie je ze slapen op bankjes in de metro.
Door de gesprekken met mijn pro-Russische schoonmoeder Zsófia ben ik onrustig de laatste week. ’s Nachts word ik wakker met een hele hoge hartslag en voel ik de woede boven in mijn borst. Mijn man Akos probeert me te kalmeren. Maar soms heb ik het idee dat we de informatieoorlog aan het verliezen zijn. Zsófia is niet de enige die het ‘gehad’ heeft met ons Oekraïeners. Laatst moest Akos hier in Boedapest voor controle naar het ziekenhuis. In de wachtkamer raakten we in gesprek met een man, die mij als Oekraïense herkend had. Het leek een aangenaam praatje, maar na enkele minuten zei hij uit het niets dat het toch echt Oekraïne was dat de vredesonderhandelingen liep te saboteren. Deze leugen, Iris, hoor ik vaker en komt gewoon rechtstreeks uit de koker van het Kremlin.
Het verdrietige is: alle door Rusland geproduceerde en aangekochte raketten zullen op Oekraïne worden afgevuurd. Onderhandelingen kunnen dit niet voorkomen. Rusland zal Oekraïne als bedreiging blijven zien, wat we ook doen.
Toen we een vertegenwoordiger uit de Donetsk-regio tot president kozen, beschuldigde het Kremlin ons ervan ‘niet naar de bevolking van de Donbass te luisteren’. Op democratische manier kwam Zelensky - een Russisch sprekende Jood uit Kryvyi Rih - aan de macht, maar Rusland had het over ‘een fascistische junta’ en noemde onze president een nazi. Op het moment dat Zelensky begon met de hervorming van het bestuur, zaaide het Kremlin verwarring met berichten over ‘de mislukte federalisering van Oekraïne’.
En nu komt het: nadat Oekraïne onafhankelijk was geworden, werden we dertig jaar lang gedemilitariseerd. We hebben onze kernwapens, raketdragers en kruisraketten overgedragen aan Rusland, in ruil voor vrede en goede betrekkingen. Toen we helemaal uitgekleed waren, begon het Kremlin de grote oorlog. Want nu moest Oekraïne dan toch echt gedemilitariseerd worden.
Lavrov noemde de Israëlische aanvallen op Hezbollah in Libanon dit weekend ‘onmenselijk’. Maar de bombardementen op Oekraïense ziekenhuizen, kraamklinieken en woonblokken horen gewoon bij de ‘denazificatie’.
Hoe verdedig je je tegen de spoken van andere mensen? Hoe laat je dit soort duistere luchtkastelen verdwijnen? Akos zegt dat ik me niet zo druk moet maken, maar ik lig hier ’s nachts wakker van. Die Russen wentelen zich in hun eigen gekte, in hun paranoïde waanideeën en mensen lijken er steeds vaker in te trappen.
‘In Hongarije is het openbaar vervoer voor Oekraïense vluchtelingen nog steeds gratis. Dat is al zo sinds het begin van de grootschalige invasie. Een erg vriendelijk gebaar natuurlijk van de regering, maar verder voel ik me niet erg welkom in Hongarije. De Hongaarse vrienden van mijn man Akos zijn wel aardig voor me. Ze steunen Oekraïne, veroordelen Rusland en erkennen het leed van de Oekraïense bevolking. Bij hen voel ik me op mijn gemak.
‘De moeder van Akos is een ander verhaal. Afgelopen zaterdag ben ik bij mevrouw op bezoek geweest en ik kan je vertellen, ik ga nooit meer. Zsófia woont in een klein appartementje net buiten Boedapest, in een groene buurt, met amandelbomen, acacia’s en eiken in de straat. Mevrouw is in de negentig, maar nog relatief kwiek en bij de pinken. Zoals wel meer ouderen doen, klaagde ze veel en het eerste kwartier van ons bezoek was dan ook gevuld met verwijten over waarom we zo weinig langskomen. Zsófia weet dat ik uit Kyiv kom. Ze weet ook dat mijn zoon in Oekraïne is om het land te verdedigen, en ze weet dat mijn schoondochter en kleinkinderen naar Italië gevlucht zijn.
‘Toch lijkt ze de impact hiervan niet te begrijpen, bleek toen we aan de koffie met warme melk zaten. Sterker, ze deed het voorkomen alsof dit alles toch gewoon onze eigen schuld is, of in ieder geval de schuld van de Oekraïners. En natuurlijk de schuld van jullie, Iris. De schuld van het Westen.’
Oekraïense vluchtelingen zitten op een stoep in Hongarije, nadat ze hun tijdelijke woningen hebben moeten verlaten. Foto Attila Kisbenedek / AFP
‘Ja, ik wist wel dat de moeder van Akos zo haar eigen opvattingen over de oorlog heeft, maar ik had niet verwacht dat ze die zo bij mij zou ventileren. Oekraïne was natuurlijk ook geen echt land, begon de vrouw terwijl ze een stoofpot met wortel op tafel zette. Ik keek Akos aan, die verontschuldigend zijn handen omhoog deed. Zsófia sprak Russisch – dat had ze vroeger op school geleerd – met een Hongaars accent.
‘Russischtalige Oekraïners zijn eigenlijk gewoon Russen’, zei ze recht in mijn gezicht. ‘Dus jij eigenlijk ook.’ Ik hoorde Akos zuchten. ‘Moeder, laten we ophouden over...’, begon hij. Maar ik antwoordde haar al: ‘Nee hoor, wij zijn geen Russen. Ik ben een Oekraïense uit Cherson, een patriot, en wij zullen nooit bij Rusland horen.’ Mevrouw deed alsof ze mij niet gehoord had. ‘Oekraïners lopen de boel maar te provoceren, samen met het Westen. Jullie zijn een gevaar. En jullie bezetten hier de banen en woningen die bedoeld zijn voor jonge Hongaren.’
‘We zijn niet lang meer gebleven. Op de terugweg zei Akos dat zijn moeder alleen maar pro-Orbánkanalen op tv kijkt. Het speet hem heel erg. Hij snapte het als ik in het vervolg niet meer zou meegaan. Het lastige is dat ik zeker weet dat Zsófia niet de enige in Hongarije is die zo denkt. Ik voel me vaker bezwaard, beschuldigd en onwelkom. Akos probeert dat gevoel weg te nemen, maar ik heb het idee dat de anti-Oekraïnepropaganda in Europa toeneemt. Ik hoorde mijn schoondochter Anna, in Italië, er ook al over.’
‘Zojuist gebeld met Anna, mijn schoondochter in Italië. Het was niet bepaald een aangenaam gesprek. Anna was boos en kortaf. Ze neemt het mij kwalijk dat Maks nu begonnen is met zijn militaire training. Over een half jaar is hij mogelijk klaar om naar het front te gaan. Anna kan dit niet accepteren en zoekt naar manieren om haar man alsnog naar Italië te krijgen.
‘Zoals je weet vind ik het ook vreselijk dat Maks is opgeroepen. Maar een illegale route bewandelen, waarbij wij veel geld moeten betalen om Maks, via een corrupte tussenpersoon, de grens over te krijgen, zie ik ook niet zitten. Anna probeert dit er nu toch doorheen te drukken. Ze noemt mij ‘van een andere generatie’ en ‘een overdreven patriot’. Ook zegt ze dat het mijn schuld is dat de kinderen zonder vader opgroeien. Het raakt me zeer. Anna lijkt niet meer helder te kunnen denken. Ik probeer haar te kalmeren en te bedenken hoe we al deze moeilijkheden het hoofd kunnen bieden. Maar Maks helpen met een vluchtplan? Nee, dat is geen optie. Mijn zoon is geen lafaard.
‘Stel dat hij weggaat, dan zullen we de rest van ons leven gebukt gaan onder het besef dat we ons land in de steek hebben gelaten. En erger nog, we zullen nooit meer terug kunnen naar Oekraïne. Iedereen zal ons met de nek aankijken. Oh, dat is die familie die lekker naar de EU is gevlucht. Die in de weekenden op het strand aan de Adriatische zee lag, in plaats van solidair te zijn met de mensen in Kyiv. Nee, dit kan niet, ik zou me werkelijk kapot schamen.
‘Wat hebben we aan principes, als die niets waard blijken in momenten van nood? We wilden in Oekraïne zo graag een democratie. Nu wordt deze bedreigd en dan zullen we haar moeten verdedigen. Of genieten we alleen van de lusten en rennen we weg voor de lasten? Denk eens aan al die jongens die wel aan het front vechten. Hoe zouden zij kijken naar een man die de benen neemt naar Italië? Dat kan toch niet? Ach, weet je wat zo moeilijk is? Mijn schoondochter en ik delen hetzelfde verdriet, maar staan tegelijkertijd lijnrecht tegenover elkaar.’
‘Ik heb Anna ook gezegd dat Maks als Oekraïense man in Italië geen leven zal hebben. Ze zullen hem natuurlijk direct terugsturen! Maar volgens Anna sturen ze in Europa geen Oekraïense mannen terug. Weet jij waarom niet? Ik vind het vreemd. Jullie regeringen daar in het Westen zouden dat wel moeten doen. Die mannen hebben geen reden om bij jullie te zijn. Ze zijn in Oekraïne nodig. Zonder hen hebben wij straks geen land meer.’
Oekraïense soldaten oefenen een loopgraaf bestorming.
‘Anna en ik zijn er niet uitgekomen. Hopelijk verbreekt ze het contact niet. In de herfstvakantie komen mijn kleinkinderen in principe een à twee weken naar Boedapest. Ik verheug me er erg op, dus ik ga duimen dat het gewoon doorgaat.’
Hier in Boedapest is het ’s nachts stil. Maar toch word ik elke nacht een paar keer wakker omdat ik denk dat de sirene afgaat. Het is niks, het is niks, stel ik mezelf dan gerust.
Maks is 1 september begonnen met zijn militaire training. Waarschijnlijk is hij over een halfjaar klaar om naar het front te gaan. Ik vind het allemaal maar vreselijk.
Weet je, als moeder wil je het beste voor je kind. Zo heb ik Maks eindeloos gewiegd als baby zodat hij zich later in het leven geborgen zou voelen. Met zachte stem las ik hem gedichten en verhalen voor, zodat hij gevoel voor taal zou krijgen. Ik leerde hem alles wat ik wist over planten, bomen en dieren. Met de bus nam ik hem mee naar het bos, buiten Kyiv, om bessen en paddenstoelen te zoeken. Tijdens lange warme zomers gingen we met de trein naar mijn geboortestad Cherson, waar hij zijn tantes, ooms, neven en nichten leerde kennen. We picknickten aan de oevers van de Dnipro. Maks was sociaal en voorkomend. Hij hield van zwemmen en vissen en maakte overal waar hij kwam nieuwe vrienden. Hij was ook slim en sportief, en we hoopten dat hij later al zijn talenten zou kunnen ontplooien.
Toen Maks’ vader, mijn toenmalige echtgenoot, omkwam bij een tragisch verkeersongeval, heb ik me een hele tijd erge zorgen om Maks gemaakt. Het verdriet is nog steeds te groot om over te schrijven, maar Maks verloor zijn vader dus op zijn 9de. Toen moest ik hem alleen opvoeden. Ik heb dat geprobeerd met heel veel liefde te doen.
Dat Maks zich – na alles wat er gebeurd is – zo goed staande heeft weten te houden, vind ik bewonderenswaardig. Al was ik ook streng voor hem. School was erg belangrijk. Bij lage cijfers volgden er maatregelen, zoals huisarrest. Ik probeerde hem uit te leggen dat hij, als hij later een gelukkig leven wilde, nu offers moest brengen. Toen er op school een klasje ‘Franse taal’ werd opgericht voor de meest ijverige leerlingen, gaf ik Maks ook op. Hij wilde niet, maar kreeg direct toegang, vanwege zijn goeie rapporten. Elke zaterdagochtend ging hij mokkend naar die Franse les.
En nu? Weet je hoe ik me voel? Nee, mijn zoon doet niks met zijn talenten, hij volgt nu een militaire training, zodat hij naar het front kan. Denk je dat ik dit ooit heb gewild? Denk eens aan al die moeders, die het beste wilden voor hun zoon. Waarom was het nodig om Maks uit bed te slepen voor die Franse les, denk ik nu. Waarom ben ik toch zo streng voor hem geweest? Ik voel me schuldig. Ik had hem een mooi leven beloofd als hij als kind zijn best zou doen. Ach ach, wat verafschuw ik die oorlog. Al die mannen, met al hun plannen, die naar de loopgraven moeten. Het is allemaal zo zonde.
Ik schrijf je nu vanuit Boedapest, waar we vorige week met de trein zijn aangekomen. Het ging niet meer in Kyiv. Althans, ik kon het allemaal nog wel aan, maar mijn man Akos niet meer. Al weken ligt Kyiv onder vuur en wordt de stad bestookt met drones, kruisraketten en ballistische raketten. We brachten heel veel uur in de badkamer door, waar we vooral boeken lazen. Af en toe viel het licht uit en dan kon dat niet meer. Dan begonnen we te praten en haalden we herinneringen op, vooral uit de tijd dat Akos, als Hongaarse arbeidsmigrant, net in Oekraïne werkte. Ik probeerde het luchtig te houden, zodat Akos zich wat zou ontspannen. Maar hij had veel last van stress door het luchtalarm, en was steeds bang voor zijn hart.
Als het licht opnieuw aansprong, pakten we onze boeken er weer bij. Dan schonk ik wat lauwwarme koffie met gecondenseerde melk uit een thermosfles in voor Akos. Uit een blik bood ik hem een zelfgemaakt havermoutkoekje met kersenvulling aan, waarvan ik weet hoe lekker hij die vindt. Hij krijgt ze alleen als we in de badkamer moeten schuilen.
Een Russische raketaanval op Kyiv, 2 september. Reuters
Terwijl wij daar knus bij elkaar zaten, voerde Rusland buiten de grootste drone- en raketaanval uit sinds het begin van de grootschalige invasie. Hun voornaamste doelwit: ons elektriciteitsnet. En dit is de reden dat wij nu in Boedapest zijn. Voor ons oude mensen is het heel lastig om te leven zonder gas om op te koken en een werkende lift. Akos kon niet steeds al die trappen op en af in onze flat. En dus wilde hij terug naar Hongarije. Ik denk dat hij voorlopig niet meer naar Kyiv gaat. Nog enkele maanden en dan breekt de winter aan. Er wordt gevreesd dat de energietekorten voor grote problemen zullen zorgen. Het vooruitzicht, om in een steenkoud appartement te zitten, vindt Akos ondraaglijk. Ik begrijp het wel, Akos is natuurlijk een Hongaar. Hij heeft minder die diepgewortelde behoefte om in Oekraïne te zijn en daarbij niet de zorg voor een Oekraïense zoon.
Ik ga wel weer terug naar Kyiv, waarschijnlijk volgende week. Tsja, ik zal dan weer wat vaker op en neer reizen tussen Oekraïne, waar ik mijn zoon kan zien, en Akos in Boedapest. Nee, ik ben nu niet per se blij om in Hongarije te zijn. Weet je, mensen zijn niet meer zo aardig als twee jaar geleden. Zo had ik gister weer een discussie met een kennis van Akos. Hij zei verwijtend: ‘Waarom staat Oekraïne niet gewoon een stuk land af in ruil voor vrede? Jullie brengen heel Europa in gevaar.’ De woede die ik voelde, heb ik ingeslikt. Eerder vroeg iemand me al: ‘Waarom vluchten al die Oekraïners naar Hongarije? Ze kunnen toch naar West-Oekraïne, waar het veilig is.’ Dat daar ook bommen vallen en het licht geregeld uitvalt, is blijkbaar niet bekend. Het is helaas een pijnlijke constatering: in Hongarije zit niemand meer op Oekraïners te wachten.
We kijken met trots en spanning naar wat er allemaal gebeurt in Koersk. Onze jongens veroveren steeds meer terrein op Rusland. Als antwoord schieten die Russen raketten op Kyiv. Ze doen maar, ik zoek wel weer de schuilkelder op. Mijn lieve kleindochters zijn inmiddels met hun moeder terug naar Italië, dus over hen hoef ik me gelukkig geen zorgen meer te maken.
Zelf vind ik ons offensief in Koersk spectaculair. Tsja, we kunnen de oorlog natuurlijk houden zoals-ie is, met tientallen Oekraïense mannen die elke dag in het oosten sneuvelen, zonder dat er ook maar één met naam in een krant vermeld wordt. Of met bombardementen op onze mooie steden, waarbij ze niet schromen om bommen af te vuren op kinderziekenhuizen en flatjes met oude mensen. Het kan allemaal door blijven gaan zonder dat er iets verandert.
Vlak bij mijn huis, in het zuiden van Kyiv, is een bomkrater, op de plek waar eerst een kleuterschool stond. Op deze plek stierf een man, het was de vader van een klein meisje. ’s Ochtends had hij haar naar school gebracht, ’s middags was hij er niet om haar op te halen. Het meisje zelf bleef ongedeerd. Eerst was de bomkrater afgezet met linten en hekken. Op een plekje onder een berkenboom lagen bloemen. Inmiddels is dit allemaal weg. De bloemen, de linten en de hekken. Mensen lopen zwijgend langs de krater. Men is gewend geraakt aan dit soort ellende.
En dit is wat ik bedoel. Dit is hoe Rusland oorlog met ons voert. Door onze mannen te doden in het oosten en onze steden lafjes te bombarderen. Wij kunnen ons daartegen blijven verzetten, met net niet genoeg wapens en een groot tekort aan militairen, maar we kunnen het ook eens over een hele andere boeg gooien. Door iets compleet anders te doen. En dat is wat onze jongens nu gedaan hebben met deze verrassingsaanval in Koersk. Gewoon Rusland binnen trekken.
Heel even wordt de pijn nu verzacht van het machteloos toezien hoe ons buurland ons land met grof geweld toetakelt. Al dat leed. Al die mensen die dierbaren verloren zijn of moesten vluchten. Al die kinderen die al meer dan twee jaar hun vader moeten missen. Even wordt die hartverscheurende pijn een beetje verzacht. Wij hebben de ellende teruggebracht naar waar hij hoort: in Rusland zelf. Na al die vernederingen heeft Oekraïne nu de regie, en hoeven we de oorlog niet te voeren zoals Poetin dat wil. Ik weet niet hoe het verder zal gaan. Maar het is een opluchting om minder lijdzaam te moeten toekijken, daar is iedereen het hier in Kyiv wel over eens.’
Een vrouw rouwt op een Russisch kerkhof in Koersk. Foto EPA/STRINGER
‘Ja, mijn zoon is op zich ook enthousiast over Koersk. Maar hij maakt zich tegelijkertijd zorgen om neef Oleg. Die zit ergens in de Donbas. Sommige bataljons zijn weggehaald en naar Koersk gestuurd. Maks is bang dat neef Oleg straks te weinig versterking krijgt als het Russische leger daar nog verder oprukt.’
Ik wilde je al eerder schrijven, maar ik had niet zoveel tijd. Mijn kleinkinderen en hun moeder zijn nu in Kyiv. Ja, het is heel fijn dat ze er zijn, maar ook stressvol. Zaterdagnacht zijn er twee doden gevallen bij een Russische luchtaanval, een man en zijn 4-jarige zoontje. Het gebeurde vlakbij de flat van mijn zoon. Mijn kleindochters werden wakker van de knal en hebben daarna, met hun ouders, voor de zekerheid een tijdje beneden in de ondergrondse parkeergarage gezeten.
Op zondag waren ze erg moe, begrijpelijk natuurlijk. Maar ze stelden ook veel vragen. Zeker Katja, de kleinste. Ze wilde precies weten waarom dit allemaal gebeurt. Waarom de Russen boos op ons zijn. Hoeveel mensen er al dood zijn gegaan. Wanneer de oorlog afgelopen is. Ze kon er niet over ophouden. Terwijl wij Katja en Ksoesja juist een zo ontspannen mogelijk verblijf in Kyiv willen geven, waarbij het even is alsof er geen oorlog is. Waarbij ze gewoon weer even ongecompliceerd samen kunnen zijn met beide ouders.
Het bezoek is kort. Slechts zes dagen in plaats van de eerder geplande zes weken. Maks is natuurlijk dolblij om zijn meisjes weer bij zich te hebben. Hij verzint leuke uitstapjes, doet spelletjes met ze en aan het eind van elke dag komt het hele gezin bij mij, oma, eten.
Schade aan een huis na een Russische luchtaanval in dorp vlakbij Kyiv. Foto AFP
Ondanks onze pogingen om alles zo rustig mogelijk te laten verlopen, hangt er een bepaalde onrust in de lucht. Wij weten ook niet precies wat onze jongens nu in Rusland, in de regio Koersk, aan het doen zijn. Hoe zal het verder gaan?
De onrust wordt ook veroorzaakt door een brief die mijn zoon vorige week heeft ontvangen. Hij is opgeroepen voor een soort voortraject van het leger. Zoals je weet heeft Maks geen militaire ervaring, waardoor hij niet van de een op de andere dag naar het front kan worden gestuurd. Maar nu wordt hij dus wel verplicht om deze training te volgen. Volgens de buurvrouw, bij wie ik geëmotioneerd aankwam na dit nieuws, zal deze opleiding maximaal een half jaar duren. En dan is Maks ‘gevechtsklaar’.
Ik loop sinds de brief met een steen in m’n maag rond, omdat ik altijd dacht dat het wel los zou lopen. Dat Maks zich - op veilige afstand van het front - met de logistiek van wapens zou kunnen blijven bezighouden. Af en toe in de Karpaten, dan weer in Kyiv en slechts een enkele keer in het oosten. Dat is ook wat Maks goed kan: dingen regelen, netwerken onderhouden en zorgen dat spullen op de juiste plek terechtkomen. Nee, ik zie Maks niet in een loopgraaf liggen. Maar ja, dit scenario is nu wel dichterbij gekomen.
Het maakt het bezoek van onze kleine meisjes nog beladener. Wanneer kunnen ze weer komen? Is Maks dan bezig met zijn training? Of zelfs al actief aan het front? We horen dat het krijgen van verlof vrijwel onmogelijk is. Wanneer kan hij dan weer met zijn kinderen zijn?
‘Gisteren sprak ik aan de telefoon met mijn neef Oleg, die aan het front vecht. Ik voelde me vereerd dat hij ervoor koos om juist míj te bellen tijdens zijn vrije uurtje, maar dat is omdat, zoals hij zelf zegt, ik ‘zijn lievelingstante’ ben. We hadden het over ditjes en datjes. Nee, nee, we hebben het nooit over de gruwelen van de oorlog.
‘We kletsten wat over het weer, vooral over de hitte, en hoe het ging met alle familieleden. Ik vroeg of Oleg goed had kunnen eten de laatste tijd. Een antwoord daarop ontweek hij een beetje, maar hij vertelde wel over de dorst die ze hadden gehad.
‘Ze hadden vaak het water uit kuilen in de weg moeten drinken. ‘Je went eraan, tante’, zei hij, ‘om koffie te maken met water uit een plas.’ Hij vertelde hoe hij op een dag, ergens ten westen van Voehledar, met zijn makkers bij een tankstation aankwam. Het was niet verlaten, het functioneerde gewoon. Alsof er helemaal niets aan de hand was. Alsof het een gewone vooroorlogse dag was en mensen nog even hun auto kwamen volgooien, onderweg naar het zuiden, naar de zee.
‘Het was voor Oleg alsof hij een droom binnenstapte. Een vriendelijke dame, in een smetteloos pak met daarop de logo’s van het tankstation, vroeg hem of hij iets wilde drinken. ‘Ik had al een tijd geen vrouwen gezien’, zei Oleg, ‘en de geur van haar parfum stelde me direct gerust. Het voelde alsof ik op een verjaardag aankwam. Hier was het gezellig en iedereen was aardig. Alles was goed.’
‘Hij kreeg van de dame een kartonnen beker aangereikt, waaruit damp omhoog kringelde. Oleg rook aan de hete koffie en besefte wat hij al die tijd zo gemist had. Met kleine slokjes, zodat hij er lang over zou doen, dronk hij de beker leeg. Het was verrukkelijk. Deze mooie herinnering deelde hij met mij.
‘Daarna vroeg ik Oleg wat ik voor hem klaar moest maken als hij weer terug zou zijn. ‘Stoofpotje!’, zei hij. En ik beloofde dat ik dat zou maken. Zo eindigen onze gesprekken aan de telefoon altijd.’
‘Ik heb trouwens wat meer duidelijkheid over mijn kleinkinderen. Ze komen nog wel naar Kyiv deze zomer, maar niet meer zes weken. Het worden zes dagen. Ik onderdruk mijn teleurstelling door dankbaar te zijn voor het feit dat ze in elk geval eventjes komen. Ze zullen de meeste tijd met hun vader doorbrengen. Verder moeten ze naar de tandarts en de orthodontist. Ja, dat moet echt in Oekraïne, want in Italië is dat onbetaalbaar.
‘Hopelijk hoeven we in die zes dagen niet te vaak naar de schuilkelder, en zullen we in de ochtend en avonduren veel kunnen wandelen. Kyiv is zo mooi nu. Zoals de Franse president Charles de Gaulle tijdens een bezoek aan Kyiv in 1966 eens zei: ‘Ik heb veel parken in verschillende steden gezien. Maar een stad, gebouwd in een groot park, dat kende ik nog niet.’ En zo is het. Kyiv is betoverend groen.’
‘Ik weet nog steeds niet of mijn kleinkinderen deze zomer naar Kyiv komen. We zijn er druk over in gesprek. Ondanks die vreselijke raketaanval laatst, waarbij het kinderziekenhuis hier deels werd verwoest, voelt Kyiv nog steeds overwegend veilig. Althans, voor mij en mijn zoon, wij die hier daadwerkelijk wonen. Maar probeer dat gevoel van veiligheid maar eens over te brengen aan iemand die meer dan twee jaar geleden naar Italië is gevlucht. Voor Anna, mijn schoondochter, wordt de drempel om te komen elke dag groter.
‘Dit is een vreemde wetmatigheid. Hoe langer je weg bent uit Oekraïne, des te banger je wordt om terug te keren. Anna en de kinderen zijn niet meer gewend aan het geluid van het luchtalarm. En alle nieuwsberichten over hun oude stad smelten steeds samen tot één alarmerende boodschap: Kyiv ligt onder vuur. Terwijl je in Kyiv ook gewoon rustig boodschappen op de markt kunt doen. Maar daar lezen ze niet over.
‘Maks en ik hebben al tientallen raket- en droneaanvallen meegemaakt. En dan gebeurt er ook iets vreemds. In het begin van de oorlog dacht ik vaak: nou, mijn flat is nog steeds niet gebombardeerd, dan zal het wel niet lang meer duren. Nu denk ik: nee hoor, weer niet getroffen door een raket. Dan zal het de volgende keer ook wel meevallen. Alsof er een deken van nonchalance over ons heen is gekomen. Alsof we gewend zijn geraakt aan deze manier van leven, balancerend op het randje van de afgrond.
‘Het is aan Anna om de keuze te maken. Mocht ze komen, met onze geliefde Katja en Ksoesja, dan zullen wij er hier natuurlijk alles aan doen om het verblijf voor de kinderen zo veilig mogelijk te maken. Ik ga Anna echter niet proberen te overtuigen. Stel er gebeurt toch iets, dan wil ik niet degene zijn die dacht dat het allemaal wel mee zou vallen. Anna zal deze week in Italië veel naar de kerk gaan. Misschien kan zij daar een antwoord vinden op de vraag wat wij moeten doen.’
‘Je vraagt me wat ik deze zomer zou doen als er geen oorlog was. Nou, naar de Krim, zoals ik vroeger altijd deed. Vis eten, zwemmen bij de waterval, turen naar de bergen, ’s nachts sterren kijken en overdag urenlang over het strand wandelen en schelpen verzamelen.
‘Ach ja, die mooie Krim. Het is moeilijk te beseffen dat deze plek er nog steeds is, alleen niet meer toegankelijk voor ons. Weet je waar ik vaak aan moet denken? Plato’s grot. Daar lijk ik in terecht te zijn gekomen. Ik zit met mijn rug naar de ingang van de grot en ik kijk op de wand naar de schaduwen en echo’s van het leven buiten. Dat leven buiten was het leven dat ik had voor de oorlog. De weldadige vakanties aan de Zwarte Zee. Het drukke, gezellige Kyiv gevuld met mijn familie en vrienden. Nu zit ik naar een aftreksel daarvan te kijken. Ik ben omringd geraakt door schaduwen.’
‘De afgelopen week wisselden verdriet, woede en verwarring elkaar af. Allereerst waren er tranen, heel veel tranen, over die laffe aanval van Rusland op ons Kyiv, waarbij het Ochmatdit-ziekenhuis werd geraakt. Ons beroemde kinderziekenhuis, waar de beste artsen van Oekraïne werken. Zij behandelen kinderen met kanker, die uit alle hoeken van het land naar dit ziekenhuis komen. Sommige patiëntjes zijn al in het laatste stadium van de ziekte. Aan hun bed staan vaak wanhopige ouders, die hopen dat er nog iets mogelijk is, die hopen op een wonder. Zij houden zich vast aan het feit dat hun kinderen in de best mogelijk handen zijn.
‘En wat zagen wij vorige week? Wij zagen Het Kwaad in zijn puurste vorm. Wij zagen hoe een deel van het ziekenhuis werd verwoest door een bombardement. Hoe kleine kinderen, aan de chemo, naar buiten werden gereden, een infuus in de arm. De pijn die deze beelden deden, kan ik niet beschrijven. Dit leed valt niet op papier te vatten. Ik begon met bidden, voor die kinderen en voor hun ouders. Dit mocht niet, dit kon niet. Weet je, ik probeer altijd te blijven geloven in het Goede. Ooit zal het Goede het Kwaad overwinnen. We mogen ons geloof hierin niet verliezen. Maar deze aanval deed me wankelen. Waarom gebeurt dit? Wie kan ons hiertegen beschermen? Dagenlang liep ik rond met de smaak van walging in m’n mond.’
‘Daarna kwam de woede. Zoveel woede richting die Russen. Maar al snel sloeg ook de verwarring toe. Want was ik het niet geweest die altijd had geroepen: ‘Kyiv is de veiligste stad van het land’. En dat was ook altijd zo, want hier hebben wij de beste luchtafweer. Onze jongens schieten bijna alle raketten en drones uit de lucht. Maar ik had er blijkbaar naast gezeten. Kyiv was niet meer zo veilig. Later las ik dat de Russen nu blijkbaar nieuwe manieren hebben gevonden om ons in de lucht te misleiden.
‘De verwarring sloeg om in de pijn van de realiteit. Want wie belde mij vanuit Italië? Mijn schoondochter Anna. ‘Ja, weet je’, zei ze aarzelend, ‘misschien is het toch niet zo’n goed idee als de kinderen deze zomer naar Kyiv komen.’ Mijn hart kromp ineen. Hier was ik bang voor geweest. Dat er iets zou gebeuren waardoor ik mijn kleinkinderen toch niet zou kunnen zien. Aan de andere kant van de lijn was het stil. ‘Ik begrijp het, Anna’, antwoordde ik met een dun stemmetje. ‘Maar laten we het even aankijken. Ik denk dat het erg moeilijk is voor Maks als jullie niet komen.’ Anna snikte. ‘Ik weet het, ik weet het. Die kinderen moeten naar hun vader. En ik wil hem ook zien. Maar we kunnen niet te grote risico’s nemen.’
‘Maks heb ik nog niet gesproken. Mijn zoon is druk en op het moment niet in Kyiv. Hij zit nog tot volgende week in Poltava. Ik weet niet hoe hij erover denkt. Ik weet alleen dat hij verteerd wordt door het verlangen naar zijn meisjes.’
‘Afgelopen vrijdag bracht Viktor Orbán een bezoek aan Poetin. Ik heb er met verbijstering naar zitten kijken. Gelukkig was Akos, mijn Hongaarse man, het met me eens dat dit bezoek zeer misplaatst was, en bovendien dom. Kijk, Orbán doet zich nu voor als een soort vredestichter, maar feitelijk trapt hij in de val van Russische desinformatie. Poetin wil geen vrede. Poetin is ook niet bereid om daar echt over te praten. Hij zegt dat een wapenstilstand mogelijk is als Oekraïne gedemilitariseerd wordt, voortaan neutraal is en vrijwel de hele Donbas afstaat. O, en Zelensky moet weg. Nou, mooi vredesplan. In feite wordt Oekraïne dan gewoon aan de grillen van Rusland overgeleverd.’
Viktor Orbán op bezoek bij Vladimir Poetin in Moskou. Foto Jevgenia Novozjenina / Reuters
‘Natuurlijk, ik wil ook dat deze afschuwelijke oorlog stopt. Iedereen wil dat. Wij willen dat Poetin zijn troepen terugtrekt en ons met rust laat. Oh? Hoor jij steeds meer geluiden dat wij Oekraïners maar moeten toegeven? Vinden sommige mensen in Nederland dat?
Misschien moet ik het dan nog eens hebben over de kelders in Borodjanka, Boetsja, de martelingen van het Russische leger, die tienduizenden ontvoerde kinderen of het platbombarderen van onze scholen en ziekenhuizen. Wij verzetten ons niet voor niks al meer dan twee jaar, met alles wat we hebben, tegen dit terroristische buurland. En mochten er Oekraïners zijn geweest met pro-Russische sympathieën, dan zal dat inmiddels wel naar een minimum zijn gedaald, denk je niet?
Och, och, het valt me zwaar om steeds vaker dit soort discussies te voeren. Waar komt het toch vandaan dat we Rusland opeens serieus nemen nu ze met een leugenachtig vredesplan komen? Het is gênant voor jullie, daar in het Westen, dat Orbán nu voorzitter is van de EU. Hij had nooit naar Poetin toe moeten gaan.
Mijn zoon zegt altijd: Rusland is als een valse hond. Onbetrouwbaar. Je kunt hem eindeloos proberen op te voeden, maar het zal niets uithalen. Het enige dat helpt, is een harde hand. Met een paar stokslagen terug zijn kooi injagen.’
‘Genoeg over politiek, ik krijg er alleen maar stress van. Laten we het over de zomer hebben. Ja, goed nieuws, de kleinkinderen komen binnenkort naar Kyiv. Mijn schoondochter Anna heeft de treintickets al gekocht. Ik heb haar gister aan de telefoon gesproken en ze zegt dat alleen Katja (10), de jongste, nog wat dwars ligt. Zij wil niet naar Oekraïne, maar met vriendinnetjes naar een zomerkamp aan de Adriatische kust. Zij snapt niet dat haar verblijf in Italië maar tijdelijk is en dat ze gewoon in Oekraïne hoort. Ja, natuurlijk begrijp ik wel dat die kleintjes zich gaan thuis voelen in Italië en zich aan mensen hechten, maar ze horen hier. Bij hun vader, bij hun oma, in het land waar ze geboren en opgegroeid zijn. Anna wilde eerst slechts drie weken naar Oekraïne komen, wat natuurlijk te weinig is. Ik heb op haar ingepraat en nu komen ze zes weken. Dat is echt beter, ze moeten zoveel mogelijk tijd met hun vader doorbrengen. Maks kijkt er enorm naar uit. Als het even meezit, gaan we ook enkele weken naar een datsja, een buitenhuisje, in de bossen bij Irpin.’
‘Goeiemorgen, hoe gaat het daar in het Westen? Weet jij misschien wat er met Biden aan de hand is? Iedereen heeft het hier over hem. Ach, als hij maar niet wegvalt. Wat zal er dan met Oekraïne gebeuren? Natuurlijk geloof ik in onze eigen jongens, maar zonder Amerika wordt het wel moeilijker. We zullen onnodig veel van onze mannen verliezen.
‘Mijn man Akos zegt dat als Trump de verkiezingen wint, Oekraïne zich zal moeten overgeven. Dat het dan een kwestie van tijd is voordat de Russen Kyiv in zullen nemen. Nou, dit denk ik niet. Akos kijkt door een Hongaarse bril en is veel te pessimistisch. Hij zegt ook dat ik me er mentaal op voor moet bereiden, dat we in het najaar terug naar Boedapest moeten.
‘Hou maar op met deze bangmakerij’, heb ik hem gister gezegd. ‘Stop nou eens met het onderschatten van Oekraïne.’ Akos werkt me soms echt op de zenuwen. Maar goed, Biden zal uiteindelijk wel winnen, toch? Wat denk jij? Amerika zal onze vriend toch wel blijven?’
‘Neef Oleg is terug van het front. Hij heeft tien dagen verlof. Ja, daar heeft hij veel geluk mee, want lang niet alle militairen krijgen nog verlof. Het komt omdat Oleg al vier jaar in de Donbas heeft gevochten, van 2014 tot 2018. Militairen die al zo lang hun land dienen, staan voor in de rij als het om verlof gaat.
‘Oh, wat waren ze blij en opgelucht toen zijn diensttijd er in 2018 op zat. Eindelijk had zijn gezin rust. Maar toen kwam in 2022 de grootschalige invasie en moest hij terug naar het leger. Ik herinner me nog dat zijn vrouw Alina me belde met het nieuws. Ze kon nauwelijks iets zeggen, ik hoorde alleen maar gesnik.
‘Nu is neef Oleg bij Alina en zijn twee zonen in Krementsjoek. Alina heeft enorm uitgekeken naar het verlof. De spanning waaronder zij gebukt ging terwijl Oleg het afgelopen half jaar in de loopgraaf vocht, is met geen pen te beschrijven. Ze huilde veel en ondertussen moest ze thuis nog alle balletjes in de lucht houden. Ze hebben twee puberzonen die voortdurend aan het gamen zijn. Het lukt Alina eigenlijk niet goed om ze daarmee te laten stoppen. ‘Probeer die jongens iets te laten lezen’, opper ik weleens. Maar het heeft geen zin. Alina is ook te moe om echt streng op te treden.’
‘Ik hoop maar dat Olegs verlof het gezin goeddoet. We horen verhalen over militairen die thuis niet meer kunnen ontspannen. Mijn buurvrouw vertelde over Dima, haar schoonzoon, die tijdens een paar weken thuis niet kon slapen en ’s nachts over straat ging lopen zwerven. Hij wilde overdag niet met de kinderen spelen, zat levenloos voor zich uit te staren en kreeg om het minste of geringste een woedeaanval. Zo ging hij volledig door het lint toen hij erachter kwam dat zijn vrouw tijdens zijn afwezigheid een muurtje in huis had geschilderd. Tja. Deze mannen hebben hulp nodig. Dat zijn we aan hen verplicht.’
De zomervakantie komt in zicht. Binnenkort ronden de kleinkinderen hun schooljaar in Italië af en hebben ze wekenlang vrij. Vorig jaar was dit nog een periode waar we ons zeer op verheugden. Katja (9) en Ksoesja (12) kwamen een groot deel van juli en augustus naar Oekraïne. Maar dit jaar is het anders.
Katja heeft tegen haar moeder gezegd dat ze liever in Italië wil blijven. Er is blijkbaar een zomerkamp, waar al haar vriendinnetjes heengaan en daar wil zij nu ook heen. Daarna zei ze: ‘Waarom moet ik naar Oekraïne? Ik weet niet met wie ik moet spelen als we in Kyiv zijn.’
Uit alles blijkt dat Italië haar nieuwe referentiekader is. Volgens Anna heeft ze het ook nauwelijks meer over Oekraïne of haar vader. Het is allemaal zeer pijnlijk. Natuurlijk houden we dit voor Maks zoveel mogelijk verborgen. Anna verplicht Katja tekeningen voor haar vader te maken en brieven te schrijven. Ook moet ze twee keer per week met hem videobellen. Of ze zin heeft of niet.
Bij Ksoesja speelt dit ook, maar ligt het toch iets anders. Zij heeft veel meer herinneringen aan haar vader. Ook begrijpt ze de situatie beter. Zij beseft dat Maks zijn land verdedigt voor háár, zodat zij straks in een vrij en democratisch Oekraïne kan leven. Mocht ze liever in Italië met vriendinnetjes naar de kust willen, dan zal ze dit voor zich houden, om haar ouders niet te kwetsen.
‘Je moet streng zijn tegen Katja’, zei ik gister tegen mijn schoondochter aan de telefoon, ‘ze komt gewoon naar Kyiv volgende maand.’ Anna begon te zuchten. ‘Ja, ja, maar ik kan haar niet steeds bij alles dwingen. Katja heeft zo’n eigen willetje.’
Nu begrijp ik best dat ook Anna daar in het Westen veranderd is. Maar dit schoot me toch in het verkeerde keelgat. Hebben kinderen het soms voor het zeggen in Italië?
‘Weet je’, zei ik tegen Anna, ‘anders komen jullie maar gewoon helemaal terug naar Oekraïne. Het is hier nu best veilig in Kyiv. Ja, we zitten af en toe zonder stroom. En ja, we moeten af en toe rennen naar de schuilkelder. Maar we zijn tenminste in ons eigen land. Die kinderen moeten terug naar hun vader.’
Anna was even stil. ‘Maar Elena’, antwoordde ze, ‘jij wilde ze toch ook een goede toekomst geven? Jij stond er toch ook achter dat wij naar Italië zijn gevlucht?’ Anna klonk in verwarring.
Ik kon er niks aan doen, maar ik voelde hoe ik vol schoot. Natuurlijk wilde ik die kleintjes niet naar Oekraïne halen, waar ze al eens getuige waren geweest van een raketinslag in de supermarkt tegenover hun huis. Ik wilde ze helemaal geen trauma’s bezorgen door ze in een land in oorlog te laten opgroeien.
Maar wat ik ook niet wilde was dat ze Oekraïne zouden vergeten. Ik had nooit gewild dat ze zich van mij, hun oma, en van Maks, hun vader, zouden vervreemden. En toch leek dit te gebeuren. Het voltrok zich gewoon en ik stond er machteloos naar te kijken.
Het is erg warm hier in Kyiv. Overdag hou ik de luiken dicht om de zon zoveel mogelijk buiten te houden. We zitten in de keuken, bij de ventilator, en drinken gefermenteerd berkensap met ijsklontjes. Akos is hier nu, mijn lieve man. Vorige week kwam hij met de trein vanuit Boedapest. We hadden elkaar enkele maanden niet gezien en Akos moest er erg aan wennen om weer in Oekraïne te zijn. Hij schrikt elke keer enorm als het luchtalarm gaat. Dan rent hij half in paniek naar de badkamer en roept dat ik moet opschieten. Het duurt altijd even voor hij weer gekalmeerd is.
Ook gaat hij niet graag de straat op. Ik probeer hem elke dag mee te nemen naar het park, maar hij is wat bangig. Niet zozeer om door een raket te worden geraakt, maar meer omdat hij bang is om te struikelen. Hier in Kyiv gaat het gerucht onder ouderen dat áls je iets breekt, er geen arts is om je te helpen.
Alle artsen zitten namelijk in de militaire ziekenhuizen om gewonde soldaten op te lappen zodat ze terugkunnen naar het front. Ik heb het je al vaker gezegd, maar als ‘oudje’ heb je in een oorlog nu eenmaal geen prioriteit. Ja, dat is hard. Toch begrijp ik het wel. Ik wil in die zin ook niet ‘in de weg lopen’. Voor de oorlog kon ik met al m’n kwalen bij de dokter terecht. Dat is veranderd. Het gewone spreekuur is afgelast en er zijn nu lange wachtlijsten. Het betekent dat we voorzichtiger moeten leven. Ik wil, net als Akos, ook geen heup breken. Maar zo angstig als hij is, nee, dat ben ik niet.
Akos houdt zich dus rustig en zit het liefst thuis, bij mij in mijn flat. Eindelijk begrijpt hij dat ik niet als vluchteling in Hongarije kan leven. Ik kende er niemand en ik verstond er niemand. Ik hou erg van talen, maar dat Hongaars! Geen beginnen aan. Ook ergerde ik me groen en geel aan Orbán, een soort vriendje van Poetin. Nee, onder zo’n leider wilde ik niet leven.
Akos heeft zich erbij neergelegd en nu is hij voorlopig hier in Kyiv. Naar één ding hebben we beide erg uitgekeken: het EK-voetbal. Natuurlijk gaan we alles volgen. En ik hoop dat onze jongens het goed zullen doen. Akos liep vanochtend wel te mopperen. Blijkbaar heeft netbeheerder Ukrenergo gewaarschuwd dat we de komende tijd te maken krijgen met nog meer stroomuitval en black-outs.
Nu al moeten we een deel van de dag elektriciteit sparen, omdat Rusland veel schade heeft veroorzaakt aan ons stroomnet. Zelensky zei dat onze capaciteit om stroom te produceren inmiddels gehalveerd is, vergeleken met een jaar geleden. Nu is de periode zonder elektriciteit enkele uurtjes per dag, maar dat zal dus langer worden, misschien wel twaalf uur per dag. ‘Kun je het je voorstellen?’, zei Akos geërgerd. ‘Net tijdens het EK.’
‘We verzinnen wel iets’, zei ik, ‘die wedstrijden gaan we hoe dan ook kijken.’
Een vrouw met een haakwerkje in Kyiv. Zij durft, anders dan Akos, wel naar buiten. Beeld AFP
Het zijn lange en warme dagen in Kyiv. Ik doe elke dag wat boodschappen en wandel in een park hier vlakbij. Af en toe valt de stroom uit. Ik heb er geen last van, want ik ga toch erg vroeg naar bed. In de winter was het wel vervelend, dan moest ik bij kaarslicht lezen.
Ook met koken heb ik er geen last van. Nu, als de zon zo veel schijnt, eet ik vooral salades, met gesneden tomaten, augurk en dille. In thermoskannen heb ik altijd extra koffie en thee zitten. Voor nood. Dat gaat goed. Koffie van een dag oud uit zo’n kan is nog prima. Nee hoor, dat de stroom hier af en toe wegvalt doordat er een centrale gebombardeerd wordt, hindert mij niet. Het enige is dat ik dus niet altijd op internet kan. Het spijt me als ik soms onbereikbaar ben.
Als ik hier in de buurt loop en langs een speeltuintje kom, dan kan ik me ineens zo ellendig voelen. Ik probeer het gevoel weg te drukken, maar ik kan er niet omheen: ik mis mijn kleinkinderen vreselijk. Dat zij hier rondhuppelden lijkt al zo’n eeuwigheid geleden. Ooit zaten ze hier op de schommel en plukten ze bloemetjes in het gras. Hier waren ze gelukkig. Maar hun stemmen zijn al zo lang weg uit Kyiv. Ze hebben nu een ander leven in Italië, met andere mensen om zich heen.
Als ze straks zomervakantie hebben, zullen ze hopelijk naar Kyiv komen. Ik verheug me erop, maar word ook gespannen van het idee. We zijn zo bang dat de meisjes iets overkomt. Nou ja, we zullen hun bezoek goed voorbereiden. Veel uitstapjes met hun vader zullen ze alleen niet maken. Maks verlaat zijn huis zo min mogelijk, uit angst om opgepakt te worden en naar het front te worden gestuurd. Zoals ik je vertelde is onze militaire top enorm aan het ronselen. Zelfs mannen die volgens het militair rekruteringsbureau nog niet aan de beurt zijn, moeten nu naar het oosten.
Zoals je weet, vind ik dat een man zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Maar Maks is, omdat hij geen militaire ervaring heeft, officieel nog niet aan de beurt. En er is ook nog geen sprake van een ‘absolute noodsituatie’. Dus ik begrijp wel dat hij nu liever zoveel mogelijk binnen blijft.
Kinderen in Kyiv. Beeld Getty
Weet je trouwens wie er volgende week naar Kyiv komt? Mijn lieve man Akos. Met de trein vanuit Boedapest. We hebben elkaar enkele maanden niet gezien. De laatste tijd hebben we wat moeilijke gesprekken gehad aan de telefoon. Zaten Akos en ik het eerste oorlogsjaar nog volledig op één lijn, nu voeren we continu discussies. Zo vindt Akos het niet verstandig dat Oekraïne westerse wapens gebruikt om doelen in Rusland aan te vallen. Dat begrijp ik niet. Ach ja, ik kom er steeds meer achter dat Akos echt een Hongaar is. Hij denkt toch anders dan de meeste Oekraïners. Ik hoop dat we tijdens zijn bezoek weer wat meer tot elkaar kunnen komen.
‘Mijn logé, Viktor uit Charkiv, is weer weg. Hij is gisteren vertrokken naar een ander adresje in Kyiv, waar hij de komende weken zal overnachten. Op zaterdagavond aten we hier nog wat in mijn flat. Ik had kip met aardappelen en een spitskoolsalade voor hem gemaakt. Na het eten keken we naar het nieuws, waar we zagen dat Charkiv zaterdagmiddag hevig was gebombardeerd. Viktor begon luid te vloeken toen hij hoorde dat twee Russische kruisraketten een bouwmarkt in een winkelcentrum hadden geraakt. De beelden waren vreselijk. Ten minste veertien mensen werden gedood en tientallen anderen raakten gewond.
‘‘Zie je nou dat niemand veilig is in Charkiv?’ riep hij tegen mij. ‘Zelfs niet de mensen die op hun vrije zaterdag een paar schroeven willen kopen! En deze terreur gaat maar door.’
‘Viktor sloeg een kruis en dankte God dat hij op tijd gevlucht was naar Kyiv. ‘Er zullen steeds meer mensen uit Charkiv naar Kyiv komen’, zei hij. ‘Nu komt de stroom pas echt op gang.’ Ik ging naar de keuken om de honingwodka te pakken, die Viktor hopelijk wat kon kalmeren. ‘Elenaatje’, riep Viktor naar de keuken, ‘ik bedoel het niet verkeerd, maar jullie hier in Kyiv zijn verwend, met dat goeie afweergeschut boven jullie hoofd. Je weet niet hoe bang iedereen is in Charkiv.’
‘We dronken twee glaasjes en toen zei ik tegen Viktor dat hij naar bed moest gaan. Al die ellende was niet goed voor zijn hart. ‘Ik kan hier niet van slapen, hoor’, sputterde hij tegen. ‘Ik voel me woest.’ Terwijl ik de lichten uitdeed, fluisterde ik streng: ‘Probeer nu maar aan iets moois te denken. Denk aan de Zwarte Zee, en hoe we daar vroeger als kinderen zwommen. Denk aan je jeugd, aan je schooltijd. Juist in een oorlog moet je aan mooie dingen denken. Niet met verbittering, maar om je weer sterk te voelen. Verman je een beetje, Viktor.’
Man inspecteert zijn auto na een Russiche raketaanval op Charkiv. (AP Photo/Andrii Marienko)
‘Viktor vertrok de volgende ochtend. Hij bedankte me en zei dat we elkaar snel weer zouden zien. Door het raam zag ik hem de straat uitlopen, in elke hand een koffer. En weet je wat me toen ineens zo’n pijn deed? Viktor is 68 jaar oud en kan gewoon over straat. Maar mijn zoon? Iris, Maks zit al weken alleen maar binnen. Zoals je weet is onze militaire leiding naarstig op zoek naar mannen. Zelfs als je officieel nog niet aan de beurt bent om naar het front te gaan, kun je nu opgepakt worden.
‘De zon schijnt hier in Kyiv, de vogels fluiten, maar op straat is het stil. Alleen vrouwen en oude mensen doen wat boodschappen. Onze mannen zitten thuis. Niemand wil nu gaan vechten. Zeker niet nu die beloofde Amerikaanse wapens er nog niet zijn. Dit beseft Viktor niet. Hij heeft zoveel geluk, hij kan gewoon zonder problemen over straat. Je ziet, het heeft ook voordelen om op leeftijd te zijn. Ach, mijn arme zoon. Ik ga hem straks wat boodschappen brengen.’
‘Ik heb nog steeds een logee in huis, Viktor uit Charkiv. Hij is uit voorzorg naar Kyiv gekomen, nu de Russen elke dag meer terrein veroveren in het noorden. De bombardementen nemen toe, ook op gewone huizen van burgers. Een week geleden ving ik hem hier thuis op. Hij slaapt ’s nachts op de bank en elke ochtend maak ik grutten voor hem klaar, dat eet hij graag.
‘Viktor ken ik nog van school, ooit zaten we in dezelfde klas. Ook toen al was hij niet bepaald een vrolijke Frans. En nog steeds klaagt hij veel en ziet hij overal beren op de weg. Waar ik probeer optimistisch te zijn – die wapens uit het Westen zijn nu écht onderweg – ziet Viktor de bezetters al aan zijn eigen keukentafel zitten. Hij herinnert zichzelf voortdurend aan al die spullen die hij niet heeft kunnen meenemen. Fotoalbums. Servies. Boeken. Zijn fiets.
‘Ik zeg hem dan dat Charkiv nog helemaal niet is ingenomen, en dat dit waarschijnlijk ook niet gaat gebeuren. Dat zijn spullen niet verloren zijn. Maar Viktor weet hoe de Russen eerder deze oorlog al hebben lopen jatten. Hele huizen van Oekraïners haalden ze leeg. Hij zag ze met matrassen slepen, en vergeet de waterkokers, wasmachines en koffiezetapparaten niet. ‘Dat zal ook met mijn meubels gebeuren,’ weet Viktor vrij zeker, ‘die zullen naar Rusland gaan. Mijn banken waren zo duur. En ze zijn nog in perfecte staat, helemaal kattennagelvrij.
‘Als Viktor het niet over zijn huis heeft, praat hij over de oorlog in metaforen. Zo noemt hij Oekraïne en Rusland twee vroegere geliefden. Ze hielden van elkaar, ze deelden alles. Hun eten, hun taal, hun geschiedenis en hun familie en vrienden. Maar waar Rusland zijn grote liefde in een stevige omhelzing hield, kreeg Oekraïne gevoelens voor een ander. Die ander was het Westen, dat lonkte met halfopen ogen en lange krullende wimpers. Het droeg een democratisch parfum, dat Oekraïne met zoveel verrukking opsnoof dat het wist: wij zijn verloren, we kunnen niet meer terug. Dit is waar wij altijd naar verlangd hebben, wij horen bij het Westen.
‘Oekraïne’s hartstochtelijke liefde werd alleen niet beantwoord. Want het Westen bleek, zo zegt Viktor altijd, een ‘foute man’: je kunt hem nooit echt krijgen. Hij wil je wel, hij wil je niet. Elke keer dat je denkt: nu zullen we gaan trouwen, verzint hij een smoes, waardoor het niet kan.
‘Intussen is Rusland de ex die verlaten werd. Het kan de pijn en het verdriet over de breuk gewoonweg niet accepteren. Uit woede gooit hij zuur in het gezicht van zijn voormalige geliefde. Als Viktor naar de schuilkelder moet, zegt hij: ‘Ah, ze gooien weer met zuur.
Dat zuur komt in ons gezicht via glijbommen, artilleriebeschietingen en exploderende drones. In Charkiv staat al zoveel in de fik: auto’s, flats, stukken bos. Onze ex zorgt voor zoveel rook dat we nauwelijks kunnen ademen. Het is de prijs die we betalen voor onze nieuwe liefde, concludeert Viktor altijd somber. Maar spijt van die nieuwe liefde? Nee hoor, dat hebben we absoluut niet.’
‘Ik heb hier een vriend te logeren, Viktor. Hij woont eigenlijk in de stad Charkiv, maar is nu uit voorzorg naar Kyiv gekomen. Viktor vertelde me dat het Russische leger het noorden van de provincie Charkiv is binnengedrongen. ‘Ze komen steeds dichterbij. Iris, je moet weten, dit gebied was door onze jongens bevrijd!’ En nu lopen er dus weer bezetters rond. Dit is heel slecht nieuws.’
‘Viktor arriveerde hier met twee grote koffers. Het eerste wat hij deed, was het uitpakken van zijn iconen, die hem tijdens zijn vlucht hadden beschermd. Hij zette ze in de keuken op tafel en verzonk in een diep gepeins. Ik maakte een kop zwarte thee met citroen voor hem klaar. ‘Waarom ben je nu al weggegaan?’, vroeg ik. ‘Ze zijn toch nog niet bij de stad Charkiv zelf?’
‘Viktor haalde diep adem. ‘Elenaatje, je snapt het toch wel? Als die Russen straks dichter bij de stad zijn, kunnen ze hem ook makkelijker beschieten. Ik wil niet meer nachtenlang in de metro doorbrengen.’
‘Viktor klonk vermoeid. Hij begon een klaagzang over hoe hij achteruit was gegaan deze oorlog. Over de pijn in zijn botten. Zijn stijve nek. Hoe hij nooit langer dan twee uur achter elkaar kon slapen. Zelfs niet als het luchtalarm een nacht niet ging.
‘Omdat mei in Kyiv de mooiste maand van het jaar is, stelde ik hem voor een wandeling te maken. ‘Daar zal je van opknappen. Laten we de geur van de bloesems inademen.’ Viktor volgde me zuchtend naar buiten. In de schaduw, onder hoge kastanjes, probeerde ik hem wat op te beuren. In Kyiv ging het luchtalarm veel minder vaak dan in Charkiv. Hier zou hij wat op adem kunnen komen.
Een man wordt geëvacueerd uit Voltsjansk, Charkiv. Beeld EPA
‘Maar Viktor liet zich niet opbeuren. Hij begon te klagen over zijn koopwoning in Charkiv en hoe die nu nog verder in prijs zou zakken. ‘Ook het geld van mijn ouders zit erin’, jammerde hij. ‘We hebben er krom voor gelegen. Heel mijn leven werkte ik om deze flat te kunnen betalen.’
‘Natuurlijk begreep ik Viktor. Hij was niet de enige die zich zorgen maakte over zijn koopwoning. Zelf had ik er ook aan gedacht, toen Kyiv in het begin van de oorlog werd omsingeld. Nooit had ik grote reizen gemaakt of dure aankopen gedaan. Alles had ik opzij gelegd om een eigen appartementje te kunnen kopen. En als de stad nu werd ingenomen door de Russen? Dan was alles voor niets geweest.
‘Toch ergerde het gejammer van Viktor mij. ‘Een huis is niet een zoon die sterft aan het front’, zei ik boos. ‘Wees sterk. Het zijn maar stenen. Het is niet je eigen bloed.’ Viktor keek me kwaad aan. ‘Hoe durf je? Je weet niet wat mijn flat voor mij betekent.’
‘De rest van de wandeling spraken we niet met elkaar. ’s Avonds maakte ik in stilte een bed voor hem op. Een week blijft hij logeren. Dan gaat hij naar een ander adresje in Kyiv.’
‘Met lede ogen zien we aan hoe Rusland aan het oprukken is. Hoe ze steeds weer een stukje gebied van ons afpakken. Ze hebben nu Novobachmoetivka ingenomen. Je denkt misschien: dat is toch geen grote verovering? Maar het is Oekraïense grond. En elke vierkante meter is ons lief, zelfs als het om een onbeduidend dorpje gaat.’
‘Novobachmoetivka bestaat feitelijk uit één weggetje: de Gagarin-straat. Aan beide zijden van dat weggetje staan huizen, soms met abrikozenbomen in de tuin. Daar woonden gewone mensen, die werkten, kookten, de tuin onderhielden, en hun kinderen en huisdieren verzorgden. Zij zijn weg. Met het dorp dat gevallen is, is er opnieuw een Oekraïense samenleving gesneuveld. Net zoals dat in Marioepol, Bachmoet, Avdiivka, Severodonetsk en nog vele andere steden en dorpen is gebeurd. Vergeet niet, ieder dorpje is een wereld op zichzelf, waar de mensen hun eigen grappen hebben, verhalen, ergernissen en vriendschappen.’
‘Wij treuren om elke vierkante meter die in handen van de Russen valt. Op die grond zal de duisternis intreden. Want, zoals we inmiddels weten, het regime van Poetin brengt vooral cynisme en minachting voor het leven. Soms laait de discussie op over of we al die dorpjes wel moeten verdedigen, ten koste van zoveel mensenlevens. Het verdrietige antwoord is helaas ja. De grond in Kyiv is niet meer waard dan in Novobachmoetivka. Het is allemaal de moeite van het vechten waard. En hoewel we nu kampen met enorme tekorten aan wapens en munitie, kijken we tegelijkertijd erg uit naar de hulp uit Amerika. Hopelijk kunnen we elke vierkante meter terugveroveren.’
‘In mijn geboortestad Cherson hebben de inwoners veel last van mijnen. Mijn nicht klaagde er al over. Ze kan het land niet inlopen, de berm niet onkruidvrij maken of er dreigt gevaar. Het is vooral vervelend omdat er gewoon gesnoeid moet worden, anders gaan er te veel planten woekeren.’
‘De autoriteiten hebben de bewoners van Cherson al talloze keren opgeroepen voorzichtig te zijn. En vooral niet zelf mijnen te gaan ruimen. Maar ja, mensen zijn ongeduldig. Vooral boeren nemen steeds grotere risico’s en gaan zelf hun land controleren. Vaak met een tragisch einde.’
‘Mijn nicht vertelde me hoe je eigen geest je voor de gek houdt. Ook zij wilde op een gegeven moment het land achter haar tuin in. Je loopt een klein stukje en er gebeurt niets. Zie je, denk je, hier liggen geen mijnen. Je loopt nog een stukje, naar rechts of naar links, speurt de grond af met je ogen en weer gebeurt er niets. Waarschijnlijk valt het hier mee, denkt je geest dan, die mijnen liggen waarschijnlijk verderop. Als je sterker bent dan je eigen geest, dan draai je om en ga je terug. En heb je geluk gehad. Maar de meeste mensen worden helaas overmoedig.’
‘Metaaldetectors zijn de oplossing, maar ja, daar hebben ze er in Cherson te weinig van. We proberen ze hier in Kyiv in te zamelen en sturen ze op. Het is fijn om iets te kunnen doen. Godzijdank hebben die Russen Kyiv nooit kunnen bezetten en hebben wij hier geen last van mijnen.’
‘Zaterdag is er een enorme last van mijn schouders gevallen. Ik was bij mijn zoon op het moment dat het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden akkoord ging met een nieuw steunpakket voor Oekraïne. Het was alsof de wolken plaatsmaakten voor de zon, die onze donkere woonkamer ineens verlichtte. Het houten meubilair leek in de glans te zijn gezet. Ik overdrijf niet als ik zeg dat de wereld er opeens echt anders uitzag. Er gloort weer hoop aan de horizon voor ons Oekraïners.’
‘Zelfs mijn altijd vermoeide benen voelden ineens licht aan toen ik me op m’n pantoffeltjes naar de keuken begaf. Ik schonk twee glaasjes honingwodka in. Daarna sneed ik twee plakken van een sinaasappel af, versnipperde enkele muntblaadjes en legde die op een schoteltje naast de glaasjes. ‘Hier Maks’, zei ik toen ik de kamer weer inkwam, ‘laten we proosten. Op de Overwinning.’
‘Weet je, ik zag het de laatste tijd somber in. Die Russen gingen zo tekeer. De verwoestingen waren zo groot. Het verdriet peilloos. Wij hadden te weinig wapens en te weinig mannen om ons te verdedigen. ’s Nachts sliep ik slecht. Ik droomde dat Charkiv werd ingenomen. Dat Kyiv werd omsingeld. Toen ik wakker werd, vreesde ik dat de Oekraïense zaak uit de aandacht zou verdwijnen. Dat de wereld ons zou vergeten.’
‘En nu? Nu voelt het alsof onze westerse vrienden hun armen weer om ons heen hebben geslagen. Dat ze ons stevig vasthouden en ons in het oor fluisteren: ‘Hier zijn wij, vlakbij jullie, en we laten jullie niet los.’ Dat dit een emotioneel moment voor ons is, zul je waarschijnlijk wel begrijpen. Wij voelen ons gezien en we zijn de Amerikanen, maar ook jullie daar in West-Europa, heel erg dankbaar. Ooit hopen wij iets voor jullie terug te kunnen doen. We zullen alles op alles zetten om Oekraïne als land te laten slagen.’
‘Door dat steunpakket ben ik trouwens ook minder zenuwachtig over Maks. Of hij nou wel of niet naar het front moet, er zal hopelijk voldoende munitie en afweer zijn. Toch? Weet jij hoelang het duurt voordat we die wapens hier in Oekraïne kunnen gebruiken? Maks zal beter beschermd zijn, daar ga ik vanuit.’
Productie van 155 mm kaliber granaten in een wapenfabiek in Scranton, Pennsylvania. Foto CharlyTriballeau / AFP
‘Ik moest overigens wel weg na dat glaasje honingwodka. Maks zou gaan videobellen met zijn vrouw Anna, in Italië.’
‘Ik had mijn kleindochters eerder die dag gesproken. Het gaat goed met ze. Ze halen goeie cijfers op school en tennissen op hoog niveau. In de weekenden nemen ze deel aan toernooien. Om de dag bellen ze met hun vader, die ze natuurlijk erg missen. Maar ze willen hem trots maken. En dat is Maks ook. Op afstand is hij erg trots.’
‘Thuisgekomen stak ik een kaars aan. Sinds onze grote energiecentrale ten zuiden van Kyiv is verwoest, vraagt de regering de mensen om zoveel mogelijk elektriciteit te besparen. Ik keek geen tv en gebruikte mijn laptop niet. Het gaf niet. Bij het licht van de kaars las ik een boek. Ik voelde me rustig en tevreden.’
‘Ons parlement heeft de nieuwe mobilisatiewet definitief aangenomen. Had je dat al gehoord?
‘We hebben helaas te weinig mensen die kunnen vechten. Er moeten meer mannen naar het front, hoe vreselijk dit ook is. Zoals ik je eerder al eens schreef: we hebben geen keuze. Als we nu opgeven, is onze strijd voor niets geweest.
‘Het leidt allemaal wel tot veel onrust, want het is totaal onduidelijk welke mannen er nu precies naar het oosten moeten. De mobilisatieleeftijd is in ieder geval verlaagd van 27 naar 25 jaar, maar verder weten we nog maar weinig. Mijn zoon heeft zich tot nu toe alleen beziggehouden met de logistiek van wapens uit het Westen. Hij regelde het vervoer en de schoonmaak ervan. Maar echt vechten? Nee, dat heeft hij eigenlijk nooit gedaan. Hij heeft ook geen militaire opleiding. We zullen het binnenkort wel horen, wat de plannen van de regering zijn.’
‘Het is pijnlijk om te zien dat deze oorlog ook tot zoveel spanningen en ruzies tussen Oekraïners leidt. Neem nou Vera, een oud-collega van mij. Haar zoon woont nu bij haar in. Hij gaat niet naar buiten. Hij zit op de bank en doet niks. Een oproep voor het front zal hij negeren, heeft Vera al gezegd. Ze kijken nu naar mogelijkheden om hem naar het buitenland te krijgen. Ik kwam haar laatst tegen en zij dacht dat ik niets wist van haar zoon. Maar natuurlijk wist ik het wel, ik had er van een andere collega over gehoord.
‘Toen ik Vera op de markt zag, heb ik haar genegeerd. Ze schrok ervan, omdat we in het verleden wel veel deelden. Maar hoe kan ik met haar over koetjes en kalfjes praten? Ik zou mezelf verloochenen als ik dat zou doen. Vind je mij hard? Ik denk alleen maar aan alle jongens die al maanden in de loopgraven zitten, zonder afgelost te worden, uitgeput, verzwakt en soms doof geworden door het geluid van al die explosies. Wat denk je: hoe zouden zij kijken naar de zoon van Vera? Hij die, al zittend voor de tv, plannen maakt om naar een veilig EU-land te vluchten. En hoe zouden de families van omgekomen soldaten, die hun leven gaven voor het voortbestaan van Oekraïne, kijken naar deze zoon? Ik kan het je vertellen. Ze zouden hem een lafaard noemen.’
Oekraïense soldaat aan het front bij Avdiivka. Foto Daniel Rosenthal
‘Het probleem is dat het gedrag van deze zoon ook andere mannen aansteekt: ‘Als hij niet gaat, dan ik ook niet.’ In deze vicieuze cirkel willen we niet belanden, want straks is er niemand meer om de Russen tegen te houden.
‘Nou ja, ik weet dat mensen zich van me afkeren omdat ze mij te principieel vinden. Ik heb nog nooit zoveel ruzie gehad als tijdens deze oorlog. Ik probeer er maar niet van wakker te liggen. Het enige moeilijke vind ik dat mijn schoondochter Anna niet meer met mij wil spreken. Gelukkig laat ze me wel videobellen met mijn kleindochters. Als ik haar bel geeft ze haar mobiel altijd direct aan een van de kinderen.’
‘We zitten in een nachtmerrie waarvan niemand weet wanneer het eindigt. Ik schrijf je vanuit de badkamer, want het luchtalarm gaat steeds. Ze schieten zo veel raketten en drones op ons af dat gewoon even naar de bakker gaan al een hele onderneming is. Waar zou ik onderweg moeten schuilen?
‘Wij horen van Syrskyi, onze opperbevelhebber, dat Rusland dag en nacht aanvalt met alles wat het heeft. Nou, het is te merken. En dan zitten wij hier in Kyiv nog relatief goed: wij worden beschermd met het beste afweersysteem van het land. In Charkiv krijgen ze het helemaal voor hun kiezen. Het ene bombardement is nog niet afgelopen of het volgende begint al. Al die vernielde woonblokken, al die verwoeste spullen, al die doden en gewonden en al die ontredderde families: het is te misselijk voor woorden. Ook hoorde ik weer over een ‘double tap’-aanval in Charkiv. Na de eerste raket op een flat volgt, als de hulpverleners zijn toegesneld, een tweede raket op dezelfde plek. Alleen een psychopaat kan zoiets bedenken.
‘Zijn die bommen nu niet een keer op? Ik vraag het me elke keer weer af. Maar van m’n zoon weet ik dat die bommen niet op zullen raken. ‘Hun Iraanse en Noord-Koreaanse vrienden zullen hun voorraden blijven aanvullen’, zegt hij dan.
‘Afgelopen nacht vuurden die orcs (Russen, red.) ook meer dan twintig drones af op onze energie-infrastructuur. In Odesa werden een benzinestation en transportbedrijf geraakt. En in Zvjahel, in de regio Zjytomyr, moesten de mensen binnenblijven, omdat de lucht zo vervuild was. Daar was een buis van een fabriek getroffen. Ze willen alles hier in Oekraïne kapotmaken. Zelfs de schone lucht die we inademen!’
‘Op tv zien we hoe president Zelensky smeekt om meer Patriot-afweersystemen, die zo essentieel zijn om onze burgers te beschermen. Begrijp jij waarom Amerika ze ons niet levert? Hoe moet dat nu straks, als deze bommenregen doorgaat en wij onze steden niet meer kunnen beschermen?
‘Akos, die mij belde uit Boedapest, zei dat het in Kyiv straks ook levensgevaarlijk wordt als onze jongens de raketten niet meer uit de lucht kunnen halen. Akos begon weer op me in te praten en zei dat ik naar Boedapest moet komen. Hij is bang voor wat er staat te gebeuren. Volgens hem zullen de Russen binnenkort ook weer een poging doen om Charkiv aan te vallen. Ik weet niet of het klopt. Laten we het allemaal even aankijken, heb ik hem gezegd.’
‘Als het straks in de middag wat rustiger is, en de sirene even niet gaat, hoop ik naar mijn zoon te gaan. Met Maks heb ik afgesproken dat ik hem niet meer dan twee keer per week bezoek. Ik ga hem zo een pot berghoning brengen, nog van de Krim, dat zal hij erg lekker vinden. Vooralsnog is hij niet opgeroepen voor het front. Maar ik heb geen idee of dat zo blijft. Ik probeer er niet aan te denken en blij te zijn met elk moment dat ik hem kan zien.’
‘Ik woon weer in mijn eigen appartement, in het zuiden van Kyiv. In de woonkamer heb ik prachtig uitzicht over de stad en kijk ik op de toppen van de bomen. De vluchtelingen uit Marioepol, aan wie ik mijn huis bijna een jaar lang ter beschikking stelde, zijn naar Polen vertrokken.
‘Pas toen ik de deur opende, voelde ik hoe ik deze plek gemist had. M’n servies, m’n boeken, de knuffelbeer op de stoel bij de deur. Het viel mij op dat alles tiptop was schoongemaakt. Onder een vaas met verse bloemen lag een handgeschreven brief. Die lieve gasten uit Marioepol kwamen woorden tekort om mij te bedanken voor mijn gastvrijheid. Ach, het was niks! Natuurlijk konden ze in mijn huis, ik logeerde immers bij mijn zoon. Vergeet niet dat mensen uit Marioepol werkelijk álles zijn kwijtgeraakt. Hun huizen zijn voor een groot deel weggebombardeerd, hun geliefden omgekomen of gewond geraakt en ze zijn compleet afhankelijk geworden van anderen. Ze klampen zich vast aan hun herinneringen. Maar hun stad bestaat niet meer. Zelfs de namen van de straten zijn door die Russen veranderd.
‘Ik had graag meer gedaan voor dit getraumatiseerde echtpaar. Maar ze verdroegen het continue luchtalarm in Kyiv niet langer en daarom is het fijn dat ze een plek in Polen hebben gevonden. Hun bericht kwam eerlijk gezegd op een bijzonder goed moment. Mijn zoon had namelijk aangegeven dat hij liever weer alleen wilde wonen. ‘Waarom?’, had ik hem verbijsterd gevraagd. ‘Ik doe alles voor je: koken, schoonmaken, strijken! Je zal het alleen niet redden. Je zal erg eenzaam worden.’
‘‘Mama’, antwoordde hij mij, terwijl hij mijn schouders had vastgepakt, ‘sinds de oorlog doe je alsof ik weer een kleine jongen ben. Je maakt je zoveel zorgen. Je verstikt mij. Ik ben gewoon een volwassen man van in de veertig, met een gezin, ook al zijn Anna en de kinderen nu niet bij me. Ik hou van je, maar je moet me wat meer loslaten.’
‘Maar ik wil bij je zijn’, sputterde ik tegen, ‘straks volgt de mobilisatie en dan moet je naar het oosten. Laat me tot die tijd alsjeblieft voor je zorgen. Alsjeblieft.’
‘‘Nee,’ zei Maks stellig. ‘Stop nu met zorgen maken. Ga naar je man, in Boedapest. Of naar je eigen flatje. We zien elkaar binnenkort weer.’
Inwoners van Kyiv schuilen in de metro tijdens Russische bombardementen. Foto Alina Smutko / REUTERS
‘Ik bracht enkele weken door bij Akos in Hongarije, die niet mee terug wilde naar Oekraïne. Hij is zeer bevreesd voor al die aanvallen op het Oekraïense stroomnetwerk. Hij probeerde me te overtuigen om voorlopig bij hem te blijven, maar hij weet dat ik in de buurt van mijn zoon wil zijn. Zeker omdat er nu zoveel onduidelijk is over wie straks wel of niet naar het front moet. Als ik niet in Kyiv ben, word ik onrustig.
‘Maar het tobben is bij thuiskomst helaas ook weer direct begonnen. Eigenlijk wil ik me niet bezighouden met alles wat er in Rusland gebeurt, maar ik vraag me toch af: gaat Poetin ons echt de schuld geven van die aanslag op dat concert? En wat zal hij dan gaan doen?’
‘Op 18 maart 2014, vandaag precies tien jaar geleden, werd onze Krim geannexeerd. Ik herinner me nog goed dat het vooral vrouwen waren die de bezetting probeerden te stoppen. De demonstratie begon in Simferopol en werd steeds groter. De vrouwen gingen langs de snelwegen staan, waar Russische tanks langsreden, en ze hielden posters omhoog waarin ze vrede eisten en de terugtrekking van de Russische soldaten. Op 8 maart, Vrouwendag, organiseerden ze de grootste actie: tienduizenden mensen gingen de straat op. ‘Kijk naar ons,’ sprak een vrouw met een bloemenkrans rond haar hoofd op tv, ‘achter ons veroveren gewapende mannen onze mooie Krim. Alstublieft, laten we dit niet toestaan.
‘Dat er voornamelijk vrouwen deelnamen aan de protesten was bedoeld om mogelijke agressie van het Russische leger te voorkomen. In Oekraïne denken we sowieso dat vrouwen meer overtuigingskracht hebben en beter kunnen onderhandelen. Zij hebben ook de gave om agressie te temperen. Heb je een probleem dat moet worden opgelost? Dan stuur in eerste instantie een vrouw, die met een warme stem, zachte blik en open hart het tij kan keren. Mocht dit niet werken, dan vraag je een man, die met zijn vuist op tafel kan slaan.’
Pro-Russische separatisten verscheuren een Oekraïense vlag in Donetsk op 29 mei 2014. Beeld AFP
‘Het is verdrietig dat we onze Krim zijn verloren. Nu moeten we de beelden verdragen van vieringen op het Rode Plein, van Russen die proosten op de annexatie. Toch voeren onze eigen jongens regelmatig droneaanvallen uit om het gebied terug te veroveren. Ooit, en daar ben ik van overtuigd, zal de Krim weer Oekraïens zijn.’
’Wanneer ik er voor het laatst was? Nou, in de zomer van 2013. Na de annexatie ben ik er nooit meer geweest. Dat kon ook niet meer. Die laatste zomer logeerde ik een week bij een vriendin die ik uit Kyiv ken. Ik sliep in haar tweede huisje op de Krim, ergens vlakbij Jalta. Vanuit de tuin keken we op de glinsterende Zwarte Zee.
‘Meer inwoners van Kyiv hadden trouwens een datjsa op de Krim. Logisch natuurlijk, want het is een paradijselijke plek, met hoge kliffen, eik- en naaldbossen, watervallen, grotten, uitgestrekte meertjes en ontelbaar veel planten en vogelsoorten. Ach, we gingen daar allemaal zo graag op vakantie. En vaak al vanaf kinds af aan. Na de annexatie was het afgelopen, en ook met die tweede huisjes.
‘Mijn vriendin is nog één keer naar haar datsja geweest, om spullen op te halen. Het was een heel gedoe om door de controleposten te komen. Toen ze er was, propte ze haar auto helemaal vol met klein meubilair, boeken, servies en flessen mousserende wijn. Het belangrijkste kon ze helaas niet meenemen: haar tot in de puntjes verzorgde moestuin. Thuisgekomen brak ze in tranen uit, wetende dat ze voorlopig geen aardappels, uien, tomaten en komkommers meer zou verbouwen. Hoe het nu met al die tweede huisjes gaat? Geen idee. De Russen zullen ze wel in gebruik hebben genomen.’
‘Heb je gehoord wat paus Franciscus heeft gezegd? Nee? Nou, in een interview heeft hij de hoop uitgesproken dat Oekraïne ‘de moed’ zou kunnen opbrengen om te onderhandelen met Rusland. Hij zei: ‘Als u ziet dat u verslagen bent, dat het niet werkt, heb dan de moed om te onderhandelen.’
‘Hoe durft die man? Wat denkt hij wel niet? Gelukkig reageerde onze buitenlandminister Koeleba direct. ‘Onze vlag is geel-blauw. Dat is de vlag waaronder wij leven, sterven en overwinnen. Wij zullen nooit een andere vlag hijsen.’ En zo is het. Het vreemde is dat ik steeds vaker dit soort lariekoek hoor vanuit het Westen.
‘Onderhandelen met Rusland kan niet, dat begrijpen jullie toch wel? Die Russen zijn volstrekt onbetrouwbaar. Ze haten ons en uiteindelijk, wat ze ook zeggen of doen, willen ze ons prachtige Kyiv afpakken. Als je Russen hoort roepen dat ze met ons willen onderhandelen, dan is dat strategie. Een afleidingsmanoeuvre om te hergroeperen, waarna ze vervolgens opnieuw zullen proberen Kyiv aan te vallen.
‘Vergis je niet, met het Kwaad valt niet te onderhandelen. Dat leerde ik al vroeg, van mijn vader die in het Rode Leger tegen de nazi’s vocht. Denk ook vooral niet dat het mee zal vallen, of dat je tegenstander wel bij zal draaien. Nee. Wees nooit naïef. Ga niet inleveren om nóg erger te voorkomen. Hou vast aan je eigen principes. Nooit zullen wij delen van Loehansk of Donetsk afstaan, hoe lang het gebied ook bezet blijft. Daar valt niet over te onderhandelen.’
‘Zo’n twee jaar geleden vertelde je mij dat je op straat in Amsterdam een oud-klasgenoot was tegengekomen. Hij wist dat jij veel met Oekraïne bezig was en hij vroeg: ‘Begrijp jij dat nou, waarom geven die Oekraïners zich niet gewoon over? Het is toch een kansloze missie? En jouw Oekraïense vriendin daar spreekt toch ook Russisch?’
‘Ik was te sprakeloos om te reageren. Maar blijkbaar heeft men nauwelijks weet van onze afkeer van het duistere regime in Rusland. Wij sterven liever, dan dat we straks in een land leven waar de maffia aan de macht is. We willen niet dat onze kinderen in angst en met cynisme opgroeien. Ook al is mijn moedertaal Russisch! Die taal heeft er niets mee te maken.’
‘Ik groeide op in Cherson, toen nog onderdeel van de Sovjet-Unie, en al vroeg zag ik wat er mis was met ons ‘Sovjet-mensen’. Het systeem functioneerde niet. Het was corrupt. Mijn ouders werkten als leraar en hadden een inkomen, maar worstelden om rond te komen. Er waren altijd tekorten. Ruimte voor andersdenkenden was er niet. De Oekraïense taal werd onderdrukt. We zagen het wanbeleid van de autoriteiten rondom de Tsjernobyl-tragedie. Ik heb het ze nooit vergeven. Al die mensenlevens, al die prachtige natuur, het was allemaal verwoest.
‘Ach, wat waren we blij toen de Sovjet-Unie uit elkaar viel en Oekraïne op eigen benen kon staan. Eindelijk waren we verlost van machthebbers met zoveel minachting voor het leven. We proefden van de democratie, die verrukkelijk was, en we wisten, dit laten wij ons nooit meer afpakken.’
‘Bij een Russische drone-aanval op Odesa zijn afgelopen weekend twaalf doden gevallen, onder wie vijf kinderen. De foto’s die ik op internet zag, van de verwoesting, de gewonden onder het puin en de radeloze vrijwilligers die met hun handen in het gruis groeven, raakten me zeer. Ik dacht steeds maar aan al die gebroken levens.’
‘Odesa en Charkiv zijn erg kwetsbaar voor dit soort aanvallen. Daarom zie je dat er opnieuw veel mensen naar de hoofdstad trekken. Kyiv is inmiddels de veiligste stad van het land, omdat ze daar de beste luchtafweer hebben. Maar niet iedereen kan het zich veroorloven om naar Kyiv gaan. Het is ook onze duurste stad. Voor iemand uit bijvoorbeeld Dnipro is het vaak onmogelijk om in Kyiv rond te komen, door de hoge huizenprijzen en de dure boodschappen.’
‘Het treurige van deze oorlog is dat hoe meer geld je hebt, hoe beter je beschermd bent. Zo konden de meest welvarende Oekraïners naar het buitenland vluchtten. En diegenen met aardig wat geld op zak, haastten zich naar Kyiv. De rest bidt tot God dat ze nooit geraakt zullen worden door een raket. Ach, wat hoop ik toch dat ál onze mooie steden op een dag beschermd zullen worden door een goeie luchtafweer.’
Machinegeweerschutter Ilja Tisjtsjenko (25) raakte gewond in de oorlog. Daniel Rosenthal / VK
‘Ik heb tot nu toe veel geluk gehad. Niet alleen omdat ik een appartement in Kyiv heb, maar ook omdat ik in Boedapest terecht kon, bij Akos. Natuurlijk heeft de oorlog ook mijn leven verwoest, maar ik tel mijn zegeningen.
‘Ik voel me schuldig naar alle Oekraïners in stadjes en dorpen die niet, zoals in Kyiv, onder een relatief veilige hemel kunnen slapen. En veel Oekraïners in de hoofdstad voelen zich met mij óók schuldig. Ons schuldgevoel sijpelt door alle lagen van de samenleving en zorgt voor spanningen. Waarom leeft mijn zoon nog wel en haar zoon niet meer? Waarom moet haar man zonder benen verder? Waarom zitten zij daar in Kyiv gewoon op het terras, alsof er niets aan de hand is?’
‘Iedereen lijdt en tegelijkertijd zijn er altijd Oekraïners die het nóg zwaarder hebben. Kun je je voorstellen dat als mijn zoon naar het front zou moeten, wij dit dan zouden kunnen weigeren? Wij, die eigenlijk al zoveel geluk hebben? Ondenkbaar. Het zou een grote schande zijn. Onze familie zou de rest van ons leven onder een deken van schaamte moeten leven. Dit heb ik ook aan mijn schoondochter Anna teruggeschreven, die Maks nog steeds de grens over wil krijgen vóór de nieuwe mobilisatieronde begint. Zij begrijpt mij niet en ik begrijp haar niet. Zij snapt niet dat ik zo vasthoud aan mijn principes en ik snap niet wat het leven waard is zonder principes.’
‘En daarom spreken we momenteel niet met elkaar. Anna reageert ook niet meer op mijn oproepen. Ik vind het moeilijk, ook omdat ik mijn kleindochters erg mis, met wie ik normaal gesproken twee keer per week videobel. Het is even niet anders. Anna zal wel bijdraaien. Althans, dat hoop ik.’
‘Ik zit in de trein, op weg naar Lviv. Vanuit daar zal ik doorreizen naar Boedapest. Nee, niet voor lang hoor, ben je gek. Binnen enkele weken ben ik terug in Kyiv. Ik ga naar Hongarije om mijn man Akos te zien. Hij heeft het moeilijk zonder mij, hij mist mij erg. Toch heeft hij zich verzoend met het feit dat ik - ondanks de oorlog - gewoon in Oekraïne zal blijven. Het vluchtelingenbestaan in Hongarije is niets voor mij. Ik wil niet van iedereen afhankelijk zijn en ik wil niet zielig gevonden worden. En, ik wil nu niet onbeleefd zijn, maar ik word ongelukkig als ik steeds Hongaars hoor. Het is mijn taal niet.
Akos heeft wel geprobeerd mij te overtuigen om permanent in Boedapest te blijven. ‘Wees niet eigenwijs, het is gevaarlijk in Kyiv,’ zei hij, ‘en als je uitglijdt en een heup breekt, dan is er geen arts om je te helpen.’ We hebben lange gesprekken over de telefoon gevoerd, maar nu heeft Akos zich erbij neergelegd. Op den duur zal hij mogelijk ook naar Kyiv komen.’
‘Ik ben opgelucht dat het ‘twee-jaar-oorlog-moment’ weer voorbij is. We weten inmiddels dat Poetin, net als Hitler trouwens, van symbolische data houdt. Daarom heb ik als voorzorg op 24 februari in de badkamer geschuild. Die dag heb ik in m’n dagboek geschreven, over mijn zorgeloze leven voor de oorlog, en hoe erg ik dat mis. Ik kon me niet voorstellen dat al dit geluk ooit in één klap voorbij zou zijn. En toch is het gebeurd.’
‘Ik schreef over mijn kleindochters, en hoe ze elke dag na school thee met citroen bij mij kwamen drinken. Ze praatten, ze lachten en ze trokken de kat op schoot.’
‘Ik beschreef enkele jaarlijkse uitstapjes, zoals naar de appelboomgaard van een vriend van mijn zoon, ergens ten zuiden van Kyiv. Daar glommen in september honderden rijpe Antonov-appels aan de takken in de zon. Maks en zijn vriend klommen in de bomen en werden geholpen door de kinderen, die de appels lachend in manden probeerden te vangen. Ik beschreef de houten datjsa, aan het eind van de boomgaard, waar Anna en ik direct begonnen met schillen. We maakten appeltaarten, hele zoete, en de kinderen sliepen ’s avonds op matjes vlakbij de oven. Maks straalde zo tijdens deze dagen. Met zijn vriend zat hij tot laat buiten, op de veranda en ze dronken honingkleurige cognac. Hij had alles. En wat heeft hij nu?’
Buurtbewoners tijdens een herdenkingsceremonie in de Oekraïense stad Irpin op 24 februari. Beeld AFP
‘Nu eten de kleinkinderen nooit meer een Antonovka. Ze weten waarschijnlijk niet meer hoe die appel smaakt. Kijk, het is goed dat er over de oorlog wordt geschreven. Maar ik moet ook schrijven over ons leven vóór de invasie. De kleinkinderen zullen veel vergeten. Ze weten straks niet meer hoe hun vader was, wat ze samen deden en hoe hij met ze speelden. Met elke dag die verstrijkt wordt hij meer een figuur uit het verleden. Dat mag ik niet laten gebeuren. Ik probeer zo veel mogelijk op te schrijven.’
‘Dorogaja, lieverd, ik begrijp dat je geschrokken bent door de dood van Navalny. Het is erg treurig. Het nieuws had mij ook geraakt, afgelopen vrijdag, hoewel Navalny hier in Oekraïne lange tijd een omstreden figuur is geweest. Dat komt omdat hij zich in 2014 niet heel duidelijk uitsprak tegen de annexatie van de Krim. Beschouwde hij Oekraïne echt als een soort aanhangsel van Rusland? Vond hij dat Rusland recht had op de Krim en het van Oekraïne mocht afpakken? Het zou kunnen, maar ik denk het niet. Volgens mij is hij hier later ook op teruggekomen en heeft hij dit rechtgezet.
‘Helaas had een groot deel van de Oekraïners toen al niet meer zo’n hoge pet op van Navalny. Hij werd als een imperialist gezien, als een chauvinistische Rus. Het is kenmerkend voor het diepe wantrouwen dat wij voelen jegens onze buren. Russen zijn voor ons per definitie onbetrouwbaar. Er zullen vast goeie Russen zijn, zo denkt men hier, maar de geschiedenis heeft nu eenmaal uitgewezen dat Russen van nature kolonisators zijn, die neerkijken op andere volkeren en altijd het eigen territorium willen uitbreiden. Vertrouw nooit een Rus, zo wordt gezegd. Vraag het maar in Polen of de Baltische Staten. Wij Oekraïners zijn niet de enige die zo denken. Niet alleen Poetin zou overigens moeten veranderen. Ook het Russische volk zelf moet genezen van zijn grootheidswaan.’
Foto's en bloemen voor Aleksej Navalny liggen voor de Russische ambassade in Berlijn. Beeld: AFP
‘Hier in Kyiv zie je dus geen bloemen voor Navalny. Spijtig, vind ik persoonlijk. Navalny heeft de dictatuur van Poetin toch laten beven. Hij was een groot politicus, die respect verdient vanwege zijn ongelooflijke dapperheid. Hij geloofde, net als wij Oekraïners op dit moment, dat het Goede zal winnen over het Kwaad. Uiteindelijk, en dat heb ik je al vaker gezegd, zal die cynische psychopaat in het Kremlin gestraft worden. Hij kan niet eeuwig doorgaan met zijn walgelijke misdaden. Wij weten dit zeker en dit is wat ons Oekraïners op de been houdt. Het besef om het juiste te doen gaf Navalny vleugels. Laten we hem niet vergeten en hem als voorbeeld nemen.’
‘Hier in Oekraïne praat men overigens maar weinig over interne Russische aangelegenheden. We hebben iets anders aan ons hoofd. In Avdiivka hebben die orcs (Russen, red.) de Russische vlag gehesen. Onze jongens hebben zich teruggetrokken. Slecht nieuws dus. Wat gaat er nu gebeuren? Ik sprak er gisteren over met mijn zoon, die ook zenuwachtig aan het worden is. Maks zegt dat ze te weinig militaire steun krijgen, dat de wapens opraken. Ik begrijp het zelf niet. De VS zijn toch onze vrienden? Waarom blijft dat steunpakket dan uit?
‘Sinds Anna en de kinderen terug in Italië zijn, hoor ik mijn zoon weer veel klagen. Door de oorlog is hij een verbitterd man geworden. Toen de kinderen er waren, probeerde hij vrolijk te zijn en grapjes te maken, maar nu loopt hij vooral geërgerd rond. Nee, over de op handen zijnde mobilisatieronde hebben we het niet gehad. Ik wil niet voor nog meer spanning zorgen.’
‘Je hebt het misschien wel gehoord, maar onze geliefde Zaloezjny, onze legerbevelhebber, is ontslagen. Hoe kon Zelensky dat nou doen? Ik ben er zo teleurgesteld over.
‘Zelensky meent dat Zaloezjny verantwoordelijk is voor het mislukken van het tegenoffensief afgelopen zomer. Ik geloof dat niet. Zaloezjny verdient juist medailles omdat hij, ondanks alle tegenslag en te weinig wapens, behoedzaam bleef opereren. Door zijn voorzichtigheid heeft hij de levens van vele mannen kunnen redden en duur materieel gespaard.
‘Ach, waar is Zelensky toch mee bezig? Ik wilde naar het Maidanplein gaan om te demonstreren tegen deze beslissing, maar mijn zoon vroeg me thuis te blijven. ‘Laten we op Zelensky vertrouwen’, zei hij, ‘demonstreren doe je in vredestijd. Nu moeten we ons koest houden en achter onze leider blijven staan.’ Mokkend ben ik thuis gebleven.’
‘De kleinkinderen zijn vorige week trouwens weer naar Italië vertrokken. Het afscheid op het treinstation hier in Kyiv was, zoals elke keer, erg moeilijk.
‘Huilend hadden Katja en Ksoesja zich aan Maks vastgeklampt. Toen ze voor het eerst vluchtten, vlak na de grootschalige invasie, begrepen ze nog niet goed wat ‘oorlog’ precies betekende en hoe het leven zonder vader zou zijn. Maar hun kinderziel is in korte tijd oud geworden. Ze beseffen dat Maks in Oekraïne achterblijft en wat dat voor hem en voor henzelf betekent. Hoe ouder ze worden, hoe meer ze deze pijn voelen en des te harder ze huilen.
‘Maks probeert sterk te zijn, maar ook hem staan de tranen altijd in de ogen. En ik? Mijn hart bevriest op die momenten altijd een beetje. En ik voel me schuldig. Waarom kan ik niks doen aan al het leed dat die kinderen te verduren krijgen?’
‘Terug in het appartement vond ik een brief van mijn schoondochter Anna. Ik ging bij het raam zitten en begon te lezen. Het ging over de aanstaande mobilisatieronde, waar Anna en ik, zoals je weet, nogal anders over denken.
‘Als Maks straks naar het front moet, zo schreef Anna, dan verliezen Katja en Ksoesja mogelijk hun vader en groeien ze op met een groot trauma. Maks is daarnaast een zeer gevoelige man, die, voor de oorlog, niet voor niets een goedlopend bedrijf had in handgemaakte zeep. ‘Hij zal de geur van de loopgraven, doden en gewonden daarom gewoonweg niet kunnen verdragen’, vervolgde Anna.
‘Daarna complimenteerde ze mij met mijn principes, maar ze schreef ook dat ik het niet goed zag. Liefde voor Oekraïne is mooi, maar Katja en Ksoesja zijn de nieuwe generatie Oekraïners. Zij zijn het belangrijkste. Zij zullen ons land later weer moeten opbouwen. Als zij geknakt door het leven moeten, zal Oekraïne nooit meer bloeien. En daarom moet Maks op tijd de grens over, concludeerde Anna, naar Italië, nog vóór hij wordt opgeroepen.
‘De brief eindigde met: ‘Alsjeblieft Elena, maak onze familie niet kapot. Voor iedereen, en ook voor Oekraïne, is het het beste als Maks niet gaat vechten.’
‘Geëmotioneerd stopte ik de brief weg. Arme Anna. Wat had ik met haar te doen. Ze begreep alleen niet dat we geen keus hebben.’
‘Lieve Iris, dit weekend voerde ik een opmerkelijk gesprek met mijn schoondochter Anna. Ik zal je erover vertellen, maar ik schaam me er ook voor.
‘Zaterdagochtend ging mijn zoon met de kinderen naar de markt. Anna en ik bleven thuis. Terwijl het buiten zachtjes sneeuwde, begon Anna over de mogelijke nieuwe mobilisatieronde hier in Oekraïne. Ze vertelde over een man die ze in Italië op haar werk had ontmoet. Van deze man zouden we flink wat geld kunnen lenen, dat Anna in termijnen aan hem terug zou betalen.
‘Wat moeten we met zoveel geld?’ vroeg ik.
‘Nou,’ sprak Anna voorzichtig, ‘we zouden Maks met dat geld misschien de grens over kunnen krijgen. In Italië kan hij dan direct aan de slag bij het bedrijf waar ik ook werk.’
‘Ik verslikte me. ‘Dat heet corruptie Anna, en daar hebben wij ons hier in Oekraïne altijd tegen verzet.’
‘Ineens keek Anna me woedend aan. ‘Jij denkt alleen maar aan de verdediging van ons land’, riep ze. ‘Jij bent een patriot, jij houdt zielsveel van Oekraïne. Maar wie denkt er aan Katja en Ksoesja? Zij hebben ook recht op een vader.’
‘Anna stond op. ‘Maks zal een leven aan het front niet aankunnen. Daar ken ik hem goed genoeg voor.’
‘Ik ging nu ook staan. ‘Elke man kan aan het front vechten,’ zei ik. ‘Er is geen keuze. Er bestaat niet zoiets als ‘het niet aankunnen’. Dat zijn dingen die jou in Italië zijn aangepraat. Je bent als een westerling gaan praten.’
‘In de ogen van Anna stonden tranen. ‘Ik zit straks misschien nog de rest van mijn leven met een getraumatiseerde man, áls hij het al overleeft. En Katja en Ksoesja? Die zullen nooit meer een vader hebben. Denk aan hen, alsjeblieft, Elena, en laten we iets bedenken voor Maks.’
‘Ik pakte Anna’s hand. ‘Het kan niet, lieverd,’ fluisterde ik. ‘Ik begrijp je, maar wat je wil is onmogelijk. Het kan niet zo zijn dat andere mannen wél naar het front gaan en Maks naar Italië vertrekt. Het spijt me, Anna. Het spijt me zo.’
‘Anna had haar handen voor haar gezicht geslagen. Ze huilde, zoals ik haar deze oorlog nog niet had zien huilen. ‘Ik kan het niet alleen, met de kinderen, daar in Italië. Ik kan het niet meer.’
‘Ik trok haar tegen me aan en probeerde haar gerust te stellen, maar plotseling hoorden we de sleutel in de deur. ‘Oma!’ gilde Katja lachend, ‘oma! We hebben honing meegenomen!’ Anna verdween snel naar de badkamer, ze wilde niet dat de kinderen haar betraande gezicht zagen. Katja kwam aanrennen en drukte haar gezicht tegen het mijne. ‘Gaan wij nu honingcake maken? Ja toch, oma? Dat zouden we toch doen?’
‘Natuurlijk,’ antwoordde ik.’
‘En Maks? Maks zweeg gewoon het hele weekend. Hij ontweek vragen van mij en van zijn vrouw. Alleen aan zijn kinderen vertelde hij hele lange verhalen, over dieren en fantasiewezens. Ze konden er geen genoeg van krijgen. Nog twee dagen. Dan gaan ze weer terug naar Italië.’
‘De bommen blijven maar komen. We zitten veel in de badkamer, de ondergrondse parkeergarage of in een metrostation. Mijn kleinkinderen zijn nu in Kyiv en ik zie hoe ze elke keer schrikken als het luchtalarm gaat. Ze zijn het niet meer gewend. De jongste, Katja, begon de eerste dagen steeds te huilen als ze de sirene hoorde. Het is ook moeilijk. Het ene moment doe je met elkaar gezellig een spelletje aan de keukentafel, een fractie later zie je de paniek in de ogen van volwassenen en moet je gaan rennen.
‘Lieve, kleine Katja snapte ook niet goed dat ik me tijdens het luchtalarm in de badkamer verstopte, terwijl zij met haar ouders en zusje naar de parkeergarage ging. ‘Oma!’ riep ze, ‘oma, kom nou mee. Je mag niet achterblijven!’ Ze was steeds erg van slag. Ik heb haar later uitgelegd dat ik, nu de sirene zo vaak gaat, niet steeds al die trappen op en af kan. De badkamer is ook een veilige plek, zo stelde ik haar gerust.’
‘Maar ik zeg het je eerlijk; ik ben banger dan voorheen. Onze jongens schieten een groot deel van de Russische raketten uit de lucht, dat is mooi, maar er komen veel brokstukken op huizen terecht. Appartementen raken beschadigd of vliegen in brand. Mensen komen daarbij om. Het is verschrikkelijk en het houdt maar niet op. Na elke aanval denk ik: nu zal de kans dat onze flat een keer geraakt wordt, ook wel groter worden. Maar volgens Maks is dat niet zo en moet ik me niet gek laten maken. De kans blijft hetzelfde. En de kans dat we brokstukken op onze flat krijgen is gewoon klein. Dat zeg ik ook steeds tegen m’n kleindochters.
‘We proberen de dagen zo aangenaam mogelijk te maken voor Katja en Ksoesja. Met hun vader gingen ze al naar de dierentuin en naar de schaatsbaan. En afgelopen zaterdag hebben we met z’n allen hier in het park door de sneeuw gewandeld. De meisjes spraken daarna af met oud-klasgenootjes, die tijdens de oorlog wel in Kyiv zijn gebleven. Het was fijn en vertrouwd, maar ik zag ook hoe mijn kleindochters veranderd waren. Ze zijn niet alleen enorm gegroeid, hun taalgebruik is ook anders, met Engelse en Italiaanse woorden die ze tussendoor gebruiken.’
‘Ondertussen hangt er een zwaard van Damocles boven ons hoofd. Wat als Maks straks wordt opgeroepen bij de nieuwe mobilisatieronde? Ik weet het zeker: als Maks naar het front moet, dan zal hij gaan. Hij zal niet vluchten of eronderuit proberen te komen. Mijn zoon is geen lafaard. Maar als ik dan als moeder lees over al die tekorten die ze aan het front hebben, dan breekt mijn hart. Ze hebben niet genoeg granaten, artillerie en luchtdoelraketten. Hoe moet dat dan? Het idee dat mijn zoon daar mogelijk straks, in zo’n bevroren loopgraaf, niet kan terugschieten, geeft me slapeloze nachten. Ik probeer er niet aan te denken. Ik wil nu alleen maar van mijn kleindochters genieten, zolang ze hier nog zijn.’
‘Goed nieuws, mijn kleindochters komen naar Kyiv. Ja, het is echt waar, ze komen met de trein vanuit Italië. Komende zaterdag gaan we ze van het station ophalen.
‘Het besluit om toch naar Oekraïne af te reizen kwam na een lang gesprek dat ik had met Anna, mijn schoondochter. Eigenlijk vindt Anna het op dit moment, met al die onvoorspelbare bombardementen, te gevaarlijk. Maar ze ziet ook hoe de kinderen hun vader missen. En ik zie hoe Maks langzaam afglijdt. Hij is eenzaam, kortaf en drinkt te veel. Nu zal hij twee weken met zijn vrouw en kinderen kunnen doorbrengen. Het zal hem goed doen.’
‘Mijn Hongaarse man Akos vindt het allemaal maar niks. Hij denkt dat we onnodige risico’s nemen en wil sowieso dat ik naar Boedapest kom. Maar weet je, in Oekraïne heeft de legertop afgelopen december voor een nieuwe mobilisatieronde gepleit, waarbij mogelijk 500 duizend extra mannen worden gerekruteerd om aan het front te vechten. Of het echt doorgaat, weet ik niet. Maar stel dat mijn zoon binnenkort wordt opgeroepen? Hij werkt al voor het leger, maar hij hoefde nog niet naar het front. Ik wil er niet aan denken, maar we zullen er rekening mee moeten houden. Nu hij voornamelijk in Kyiv werkt, kunnen de kinderen en ik hem in ieder geval nog zien.’
‘We proberen het bezoek van Katja en Ksoesja zo goed mogelijk voor te bereiden. Als het luchtalarm gaat, zullen de meisjes met hun vader en moeder naar de parkeergarage onder het huis gaan. Ikzelf zal me in de badkamer verstoppen, want ik heb moeite om de trappen in de flat snel af te komen. Verder zal Maks niet met zijn dochters in de auto door Kyiv rijden. Het verkeer in onze stad is namelijk erg gevaarlijk geworden. Veel mensen zitten dronken achter het stuur. Er zijn nauwelijks agenten om boetes uit te delen. Ze hebben andere dingen aan hun hoofd of zijn naar het front vertrokken. Overal in de stad zie je daarom ook verkeerd geparkeerde auto’s. Hier voor de deur staat ook zo’n auto, gewoon in een speeltuintje. Er gebeurt niks mee.’
‘Ach, Maks is zo verheugd over wat er komen gaat. Hij zal met zijn dochters gaan sleeën en schaatsen. Al passen hun schaatsen, na bijna twee jaar oorlog, waarschijnlijk niet meer. Ik zal met de meisjes naar de tandarts gaan. In Italië was dit onbetaalbaar, dus nu moeten we dat hier doen.’
‘Oh, en weet je wat Anna nog tegen me zei? Dat we niet moesten schrikken, maar dat de kinderen nogal moeilijke eters waren geworden. ‘Hoe bedoel je?’ vroeg ik, omdat ik in Kyiv altijd gewend was samen met de meisjes te koken. ‘Nou,’ begon Anna, ‘ze houden niet meer zo van al die dille en bieten. Ze willen graag pizza eten.’
‘Tsja. Ik vond het niet fijn om te horen, maar ik wil er ook niet moeilijk over doen. Maks haalde er zijn schouders over op en zei: ‘Nou, dan maken we toch pizza?’ Dus nu ga ik maar eens op zoek naar een goed recept. Ik heb nog nooit pizza gemaakt.’
‘Het zijn zware weken. Rond de jaarwisseling kregen wij de grootste Russische luchtaanval tot nu toe op ons dak. Ook de dagen daarna vuurden onze buren honderden raketten en drones op ons af. Er vielen doden en gewonden. Steeds blijven ze ons maar bombarderen.’
‘Ik wil niet somber klinken, maar ik heb nauwelijks daglicht gezien. Het luchtalarm ging voortdurend. Mijn zoon was eind december afgereisd naar Kramatorsk, dus ik verbleef in mijn eentje in zijn appartement in Kyiv. Maks had jerrycans met water voor mij neergezet. En in de supermarkt flink voor mij ingeslagen: aardappelen, tomaten, kool, wortelen, uien, komkommers, appels, noten, vlees, vis en dadels.’
‘Als de sirene ging, zo had mijn zoon mij bevolen, dan moest ik in de badkamer gaan zitten, de veiligste plek van het huis. Als de sirene lang aanhield, dan moest ik in het bad gaan liggen. Je weet toch dat mensen die in een bad liggen de grootste kans hebben om een raketaanval te overleven?’
‘Overdag zat ik soms bij de buurvrouw, maar de meeste tijd bracht ik door in de badkamer. Ik had het er gezellig gemaakt, met enkele plantjes en een stoel waarin ik kon lezen. In het bad had ik dekens en kussens gelegd, zodat ik daar kon slapen. Op een krukje stonden kaarsen, die ik af en toe aandeed wanneer het licht het niet deed.
‘De verwarming werkte wonder boven wonder bijna de hele tijd, maar één nacht niet. En toen was het koud, Iris, steenkoud. In de keuken zag ik op de buitenthermometer voor het raam dat het 13 graden vroor. Buiten was het aardedonker. Er was niemand op straat. Het sneeuwde. Ik dacht aan mijn ouders, en aan wat zij nu tegen mij zouden zeggen. Ik probeerde mij het montere, altijd optimistische karakter van mijn moeder weer voor de geest te halen.’
‘In de gang trok ik een extra jas aan. Daarna zocht ik naar de fles peperwodka, die Maks in een kast in de woonkamer bleek te bewaren. Met twee vijgen en een glas peperwodka liep ik terug naar de badkamer, waar ik in het bad ging zitten, op een sprei met geruit motief. Ik dronk het glas leeg, at de twee vijgen, trok een deken over me heen en sloot mijn ogen. Buiten klonken knallen en het luchtalarm, maar ik probeerde aan iets moois te denken – bloemen in de maand mei – en ik viel in slaap. Ergens laat in de ochtend werd ik pas wakker. Het was warm, de radiator deed het weer.’
‘Nog steeds schieten ze raketten op Kyiv af. Het luchtalarm gaat vaak. Mijn Hongaarse man Akos vind dat ik nu echt moet terugkeren naar Boedapest. Maar die bommen zullen toch wel een keer op zijn? Ik begrijp Akos, alleen breekt mijn hart bij het idee Kyiv weer te verlaten.’
‘Ik zal het Akos moeten vertellen; dat een leven als vluchteling in Hongarije voor mij moeilijker is dan een leven in de schuilkelder in mijn eigen Oekraïne. De EU is prachtig, maar ik ben een oude boom, mij kun je niet meer verplanten. Ik moet Akos bellen.’
‘Gister, vlak voor kerstavond, werd mijn geboortestad Cherson gebombardeerd. Ik had net mijn nicht gesproken, die in de keuken bezig was met het zoeten van tarwebessen met honing. Ze zou er een pudding van maken, versierd met maanzaad en stukjes vijg. Eén raket landde vlak naast het plaatselijke ziekenhuis en sloeg een krater van vier meter. Vervolgens beschoten de Russen het noordelijke district van de stad. Een granaat raakte een gasleiding, waardoor een grote brand uitbrak.
‘Al snel zaten de inwoners van Cherson zonder gas. Ze konden niet meer koken of eten verwarmen. Mijn nicht moest haar plannen voor het kerstmaal aanpassen. Met wat groenten uit de voorraadlade maakte ze voor haar man een simpele okroshka, een koude boerensoep met groenten, die normaal in de zomer wordt gegeten. Nou ja, je ziet, prettig was het niet, maar ze heeft er het beste van gemaakt.’
‘Wij vieren in Oekraïne nu Kerstmis op dezelfde dagen als jullie in het Westen. Nee, wij volgen de Juliaanse kalender niet meer, die ze in Rusland gebruiken.
‘Echt heel feestelijk is het trouwens niet, zonder Katja en Ksoesja. Mijn kleindochters blijven deze kerstvakantie gewoon in Italië. Hun moeder Anna vindt het te gevaarlijk om nu af te reizen. Op het telefoonscherm van mijn zoon zag ik afgelopen week hun lieve, stralende gezichtjes. Ze hadden allebei een rolletje in de eindejaarsmusical van hun school en mochten enkele dialogen in het Italiaans voeren. Heel trots waren ze, en ze wilden niets liever dan dit aan papa vertellen. Maks luisterde, straalde en complimenteerde zijn dochters. Na het gesprek wendde hij zich onmiddellijk van me af. Hij wilde niet dat ik hem zag huilen. Zonder iets te zeggen verliet hij het huis en keerde pas terug toen ik al sliep. Ik vreesde dat hij was gaan drinken.
‘De drang om met zijn dochtertjes te bellen is zo groot en tegelijkertijd verdraagt hij het eigenlijk niet. Ach, was het nog maar twee jaar geleden. Toen hadden Katja en Ksoesja hier de kerstboom versierd en waren ze aan de nachthemel op zoek gegaan naar de eerste ster. Een Oekraïense traditie. Als de kinderen de eerste ster ontdekt hebben, dan mogen ze hun ouders vertellen dat de maaltijd kan beginnen.’
‘Om niet alleen te zitten op kerstavond nodigden we hier thuis wat vrienden van Maks uit. Het zijn mannen die, net als mijn zoon, momenteel alleen in Oekraïne zijn. Hun vrouwen en kinderen leven als vluchtelingen in het buitenland. De mannen, van wie sommigen voor het leger werken, namen plaats in de keuken, waar ik de hele tafel had vol gezet met lekkere dingen: haring, aardappelen, zuurkool, ingemaakte champignons, augurken en enkele flessen rode wijn. Ik was van plan ze de hele avond te bedienen, maar Maks nam me apart. ‘Laat me drinken vanavond, mama’, zei hij en hij keek me indringend aan. Ik ging er niet tegenin. Ik begreep hem. Kort daarna ben ik naar de buurvrouw vertrokken, om pas ver na middernacht weer thuis te komen.’
‘Excuus, ik kon je niet eerder schrijven, het internet deed het hier niet. En bellen lukte ook al niet, net als vorige week. Toen hadden we te maken met een Russische cyberaanval op Kyivstar, de grootste telecomprovider van Oekraïne. Maar wat er vandaag aan de hand was, weet ik eigenlijk niet. Het netwerk blijft wisselvallig.’
‘Het gevoel onbereikbaar te zijn gaf me in ieder geval de rillingen. Ik wilde niet thuis blijven zitten vanochtend en ben gaan wandelen. Terwijl ik hier door de buurt liep, realiseerde ik me hoe anders Kyiv is dan voor de oorlog. Dat komt natuurlijk door de checkpoints en de antitankkruizen op straat, maar ook omdat er zoveel mensen gevlucht zijn. Het is overal veel stiller. Zeker in deze dagen, voor het einde van het jaar, voelt het leeg. Veel cafés zijn gesloten. Het winkeltje waar ik heen wilde gaan om gebakjes met glazuur te kopen, was ook dicht, wegens ‘omstandigheden’.
‘Terwijl ik daar wat stond te dralen voor die dichte deur, kwam er opeens een moeder met haar dochtertje aanlopen. Het kleine meisje was een jaar of 5 en duwde een wagentje met een pop voor zich uit. De pop droeg, net als het meisje zelf, een mooi roze mutsje. Het beeld ontroerde me, omdat het me deed denken aan mijn eigen kleindochters.
‘Op het moment dat ze mij passeerden, schalde er een scherpe sirene. Het luchtalarm ging. Direct begon het meisje te huilen. ‘Nee mama, nee’, riep ze door het lawaai heen, ‘we zouden naar het park gaan! Mama, je had het toch beloofd!’ Haastig pakte de moeder het kind bij de arm en trok het de andere kant op. ‘Dawaj, vooruit, terug naar huis!’ Het meisje zette zich schrap. Ze begon te brullen. Ze liet zich op de grond vallen en klampte zich vast aan haar poppenwagen. De moeder schreeuwde nu. ‘Opstaan, opstaan!’ Toen dit niet werkte tilde ze haar dochter, inclusief het wagentje, omhoog en zette het op een lopen. Ik keek naar de trappelende beentjes van het boze meisje, onder de arm van haar moeder, totdat ze om de hoek verdwenen waren. Zelf liep ik vlug naar een metrostation. Daar wachtte ik tot het veilig genoeg was om naar huis te gaan.’
‘De rest van de middag was ik van slag. Wanneer wordt Kyiv weer zoals het was? Wordt het ooit weer zoals het was? En hoe moet dat toch met al die Oekraïense kinderen?
‘Ik las dat het Witte Huis ons nog één steunpakket kan geven, daarna is het geld op. Zouden wij het redden, zonder de hulp van Amerika? En stel dat we de oorlog toch verliezen, wat gebeurt er dan met ons? Met mij en met Maks? Met mijn vrienden, met mijn buren? Zullen ze mijn appartement innemen? Mijn boekenkast omgooien, m’n plantjes vertrappen?
‘Mijn zoon zal niet vluchten hoor, nooit. En ik blijf bij hem. Mochten die Russen ooit weer Kyiv bereiken, dan zullen zij ons hier treffen. Wij doen geen stap opzij.’
Een kerstboom van munitie in Kyiv. Beeld: EPA
‘Kyiv werd vannacht opgeschrikt door een Russische aanval met acht ballistische raketten. Ik werd even wakker door het geluid van explosies. Onze jongens hebben de raketten gelukkig allemaal onschadelijk gemaakt. Door vallend puin zijn er wel gewonden gevallen en raakten er gebouwen beschadigd.’
‘Afgelopen zaterdag heeft mijn zoon twintig jerrycans met water in huis gehaald. Mochten de Russen deze winter onze energiecentrales bombarderen, dan hebben wij een goeie voorraad. Het is een advies van de overheid. ’s Ochtends zetten we nu ook twee keer zoveel koffie en thee. Dat schenken we in grote thermoskannen. Daarnaast zorgen we ervoor dat de badkuip altijd gevuld is met koud water. Zodat we, mochten we zonder water komen te zitten, toch de wc kunnen doorspoelen en onze tanden kunnen poetsen.’
‘Nee hoor, ik maak me nog geen zorgen over de kou of het water. Wel tob ik over mijn zoon. Hij is zo boos en verbitterd. Bijna twee jaren van oorlog hebben hem veranderd. Het verdriet om zijn kinderen, en al die vervlogen maanden waarin hij ze niet zag opgroeien, doen hem vreselijke pijn.’
‘En ach, ik keek naar foto’s van hem en zijn vrouw, in 2021. Ze liepen over straat, ergens in het zuiden van Kyiv, en ze zagen eruit als de lente. Fris, mooi, veelbelovend. Geflankeerd door hun prachtige, slimme dochtertjes, met hun lange haren. Maks en Anna hadden altijd veel vrienden, met wie ze feestjes organiseerden in het naald- en loofwoud rondom Kyiv. Het lijkt een ver verleden. Elke sprankeling in de ogen van Maks is nu verdwenen.’
‘De verhalen die hij van vrienden en kennissen uit Oost-Oekraïne krijgt, zijn ook weinig opbeurend. Het is koud en nat aan het front. De jongens hebben last van brutale knaagdieren. ’s Nachts lopen er muizen over hun slaapzak. Natuurlijk zijn er wel katten, maar die kunnen de grote hoeveelheid muizen niet aan. En die muizen trekken weer slangen aan. Een kennis van Maks werd door een slang gebeten en moest ervoor behandeld worden in Kramatorsk. Als ik dit soort verhalen hoor dan denk ik: wat hebben wij het goed hier in Kyiv.’
‘Als mijn zoon door alle omstandigheden erg humeurig is, dan ga ik thee drinken bij de buurvrouw. Zij is erg in haar nopjes momenteel, want ze kreeg van haar gevluchte kleindochter een postpakket uit de Provence. Ken jij die streek? Ik kende het niet, want zoals je weet ben ik nooit in Frankrijk geweest. Volgens mijn buurvrouw is de Provence prachtig, dat weet ze van haar kleindochter. Ze noemt het ‘het Paradijs’. Er zijn kastelen, glooiende heuvels en velden vol prachtige bloemen.’
‘De buurvrouw heeft zakjes gedroogde lavendel, gekonfijte vruchtjes en zeepjes met de post gekregen. Als ik bij haar op bezoek ga, dan vergeet ik bijna dat ik in Kyiv ben. Ze heeft het alleen nog maar over de schoonheid van de Provence. Zo zitten we dan thee te drinken en te praten en te dromen over het mooie Europa. Ooit, als de oorlog voorbij is, hopen wij deze Franse streek eens te bezoeken.’
Op een plein in Kyiv bekijkt een vrouw enkele door de oorlog beschadigde militaire voertuigen. Foto Anadolu via GettyImages
‘Hoe gaat het daar nu, Iris? Hoe is het in jouw land? Ik denk nog steeds veel aan jullie verkiezingsuitslag. Eén ding weet ik zeker. Mocht Nederland besluiten om Oekraïne niet langer te steunen in deze vreselijke oorlog, ook dan zullen wij winnen. Wij zullen hoe dan ook de Russen uit ons land verdrijven, daar twijfel ik niet aan. Maar het zal moeilijker zijn en meer tijd kosten. Wij zullen nog meer van onze geliefde mannen verliezen. We zullen nog meer huilen. Ons land zal langer in puin liggen en de wederopbouw zal nog langer op zich laten wachten.’
’Maar nee, nooit zullen wij ons laten knechten door die rancuneuze narcist in het Kremlin, voor wie een mensenleven niets waard is. Die vindt dat Oekraïne geen bestaansrecht heeft. Ook als onze bondgenoten ons in de steek laten, zullen wij blijven vechten voor het voortbestaan van onze democratische staat. Er is geen andere optie. Maar laat me duidelijk zijn: wij hopen natuurlijk met heel ons hart dat onze Westerse vrienden ons blijven helpen. Dat zij ons lijden blijven zien.’
‘Natuurlijk heb ik het met mijn zoon niet gehad over jullie verkiezingen. Nee zeg, ik wil niet dat hij de moed nog meer verliest. Het wordt voor Maks de tweede winter in Oekraïne zonder zijn vrouw en kinderen. Het is allemaal niet makkelijk voor hem. Ik logeer hier nu voor een aantal weken in de kinderkamer. Overdag doe ik boodschappen en maak ik het huis schoon. Aan het eind van de middag ga ik koken en wacht ik tot Maks thuiskomt.
‘Door het hele huis hangen kindertekeningen van Katja en Ksoesja, gemaakt op school in Italië. Op de tekeningen staan veel beertjes, poesjes en hartjes. Ook zie ik getekende poppetjes van papa, mama en de kinderen zelf. In het bos, in de dierentuin of op vakantie. ‘We missen je, papa,’ staat erbij. Of: ‘we houden van je, papa.’ Hoeveel tekeningen het zijn? Geen idee. Soms vraag ik me af hoeveel tekeningen er nog bij zullen komen.’
Een Oekraïense soldaat in de sneeuw aan de frontlinie in de buurt van Koepjansk, afgelopen november. Foto GettyImages
’Hoe zullen we deze tweede oorlogswinter doorkomen? Die Russen schijnen al hun raketten te hebben opgespaard om, zodra het zou gaan sneeuwen, onze energiecentrales te bombarderen. Ze doen exact hetzelfde als vorige winter. Ze willen dat wij kou en pijn lijden in onze huizen.
‘Het gesprek in Oekraïne is op dit moment van praktische aard. Kunnen onze geliefden vanuit het buitenland langskomen als we straks misschien geen stroom, water en warmte hebben? Zal er genoeg eten zijn? Ook wij willen natuurlijk dat Katja en Ksoesja rond Kerst weer met hun moeder Anna naar Kyiv komen. Hoe moeten wij dit plannen? Is het niet te gevaarlijk? Het gaat allemaal om het inschatten van risico’s. Helaas hoor je steeds vaker verhalen over Oekraïners die gaan scheiden. Mannen en vrouwen groeien door de afstand uit elkaar. Ik wil niet dat dit mijn zoon Maks gebeurt. Daarom zullen we een bezoekje gaan inplannen, ondanks de naderende kou en aangekondigde Russische aanvallen.’
‘Wat is er toch met je, meisje? Wat is er gebeurd bij de verkiezingen? Je moet het me maar uitleggen, want ik begrijp het niet. Ik zat dagen in de trein naar Kyiv, met vertraging en een tussenstop in Lviv. Ik heb het nieuws niet goed gevolgd. Nu logeer ik bij mijn zoon, die aan het werk is. Buiten vriest het. Later deze week gaat het weer sneeuwen.’
‘Wat zeg je nou? Wie heeft de meeste stemmen gekregen? Een man die de Europese Unie wil verlaten? Ach, dat kan toch niet waar zijn. Waarom? Oké, ik wacht, vertel jij eerst maar.’
‘Ik moet je even onderbreken. Voor mij komt dit allemaal erg ondankbaar en verwend over. Komen jullie hier in Oekraïne maar eens even kijken. Kom maar eens even kijken naar ons land dat al meer dan anderhalf jaar gebombardeerd wordt. Waar wij meer tijd in de schuilkelder zitten dan op onze eigen bank, in onze knusse woonkamers. Met wie moeten wij daar eigenlijk zitten? De helft van onze geliefden is gevlucht.’
‘Terwijl onze mannen hier hun leven in de ijskoude loopgraven op het spel zetten, om onze gezamenlijke Europese waarden te verdedigen tegen een rancuneuze, gewelddadige cynicus in het Kremlin, kiezen jullie voor een man die de democratie ondermijnt en uit de EU wil stappen? Moeten jullie een draai om je oren?’
‘Kom maar eens kijken in Oekraïne. Kom maar eens kijken waarom die EU is opgericht. Die EU is opgericht om datgene te voorkomen wat er nu in Oekraïne gebeurt. Die EU is opgericht om het meest verschrikkelijke wat er is – oorlog in Europa – te voorkomen. Begrijpen jullie dit niet? En jullie willen toch ook geen vriendjes zijn met die pro-Russische geit van een Orbán?
‘Nederland is een paradijselijk land, waar je gelukkig oud kunt worden. Een prachtig land, veilig ingebed en vastgehouden door de stevige armen van allerlei internationale verdragen. Een land om van te dromen, zonder corruptie, gewaardeerd door de hele wereld. Zijn jullie blind geworden voor wat je hebt?’
‘Hier vechten mensen zich dood, terwijl ze niets liever willen dan onderdeel zijn van die EU. Hoor je dat?
‘Kom we moeten verder praten. Leg me eens uit: waarom zijn al die mensen in Nederland toch zo boos?’
Een stemlokaal in Castricum, vorige week bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Foto ANP
‘Ach Iris, ik begrijp de problemen van het Westen gewoon niet. Het ligt vast aan mijn onvermogen. Het zullen grote zorgen zijn, maar voor Oekraïners zijn ze niet te begrijpen. Zoals ik je ooit eens schreef: pas toen ik de oorlog in de ogen keek, wist ik dat ik nooit eerder problemen had gehad. Oorlog laat alles verbleken. Alles.’
‘Excuseer mij als ik te fel was. Al meen ik alles wat ik schreef. Weet in ieder geval hoe ik Nederland en de Nederlanders waardeer. Jullie hebben zoveel voor ons Oekraïners gedaan. Dat zal ik nooit vergeten. Jullie blijven onze vrienden.’
‘Aan het eind van het jaar eren wij in Oekraïne mensen met een moeilijk beroep. Hun verhalen worden uitgelicht en zij krijgen van de regering een financiële bonus. Neem bijvoorbeeld artsen. Hun beroep is sinds de grootschalige invasie vele malen moeilijker geworden dan voorheen. Ze moeten gewonde mensen op gevaarlijke plekken behandelen, vaststellen of iemand overleden is of lichamen weghalen. Het zijn vreselijke taken. Maar iemand moet het doen.’
‘Ik hoorde het verhaal van dokter Artjom en wil het met je delen. Artjom werd vlakbij Avdiivka opgeroepen, toen een groep van onze soldaten door mortiervuur was getroffen. Artjom maakte zijn bestelbus leeg en schoon. In de laadruimte legde hij een gewassen kleed. Toen hij groen licht kreeg van bovenaf, en het veilig genoeg was, stapte hij in zijn bestelbus en reed naar de plek waar de granaten waren ingeslagen.’
‘Je moet begrijpen, als de lichamen niet naar huis worden gebracht, wordt de overledene als vermist opgegeven. De familie kan zijn geliefde zoon, broer of vader niet begraven. Ook zullen ze dan geen militaire bijstand krijgen van de regering. Artjom weet dus hoe belangrijk het is om de lichamen te vinden. Maar zijn hart is altijd koud, zo vertelde hij, als hij met twee zwarte tassen naar de plek loopt waar het prille, veelbelovende leven van een aantal jongemannen zo abrupt geëindigd is.’
’Het eerste lichaam lag die dag bij een boom. Het gezicht was zwart, gezwollen, met geopende ogen. Artjom zag dat de man niet direct gestorven was, maar bezweken aan bloedingen door de granaatscherven. Hij verzamelde alle overblijfselen die hij kon vinden, ook al waren ze zwart, koud en vermengd met aarde.’
‘Daarna kwam hij een tweede lichaam op het spoor. Het lag deels in de struiken. Artjom vermoedde dat het lichaam van de jongeman door de explosie op een elektriciteitskabel was geslingerd. Hij probeerde alle resten te verzamelen. Niets liet hij achter. Hij deed alles in lijkenzakken.’
‘Toen hij terugliep zag hij opeens, midden op het vlakke veld, een Rus staan. Hij verstijfde. Waar kwam de Rus vandaan? Waar had hij zich schuilgehouden? In een greppel die hij over het hoofd had gezien? Artjom keek de Rus strak aan. Toen schuifelde hij verder met de zakken. Die zou hij niet loslaten. Nooit. Zou de Rus gaan schieten? Artjom verwachtte een kogel in zijn rug, maar die kwam niet. Het voelde alsof hij over een zijden draad liep, laverend tussen leven en dood.’
‘Hij probeerde te denken aan de familieleden van de overledenen. Dat hij iets kostbaars bij zich had, wat hen rust zou brengen. Hij mocht niet vallen nu, of ergens over uitglijden. Geen onverwachte beweging maken. De Rus mocht niet schrikken. Hij deed een gebed, liep verder en kwam na enige tijd weer bij zijn bestelbus.’
‘De lijkenzakken zette hij voorzichtig op het tapijt in de laadbak. ‘Jullie gaan naar huis,’ fluisterde hij. ‘Jullie zijn onze helden, voor altijd.’
Foto Genya Savilov / AFP
‘Dokter Artjom behoort, samen met nog veel meer artsen, tot een dappere, maar vaak onzichtbare groep in onze samenleving. Daarom zullen wij hen eren en hun verhalen blijven vertellen.’
Je schreef mij dat er steeds meer Oekraïense mannen naar Nederland komen. Ik was verbaasd, maar heb nu gehoord dat het waar is. Er zijn blijkbaar steeds meer mannen die proberen te vluchten voor de oorlog. Dienstplichtige mannen kopen douanebeambten om en steken de grens over. Zo kunnen ze zich herenigen met hun gevluchte familie.
Het maakt me verdrietig en boos. Onze mannen moeten gewoon in Oekraïne blijven. Hoe uitzichtloos de situatie ook is, hoe erg ze hun vrouwen en kinderen ook missen, ze mogen niet weggaan. Ze overtreden hierbij de Oekraïense wet.
Ik vertelde je ooit over een oude buurvrouw, wier zoon direct na het begin van de grootschalige invasie naar Polen vluchtte. De buurvrouw zei dat een man die zo laf direct naar het buitenland vlucht, haar kind niet kan zijn. Ze heeft met hem gebroken. Zo denk ik er zelf ook over. Wil je in een vrij land wonen, dan behoor je je waarden te verdedigen. Je kunt niet alleen de lusten proeven en op de vlucht slaan voor de lasten.
Misschien vind je dit hardvochtig, maar onze positie is kwetsbaar. Als onze mannen de handdoek in de ring gooien, dan is er straks geen Oekraïne meer. Er staat heel erg veel op het spel. Mannen die vluchten zullen straks met de nek aangekeken worden als de oorlog voorbij is. Zij moeten zich schamen naar de mannen toe die nu wél in de modderige loopgraven hun leven wagen.
Mijn oud-collega verloor vorig jaar haar echtgenoot, die gelegerd in Boetsja een Russische aanval op Kyiv probeerde af te slaan. Zij moet nu haar zoontje opvoeden zonder vader. Hoe zal zij kijken naar mannen die vluchten naar een veilig EU-land? Het zal voelen alsof haar echtgenoot voor niets is gestorven.
Dus Iris, als je Oekraïense mannen in Nederland ziet, vraag ze dan waarom ze niet in hun eigen land zijn. Wees duidelijk. Zeg tegen ze dat Oekraïne hen nodig heeft en dat ze op allerlei manieren kunnen helpen door gewoon aanwezig te zijn. Ze moeten terugkomen. We kunnen niet zonder ze.
Gelukkig zie ik om me heen ook veel dappere mannen, zoals bijvoorbeeld Danilo Ischenko, de zoon van een andere collega. Hij is 36 jaar oud en majoor bij de strijdkrachten van Oekraïne. Hij werkte ook als oorlogscorrespondent aan het front. Op 1 juni 2022 werd hij getroffen door een deel van een granaat. Door hevig bloedverlies verloor hij zijn bewustzijn. Uiteindelijk overleefde hij het, maar zijn linkerbeen moest geamputeerd worden vanaf boven de knie. Het is een tragedie, dat zo’n jong en krachtig iemand, vol ideeën, gehandicapt raakt.
Danilo en zijn vrouw lieten het er niet bij zitten. Ze wisten een prothese te bemachtigen, die ze lieten overkomen uit de VS. Danilo wil namelijk niet thuiszitten, hij wil geen uitkering, hij wil niet naar een veilig EU-land, nee, hij wil de strijd tegen de vijand voortzetten. Ik buig heel diep voor hem. Door de moed van mannen als Danilo bestaat Oekraïne nog.
‘Nu het langzaam kouder wordt, vragen wij ons af wanneer de kinderen weer naar hun vader in Oekraïne kunnen. Maks mist zijn dochtertjes. En de meisjes missen hem. De kerstvakantie zou een goed moment kunnen zijn. Althans, als het dan niet te gevaarlijk is.
‘Voor Maks begint binnenkort de raspoetitsa. Zo wordt de herfstperiode genoemd, als de wegen onbegaanbaar worden door de regen en de modder. In de lente heb je ook een raspoetitsa, die we ‘de tijd zonder wegen’ noemen. Dan treden door alle regenval rivieren buiten hun oevers. Het land wordt zompig en moerassig, onverharde wegen onbegaanbaar. De raspoetitsa die er nu aan zit te komen, zal voor Maks veel betekenen. Hij zal meer in en rond Kyiv moeten werken, en minder naar de Donbas hoeven af te reizen. Als moeder voelt dat als een opluchting. Hoe verder Maks van het front zit, hoe beter ik me voel.
‘Dit zal ik uiteraard nooit tegen andere Oekraïense moeders zeggen, wier zonen tijdens de raspoetitsa wel gewoon in het oosten moeten vechten. Ik denk aan de jongens die tijdens de koude regenbuien ziek zullen worden in een loopgraaf. Ik denk aan hun gehoest, hun keelpijn en hun doorweekte, vuile kleren bedekt met modder. Ik denk aan hoe vreselijk het moet zijn om koorts en hoofdpijn te hebben, terwijl je in je vochtige slaapzak niet in slaap kunt vallen door het voortdurende geluid van artillerie. Ik denk aan al deze jongens en ik dank ze voor hun moed.’
‘De laatste keer dat Ksoesja en Katja bij hun vader in Kyiv verbleven, waren ze getuige van een raketinslag, bij de supermarkt aan de overkant. De gebeurtenis maakte veel indruk op de meisjes. Daarom twijfelen we óf ze dit jaar nog een keer terug moeten naar Kyiv. Aan de andere kant willen we niet dat ze hun vader zo lang niet zien.
‘In Italië heeft Ksoesja een Oekraïens vriendinnetje, Sonja. Ook zij wil met haar moeder binnenkort terug naar Kyiv. Niet alleen om haar vader te zien, maar ook vanwege iets anders: haar beugel moet eruit. Vlak voor de grootschalige invasie begon, kreeg Sonja een beugel. In principe voor een jaar. Inmiddels draagt ze hem al meer dan anderhalf jaar én doet-ie pijn. Ik hoor je denken: waarom haalt een tandarts in Italië het ding er niet uit? Nou, omdat dit onbetaalbaar is. Dit is trouwens niet het enige verhaal dat ik hoor over beugels. Meer Oekraïense kinderen die gevlucht zijn naar een EU-land lopen met een beugel die er eigenlijk al lang uit moet.
‘Ik vertel je dit omdat onze lieve Ksoesja misschien ook een beugel moet. En omdat een bezoek aan de orthodontist in Italië een Oekraïens maandsalaris kost, willen we eigenlijk toch dat dit in Kyiv gebeurt. Dus nog een reden om binnenkort terug te gaan.
‘Veel gevluchte Oekraïners keren trouwens, met alle risico’s van dien, tijdelijk terug voor de tandarts, een huisarts of een ziekenhuisbezoek. Je ziet, ook al zijn mensen bang, onze kwalen zorgen wel dat we de band met ons land niet verliezen.’
In Kyiv is de vader van Anna, mijn lieve schoondochter, overleden. Hij kreeg vorige week een hartaanval, terwijl hij thuis met zijn vrouw in de keuken zat, in hun flatje aan de westelijke oever van de Dnipro. Toen er een arts arriveerde, was hij al gestorven. Hij woonde zijn hele leven in Kyiv. Naar mijn weten heeft hij nooit veel gereisd. In zijn jonge jaren kwam hij weleens op de Krim, maar verder weg dan dat is hij nooit geweest.
Toen de grootschalige invasie begon, zei hij resoluut: ‘ik ga nergens heen, dit is mijn thuis.’ Naar de schuilkelder, helemaal beneden onder de flat, is hij nooit gegaan. Hij was simpelweg te slecht ter been, net als zijn vrouw. Als het luchtalarm afging, verplaatste het echtpaar zich naar de badkamer, de meest veilige plek van het huis, waar ze naast de badkuip ruimte hadden voor twee houten stoelen. Daar hebben ze heel wat uren gezeten, sinds het begin van de oorlog. Kaartspelletjes deden ze daar. Of ze lazen er samen een boek, met een glaasje chlibna sloza erbij. Dat is een soort wodka, het betekent ‘een traan van brood’.
Ze luisterden naar de radio en hoorden buiten soms een raket inslaan. Ze bleven nuchter onder alles wat er gebeurde, hoewel hun leven na 24 februari vorig jaar drastisch veranderd was. Zo vertrok hun enige en geliefde dochter Anna naar Italië, zodat haar kinderen veilig naar school konden. De prijzen van groenten, vlees en fruit stegen enorm in Kyiv. Er kwam een groot tekort aan artsen, specialisten en medicijnen. Wachtlijsten voor operaties groeiden. Veel oude bekenden vertrokken naar het Westen. Hun leven vernauwde zich. Nee, het was niet de oude dag die ze zich gewenst hadden.’
Anna belde mij om het nieuws te vertellen. Het is treurig allemaal, maar niet per se om het feit dat Anna’s vader nu niet meer leeft. Hij was al oud. En oude mensen moeten helaas op een dag afscheid nemen. Het is vooral verdrietig omdat Anna niet bij haar vader was toen hij stierf, en er niet kon zijn op zijn begrafenis. De kinderen hebben gehuild om opa, op wie ze erg dol waren.
De busreis vanuit Italië naar Kyiv zou twee dagen duren en is voor de kinderen erg stressvol. De kinderen achterlaten in Italië, zodat Anna zelf kon gaan, was ook niet mogelijk. We hebben ons erbij neer moeten leggen, hoe moeilijk ik het ook vond dat Katja en Ksoesja geen afscheid van opa konden nemen. Mijn zoon Maks is natuurlijk wel naar de begrafenis gegaan. Hij heeft namens ons allemaal een kaars gebrand.
Ik ging zelf voor de oorlog ook regelmatig langs bij de ouders van Anna. We kletsten wat of dronken ‘een traan van brood’ met elkaar. De vader was een statige, ouderwetse en lieve man. Het is bitter dat hij er niet meer. Ik had graag gezien dat hij het einde van de oorlog zou meemaken. Ja, daar had ik dan graag met hem een glaasje op gedronken.
Ik vind het moeilijk om vandaag de juiste woorden te vinden. Je weet dat ik sinds het begin van de grootschalige invasie met kalmeringstabletten ben begonnen. Ik slik ze om een beetje op de been te blijven. Maar ze lijken steeds slechter te werken. Ik voel me angstig.’
‘De beelden die ik dit weekend uit Israël zag komen, verontrustten me zeer. Het is vreselijk om te zien hoe het geweld in het Midden-Oosten escaleert. De moordende Hamas-strijders die de grens waren overgestoken, deden me ook erg denken aan de tragedies in Boetsja en Irpin, kleine stadjes vlak bij Kyiv, waar Russische soldaten vorig jaar binnentrokken en ongeveer vierhonderd Oekraïense burgers executeerden. Het zien van de beelden herinnert ons Oekraïners aan al de ellende en het geweld in ons eigen land.’
‘Ik bid voor vrede in het Midden-Oosten. Ik bid voor onschuldige burgers. Tegelijkertijd voelt het alsof er weer een stukje hoop afbrokkelt. Hoe zal het nu met Oekraïne gaan? Ik zag dat Amerika militaire schepen en vliegtuigen dichter bij Israël brengt. Wat gaat Amerika doen? Zal het straks nog wel tijd hebben voor ons? Als de oorlog in Israël en Gaza escaleert, wordt Oekraïne dan vergeten?
Steeds denk ik aan Rusland. En aan Poetin, die weer lachend langs de zijlijn staat toe te kijken. Het komt hem niet slecht uit. De gruwelijkheden in Israël en Gaza leiden de aandacht af van zijn genocidale strijd in Oekraïne. De berichten in de krant zullen kleiner worden. Een bombardement op ons land is eigenlijk al geen nieuws meer. Dat is echt waar! Afgelopen donderdag kwamen bij een raketaanval op een café in Hroza 52 mensen om het leven. Nog geen dag later kwamen er ook raketten neer op een gebouw in het centrum van Charkiv. Er werden 28 gewonden geteld, onder wie een baby. Rusland blijft maar doorgaan. Het is om ziek van te worden. Vrienden van Akos, die hier in Boedapest bij ons langskwamen, wisten niet van Hroza. Het is in Hongarije op het nieuws niet genoemd. Het verdwijnt al naar de achtergrond.
Weet je wat een van die vrienden van Akos trouwens ook vroeg? Waarom ben je niet vanuit Kyiv gaan vliegen naar Boedapest, als je die busreis zo zwaar vindt? Hij keek me vragend aan. Vlak daarvoor had ik verteld hoe vermoeiend ik het had gevonden: anderhalve dag rechtop zitten in een busstoel. Ik had erge last van gezwollen en pijnlijke benen gehad. ‘Nou’, antwoordde ik, ‘misschien is het je even ontgaan, maar vliegen van en naar Kyiv kan niet. Er is namelijk een kans dat je door onze vreselijk aardige buren uit de lucht wordt geschoten.’ Die vriend hield daarna zijn mond.
Het is niet aardig om te zeggen, maar sommige van die Hongaarse vrienden van Akos vind ik niet de slimste. Blijf je verdiepen, zou ik zeggen. Blijf op de hoogte van wat er allemaal gebeurt. Blijf praten met Oekraïners. Dat is zeker belangrijk als de aandacht in de media voor de oorlog in ons land afneemt.
In de trein op weg naar de grens kijk ik naar het landschap van West-Oekraïne. Een paar uur eerder heb ik mijn zoon gedag gezegd, die mij heeft uitgezwaaid vanaf het perron in Kyiv.
Voor mijn doen heb ik mij ingehouden. Ik heb niet gehuild en hem ook niet overdreven geknuffeld. Ik heb hem gewoon vastgepakt, hem in zijn lieve ogen gekeken, en gezegd dat ik binnenkort terug zal komen. En natuurlijk drukte ik hem op het hart om voorzichtig te zijn.
Terwijl ik nu door het raam van de trein naar een mistig bos staar, denk ik aan de gesprekken die we de laatste dagen hebben gehad. Ja Iris, je mag het gerust weten, wij zijn heel erg bang om in de steek gelaten te worden door Amerika.
Veel mensen in Oekraïne hebben het erover. Ik was verbijsterd toen ik zag dat een deel van de Republikeinse Partij zich verzet tegen de steun aan ons. Waarom? Dit is nou precies wat we niet kunnen gebruiken.
Zoals we in Oekraïne zeggen: ‘toon je kracht aan de bandiet. Anders zal hij niet kalmeren.’ Die kracht moet met veel bombarie getoond worden. Alleen dat maakt indruk. Wapens. Harde economische maatregelen. Krachtige taal van politici. Maar vooral geen getwijfel.
Ik weet dat jij ooit tegen mij zei: bij een democratie hoort getwijfel en overleg. Ik snap het, maar daar gaan we de bandiet niet mee verslaan. Hoe zal Poetin kijken naar alles wat daar in Amerika gebeurt? Met een glimlach op zijn gezicht. Het is zoals hij het in gedachten had.
Terwijl onze mannen sterven, wacht hij rustig af. Net zolang totdat er, binnen de Westerse landen, aarzeling ontstaat over de steun aan Oekraïne. De bandiet lacht erom. Hij is niet bang voor overleg en getwijfel.
En kijk nou toch eens naar dat Slowakije. Snap jij het? Kiezen ze gewoon weer Fico, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de moord op die onderzoeksjournalist (Ján Kuciak, red) en zijn vriendin.
Fico blijkt onder invloed te staan van de bandiet. Hij wil de steun aan ons ook stopzetten. Waarom? We voelen ons wanhopig door dit soort ontwikkelingen.
En wezen jullie ook niet naïef daar in het Westen. Fico heeft geen goed woord voor jullie over. Waarom gooien jullie Slowakije niet uit de EU? Net als Hongarije? Orbán lacht jullie gewoon uit. Je weet hoe ik erover denk.
Jullie zouden zuinig moeten zijn op de EU. Het is zo’n mooi project. Landen die op allerlei vlakken in vriendschap samenwerken, met als doel oorlog te voorkomen. Prachtig. Maar die rotte appels gaan op een gegeven moment echt stinken. Die moet je dus op tijd uit de mand halen.
Er komen ook nog verkiezingen in Polen aan. De Polen zijn onze beste vrienden. Althans, dat dacht ik altijd. Ik vraag God om de Polen te helpen het juiste te doen. En bij jullie? Ook nog verkiezingen dit jaar zei je? Moet ik daar nog voor bidden of komt dat sowieso goed? Jullie staan toch altijd achter ons?
Ik ben bezig mijn koffer te pakken. Morgen vertrek ik met de trein naar Hongarije. Ik ben verdrietig. Het liefst zou ik gewoon bij mijn zoon in Oekraïne blijven, maar mijn man Akos heeft me ook nodig in Boedapest. Hij kampt nog steeds met gezondheidsproblemen sinds zijn hartoperatie. Nou ja, ik troost mijzelf dat ik snel weer terug in Oekraïne zal zijn.
Gisteren kwam ik een oude buurvrouw tegen. Toen ik vertelde dat ik tijdelijk weer terug naar Boedapest zou gaan, zei ze: ‘Zo, mevrouw gaat weer lekker naar het veilige Westen.’ De opmerking boorde door m’n ziel. ‘Nou, als ik de kans had, zou ik het ook gewoon doen hoor’, vervolgde ze. ‘Maar ja, ik heb geen Westerse man, he? Mijn man ligt hier onder een bedje van Afrikaantjes en dahlia’s. Al sinds november 2014, toen die orcs (Russen, red.) ons land nog maar net binnen waren gevallen. Heb je zijn graf weleens gezien? Nee?’ Ze gebaarde naar links. ‘Daar liggen de helden van ons vaderland.’
De buurvrouw bleef maar doorpraten, op een toon vol verwijten. Ik had natuurlijk medelijden. Dat voelde ik altijd als ik hoorde dat iemand een geliefde in het Oosten had verloren. Het besef dat de oorlog al zo lang voortduurde, al sinds 2014, deed ook pijn. Hoeveel van onze mannen waren er al sinds die tijd gestorven? Welke stemmen waren er verdwenen? Welke sterke armen konden hun vrouw en kinderen nooit meer omhelzen?
Daarna werd ik boos op deze buurvrouw. Ik had het toch ook niet makkelijk, met mijn zoon die ik moest achterlaten? Mijn leven was ook in één klap weg toen de grootschalige invasie begon. En alsof ik zin had om naar Hongarije te gaan, waar die pro-Russische geit van een Orban aan de macht is.
De buurvrouw had intussen haar boodschappentas op de grond gezet. ‘Dat veilige Westen van jou’, ging ze verder, ‘zal ons in de steek gaan laten. Ja, dat hoor ik. In het Westen worden ze moe van ons. En Biden is oud, die zal niet lang meer leven.’
Toevallig had mijn zoon mij juist die ochtend verteld dat we langeafstandsraketten van Amerika zouden krijgen. ‘Ze blijven ons steunen hoor’, bracht ik er tegen in. ‘Biden zal altijd achter ons blijven staan, dat heeft hij beloofd.’
De buurvrouw kwam dichterbij staan. ‘Dat zal lastig worden als hij straks ook onder de Afrikaantjes en dahlia’s ligt’, concludeerde ze.
Een vrouw omhelst een Oekraïense militair in Kyiv, voor hij naar de frontlinies vertrekt. Foto Hanna Arhirova/AP
Het was een onaangename ontmoeting en ik was blij toen ik weer thuis was. Maar nu vraag ik me steeds af: worden jullie in het Westen echt moe van ons? Nee toch? Sorry dat ik je dit moet vragen. Maar jij bent, samen met Akos, de enige Westerling met wie ik nauw contact heb. Al voelt Akos zich, als Hongaar die achttien jaar in Oekraïne woonde, eigenlijk geen Westerling.
En denk jij ook dat Biden het niet lang meer volhoudt? Ik wil niet aan dit scenario denken, dat deze geweldige president straks wegvalt. Kun jij mij even geruststellen?
Het is nog warm in Kyiv. Toch voel ik in de verte de herfst al aangekomen. Ik ruik het in de lucht, als ik vroeg in de ochtend een wandelingetje maak. Omdat ik nu bij mijn zoon in het centrum logeer, loop ik door een andere wijk dan ik gewend ben. Het is hier drukker, met meer verkeer en winkels. Ook staan hier veel meer kastanjebomen.
Kyiv is in het ochtendgloren het allermooist. De nacht, met vaak de onrust van het luchtalarm, is dan voorbij. Kyiv ontwaakt in vrede. Marktlui zetten hun kramen op. De geur van versgebakken brood vult de straat. Mensen drinken op het terras koffie, soms met een plak maanzaadcake. Ik ben nooit in Frankrijk geweest, laat staan in Parijs, maar ik denk dat Kyiv op Parijs lijkt. Ja, dat denk ik. Kyiv is net als Parijs: een stad om verliefd op te worden. En ook een geliefde waar anderen jaloers op zijn, zoals we na al die maanden oorlog weten, en die we moeten beschermen.
Als ik de ochtendzon zie schijnen op de gouden koepels van de Sint Michael Kathedraal, voel ik dankbaarheid. Dankbaar dat we er nog steeds zijn, dat dit nog steeds onze stad is. Ik voel ook hoop. De oorlog zal ooit afgelopen zijn. En wij gaan dat nog meemaken. In de ochtend ben ik optimistisch en strijdbaar. Ach, wat zou het fijn zijn als een dag alleen uit de ochtend bestond.
Gisteren heb ik lang met mijn man Akos gebeld. We hebben afgesproken dat ik volgende week de trein naar Boedapest neem. Ik wil niet, maar ik zal gaan. Daar zal ik zes weken blijven en dan ga ik weer naar Oekraïne, om voor Maks te zorgen. Het gekke is, mijn zoon protesteerde niet. Meer dan anderhalf jaar heeft hij tegen mij gezegd: ‘Mama, ga naar Hongarije. Zoek een veilig heenkomen, wij redden het hier wel. Na de Overwinning zien we elkaar weer.
Maar nu heeft hij er niks meer op tegen als ik af en toe bij hem in Kyiv kom wonen, om voor hem te koken, schoon te maken en de was te doen. Ik ben niet de enige moeder die momenteel terugkeert naar Oekraïne. Onze zonen redden het anders gewoon niet. De oorlog lijkt voor hen uitzichtloos. Hoe kunnen ze dit ooit volhouden? Ze vechten zo heldhaftig. Maar hoe kan een 40-miljoen-man-sterk-Oekraïne een 125-miljoen-man-sterk-nucleair-Rusland verslaan? Vertel het me, hoe? Kijk, dit bedoel ik. De avond begint en ik word weer pessimistisch. Verdriet en boosheid slaan altijd in de avond toe.
Met zijn raketaanvallen ontwricht Poetin ons land op allerlei vlakken. Zolang Oekraïne onveilig blijft, zullen al die vrouwen en kinderen niet terugkeren. Want wie laat zijn kind nou hier in een schuilkelder zitten, als hije ook gewoon in een EU-land naar een veilige school kan? Grootouders kunnen echter wel terugkeren. Je zal het meer gaan zien: ouderen die gevlucht zijn, zoals ik, zullen terugkeren. Het gemis naar hun land en zoon wordt gewoon te groot.
‘Het is erg stil in huis sinds Anna en de kinderen weer in Italië zijn. Ik ben nu alleen met mijn zoon. Veel zegt hij niet. Als hij niet hoeft te werken slaapt hij lang en veel. Ik kook voor hem en ik hou het huis netjes. Af en toe ga ik even op het balkon staan en kijk ik naar de bomen in de verte, naar het groen dat Kyiv omzoomt. Ik zie vanaf het balkon ook de ravage aan de overkant. Bij de Auchan-supermarkt, die bij een raketaanval in de nacht van 30 augustus getroffen werd, ligt nog steeds veel puin. Ik besef hoeveel geluk mijn familie heeft gehad, ze waren ongedeerd. Tegelijkertijd voel ik me ook schuldig, omdat ik er zelf niet bij was die nacht. Ik logeerde een nacht bij een vriendin op haar datsja in Boyarka.’
‘‘De kinderen hebben in Italië nog steeds last van wat ze gezien hebben, vertelde Anna. Ze probeert ze te kalmeren. Maar hoe stel je kinderen gerust die zagen hoe een raket naast hun huis terechtkwam? Zij, die de explosie hoorden, rook van de brand inademden en moesten bukken voor rondvliegend glas? Zij, die zich uren moesten verstoppen in een schuilkelder? Wij weten niet goed hoe we hen het beste kunnen troosten.
‘Mijn man Akos wil dat ik terugkom naar Hongarije. Hij vindt het veel te gevaarlijk in Kyiv. Hij is bang dat er iets met mij gebeurt of dat ik getraumatiseerd raak. Maar wat maakt dat op mijn leeftijd eigenlijk nog uit?
Vorige week vierde ik mijn 68ste verjaardag. Ik heb hopelijk nog even, maar ook weer niet zo lang. Mocht ik iets traumatisch meemaken, dan zal ik daar niet erg veel jaar meer mee rondlopen. Voor mijn kleindochters is het een ander verhaal. Zij zullen de wonden van deze oorlog nog hun hele leven lang meedragen en daarom moeten wij ze zoveel mogelijk beschermen.
‘Ik wil voorlopig in Kyiv blijven, om voor mijn zoon te zorgen. Het valt me nu gewoon te zwaar om hem achter te laten. Maar ik zal een goed gesprek met Akos moeten voeren. Misschien dat we tot een compromis kunnen komen. Dat ik de ene maand in Kyiv woon en de andere in Boedapest. Het zal zwaar zijn om zoveel te reizen, maar het is niet anders.’
‘Weet je, soms denk ik aan de problemen die ik had voor de oorlog. Nu vraag ik me af: waar maakte ik me druk om?
‘Ik zeurde soms over mijn pensioen, dat ik te laag vond. Of ik was te streng voor Ksoesja, als ze niet lang genoeg oefende op de piano. Ik liet m’n gemoed beïnvloeden door zoveel triviale dingen, terwijl ik achteraf gezien zo ontzettend gelukkig was. Ik had toen alles. Als je in een oorlog verzeild raakt, smelten alle vroegere problemen in een keer weg. Het stelt allemaal niets meer voor. Luister maar naar mij in Kyiv, ik zie nu zoveel meer dan vroeger. Klaag niet en tel elke dag je zegeningen. Wees elke dag dankbaar dat je in vrede kunt leven.’
‘Lieve Iris, mijn kleindochters zijn weer vertrokken uit Kyiv. Ze beginnen in Italië aan een nieuw schooljaar. Het afscheid was verwarrend en verdrietig. Dat kwam ook omdat ze die laatste week in Oekraïne iets heftigs hadden meegemaakt.
‘In de nacht van 30 augustus, vorige week woensdag, om 5.20 uur, werd Kyiv gebombardeerd. Het puin van één van de neergestorte raketten kwam terecht op het dak van een winkel, een Auchan-supermarkt. Deze winkel bevindt zich pal tegenover het appartement van Maks en Anna. Het toeval wilde dat ik zelf net voor één nacht de stad uit was. Ik was op bezoek bij een vriendin, met een datsja in de bossen van Boyarka, ten zuidwesten van Kyiv, en bleef daar slapen, om niet ’s avonds laat te hoeven reizen. Pas de volgende dag vernam ik van mijn zoon wat er was gebeurd.’
‘Die nacht van het bombardement ging het luchtalarm om 5.00. Maks en Anna stonden op uit bed en maakten gehaast de kinderen wakker, die slaapdronken waren. Anna kleedde de meisjes aan en ze haastten zich gezamenlijk via de trap naar beneden. Het luchtalarm klonk oorverdovend. Zoals ik je al eens zei: het is een vreselijk, walgelijk geluid, zeker in de stilte van de nacht. Het klinkt als een gewond dier, het gaat door merg en been.
‘De ondergrondse parkeergarage is de schuilkelder van Maks en Anna. Om er te komen moet je een klein stukje buitenom, over de stoep. Precies toen ze hun woning hadden verlaten en richting de parkeergarage renden, trof het puin van de raket, die was onderschept door onze luchtafweer, de supermarkt aan de overkant.
‘Er klonk een enorme klap, toen een explosie en vervolgens brak er brand uit. Glas en brandend puin vlogen naar alle kanten. Mensen renden weg, schreeuwden, huilden. Katja en Ksoesja waren door de klap op de grond terechtgekomen. Maks pakte zijn kinderen op en droeg ze, al rennend, alsnog naar de parkeergarage. Daar hebben ze urenlang gezeten.
‘Kun je je deze gruwel voorstellen voor de 12-jarige Ksoesja en de 8-jarige Katja? En de angst die Maks en Anna hebben gevoeld? De angst dat er iets met hun kinderen zou gebeuren? Het was een zeer verdrietig einde van hun verblijf in Oekraïne. De kinderen waren erg uit hun doen. Ook het afscheid van Maks was loodzwaar, hier op het treinstation. Katja en Ksoesja wilden papa niet achterlaten. Ze smeekten hem mee te komen naar Italië. Toen Anna mij belde, tijdens de overstap in Lviv, vertelde ze dat de kinderen nog steeds aan het huilen waren.’
‘Wij hebben de oorlog lang van de kinderen weg weten te houden. Nee, nooit zou hun vader of henzelf iets overkomen, hadden wij hen verzekerd. Ze hoefden niet bang te zijn. Maar we zijn door de mand gevallen. De oorlog heeft zijn lelijke gezicht aan de kinderen getoond. Onverwachts en bruut. Ik voel me schuldig dat ik Katja en Ksoesja hier niet tegen heb kunnen beschermen. Nu zou ik opgelucht moeten zijn dat ze weer veilig in Italië zijn. Maar ik merk dat ik ze alleen maar vreselijk mis.’
‘Goeiemorgen, Iris. Ik begrijp dat je mij om een reactie vraagt nu Prigozjin dood is. Maar ik wil het niet te lang over dit monster hebben. Onze lieve neef Oleg vocht in Bachmoet tegen het huurlingenleger van Prigozjin. Oleg heeft het gelukkig allemaal overleefd, maar vraag me niet hoe. ‘Tante, ik kan u niet zeggen wat ik heb gezien’, vertelde hij mij tijdens zijn verlof, ‘als ik dit vertel, zult u nooit meer kunnen slapen.’ Prigozjin heeft onze Oekraïense jongens veel pijn gedaan. Hij was Het Kwaad. Ik weet zeker dat God hem genadeloos zal straffen. Hij is nu in Zijn handen. Wij hoeven het daarom nooit meer over hem te hebben.’
‘Ik wil iets anders met je delen. Ik had gisteravond, in het huis van Maks en Anna in Kyiv, een heerlijk diner klaargemaakt: soep, vlees, een salade van radijsjes en gekookte aardappelen met dille. Alle schalen stonden op een feestelijk gedekte tafel. Je moet weten dat Katja en Ksoesja binnenkort weer teruggaan naar Italië. Daarom proberen we als familie nu zo veel mogelijk samen te eten.’
‘Voor Maks is het onverteerbaar dat zijn kinderen en vrouw straks weer weggaan. Natuurlijk, rationeel staat hij achter deze beslissing. In Italië is het veilig, daar kunnen de meisjes onbekommerd naar school. Ze hoeven niet naar de schuilkelder, ze zullen een normaal leven leiden. Maar in zijn hart voelt hij al hoe leeg het huis straks weer zal zijn en hoe hij die kinderstemmen gaat missen.’
‘We zaten aan tafel. Maks schonk de glazen van de kinderen vol met zelfgemaakte vlierbessenlimonade. Hij glimlachte en maakte grapjes. Eerst hadden we het wat over koetjes en kalfjes, totdat Katja (8), de jongste, een vraag stelde. ‘Mama, wanneer gaan we nou weer naar Italië?’ Er viel een stilte. Anna antwoordde dat ze volgende week zouden teruggaan. Katja vervolgde op klagerige toon: ‘Mama, dat duurt nog zo lang. Jij had gezegd dat als ik in Kyiv naar de tandarts was geweest, dat we dan terug zouden gaan. Ik mis mijn vriendinnetjes. Kunnen we niet gewoon morgen al naar Italië?’
‘Anna onderbrak haar snel en begon over iets anders. Maar de woorden van Katja waren Maks helaas niet ontgaan. Ik keek naar mijn zoon en zag een gebroken man aan tafel zitten.’
‘In eerste instantie voelde ik boosheid jegens Katja. Waarom moest ze zo brutaal zijn? Hoe kon ze dit zeggen waar haar vader bij was? Hij, die zijn leven op het spel zet om Oekraïne te verdedigen? Het arme kind kan er natuurlijk niets aan doen, maar voor Maks is dit altijd zijn grote angst geweest: dat zijn kinderen niet meer in Oekraïne willen zijn. Het voorval doet mij ook veel pijn. Wat moeten we doen? Dan maar weer terug naar Oekraïne? Dat is ook geen optie. Het is onveilig door de onvoorspelbaarheid van de raketaanvallen. En qua onderwijs zullen ze dan vooral online les krijgen. Ik weet het soms ook niet meer. Maar ik zal niet accepteren dat mijn kleinkinderen vervreemd raken van hun land.’
‘Het was een onrustige nacht. Het luchtalarm ging een aantal keer en we hebben een tijdje in de auto gezeten, die geparkeerd stond in de garage onder het huis. We probeerden door te slapen, tijdens het loeien van de sirenes, terwijl we rechtop zaten in de autostoelen. Mijn kleindochters lagen wel horizontaal, deels over hun ouders heen, op de achterbank. Ik zat voorin.’
‘’s Ochtends hoorden we op het nieuws dat er in Lviv meer dan honderd appartementen waren beschadigd door een raketaanval. Vier mensen waren gewond geraakt toen de raket een krater sloeg in de tuin van een kinderdagverblijf. Waarom toch allemaal? Die Russische terreur blijft maar doorgaan. En ze raken zo vaak crèches en ziekenhuizen, de schoften.’
‘Cherson was de afgelopen dagen ook weer doelwit van bombardementen. Soms vraag ik me af: zal ik ooit nog in mijn geboortestad komen? En hoe ziet het er dan uit? Cherson heeft de bezetting redelijk goed doorstaan, maar sinds de bevrijding blijven die orcs (Russen, red.) de stad maar beschieten.’
‘Facebook toonde mij een herinnering van drie jaar geleden. Op een foto zag ik mooie rijpe druiven, aan een boom, tegen een strakblauwe hemel. Mijn tekst erbij: ‘Heerlijk om weer terug te zijn in mijn geliefde en gastvrije Cherson.’ Toen was ik er de hele zomer op vakantie, bij mijn nicht, en sliep ik in haar tuinhuis, met grote ramen, waardoor ’s nachts de maan naar binnen scheen.’
‘Tijdens hele warme nachten zette ik de deur van het tuinhuis open en dan hoorde ik het geluid van het houten kralen-gordijn, dat meebewoog met de wind. Het geluid van een heerlijke zomer zonder zorgen. Overdag zaten we urenlang in de schaduw van een walnotenboom zwarte thee met citroen te drinken. We genoten van de tuin en de geuren die vanaf de rivier kwamen. Natuurlijk hadden we geen idee van de rampspoed die ons land enkele jaren later zou treffen.’
‘Zoals je weet werd het huis van mijn nicht begin dit jaar gebombardeerd. Het is inmiddels deels herbouwd. Maar van het tuinhuis was helaas niets meer over. Ze laten het maar zo. Misschien dat ze het na de oorlog weer opbouwen. De walnotenboom werd ook beschadigd, maar hij is niet dood. Dus er is hoop.’
‘In Hongarije kan ik me soms afsluiten voor het nieuws en die vreselijke raketaanvallen. Maar hier, terug in Kyiv, kan dat niet. Hier zit ik er weer middenin. Ik bel met mijn nicht en ik voel haar pijn om het verdwenen tuinhuis. In Hongarije voelde ik haar pijn op afstand. Dit is iets wat mij beangstigt: dat andere landen ons vergeten. Dat mensen in andere landen afgestompt raken door al die raketaanvallen en zich afwenden. Ik vrees dat, omdat ik het zelf in Boedapest ook al voel. Ik hoop dat Oekraïne niet vergeten wordt, maar tegelijkertijd heb ik er geen invloed op. Het enige wat ik kan doen is God vragen om ons niet te vergeten.’
‘Ik ben inmiddels ook in Kyiv aangekomen, na een zeer lange reis met een Flixbus vanuit Boedapest. Op het busstation stonden mijn zoon en kleindochters op me te wachten met bloemen. Ik heb ze allemaal vastgepakt en ik heb gehuild. Met de auto zijn we naar hun appartement gereden, daar zal ik de komende tijd verblijven. Zoals je weet zitten er in mijn eigen flatje vluchtelingen uit Marioepol. Het is vreemd om in mijn eigen stad terug te zijn en tegelijkertijd niet thuis te slapen. Maar ja, het is de situatie zoals die is. Ik ga die arme mensen uit Marioepol niet vragen voor een paar weken uit mijn huis weg te gaan. En – toegegeven – ergens ben ik natuurlijk ontzettend blij dat ik nu zoveel bij mijn zoon en zijn gezin kan zijn.’
‘Kyiv is een droevige stad geworden. Vorig jaar zomer, toen ik ook een tijd terug was, zag het er allemaal hoopvoller uit. Het was zwaar, maar mensen hadden toch het idee dat de oorlog vrij snel afgelopen zou zijn. Dat vechtlust, eensgezindheid en westerse wapens ons snel naar de overwinning zouden leiden. Zo ging het niet. Nu is iedereen depressief en moe van het gemis van dierbaren.
‘De checkpoints in Kyiv, waar je je papieren moet tonen, zijn een bron van ergernis voor de inwoners. Door het luchtalarm dat zo vaak afgaat, zijn mensen voortdurend gestrest. En dan die prijzen in de winkels! Fruit, groenten, eieren en vis zijn zo’n 75 procent duurder dan voor de oorlog. Vroeger ging ik met mijn kleindochters weleens naar de dierentuin, maar ook dat is niet leuk meer. Er zijn veel minder dieren! En de dieren die er nog zijn, hebben stress door het geluid van beschietingen en laten zich daarom niet zien. Ze zitten ineengedoken in hun hok. Als het luchtalarm gaat, moet je trouwens met andere bezoekers een kleine kelder in, onder het giraffenverblijf. Nee, een ontspannen uitstapje is het niet meer.’
‘Mijn kleindochters gaan nu elke dag naar de ouders van Anna, hun opa en oma, die in een flatje op de westelijke oever van de Dnipro wonen. De oma is twee jaar geleden geopereerd aan haar linkerheup. Een operatie voor de andere heup stond in de week van de invasie gepland. Die ging niet door. Sindsdien staat ze op een wachtlijst en loopt ze met krukken.
‘Door het tekort aan artsen – de meeste zijn gaan vechten of helpen aan het front – ziet het ernaar uit dat ze nog jaren op een wachtlijst zal staan. Daarom willen ze nu hun auto verkopen, zodat ze misschien bij een privékliniek terechtkan. Veel ouderen worstelen met dit soort dingen. Hun gezondheidsproblemen hebben geen prioriteit meer. De zorg die er is, gaat nu vooral naar gewonde jonge mannen. Daarnaast zijn ouderen vaak eenzaam, omdat hun familie gevlucht is. Ze krijgen minder hulp. Ook leven ze voortdurend in angst om hun zonen, die het land moeten verdedigen. Je ziet, in deze oorlog lijden alle generaties op een andere manier. Jong zijn in een oorlog is vreselijk, maar oud zijn ook.’
‘Om half zes vanochtend zijn mijn kleinkinderen met hun moeder Anna in Kyiv aangekomen, na een reis van twee dagen vanuit Italië. Ik was al wakker. Of beter gezegd, ik kon eigenlijk de hele nacht niet goed slapen, wetende dat Katja en Ksoesja in een bus door Oekraïne reden. Vooral ’s nachts ben ik bang voor die vreselijke oorlog. Ik zie dan allerlei dingen misgaan. Zo heb ik al een aantal keer gedroomd dat mijn oude school in Cherson door een raket werd getroffen. Of dat iemand mij vertelde dat mijn appartement in Kyiv was ingestort en dat al mijn fotoalbums en iconen waren verbrand.
‘Vannacht lag ik ook te zweten van het idee dat Katja en Ksoesja straks weer in Kyiv rondlopen. Zullen ze wel op tijd naar de schuilkelder gaan als het luchtalarm gaat? Zullen ze niet ziek worden en dat er dan geen dokter is om hen te helpen? Zoals je weet is er overal in Oekraïne een tekort aan artsen, omdat de meesten naar het front zijn vertrokken om daar te helpen. Ik merk dat hoe langer ik in Hongarije ben, hoe huiveriger ik word voor een bezoek aan Oekraïne.’
’Mijn man Akos probeert mij steeds gerust te stellen. De kans dat iemand van ons door een raket wordt geraakt is verwaarloosbaar klein, zegt hij. Hij vindt ook dat ik de luchtalarm-app van mijn telefoon moet halen. Daarmee kan ik per regio zien waar in Oekraïne wordt gewaarschuwd voor een luchtaanval. Het zorgt alleen maar voor onrust, zegt Akos. Ik heb hem nu beloofd dat ik hem binnenkort van mijn telefoon zal verwijderen. Maar niet zolang Katja en Ksoesja in Oekraïne zijn.
‘Maks ging ze vanochtend trouwens ophalen, toen ze aankwamen op het busstation. Hij was in de wolken en heeft ze minutenlang vastgehouden en geknuffeld. Sinds Kerst had hij zijn schatjes niet gezien. Hij hoeft gelukkig de hele maand niet naar de Donbas, zodat hij echt tijd heeft om weer met vrouw en kinderen te zijn.’
’Er moet overigens wel veel gebeuren in deze maand. Katja en Ksoesja moeten naar de tandarts. Die is in Italië namelijk te duur. En ze zullen vaak naar opa en oma gaan, de ouders van Anna. Die mensen zitten al sinds het begin van de oorlog vooral binnen, in hun flatje op de westelijke oever van de Dnipro. Ik snapte eerst niet waarom ze niet wilden vluchten. Maar ze vinden zichzelf te oud en ze zijn eigenlijk nooit buiten Oekraïne geweest. Naar de EU gaan vonden ze een brug te ver.
‘Dat Katja en Ksoesja nu naar Kyiv komen, is voor hen een groot geschenk. Ze zullen zich wel verbazen over hoe de meisjes gegroeid zijn. En weet je Iris, ik probeer me nu over mijn angsten heen te zetten en ook een geschikte bus naar Kyiv te vinden, zodat we straks even met z’n allen samen kunnen zijn. Vooral het vooruitzicht dat ik mijn zoon weer ga zien, doet me heel veel goed.’
‘Zoals je weet, wonen er nu vluchtelingen uit Marioepol in mijn huis in Kyiv. Het is een echtpaar op leeftijd, met drie zonen en een dochter. Deze dochter logeert ook in mijn huis. De zonen vechten alle drie aan het front.
‘Na mijn vlucht naar Boedapest heeft mijn appartement een jaar leeg gestaan. De buurvrouw gaf al die tijd mijn planten water en legde de post op de keukentafel. Via mijn zoon wist ik dat Kyiv overspoeld wordt door vluchtelingen uit het oosten en zuiden. Het zijn mensen die vaak alles hebben moeten achterlaten. Het liefst willen ze naar Kyiv, omdat deze stad het best beschermd wordt tegen de Russische raketaanvallen. In Kyiv staan tegelijkertijd veel huizen leeg. Inwoners van de stad die het konden betalen, zijn naar het buitenland vertrokken. Ik kon naar Akos, in Hongarije. Het geeft me voldoening dat ik, als vluchteling, zelf ook vluchtelingen kan opvangen.’
‘Met de vrouw uit Marioepol, Irina, heb ik wekelijks contact. Ik hoor verbijsterende verhalen. Bijvoorbeeld over Sofia, hun 14-jarige peetdochter. Sofia zat een hele tijd ondergedoken in een kelder onder hun huis in Marioepol, met haar broertje en haar moeder. Op een dag werd het huis met de kelder door een raket getroffen. Het broertje was op slag dood. Moeder raakte bedolven onder het puin. Onmiddellijk begon Sofia, die ongedeerd was, met haar handen haar moeder uit te graven. Het lukte om haar moeders gezicht vrij te maken. Ze ademde nog en kon praten. Ze zei dat Sofia hulp moest gaan halen. Sofia rende naar buiten en begon om hulp te roepen.
‘Helaas werd ze opgemerkt door een groep Russische militairen. In plaats van het meisje te helpen, namen ze haar mee. Ze brachten haar naar Novoazovsk, waar ze een tijd vastzat in een beveiligd ziekenhuis. Er werd haar verteld dat er een adoptiegezin naar haar onderweg was, om haar ‘te leren kennen’. Sofia schreeuwde moord en brand. Ze bleef maar herhalen dat haar moeder nog leefde en dat ze terug wilde naar Marioepol.
‘Er werd niet geluisterd. Enkele weken later moest Sofia mee met haar ‘nieuwe ouders’, naar Rusland. Daar zit ze nu nog steeds, in een huis waar overal beveiligingscamera’s hangen. Ze mag niet zonder begeleiding naar buiten. Ze mag geen mobiele telefoon hebben. Al haar sociale media zijn verwijderd en ze heeft een nieuwe naam en een nieuw paspoort gekregen.
‘Eén keer is ze weggelopen, en toen heeft ze Irina kunnen bellen. ‘Kunnen jullie mij hier weghalen?’ huilde ze. Irina, die dacht dat Sofia bij het bombardement was omgekomen, schrok enorm. Ze beloofde er alles aan te doen om haar peetdochter terug naar Oekraïne te krijgen. Maar hoe? Het is vrijwel onmogelijk om een kind uit Russisch grondgebied te halen. Je hoort het vaker. Gedeporteerde Oekraïense tieners proberen vaak terug naar de grens te lopen, in de hoop dat ze daar door familie worden opgehaald. Maar het probleem is dat ze de grens niet over komen. Ze worden door de Russische autoriteiten altijd naar hun ‘nieuwe ouders’ teruggestuurd.’
Mijn zoon Maks belde net uit Krementsjoek. Hij stond op een brug over de Dnipro en was in tranen. Uitgeput is hij, van al die gebroken nachten. Het luchtalarm gaat zo vaak. Hij ziet het gewoon niet meer zitten. Er wordt zo weinig vooruitgang geboekt, de oorlog lijkt uitzichtloos. En hij mist zijn familie, zeker nu in de zomermaanden. Net toen ik hem moed wilde inpraten werd de verbinding verbroken. Misschien zijn batterij? Ik kreeg hem niet meer te pakken.
Mijn kleinkinderen zijn vorige week weer vertrokken naar Italië. Het is leeg in huis. Katja en Ksoesja waren gegroeid en veranderd. Ik vond ze ‘Europeser’ geworden. Soms gebruikten ze Engelse of Italiaanse woorden tussendoor, die ik niet begreep.
Wat ook anders is dan voor de oorlog is dat we nu Oekraïens spreken met elkaar. Voorheen was dat Russisch, maar niemand wil die besmette taal nog gebruiken. De moeder van mijn kleinkinderen, Anna, is na het begin van de invasie helemaal overgeschakeld op het Oekraïens. Katja en Ksoesja kenden die taal wel een beetje, maar eigenlijk alleen uit gedichten die ze soms moesten voordragen.
Kijk, als oma vind ik het belangrijk dat de nieuwe generatie in Oekraïne vooral het Oekraïens beheerst. Juist omdat het voortbestaan van ons land op het spel staat. Maar ja, ik ben zelf een Russischtalige Oekraïner uit Cherson. Met mijn ouders sprak ik Russisch, het is de taal uit mijn kindertijd. Het doet nog altijd pijn dat de bezetter die taal van ons heeft gestolen.
Katja en Ksoesja hebben mij veel verteld over Italië. Ik zag ook een foto van hun schoolklas, waarop alle kinderen verkleed waren. Maar ook de directeur van de school, was verkleed én geschminkt! Ik kon het niet geloven. In Oekraïne zou dit ondenkbaar zijn! Daar is de directeur iemand met veel gezag die altijd netjes gekleed gaat. Deze man zag eruit als een clown.
Ze toonden me ook foto’s van ‘sportdag’. Ik wist niet wat dat was, maar blijkbaar worden dan op een reguliere lesdag buiten spelletjes gedaan. Ksoesja wees op haar juf, die over de grond door de modder onder een touw doorkroop. Ik stond perplex. Waarom deed die vrouw zoiets? En hoe kan zij nu ooit nog orde houden in het klaslokaal?
Je weet dat ik het Westen hoog heb zitten. Maar over het onderwijssysteem ben ik niet enthousiast. Je vertelde me ooit over een school in Amsterdam waar ze ‘pyjama-dag’ organiseerden. Dat alle kinderen én de docenten dan in pyjama naar school moesten komen, geloofde ik nooit. Tot de oorlog kwam en we moesten vluchten. Nu vertellen mijn kleindochters soortgelijke verhalen. Waarom toch al die gekkigheid? Op school gaat het om kennisoverdracht. Om presteren. De wereld heeft behoefte aan goede, slimme en kundige mensen. Niet aan figuren die in pyjama lopen.
Ik zeg het je eerlijk, ik zou liever zien dat Ksoesja en Katja gewoon weer in Kyiv naar school gaan. Helaas kan dat niet, en dus stel ik mij dankbaar op. Ik weet dat ik blij moet zijn dat ze in Italië terechtkunnen.
‘Wij Oekraïners zijn teleurgesteld dat wij niet sneller mogen toetreden tot de Navo. Ik zag Jens Stoltenberg vanochtend op het nieuws. Ik heb veel respect voor deze man, en het zijn mooie woorden, maar feitelijk is het lidmaatschap van Oekraïne niet dichterbij gekomen. Wat een deceptie.
‘Ja, we hebben er vaak over gediscussieerd en ik weet hoe jij erover denkt. Een land in oorlog of een land dat bezet wordt, kan geen lid worden. Maar ja, West-Duitsland mocht in 1955 toch ook toetreden tot de Navo, terwijl tegelijkertijd Oost-Duitsland door de Sovjet-Unie bezet was? Ik snap niet waarom dit anders zou zijn. Oost-Duitsland kwam pas bij de Navo na de Duitse hereniging in 1990. Vijfenveertig jaar later. En al die tijd kon West-Duitsland gewoon rekenen op de steun van de Navo-bondgenoten.
‘Ik begrijp dat toetreding een complexe procedure is. Maar waarom zou het vrije deel van Oekraïne, net zoals destijds West-Duitsland, niet alvast toetreden tot de alliantie? Dan zijn in elk geval een paar van onze mooie steden, zoals Lviv, Kyiv, Charkiv, Odesa, Vinnitsa en Dnipro, beschermd tegen die vreselijke raketaanvallen van die psychopaat in het Kremlin.’
‘Ik wist dat jij weer over artikel 5 van het Navo-verdrag zou beginnen. Het geeft niet, ik snap dat jij dat zegt, want alle westerlingen zeggen dit altijd: als Oekraïne nu toetreedt, dan heeft dat gevolgen voor álle landen van de alliantie. Dan zullen alle Navo-landen de oorlog tegen Rusland ingetrokken worden.
‘Voor ons Oekraïners klinkt dit zo vreemd. Het lijkt wel alsof jullie niet beseffen dat jullie allang in oorlog zijn met Rusland. Ze verachten jullie, kijk maar naar de Russische televisie. Nee, ze bombarderen niet openlijk jullie steden. Maar ze maken op slinkse wijze jullie democratische rechtsstaat van binnenuit kapot. Ze beïnvloeden verkiezingen, financieren extreem-rechtse partijen en creëren, waar ze maar kunnen, chaos. Ze hadden een hand in de Brexit, ze hielpen Trump aan de macht. En nu hopen ze, door al die bommen op Oekraïne, vluchtelingen naar West-Europa te jagen, zodat jullie landen overvol raken. Zo zaaien ze tweedracht. Echt, jullie zijn al in oorlog met Rusland. Al heel lang.
‘Praten of onderhandelen met het Kremlin heeft geen enkele zin. Wachten tot het beter wordt ook niet. Al vanaf het begin van de grootschalige invasie hebben we gesmeekt om de hulp van de Navo. Het is het enige dat Rusland kan stoppen.’
Een soldaat staat naast een stadsbus in Vilnius, Litouwen, waar dinsdag de Navo-top plaatsvond. Sean Gallup / Getty
‘De situatie in Oekraïne is nu niet goed. Onze jongens houden het allemaal nét vol. Het terugveroveren van ons land gaat langzaam. En terwijl de dagen voorbijgaan, verliezen wij onze mannen, broers, zonen en vaders. Zij zullen nooit meer terugkomen. Kijk, uiteindelijk zullen wij zegevieren. Maar op dit moment strompelen we blootvoets, met veel pijn en bloed, richting de eindzege. Als deze overwinning er toch moet komen, waarom dan niet te paard, galopperend met onze Navo-vrienden? Een andere optie dan de overwinning is er niet. Poetin móet verslagen worden.’
‘Mijn kleinkinderen zijn op bezoek in Boedapest. Zaterdag kwamen ze hier aan op het station, met de trein vanuit Italië. Samen met hun moeder Anna blijven ze bijna twee weken. Ach, ik ben zo blij om ze te zien, eindelijk heb ik weer familie om me heen.’
‘Anna moet vanuit hier nog wel werken voor haar baas in Italië. Ik ben dus veel met Katja (8) en Ksoesja (11). Nee hoor, dat is helemaal niet zwaar voor mij. De meisjes houden ook van het huishouden doen. Ze maken schoon en helpen met koken. Ze weten dat mijn man Akos nog steeds erg zwak is en vooral op bed ligt. Ze doen daarom zachtjes in huis en Ksoesja brengt hem zo nu en dan een kop zwarte thee met citroen. Het zijn heerlijke kinderen. Ik zal kleine uitstapjes met ze maken, zodat ze iets van Boedapest zullen zien. Maar ze hebben ook veel schoolwerk meegekregen, met zowel Italiaans als Oekraïens huiswerk. Dus we zullen ook veel tijd aan het bureau doorbrengen.’
‘De reden van het bezoek is de verjaardag van Ksoesja. Morgen wordt ze twaalf jaar oud. Anna had haar gevraagd of ze wensen had voor haar feestje. Ze antwoordde: ‘Op mijn verjaardag wil ik bij papa zijn. De hele dag. Dat is mijn wens.’
‘Het lukte Anna nauwelijks haar tranen te bedwingen. Ze zei dat ze het zou proberen te regelen. We hebben echt ons best gedaan, maar het was gewoon niet mogelijk. Maks zit momenteel in Droezjkivka, dat ligt twintig kilometer onder Kramatorsk. Als hij in Kyiv was geweest, dan had het misschien nog gekund. Maar met een 11-jarige zo dicht bij het front reizen vinden we onverantwoord. Ksoesja huilde toen we het haar vertelden. Later zei ze: ‘Als ik niet naar papa kan, dan wil ik naar oma op mijn verjaardag.’ En daarom zijn ze nu hier in Hongarije. Ik kan haar vader niet vervangen, maar ik probeer haar wel al mijn liefde te geven.’
‘Alles staat klaar voor morgen. We hebben een heerlijke medovnik gebakken, een honingtaart, en het huis is prachtig versierd. Er liggen pakjes klaar, de meeste uit Oekraïne, opgestuurd door Maks.’
‘Maks houdt zich groot en zal het op afstand morgen met ons meevieren. Maar ik ken mijn zoon, Iris, ik zie zijn verdriet. Hij kan het eigenlijk niet verdragen dat hij niet bij zijn Ksoesja is. En hij ziet ook wat wij allemaal zien: in het lieve, kinderlijke gezicht van Ksoesja breekt af en toe de prachtige glimlach van een piepjonge vrouw door. En als ze loopt, zien we geen kind huppelen, maar ontwaren we de contouren van een dametje. Ksoesja gaat een nieuwe levensfase in en Maks is daar niet bij. Hij maakt zich zorgen, ook om het gedrag van mannen en jongens in Italië, die in Oekraïne als ‘opdringerig’ bekendstaan. Door die vreselijke oorlog is Maks er niet om zijn drie vrouwen in Italië te beschermen, zo voelt hij het. Ach, wanneer is deze ellende toch voorbij? Al die Oekraïense kinderen die hun vader missen. Deze jaren kunnen nooit meer worden ingehaald.’
‘Ik werd vanochtend wakker en voelde me zo naïef. Mijn hoofd was dit weekend op hol geslagen. Zaterdag leek de lucht blauwer dan ooit. Ik keek naar de bloesems voor ons huis en was opgetogen. Hoe groot was de kans op een Russische burgeroorlog? Maks had me vrijdagavond laat gebeld. hij zei dat ik het nieuws moest volgen: het tuig zou nu elkaar te lijf gaan. Was ik klaar voor de Slag om Moskou?’
‘Op Telegram zag ik filmpjes die mijn verbeelding tartten. Ze vernielden hun eigen wegen, ze bliezen hun eigen depots op. Zag ik het goed? Al snel droomde ik weg. Dit zou heel goed zijn voor het tegenoffensief van Oekraïne. Onze jongens zouden van deze chaos profiteren. Ineens leek de overwinning veel dichterbij. Straks kon ik mijn zoon weer in mijn armen sluiten. En neef Oleg, die zo dapper aan het front vecht, zou heelhuids thuiskomen. Ik zou die jongens kussen en nooit meer loslaten. Mijn kleindochters zouden weer spelen in de straten van Kyiv. En met Akos zou ik een gelukkige oude dag slijten in Oekraïne.’
‘Ach, wat was ik een dwaas. Zaterdagavond spatte die zeepbel met mijn dagdroom al uiteen. Natuurlijk ging het niet zo eenvoudig. Alles wat die schoften in Rusland doen, heeft alleen maar met geld en macht te maken. Ze zijn opportuun. Als het ze uitkomt, gooien ze het zo weer op een akkoordje. Het zijn geen leiders, het is maffia. En ik voel me dom. Het is allemaal nog lang niet voorbij. Na de opwinding komt vandaag het verdriet. Mijn oude leven is niet binnen handbereik.’
‘Maar ach, laat ik me troosten met één ding. Via Telegram zag ik de onrust in Moskou. Ze waren bang voor de naderende tanks van Prigozjin. Hopelijk hebben die arrogante Moskovieten in ieder geval één dag angst gevoeld. Ja, de angst die wij ook voelden, toen wij hoorden dat er tanks onderweg waren naar Kyiv. Weet je hoe dat is? Als alles waar je van houdt opeens in gevaar is? Nog steeds krijg ik koude rillingen als ik eraan terugdenk. De buren die in paniek door het trappenhuis renden. De explosies die we in de verte hoorden. De berichten die ik kreeg, dat we ons moesten verstoppen omdat er ‘een colonne tanks naar ons onderweg was'. Ik zie mezelf nog zitten daar, in die eerste week van de oorlog, huilend in mijn badkamer, op een dik kleed, met kussentjes, om de koude tegels niet te hoeven voelen. Nog steeds droom ik ’s nachts in Hongarije dat iemand tegen me zegt: ‘Verstop je. Er zijn tanks naar je onderweg.’
‘Laat die Russen voelen wat wij Oekraïners voelen. Laat de angst onder hun huid kruipen en daar niet meer weggaan. Weet je waarom ik ook zo boos ben? Prigozjin heeft het gewoon openlijk toegegeven. De oorlog is begonnen vanwege Poetins hebzucht, niet omdat Oekraïne een gevaar voor Rusland zou vormen. Ze weten het allemaal. We moeten dit uitschot verslaan. Ik luister nu maar naar mijn zoon. Hij zegt dat Oekraïne zal zegevieren. Alstublieft God, laat het zo zijn. En laat onze jongens heelhuids thuiskomen.’
‘Goed nieuws. Na al die weken in het ziekenhuis is mijn man Akos weer thuis. Godzijdank. Hij kan nog niet veel, hij ligt vooral op bed. Maar ik ben heel opgelucht dat hij weer hier is. En ik ben blij dat ik niet meer elke dag met de bus op en neer hoef naar het ziekenhuis.
‘Van de zware longontsteking, die Akos vlak na zijn hartoperatie kreeg, zal hij nog wel een tijd moeten herstellen. Er is een revalidatieplan opgesteld. Ook heb ik met twee artsen gesproken. Weet je wat ze zeiden? Dat de Oekraïense keuken niet goed is voor Akos. Kun je het je voorstellen? Tegen mij! Akos moet zijn levensstijl veranderen, zeiden de artsen, want hij heeft veel te veel overgewicht. De Oekraïense keuken is te vet, stelden ze. Met te veel olie en koolhydraten. Daar ben ik het niet mee eens, onze keuken is juist heel gezond. Maar de artsen waren streng. Ze hebben mij een papieren boekje meegegeven met recepten en adviezen, zodat ik anders voor Akos kan gaan koken.’
‘Kijk, ik zie zelf ook wel dat Akos veel te dik is. Hij ziet er inmiddels uit als een grote Hongaarse teddybeer. Maar daar kun je niet de Oekraïense keuken de schuld van geven. Het komt door de oorlog en alle stress. Veel Oekraïners zijn aangekomen sinds de oorlog. Vooral in de schuilkelder wordt veel gesnoept en gesnackt. Kinderen krijgen chocolade met karamel om ze rustig te houden. En ouderen komen nauwelijks buiten.
‘Ik ben, net als Akos, sinds 24 februari vorig jaar, ook meer dan tien kilo aangekomen. Gewoon door al die zorgen. Het verdriet om mijn achtergebleven zoon. De stress over mijn huis in Kyiv, waar ik nu niet naar terug kan. De onzekerheid over de toekomst. Ik voel me vaak ontheemd en verloren. Ik verlang naar mijn oude leven dat in één keer weg was toen Poetin ons besloot aan te vallen.
‘Heel soms lukt het om dat oude leven terug te halen. Weet je hoe? Als ik kook. Als ik iets bereid met vis, vlees, aardappelen, bieten, kool, dille en honing, dan komt mijn land tot leven. Dan zit ik weer aan mijn eigen eettafel, met mijn eigen bestek en luister naar de stadse geluiden van Kyiv. Soms ben ik weer terug op onze datsja, ons buitenhuisje, waar Maks in een groot meer altijd forel en karper ving, die ik vervolgens in de pan legde. De gerechten die ik maak zijn van generatie op generatie overgegeven, met heel veel liefde.’
‘Nu moet ik ‘minder uitbundig koken’, volgens die Hongaarse artsen. Dat zal lastig voor me worden. Onze volksaard is nu eenmaal uitbundig. En de recepten uit het papieren boekje dat ze me gaven? Daar heb ik niets mee. Het voelt alsof ik opnieuw afscheid van mijn land moet nemen. Akos mag geen salo, reuzel, meer op brood. Geen kholodets, varkenspoot in gelei. En het moet ook afgelopen zijn met mijn zoete tussendoortjes, zoals zelfgebakken maanzaadcake. Het wordt wennen, Iris. Maar ik ga het natuurlijk doen. Ik wil het beste voor Akos.’
‘Goedemorgen, dorogaja, lieverd. Gisteren in het ziekenhuis raakte ik in gesprek met een verpleger, die mijn man Akos verzorgt. De verpleger weet dat ik gevlucht ben uit Oekraïne. Weet je wat hij aan mij vroeg? ‘Zeg, die opgeblazen dam, zou dat het Oekraïense leger misschien handig uitkomen? Ik zeg niet dat Oekraïne het gedaan heeft hoor! Maar wellicht is het in hun voordeel? Dat ze nog meer westerse wapens krijgen?’
‘Ik kromp ineen, ik moest gaan zitten. Wat vond ik het opeens weer vreselijk in Hongarije. Hoe durfde hij mij zoiets te vragen? Mijn hart heeft de hele week gehuild om de Kachovka-stuwdam. Sinds mijn vlucht miste ik vooral Kyiv, maar afgelopen week kon ik alleen maar aan Cherson denken, de stad en regio waar ik opgroeide.’
‘Ik verlangde naar de naaldbomen, vlak bij de oevers van de Dnipro, die het decor vormen van mijn jeugd. De geur van die bomen, die ik opsnoof als we daar picknickten, zittend op een kleed met borduursels van mijn moeder. Mama had op die momenten altijd zelfgebakken pampoesjki bij zich, broodjes met peterselie en knoflook. En grote stukken watermeloen, die we slurpend opaten. We zwommen tot zonsondergang in de Dnipro, terwijl we in het water naar de watervogels en de pelikanen keken. Met vriendjes sprong ik van een steiger af. We doken zo diep mogelijk het donkergroene water in en zwommen dan onder de waterlelies door. Ach, ik heb het je al zo vaak gezegd, mijn land is paradijselijk mooi. Het zijn allemaal gouden herinneringen. Ik denk graag terug aan dit gebied, en aan de hele lange zomers waarin ik zo gelukkig was.’
‘Nu gaat deze regio door een nachtmerrie. Eerst werd Cherson bezet door die Russische idioten, daarna lieten ze de boel overstromen. De Oekraïense grenswacht waarschuwt nu voor de grote hoeveelheid mijnen die richting de Zwarte Zee drijft. Kun je het geloven? Een oorlog én een natuurramp in het paradijs. Ik zag de filmpjes van ondergelopen straten, huizen en bomen. Sommige bomen zijn daar meer dan honderd jaar oud. Zij kunnen niet te lang in het water staan, want dan gaan hun wortels rotten. Wie redt die naaldbomen, de bomen waar ik al als kind van hield? En hoe zal het gaan met de oogst van de watermeloenen deze zomer?’
‘Iris, als dit ooit allemaal voorbij is, dan zullen we er met zoveel verdriet op terugkijken. Hoe ze van Oekraïne een puinhoop hebben gemaakt. Het mooie, schitterende Oekraïne. Poetin kan ons niet hebben en gooit ons daarom op een vuilnisbelt. Hij probeert een hel van ons land te maken, onleefbaar voor mens, dier en natuur.’
‘Het is voor het eerst sinds ik in Hongarije ben dat ik me heb uitgesproken. De verpleger in het ziekenhuis schrok. Zoveel felheid had hij van mij niet verwacht. Hopelijk begrijpt hij nu hoeveel pijn de doorgebroken Kachovka-dam doet bij Oekraïners. Helaas weet Akos inmiddels ook van de stuwdam. Terwijl ik het steeds zo veel mogelijk voor hem probeerde te verzwijgen. Het deed hem ook veel pijn. Nu probeer ik hem te kalmeren. Het is allemaal niet goed voor zijn hart.’
Iris, zet alsjeblieft je computer aan! Die gestoorde Russen hebben onze stuwdam bij Nova Kachovka opgeblazen. Ja, het is echt waar! Het water stroomt al de dorpen in en is op weg naar Cherson. Ik ben in shock. De beelden die ik op het nieuws zie, kan ik niet geloven. In Nova Kachovka staat het centrale plein onder water! Er zwemmen zwanen rond. In de regio waar ik opgroeide, zie je mensen tot hun heupen in het water staan. Honden en katten hebben hun toevlucht genomen tot de daken van de huizen. Je ziet mensen rennen om kleine kinderen in veiligheid te brengen. Dit is een ramp! Dit had nooit mogen gebeuren.
Ach nee, het huis van mijn ouders. Ik hoor dat het water nu ook langzaam hun straat binnenloopt. Mijn ouders waren slecht ter been en woonden de laatste jaren van hun leven op de begane grond, even buiten het centrum van Cherson. Hoe hadden ze gereageerd op deze ramp? Als hun moestuin onder een golf was verdwenen? Als hun mooie boekenkast ineens onder water had gestaan? Gelukkig dat ik hun paniek niet hoef te zien. Dank U God, dat zij dit niet mee hoeven te maken.
Weet je nog dat ik je over mijn nicht vertelde? Haar huis in Cherson werd eind januari gebombardeerd, toen zij net even bij haar buurvrouw op de thee was. Mijn nicht vluchtte vervolgens naar West-Oekraïne, maar haar man bleef achter, om het huis opnieuw op te bouwen. Hij werkte er maandenlang zo hard aan. En nu? Hoe zal het nu gaan met het huis? En met de walnootboom, die het bombardement overleefde en net in bloei stond? Het water nadert snel.
Aan de oever van de Dnipro was een kleine dierentuin, die ik een paar jaar geleden eens bezocht. Er kwamen vooral kinderen met hun grootouders. Vanochtend vroeg werd het personeel van de dierentuin totaal verrast door het water. Het liep met hoge snelheid de kooien in. Voor evacuatie was geen tijd. Op een paar herten na, die gered konden worden, zijn alle dieren gestorven. Mijn hart huilt. Die arme beesten.
Waarom was de wereld wel in staat Gaddafi, Saddam en Milosevic een halt toe te roepen? En waarom kan niemand Poetin stoppen? Hij, die bewust het waterpeil van het stuwmeer tot recordhoogte liet oplopen zodat de vloedgolf extra krachtig zou zijn. Alstublieft God, verlos ons van Poetin.
Zwanen zwemmen rond in de ondergelopen straten van Nova Kachovka.
Ik probeer mijn zoon in Kyiv steeds te bellen. Ik heb zoveel vragen. Hoe krijgen ze al dat water weer weg? En zal de flora en fauna in de provincie Cherson voorgoed veranderen? Zullen virussen nu hun kans grijpen, met al dat water overal? Het doet pijn om al die plekken uit mijn jeugd onder water te zien staan. Heel veel pijn. Ik ga nu naar Akos, mijn lieve man, in het ziekenhuis. Hij is nog erg zwak en slaapt veel. Ik hoop dat niemand hem over de stuwdam heeft verteld. Ook ik zal het voor hem verzwijgen. Deze ellende is absoluut niet goed voor zijn herstel.
‘Lieve Iris, het was een spannende week met Akos. Hij worstelde met complicaties na zijn hartoperatie en kreeg daaroverheen een zware longontsteking. Anderhalve dag lag hij op de ic. Ik voelde me inktzwart, toen ik daar in het ziekenhuis zat te wachten. Alles om me heen leek ineens betekenisloos.
‘Op het moment dat een arts mij vertelde dat mijn man buiten levensgevaar was, klaarde de lucht op. Akos is nu naar een andere afdeling overgeplaatst. Hij heeft weinig kracht en praten kost veel moeite, maar hij leeft in ieder geval nog. Elke dag ga ik naar hem toe. Anderhalf uur heen met een bus en dan weer terug. Het zijn moeilijke tijden, maar ik zal hem steunen tot we samen terug kunnen naar Oekraïne.’
‘Zondag vierde mijn geliefde Kyiv zijn verjaardag. De stad werd 1.541 jaar oud. Normaal gesproken is het altijd een leuke dag met festiviteiten en muziek op straat. Weet je wie ons nu ook feliciteerde? Rusland. Met 54 raketten. De schoften.
‘Zaterdagavond voorvoelde ik het al. Ik probeerde Maks te bellen. Van mijn zoon weet ik dat hij nooit meer de schuilkelder ingaat als het luchtalarm afgaat. Hij vindt het onzin. Toen ik hem te pakken had, vertelde ik hem over mijn slechte voorgevoel. ‘Ik lig al te slapen,’ klaagde hij, ‘en nee, ik ga ’s nachts niet naar de ondergrondse parkeergarage. Ik blijf gewoon hier thuis in bed.’ Ik begon te huilen. ‘Ik weet zeker dat Kyiv aangevallen wordt,’ riep ik, ‘alsjeblieft, breng jezelf in veiligheid als het alarm gaat. Doe het voor mama, alsjeblieft.
‘Maks was geërgerd, maar hij ging uiteindelijk akkoord. Even leek hij weer de puber die hij ooit was. De jongen die erg koppig kon zijn, maar als hij mijn tranen zag, toch luisterde.
‘De hele zaterdagnacht sliep ik niet. Kyiv werd inderdaad bestookt met raketten. Veel werden er uit de lucht gehaald, maar niet allemaal. Er viel een dode en er raakten mensen gewond. En nu, op het moment van schrijven, wordt Kyiv nog steeds aangevallen. Mijn buren zitten met hun kinderen alleen maar in de schuilkelder. Het is vreselijk.’
Inwoners van Kyiv schuilen in een metrostation in het centrum. Foto: Sergei SUPINSKY / AFP
‘Eerst was ik vooral heel angstig, nu voel ik woede. Kyiv viert zijn verjaardag en wordt daarom gebombardeerd. Die psychopaat in het Kremlin wordt steeds cynischer. Waarom toch? En wat kost zo’n raket wel niet? Wat hebben ze hier nou aan? Ik begin weer vreselijk te tobben, net als in het begin van de oorlog. Ik begrijp het gewoon allemaal niet. Waarom ons feestje kapot maken? Waarom ons land vernietigen? Normaal gesproken heb ik Akos om mij te kalmeren, maar nu niet. Ik mis hem zo.’
‘Ik probeerde Maks gister steeds via videobellen te pakken te krijgen. Dan kan ik controleren of hij echt in de schuilkelder zit. Helaas nam hij steeds niet op. Ik stuurde hem ook een bericht: ‘Gaat het goed daar? Ik hou van je lieverd. Laat je af en toe wat horen? Liefs van mama.’ En weet je? Daar heeft hij net op geantwoord. Hij stuurde foto’s van metrostation Arsenalna, daar zit hij te werken. Fijn hè? Nu voel ik me weer wat beter.’
‘Het spijt mij, Iris, dat ik je niet kon schrijven vanochtend. Akos ligt plotseling op de IC, hij heeft er een zware longontsteking overheen gekregen. Hij is ineens erg verslechterd. Ik ben nu in het ziekenhuis. Ik probeer je later te bellen.’
‘Ja, Bachmoet is gevallen. Stad van het Verkhniy-park, met al zijn mooie speeltuinen, zweefmolen en rozentuinen. Daar trouwden de mensen vroeger graag, bij de fontein, omringd door dennen en sparren. Ook in de winter. Als het mos en de stoepen veranderden in een wit tapijt, trokken de inwoners naar buiten. Ze wandelden naar een van de vele meertjes die dan bevroren waren, en genoten van de stilte van de eerste sneeuw. Ach, dit was Bachmoet, maar deze stad is er niet meer. Het is nu een Russisch luchtkasteel. Wat de Russen allemaal vernietigd hebben, zullen wij ooit weer opbouwen. Nee, ik maak me geen zorgen. Ik geloof in onze strijdkrachten. Spoedig zullen zij Bachmoet heroveren. Wij zullen elk speeltuintje weer opbouwen.’
Een kindje in een speeltuin in Bachmoet in de zomer van 2022. Inmiddels ligt de stad grotendeels in puin.
‘Ik vertelde je al dat het niet goed gaat met Akos, mijn Hongaarse man. Hij onderging laatst een hartoperatie en kreeg een nieuwe hartklep. Het herstel verloopt moeizaam. Hij heeft steeds last van infecties en hartritmestoornissen. Af en aan verblijft hij in het ziekenhuis. Als ik hem wil bezoeken, moet ik anderhalf uur met een bus, en dan nog terug. Je weet, ik kan hier in Hongarije nog altijd niet goed mijn weg vinden. Van het Hongaars begrijp ik niets en dat maakt me onzeker.
‘Omdat Akos nu zo veel in het ziekenhuis ligt, ben ik meer op mezelf aangewezen. Ook heb ik meer te maken gekregen met zijn familie, en dan vooral met zijn moeder. Zij is in de 80 en praat aan één stuk door. Wij kunnen helaas totaal niet door één deur. Akos’ moeder is absoluut pro-Orbán en heeft in mijn bijzijn al een paar keer laten vallen dat Oekraïne de aanstichter van deze oorlog is.
‘Waar ik ieder ander woedend van repliek zou dienen, hou ik nu steeds mijn mond. Ik ben me bewust van mijn vluchtelingenstatus. Zolang ik niet terug kan naar Kyiv, toon ik in Hongarije alleen maar dankbaarheid. Maar snap je dat ik die moeder niet kan uitstaan? Ik kom er ook steeds meer achter dat er veel meer Hongaren zijn zoals die moeder: pro-Orbán en vaak ook pro-Poetin. Wat doet Hongarije in jullie mooie EU? Dit land hoort daar niet thuis.
‘Akos heeft mij ooit gezegd zijn moeder te negeren. Ik probeer dit zoveel mogelijk te doen, zeker nu ik haar zo vaak in het ziekenhuis zie. Akos redde mij toen de oorlog begon en bracht mij naar Boedapest. Nu zal ik alles voor hem doen. Ook zijn moeder verdragen. Akos zal, als het weer kan, met mij teruggaan naar Oekraïne, om daar samen oud te worden. Akos is een Hongaar, maar fel tegen Orbán. Hij voelt zich niet meer thuis in Hongarije. Oekraïne is het land waar hij zijn hart heeft verloren. Hij verlangt net zo naar Kyiv als ik.’
‘Vanochtend met mijn zoon Maks gebeld. Hij is weer thuis, in Kyiv. Vorige week is hij teruggekomen uit de Donbas. Ik moet altijd even huilen als ik zijn gezicht weer zie, op het beeldscherm van mijn laptop. Gewoon, omdat ik dan zo opgelucht ben dat hij er nog is. Ik probeer er niet aan te denken, maar elke keer dat we videobellen weet ik dat het de laatste keer kan zijn. Dat beseffen alle moeders wier zoon regelmatig naar het front reist. Ik probeer altijd om niet te lang te huilen. Dat vindt Maks moeilijk. Het liefst praat hij over koetjes en kalfjes.
‘Ook dit keer deed hij zijn best om optimistisch te zijn. Maar ik weet dat het niet echt goed gaat. Toen hij in huis rondliep met zijn mobiel in zijn hand, zag ik wat voor puinhoop het was. Op het aanrecht lagen allemaal verpakkingen van kant-en-klaarmaaltijden. Op de vloer hoopjes kleding. Terwijl hij rustig op de bank ging zitten, zag ik hoe vies de ramen achter hem waren.
‘Nee, voor schoonmaken heeft hij geen tijd. Ik weet dat de kamer van de kinderen ook erg rommelig is. Het lukt hem niet om al die knutselwerkjes, van voor 24 februari 2022, op te ruimen. Het lijkt ook soms alsof hij niks dúrft schoon te maken. Misschien omdat hij dan het terrein van Anna betreedt. Hij wil haar taken niet overnemen, omdat hij niet kan accepteren dat zij er niet is. Maks wil leven alsof Anna elk moment kan binnenstappen. Alsof ze elk moment kan gaan opruimen en koken. En zich bij hem kan voegen met de kinderen. Zodat ze weer het vredige, liefdevolle gezin zijn dat ze ooit waren. ’
Een vrouw loopt met haar kind langs een beschadigd gebouw in Kyiv. Beeld AFP
’Ja, het is droevig om te zien. Tegelijkertijd is het huis van Maks niet het enige huis in Oekraïne dat eruitziet als een zwijnenstal. Als moeder op afstand kan ik het maar moeilijk aanzien. Ach, ik zou zo heerlijk voor Maks kunnen koken, als ik niet gevlucht was. Weg met die kant-en-klare-troep. Elke avond zou ik sjasliek – geroosterde stukken vlees – maken, met witte koolsalade en aardappeltjes, zodat hij een beetje aansterkt.
‘Als toetje zou ik hem plakken honingcake geven, net uit de oven. En ik zou natuurlijk uren gaan poetsen. Kijk, zoals je wellicht begrijpt, wordt er met al die vrouwen in het buitenland nu eenmaal minder schoongemaakt. Zoals mijn buurvrouw het zei: “De mannen die ons land verdedigen, kunnen niet ook nog de ramen lappen.” En zo is het. De vrouwen worden heel erg gemist.’
‘Maks vertelde dat hij zijn dochtertjes in Italië regelmatig cadeautjes stuurt. Gesuikerde hartjes, boekjes, t-shirts, sleutelhangers, knuffels en stickervellen van beertjes, hondjes en poesjes. Hij schrijft ze brieven en hij maakt tekeningen van gekke poppetjes. Daar moesten ze vroeger altijd erg om lachen.’
‘Ach, wat hopen we dat Maks deze zomer zijn vrouw en kinderen kan zien. Vorig jaar zag hij ze een week in augustus. Daarna vier dagen met Kerst in Kyiv. Je ziet, het is alweer lang geleden. Het wordt hoog tijd dat ze elkaar weer in de armen sluiten. God alstublieft, maak dit mogelijk.’
Lieve Iris, gefeliciteerd met Europadag! Veel geluk gewenst. Dat jullie in Nederland voorgoed in vrede mogen leven. Je weet dat wij op 9 mei altijd Den Pobedie - Overwinningsdag - vierden, maar dat is nu veranderd. Omdat we deze feestdag niet meer met Rusland willen delen, heeft Zelensky onze Overwinningsdag verplaatst naar 8 mei. Op die manier kunnen we Europadag gewoon samen met jullie, westerlingen, op 9 mei vieren. We drinken vandaag op de EU, op al die vrije landen die als familie vreedzaam samenzijn en samenwerken.
Gister herdacht ik mijn vader, die in het Sovjet-leger tegen de nazi’s vocht. Hij was de hele oorlog actief als T-34-tankbestuurder. Op een dag werd hij geraakt door vijandelijk vuur. Zijn tank vloog in brand. Hij en de andere bemanningsleden overleefden, maar hielden er flinke brandwonden aan over. Als kind leerde mijn moeder mij dat die brandwonden tekenen waren van moed en heldhaftigheid. Ze brachten geluk. Als ik bij mijn vader op schoot zat, en met ontzag naar de brandwonden keek, dan wist ik dat ik bij een held op schoot zat.
Ook brandde ik gister een kaars voor de opa van Anna, mijn schoondochter. Hij was een uitzonderlijk moedige generaal die tijdens het Sandomierz-Silezië-offensief een grote vijandelijke tegenaanval afsloeg. Na de oorlog kreeg hij vele prijzen en medailles, waaronder de oorkonde ‘Held van de Sovjet-Unie’.
Ja, ik heb die belachelijke parade in Moskou gezien, waarbij één T-34 tank meereed. In zo’n tank zat mijn vader dus de hele oorlog. Weet je wat ik die imbeciel van een Poetin hoorde zeggen? ‘Het Westen is vergeten wie de nazi’s hebben verslagen.’ Weet je wat die seniele dictator vergeten is? Dat wij Oekraïners ook in dat Sovjet-leger vochten. Dat wij Oekraïners óók de nazi’s hebben verslagen. Samen met onder andere de Belarussen hebben wij zeer grote offers gebracht. Je ziet, Poetin wil ons uitwissen. Maar het zal hem niet lukken. Ach, wat mis ik mijn vader toch vandaag. Ik zou zo graag weer met hem praten. Tegelijkertijd ben ik opgelucht dat hij al deze ellende niet hoeft mee te maken.
Papa, mijn lieve papa, ik richt mij tot u. Vergeef mij deze woorden, maar: ik ben blij dat u hier niet meer bent. Gelukkig hoeft u niet te zien hoe Kyiv en andere steden worden beschoten op Overwinningsdag. Nee papa, helaas werd het fascisme niet verslagen in 1945. Het hield slechts zijn mond en verstopte zich. Nee, ik vergis mij niet! Kyiv werd niet alleen aangevallen op 22 juni 1941, maar ook op 9 mei, vandaag. Bent u geschokt? Het spijt mij zo ontzettend papa, dat ik u dit moet vertellen. Nee, deze keer komen de fascisten niet uit het Westen. Ze komen uit het Oosten, het nabije Oosten. Uit Moskou, vader. Nee, het zijn onze vrienden niet meer. Ze willen ons land en ze vermoorden onze kinderen. Waarom? Niemand begrijpt hun logica. Papa, u doorstond de oorlog. U was een held. Wij zullen doen wat u ook deed: terugschieten. Papa, mijn lieve papa, uw werk zal niet voor niks zijn geweest.
‘Wij zijn in afwachting van het grote offensief van onze jongens. Iedereen heeft het erover. Wat zal er precies gebeuren? Niemand weet het eigenlijk. Persoonlijk denk ik dat Oekraïne een tactiek zal kiezen die Rusland volledig zal uitputten. Als gevolg daarvan zal de vijand zich hopelijk overgeven. Ik kan het mis hebben natuurlijk, maar weet je, wij Oekraïners zijn humane, vriendelijke mensen. Tijdens een tegenoffensief willen wij onze burgers, steden en land zoveel mogelijk sparen. Ik vertrouw er daarom op dat onze krijgsmacht zorgvuldig te werk zal gaan. Dat doet ze nu ook al. Dankzij jullie, onze bondgenoten, heeft ons leger de informatie om zeer nauwkeurig aan te vallen. Ik bid voor ons offensief. Dat het groots mag zijn, zonder onnodige levens te verspillen, en het de vijand voorgoed op de knieën zal dwingen. Slava Ukraini!
‘Eigenlijk staan onze Oekraïense karakters haaks op die van de Russen. Zij vernietigen, wij proberen te overleven. Zij bestoken ons met bommen, wij beginnen in elke krater een moestuin. Zij doden, wij blijven scheppen. In Oekraïne telt elk leven. Voor Poetin is een mensenleven niets waard. Wist je dat de Russische legerleiding soldaten in gaten in de grond stopt als straf? Soms zitten ze wekenlang in zo’n gat. Wat voor ons onmenselijk is, gebeurt bij de Russen gewoon.’
‘Met het vooruitzicht van het offensief komen ook de zorgen. Ik denk aan Oleg. Onze lieve neef, die er vorig jaar bij was toen Koepjansk werd bevrijd. Die enkele maanden bij Bachmoet vocht. Oleg heeft nu net tien dagen vakantie gehad. Ja, natuurlijk krijgen onze jongens soms vakantie, onze regering zorgt wél goed voor haar mensen. Oleg is tien dagen thuis geweest, bij zijn vrouw en kinderen in Krementsjoek. Nu gaat hij terug naar het front. Ik vraag God om Oleg te beschermen, zodat ik na de overwinning voor hem kan koken. Ik zal deroeni voor hem klaarmaken, aardappelpannenkoekjes, daar was hij als kind al dol op.
‘Neef Oleg is een held. Ooit zullen we hem bedanken voor zijn moed. Zijn vrouw Alina stuurde mij nog een foto. Daarop ligt Oleg te slapen, op een kleine zonnige heuvel, samen met andere soldaten. Ze hebben een dag vrij. Oleg ligt onder een oude deken, naast hem staat een geruite tas. Tussen de jongens in staat een bloempot met veldbloemen. Gekregen van dorpsbewoners uit de omgeving. Van Alina hoorde ik dat mensen ook vaak voedsel en flessen schoon water komen brengen. Erg lief, want soms, als er niets anders is, moeten de jongens water uit beekjes drinken. Dat is niet zonder risico. Soms is het water bedorven en worden ze ziek.
‘Oleg geniet het meest van het eten dat dorpsbewoners voor hen maken. ‘In een loopgraaf eet ik beter dan in een chique restaurant in Krementsjoek’, zei hij vorig jaar eens. De mensen in de dorpen beseffen dat onze jongens helden zijn, dus natuurlijk maken ze dan een koningsmaal voor ze klaar. Dat zou ik zelf ook doen. De dorpsbewoners koken met alles wat ze in huis hebben. Alleen het beste en het allersmakelijkste brengen ze naar de loopgraven.’
‘Laatst is er ingebroken bij mijn onderburen in Kyiv. Terwijl zij niet eens gevlucht zijn. Ze waren alleen net even een weekend weg, naar hun datsja, in de bossen vlakbij Irpin. De inbrekers hebben een computer meegenomen, wat sieraden en dure flessen drank. Weet je, je hoort steeds vaker over inbraken in Kyiv. Dat komt doordat er minder politie is dan voorheen. Toen de oorlog begon, heeft een deel van de agenten zijn functie neergelegd en is naar het front gegaan. Inbrekers weten dat. Er is maar een heel kleine kans dat ze gepakt worden.’
‘Helaas kust een oorlog soms juist de slechtheid wakker van gewone mensen. Tijdens de onrust die ontstaat, ruiken ze hun kans, vullen ze hun zakken en misbruiken ze de situatie voor eigen gewin. Corruptie en diefstal lijken een vlucht te nemen.’
‘In sommige wijken hebben buurtbewoners daarom zelf een soort ‘politiedienst’ opgezet. Ook bij mijn flat gaan ze er nu mee beginnen. Vrouwen zullen overdag bij de poort op wacht staan. In de avond en nacht zullen – veelal gepensioneerde – mannen het stokje overnemen. Als ze iets verdachts zien, slaan ze meteen alarm.’
‘Kijk, natuurlijk maak ik me zorgen om de situatie in Bachmoet en om onze jongens daar. Alle ogen zijn gericht op het front. Maar er zijn ook andere grote problemen. Oekraïne wordt niet alleen van buiten aangevallen, het krijgt ook steeds vaker last van inwendige bloedingen.’
‘Zelensky doet erg zijn best om alles ordelijk te laten verlopen. Maar er heerst ook chaos bij de overheid. Wetten worden aangenomen, maar soms ook direct weer ingetrokken. Omdat zoveel mannen zijn gaan vechten, hebben we te maken met enorme personeelstekorten. Als er nu ergens brand is, weet je nooit zeker of de brandweer echt zal komen. De politie heeft geen tijd en mankracht om misdrijven op te lossen. En ook ons zorgpersoneel is zwaar overbelast. Zeker voor ouderen, die wachten op een operatie, is meestal geen tijd. De wachtlijsten zijn gigantisch. Veel artsen en verpleegkundigen zijn naar het oosten vertrokken, daar waar ze het hardst nodig zijn. Zij moeten onze gewonde soldaten zien te redden. Natuurlijk krijgen onze jongens altijd voorrang, zij houden immers de bezetters tegen. Andere mensen moeten wachten. Een acute blindedarmontsteking kan je daarom nu fataal worden. Het heeft geen prioriteit. Vanuit Boedapest voel ik me schuldig. Hier, als vluchteling in Hongarije, heb ik wel makkelijk toegang tot zorg.’
Jongeren dinsdag in Kyiv. Beeld Getty
‘Kun je je voorstellen, na meer dan 400 dagen oorlog, hoe uitgeput onze artsen zijn? Wat ze allemaal gezien hebben? Wij hebben zeer veel respect voor hen. In Oekraïne noemen wij onze artsen altijd ‘engelen in witte gewaden’. Want dat zijn ze. Ik bid regelmatig voor hen. We zijn ze zo dankbaar.’
‘Ondertussen huil ik om Oekraïne, dat ondermijnd wordt, uitgehold, kapotgemaakt, op instorten lijkt te staan. En weet je wie op afstand met een glimlach toekijkt? Precies. Poetin. Daarom moeten we blijven vechten, op alle fronten. Ze zullen ons er niet onder krijgen.’
‘Natuurlijk wil Maks soms niets liever dan weg uit Oekraïne. Hij zal het alleen wel uit zijn hoofd laten om de grens over te gaan. Mannen die nu weggaan, zullen hun hele leven als ‘lafaard’ gezien worden. Ik ken een oude buurvrouw, mijn leeftijd, die met haar zoon heeft gebroken. Toen de grootschalige invasie begon, is die zoon met een vervalste doktersverklaring – hij zou een ernstige, chronische ziekte hebben – gewoon naar Polen vertrokken. Zijn moeder was razend. ‘Wie vlucht terwijl het voortbestaan van zijn land op het spel staat, is geen kind van mij’, heeft ze tegen hem gezegd. Ach, zo treurig dat soort verhalen. Al weet ik zelf ook niet of ik Maks nog onder ogen zou kunnen komen als hij zou vluchten. Ik begrijp dat hij zijn familie in Italië mist, maar Oekraïne achterlaten doe je als man niet. Ik zie het Maks eerlijk gezegd ook nooit doen.’
Hier in Boedapest is het ’s nachts stil. Maar toch word ik elke nacht een paar keer wakker omdat ik denk dat de sirene afgaat. Het is niks, het is niks, stel ik mezelf dan gerust.
‘Ja, er zijn wel omstandigheden dat je toch weg mag. Als je drie kleine kinderen hebt bijvoorbeeld, dan hoef je niet te vechten. Het idee hierachter is dat een vrouw slechts twee handen heeft. Zij kan met elke hand één kind vasthouden. Voor dat derde kind is de man nodig. Wat je nu ziet in Oekraïne, is dat mensen spijt hebben dat ze geen derde kind hebben gekregen. Voor Maks en Anna, die twee kinderen hebben, allebei boven de zeven, had het niks uitgemaakt. Dat derde kind zou als ‘één klein kind’ tellen.
‘Soms hoor je over moeders, gevlucht naar het buitenland met twee kleine kinderen, die af en toe hun man bezoeken in Oekraïne. Zelfs als hij dicht bij het front zit. Het is een gevaarlijke exercitie en logistiek ook lastig. Voor de twee kleine kinderen moet in het buitenland een oppas worden geregeld. En de moeder loopt zelf ook gevaar op haar reis. Maar mocht ze zwanger raken na zo’n bezoekje, dan weet ze dat haar gezin weldra herenigd zal worden. Bij de geboorte van het derde kind krijgt ze haar man terug.
‘Deze regels golden altijd al, maar nu de oorlog langer duurt proberen meer vrouwen het via deze weg. Zo kunnen ze hun man uit de oorlog halen zonder dat er over hem als ‘lafaard’ gesproken wordt.’
Niya Nikel (33), vluchtte na het uitbreken van de oorlog met haar dochtertje Ewa uit Kyiv naar het Poolse Krakau. Ewa lijdt aan een zeldzame aandoening die ernstige epileptische aanvallen tot gevolg kan hebben. Beeld: Omar Marques via Getty
‘Het is de tweede Pasen zonder Maks. Hij zit in Kramatorsk. Zijn vrouw en kinderen zitten in Italië, ik ben in Boedapest. Vanochtend hebben we elkaar gesproken via videobellen. Op zich fijn, maar het gemis daarna is des te groter. De kinderen hebben vorige week ook al Pasen gevierd. Het Europese, katholieke Pasen. Veel Oekraïners, vooral degenen in het buitenland, vieren nu zoveel mogelijk de Europese feestdagen. Ik wil het ook, al kan ik maar moeilijk afscheid nemen van het orthodoxe Pasen, dat een week later valt. In Oekraïne wil men niet alleen van de Russische taal af, maar ook van de tradities, gewoontes en feesten die we met de Russen delen. Onze toekomst ligt in Europa. Jullie kalender wordt langzaam ook onze kalender.’
‘Zoals je weet staat mijn huis in Kyiv al sinds maart vorig jaar leeg. Steeds denk ik dat ik binnenkort wel terug zal kunnen, maar elke keer blijkt het weer te gevaarlijk. Of het is te onpraktisch, omdat de elektriciteit het niet doet of er geen stromend water is. Mijn zoon vertelde me dat ik tijdelijk een vluchteling in mijn huis kan onderbrengen. In Kyiv zijn er veel mensen uit het oosten, die soms helemaal niets meer hebben. Zij worden opgevangen in grote gymzalen en slapen daar met z’n allen. Niet ideaal. Via mijn zoon ben ik in contact gekomen met een echtpaar dat in Marioepol woonde. Ook zij slapen in zo’n gymzaal. Ik communiceer nu met de vrouw, Irina. Mogelijk zullen zij een tijdje in mijn appartement logeren, tot ik zelf terugga. Ik vertelde wel dat er momenteel lekkage is. Maar voor iemand die de hel van Marioepol is ontvlucht, maakt dit niets uit.’
‘Ik vroeg Irina of ze iets had kunnen meenemen uit Marioepol. Ze antwoordde: ‘mijn man heeft een bekrast theelepeltje meegenomen. Het is een oud ding. Eerlijk gezegd wilde ik het voor de oorlog weggooien. Maar mijn man was eraan gehecht. Vlak voor ons huis gebombardeerd werd, en alles wat wij ooit hadden veranderde in stof en zand, had hij het lepeltje in een tas gedaan.
Wij reisden ermee door tientallen dorpen en steden. We werden opgevangen en overal waar we wat te drinken kregen, roerde hij met het lepeltje suiker door de koffie en thee. Nu zijn wij in Kyiv. In een ander universum. En met dit lepeltje in zijn hand, droomt mijn man ons hele huis weer terug. Hij ziet het aanrecht waar het lepeltje lag. Hij ziet de beker waar het lepeltje inzat. De tafel waar de beker opstond. De stoel naast deze tafel, waar hij altijd zat. De ramen waar hij doorheen keek als hij uit de beker dronk. Zo heeft hij met dit ene lepeltje ons hele huis meegenomen. Het troost hem.’
Daarna vroeg ik Irina of ze zelf ook iets had kunnen meenemen. Ze antwoordde: ‘Ach, ik sleepte een bijna lege fles parfum door alle wegblokkades en douanes. Het zat in mijn tas. Ik kon verder niets meenemen. Tijdens onze vlucht sliepen we soms in kelders. Als ik beschietingen hoorde of bombardementen, pakte ik deze fles, hield hem in mijn handen en snoof eraan. De geur kalmeerde mij. Het parfum rook naar een vredig leven. Meestal viel ik weer in slaap met de fles in mijn handen. Weet je, de winkel waar ik de parfum jaren geleden kocht, brandde aan het begin van de oorlog volledig af. Ook daarom is de fles mij zo dierbaar. Met dit parfum droom ik de hele winkel weer terug. Alles is weg en tegelijkertijd is niets weg.’
‘Iris, deze mensen zullen spoedig bij Maks de sleutel ophalen van mijn appartement. Ik ben blij dat ik iets kan doen. Zeer onder de indruk was ik van Irina, die ook haar gevoel voor humor niet is verloren. ‘En’, schreef ze, ‘niet heel veel troep toch? Een oud echtpaar, een lepeltje en een bijna lege fles parfum. Dat zal toch wel passen in je appartement?’
‘Ik schreef je vorige week al dat Kyiv een stad met PTSS is geworden. Iedereen is gestresst, mensen snauwen elkaar af. Ik zal je nog een voorbeeld geven. Toen ik laatst terug was in mijn geliefde stad, om spullen op te halen, bezocht ik een reiswinkeltje, in het zuiden van Kyiv, waar ze koffers verkopen. Na mijn vlucht naar Hongarije was mijn reistas versleten geraakt, dus ik had een nieuwe nodig.
‘Ik stond in de winkel en keek naar het assortiment. Hoeveel spullen wilde ik nog meenemen naar Hongarije? Zouden mijn iconen in het standaardformaat koffer passen? Ik wist niet goed wat voor tas ik precies nodig had en stond wat te dralen. Op dat moment kwam de verkoopster naar me toe. ‘Wat sta jij daar nou? Kies gewoon wat! Je loopt hier maar rond, zonder wat te kopen. Donder anders gewoon op uit m’n winkel.’
‘Ik was compleet uit het veld geslagen en kon even niets uitbrengen. Ook niet dat ik juist van plan was geweest wél een koffer te kopen. De verkoopster vervolgde: ‘Ik heb twee zonen die aan het front vechten. Snap je dat wel? En jij staat daar maar, me op mijn zenuwen te werken. Wegwezen.’
‘Ik had haar van alles willen antwoorden. Ik was boos, verdrietig en voelde tegelijkertijd medelijden. Maar deze vrouw kon ik niet bereiken. De oorlog had ons van elkaar vervreemd. Ik heb me omgedraaid en ben de winkel uitgelopen. Het voorval deed nog een tijd pijn. Kyiv, waar ik voor de invasie bijna vijftig jaar woonde, voelde vijandig aan. De inwoners waren veranderd. Het hielp niet mee dat ik, terug bij m’n flat, een gepensioneerde buurman tegenkwam. Hij zal het niet kwaad bedoeld hebben, maar zijn opmerking ‘jij hebt het daar zeker wel fijn hè, in Hongarije’ viel niet goed. Het was alsof ik een geluksvogel was, iemand die er ‘tussenuit was gepiept’, op het moment dat het menens werd met de oorlog. Toen ik boven in mijn appartement was, kwamen de tranen. Het verdriet om mijn zoon, mijn kleinkinderen, mijn huis dat ik had moeten ontvluchten, verzwolg me.
‘Ik huilde ook om Kyiv, dat ik niet meer herkende, dat niet meer aanvoelde als mijn thuis. Ik huilde om het leven dat ik ooit had, gevuld met zoveel liefde, familie, vrienden, etentjes, wandelingen in de bossen vlakbij. Dat alles leek een verre herinnering, een droom.’
‘Ik wil weer terug naar Kyiv, natuurlijk, maar tegelijkertijd zie ik er tegenop. Uiteraard begrijpt iedereen dat je bent gevlucht, maar je blijft toch ook ‘de persoon die wegging.’ Je kunt niet meepraten, je was er een groot deel van de oorlog niet. En dat heeft de inwoners van Kyiv in twee kampen gespleten. Zij die er wel waren, en zij die weggingen. Die groepen hebben totaal andere ervaringen. Na de oorlog zullen we veel met elkaar moeten praten. Elk individu heeft op zijn eigen manier geleden. Nu is iedereen vooral doodmoe. Ik probeer niet teveel aan de toekomst te denken. Wordt alles ooit weer zoals het was? Ik vraag het aan God en ik hoop dat hij ons Oekraïners ook na de oorlog wil helpen.’
‘Ik schaam me dat ik je gister zo uitgebreid over de lekkage in mijn huis schreef, terwijl Poetin heeft aangekondigd kernwapens in Belarus te stationeren en onze jongens nog steeds sterven in Bachmoet. Ik durf ook m’n buren niet meer lastig te vallen met m’n problemen.
‘Afgelopen zaterdag zijn mijn kleindochters teruggekeerd naar Italië. De stilte hier in huis doet nu pijn. Het was heerlijk ze al die dagen om me heen te hebben. Ik genoot zo van hun stemmen, hun grapjes, hun verhalen. Het moeilijke is dat ik niet weet wanneer ik ze weer zie. Ik zou graag een keer naar Italië reizen om te zien hoe ze daar leven, maar ik vind het ook spannend.
‘Weet je, ik ben niet zo op m’n gemak in EU-landen. Het is allemaal zo anders dan in Oekraïne. Daarnaast ligt Akos nog steeds in het ziekenhuis na zijn hartoperatie. Waarschijnlijk mag hij volgende week naar huis. Het zal nog wel even duren voordat hij volledig hersteld is. Al die tijd zal ik hem verzorgen. Nee, voorlopig kan ik nog niet weg uit Hongarije.’
Oekraïense soldaten van de 28ste brigade in een loopgraaf bij Bachmoet, dat al maanden wordt belegerd door de Russen. Beeld: ANP
‘Er is lekkage in mijn huis in Kyiv. Mijn buurvrouw Nataliya vertelde het me. Zij heeft mijn sleutels en gaat twee keer per week kijken of alles goed is in mijn appartement. Nu zag ze ineens grote natte kringen op het plafond in de keuken. Er vielen druppels naar beneden. Nataliya heeft gedweild en emmers neergezet. Er is waarschijnlijk iets mis met de stortbak van de wc van de bovenburen. Hij stroomt over, waardoor de vloer van hun badkamer steeds nat is. Nou, en dat water is door het plafond gekomen.
‘Ik heb het er moeilijk mee. Zoals je weet ben ik heel zuinig op mijn huis. Vanuit Boedapest kan ik nu maar weinig doen. Ik heb mijn bovenburen gebeld, maar die waren erg kortaf. Ze hebben andere dingen aan hun hoofd en zullen er later naar kijken. Iedereen in Kyiv staat door de oorlog onder hoogspanning. Mensen zijn gestresst, ze snauwen elkaar af. Kyiv is een stad met PTSS geworden.
‘Normaal gesproken bel ik mijn vaste loodgieter, een geweldige klusjesman, die ik altijd voor alles mocht lastigvallen. Maar ja, die vecht nu aan het front. Mijn zoon heb ik ook gebeld, maar die bleek niet in Kyiv te zijn. Hij beloofde langs te gaan als hij volgende maand terug is. Dat duurt me te lang. Ik weet niet hoe veel groter die lekkage nog wordt.
‘Het vervelende is dat er nauwelijks nog goeie loodgieters in Kyiv te vinden zijn. De meesten zijn het leger in gegaan. Degenen die nog over zijn, hebben hun prijzen vervijfvoudigd. Het is allemaal onbetaalbaar geworden. Ik worstel ook met de vraag: moet ik dit soort huishoudelijke ongemakken nu wel oplossen? Of zal ik het laten zitten tot na de overwinning, als ik weer thuiskom? Misschien is er dan nog wel meer kapotgegaan en kan ik alles in één keer onder handen laten nemen. Maar nu niks doen, zorgt ook weer voor schimmel. Misschien kan ik toch zelf even op en neer naar Kyiv? Ik weet het gewoon niet.’
‘Mijn kleinkinderen zijn deze week in Boedapest. Het is heerlijk om ze weer te zien. Ja, ze zijn veranderd sinds de laatste keer dat ik ze zag, in augustus in Kyiv. In de eerste plaats zijn ze enorm gegroeid. Maar dat is niet het enige. Ze dragen westerse kleding en gebruiken handgebaren die ik niet ken. Ja, het is echt waar, mijn kleindochters zijn een beetje westers geworden. Ik, als oma, sta soms versteld. Ze hebben het over Engelse en Italiaanse kinderseries die ik niet ken. Ze hebben het over vissersdorpjes aan de Adriatische zee, die ik nooit zag. Gelukkig zijn het ook nog gewoon Katja (8) en Ksoesja (12), die lief spelen, meehelpen met het huishouden en Oekraïense gedichten voordragen als je erom vraagt.’
‘Mijn schatjes liggen te slapen. Nu kan ik je langer schrijven. De meisjes waren moe. We hebben gewandeld door de buurt, waar we genoten van de bloesems die nu overal uit de knoppen breken. Af en toe hadden ze het over hun huis in Oekraïne, over hun speelgoed daar. En soms begonnen ze over hun vader.’
‘Kinderen zijn kinderen. Ze leven altijd in het nu. Pas later, als ze groot zijn en ik er niet meer ben, zullen zij zich realiseren wat de oorlog precies heeft aangericht. Dat de oorlog het liefdevolle gezin waarin ze opgroeiden, verscheurd heeft. Dat ze, door de oorlog, zonder hun vader leven. Toen ik vanmiddag hand in hand met de kinderen wandelde, terwijl we in de verte de glinsterende Donau zagen liggen en ik naar hun blije, verwachtingsvolle gezichtjes keek, deed dit besef mij pijn. Later pas zullen zij alles begrijpen.’
‘Nu proberen wij de meisjes zo veel mogelijk liefde te geven. Over de mogelijkheid dat papa de oorlog niet overleeft, daar spreken wij niet over. Het is geen zaak voor kinderen. We geloven in een goede afloop.’
‘Anna heeft trouwens gisteravond haar hart bij mij gelucht. Ze vertelde dat Maks steeds vaker boos is aan de telefoon. Natuurlijk is hij blij dat Anna nu een vaste baan heeft in Italië, maar hij kan het moeilijk verkroppen dat ze zoveel met mannelijke collega’s werkt. Anna kan nooit iets over een man zeggen, als is het een verkoper in een winkel, of Maks raakt uit zijn humeur. Hij was nooit jaloers en had er ook nooit reden toe. Maar ja, nu zit hij daar maar in zijn eentje in Oekraïne. Begrijpelijk dat hij groen ziet van jaloezie. Hij is zo bang om Anna kwijt te raken. En de Italiaanse man staat in Oekraïne bekend als een knappe, goedgeklede flirt.’
‘Maks is trouwens niet de enige man die jaloers is. Kijk, wij zijn erg dankbaar dat jullie in het Westen Oekraïense vrouwen en kinderen opvangen. Maar Iris, wij hopen dat westerse mannen onze vrouwen met rust laten en niet verleiden. Ze horen in Oekraïne. Na de overwinning moeten zij terug naar huis. Naar hun man. Ik hoop dat westerse mannen dit begrijpen.’
‘Poetin maakt onze families kapot. Maar wij hopen dat jullie in Europa, onze zeer gewaardeerde vrienden, straks helpen onze families weer te lijmen.’
‘Lieve Iris, hoe gaat het daar in het Westen? Het is fijn dat je me af en toe foto’s van Amsterdam stuurt. De schoonheid van die stad vrolijkt mij altijd op. Kennissen uit Charkiv zijn vorig jaar naar jouw land gevlucht. Ze zijn erg goed opgevangen en hebben het, ondanks de heimwee naar Oekraïne, naar hun zin. Jullie Nederlanders zijn zo warm, meelevend en intelligent. En jullie hebben alles perfect georganiseerd in jullie land.’
‘Waarom ze juist naar Nederland gevlucht zijn? Vanwege Van Gogh. Ja, dat klinkt gek, maar ik ken meer Oekraïners die moesten vluchten en voor Nederland kozen vanwege het Van Gogh Museum. Toen de oorlog uitbrak wisten veel mensen niet waar ze heen moesten. Sommigen kozen voor ‘het land van de Hollandse meesters’, omdat ze daar altijd al een keer naartoe wilden. Zo simpel kan het zijn. Die kennissen uit Charkiv zijn inmiddels al zes keer in het Van Gogh Museum geweest.’
‘Hier gaat het oké, maar er is overal veel gedoe. Afgelopen week was er flinke ruzie tussen de buren van mijn flat in Kyiv. Zoals je weet zitten we met elkaar in een soort Whatsappgroep. Het onderwerp dit keer: Bachmoet.’
‘Kijk, ik ben een patriot. Nooit, nooit zullen wij toestaan dat Rusland ook maar een centimeter van ons land afpakt. We zullen doorvechten tot we al die orcs (Russische militairen) hebben verdreven. Eerst dacht onze hele flat zo, maar dat is niet meer het geval. Sommige buren, en dan vooral vrouwen, zijn het kernwapenarsenaal van Rusland meer gaan vrezen.’
‘Hoe meer land Oekraïne terugverovert, des te meer kans er is dat Poetin zich in het nauw gedreven voelt. Hoe meer wij winnen, des te groter de kans dat hij zal terugslaan met kernwapens. En dan zijn het onze mannen die zullen worden getroffen. Onze zonen, echtgenoten en vaders. Een buurvrouw, die een zoon heeft die aan het front vecht, schreef dat ze wil dat er zo snel mogelijk wordt onderhandeld over vrede. Zo’n mening was tot voor kort ondenkbaar in Oekraïne. Andere buren reageerden boos. Iemand schreef: wij mogen nooit buigen voor Russische chantage met kernwapens, dat zou het einde van Oekraïne betekenen. Die buurvrouw ging nog een tijdje door. Ze is bang dat, stel Rusland verliest bij Bachmoet, Poetin zich gekke dingen in zijn hoofd gaat halen.’
‘Ik denk persoonlijk dat Poetin zich op elk moment gekke dingen in z’n hoofd kan halen. Wij zullen moeten doorgaan tot De Overwinning. Die buurvrouw is uit de appgroep gestapt. Het zij zo. Ik hoop niet dat zij meer mensen aansteekt met haar mening.’
‘En dan iets leuks: mijn kleinkinderen, die als vluchtelingen in Italië wonen, komen deze week langs in Boedapest. Oh, ik verheug me zo. Voor de oorlog, in Kyiv, zag ik ze vrijwel elke dag. En nu heb ik ze sinds augustus niet meer gezien. Wist je dat ze bijna geen Russisch meer spreken? Hun moeder Anna praat alleen nog maar Oekraïens tegen ze. Ik ga dit ook doen. Al is het voor mij, afkomstig uit Cherson, wel lastiger.’
Via deze link leest u de eerdere berichten van dit dagboek.
Source: Volkskrant