Staatssecretaris Funderend Onderwijs Mariëlle Paul dreigt haar zwaarste drukmiddel in te zetten tegen de twee schoolbesturen die de verplichte doorstroomtoets dit jaar niet hebben laten maken door alle leerlingen van groep 8. In de brief die zij hebben ontvangen, wordt gesproken van ‘een vermoeden van wanbeheer’.
Dat Paul (VVD) voornemens is een zogeheten spoedaanwijzing te geven, toont hoe hoog ze de kwestie opneemt. Het middel kan sinds juni 2023 worden gebruikt bij vermoedens van ernstige misstanden en is pas één keer eerder ingezet. Dat gebeurde vorig jaar bij de katholieke scholengemeenschap Saba, nadat de Onderwijsinspectie vaststelde dat er sprake was van ‘grote zorgen omtrent de veiligheid van de leerlingen’.
Bij de doorstroomtoets richt de beschuldiging zich op het besluit van de besturen om de wettelijk verplichte toets alleen te laten maken door leerlingen van ouders die hier nadrukkelijk voor hebben gekozen. Het gaat om vier scholen, drie in Haarlem, één in Bergen. De besturen vinden dat de toets geen goede graadmeter is voor het bepalen van het niveau van leerlingen bij de overgang naar de middelbare school.
De doorstroomtoets is ingesteld om kansenongelijkheid in het onderwijs te verminderen. Na één jaar blijkt het tegenovergestelde het geval, laat onderzoek van de Volkskrant zien.
De Molenwiek in Haarlem legt de keuze voor het maken van de doorstroomtoets dit jaar bij de ouders neer: het gros van de leerlingen maakt géén doorstroomtoets. Daarmee overtreedt de school bewust de wet.
De doorstroomtoets is te belangrijk geworden, zegt Cito-baas Saskia Wools: ‘Een toets is maar een toets.’
Wettelijke eisen
De staatssecretaris heeft de besturen via een telefoontje ‘nadrukkelijk laten weten dat zij handelen in strijd met de wet- en regelgeving’, zegt Paul tegen de Volkskrant. Ook hebben de vier scholen waarom het gaat bezoek gehad van de Onderwijsinspectie, die binnenkort een rapport naar buiten brengt.
De toets is in hun ogen te eenzijdig gefocust op taal en rekenen. Ook vinden ze dat er te veel gewicht aan wordt toegekend, nu scholen sinds vorig jaar verplicht zijn om het niveau van de leerling naar boven bij te stellen als de toetsresultaten hiertoe aanleiding geven. De besturen vinden dat hiermee voorbij wordt gegaan aan de expertise van de leerkracht, die ook inzicht heeft in belangrijke vaardigheden die de toets niet meet.
In afwachting hiervan heeft de staatssecretaris een brief aan de besturen gestuurd waarin zij meedeelt dat ze voornemens is de spoedaanwijzing te geven. ‘Het kan niet zo zijn dat besturen zelf kunnen bepalen aan welke wettelijke eisen zij zich wel en niet houden’, aldus Paul.
Volgens de staatssecretaris lopen leerlingen die de doorstroomtoets niet maken nu ‘een eerlijke kans mis’, omdat ze geen bijstelling van hun schooladvies kunnen krijgen. Ze riep de doorstroomtoets juist in het leven om de kansengelijkheid in het onderwijs te vergroten. Maar dit ideaal wordt sinds de eerste afname overschaduwd door twijfels over de betrouwbaarheid van de uitkomsten en de onderlinge vergelijkbaarheid van de acht verschillende toetsvarianten waaruit scholen kunnen kiezen.
Geldkraan dicht
De scholen hebben tot 7 maart de tijd gekregen om alle leerlingen alsnog de doorstroomtoets te laten maken. Gebeurt dit niet, dan wordt het voornemen omgezet in een aanwijzing. Dit kan vergaande gevolgen hebben, zoals het (deels) dichtdraaien van de geldkraan. Staatssecretaris Paul wil niet op maatregelen vooruitlopen.
De vier schoolbesturen zijn niet van plan om de doorstroomtoets in te halen, zegt Remco Prast. Hij is kernlid van Leve het Onderwijs, een beweging van schoolbestuurders die zich afzet tegen de huidige toetscultuur in Nederland. Prast voert het woord namens de besturen – die onderdeel zijn van de beweging – omdat zij vanwege de juridische situatie niets mogen zeggen.
Dat de staatssecretaris dreigt met een aanwijzing vindt Prast ‘buitenproportioneel’. ‘De inspectie heeft eerder juist geconcludeerd dat er op de scholen sprake is van goed bestuur. Zowel het ministerie als de inspectie voert van alle kanten de druk op. Naar onze inhoudelijke argumenten wordt niet geluisterd.’
Juridische stappen
De twee besturen beraden zich volgens Prast op juridische stappen. Ze brengen als argument in dat de doorstroomtoets haaks staat op het bieden van een veilig pedagogisch klimaat, wat eveneens is verankerd in de onderwijswet. Prast: ‘We zijn niet tegen toetsen, wel voor bredere ontwikkeling en een latere selectie.’
De PO-Raad, die de belangen van basisscholen behartigt, stelt begrip te hebben voor het feit dat de staatssecretaris een rol heeft in het handhaven van de wet. ‘Deze zware manier van ingrijpen helpt echter niet bij het gesprek dat we samen moeten voeren over de problematische functies van de doorstroomtoets en de manier waarop we kinderen nu selecteren voor het voortgezet onderwijs.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant