Bij een Zuid-Hollandse maaltijdleverancier zijn tachtig van de 165 werknemers besmet met de zeer besmettelijke infectieziekte tuberculose, zo werd afgelopen weekend bekend. ‘Een uitbraak zo groot als die in Oude-Tonge heeft Nederland lang niet gehad’, weet een hoogleraar. De vraag is nu hoe zorgelijk dat is.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De besmettingen werden zondag vastgesteld bij maaltijdleverancier Maitre in Oude-Tonge. De GGD Rotterdam-Rijnmond bracht het bedrijf in oktober vorig jaar al op de hoogte dat een medewerker de ziekte had opgelopen en besmettelijk was voor anderen. Daarna voerde de GGD een contactonderzoek uit onder zes andere werknemers, van wie er drie besmet bleken met de tuberculosebacterie. Onlangs besloot de GGD alle medewerkers te onderzoeken, waarna tachtig positieve besmettingen werden vastgesteld.
Een woordvoerder van de GGD zegt de komende twee weken alle werknemers met een positieve test aanvullend te onderzoeken. ‘De vervolgonderzoeken en verdere follow-ups bepalen of en welke medische vervolgstappen nodig zijn.’ Over de bron van de uitbraak kan de GGD alleen zeggen dat het gaat om ‘één melding van een besmettelijke vorm van tuberculose eind vorig jaar’. Waar deze patiënt de bacterie heeft opgelopen, is niet duidelijk.
‘Hoe gevaarlijk de uitbraak is, hangt af van de uitkomsten van die onderzoeken’, zegt hoogleraar immunologie Tom Ottenhoff. De GGD doet bij besmetting eerst een zogeheten eerste ringonderzoek, waarbij directe contacten van de patiënt worden getest.
Als daar positieve besmettingen bij worden vastgesteld, gaat de GGD door naar de tweede ring en zo verder. ‘Als er na de derde ring nog besmettingen worden gevonden, kun je spreken van een lokale uitbraak waarin het vaak niet meer mogelijk is om eventuele contacten preventief te testen op tuberculosebesmetting’, zegt de aan het Leids Universitair Medisch Centrum verbonden hoogleraar.
Tuberculose is een bacteriële infectieziekte die zich in de eerste plaats in de longen vestigt, maar ook in de rest van het lichaam kan voorkomen. De bacterie veroorzaakt ontstekingen en onder andere de grootte van die ontstekingen bepaalt hoe ziek iemand wordt.
De ziekte is met name besmettelijk als de bacterie huishoudt in de longen. De bacterie verspreidt zich dan snel via de luchtwegen, ‘vergelijkbaar met het SARS‑CoV‑2 virus bij Covid-19’, aldus hoogleraar Ottenhoff. Behandeling is mogelijk met antibiotica-cocktails.
Ottenhoff: ‘Dat mixen van antibiotica is essentieel, omdat sommige bacteriën goed bestand zijn tegen bepaalde antibiotica. Mensen die de ziekte hebben, moeten daarom zeker zes maanden verschillende antibiotica slikken om de bacterie succesvol te bestrijden.’
Opvallend aan tuberculose is de lange incubatietijd: het kan één tot twee jaar duren voordat de bacterie dusdanig gegroeid is dat die ontstekingen veroorzaakt. Als iemand na twee jaar nog geen ziekteverschijnselen heeft ontwikkeld, is de kans op ziekte aanzienlijk lager, maar Ottenhoff geeft ook voorbeelden van gevallen waarin patiënten pas veertig jaar na een positieve test ziek werden.
Waarom de een wel ziek wordt van de bacterie en de ander niet, is volgens Ottenhoff niet helder. ‘Erfelijke factoren, de sterkte van het immuunsysteem en of iemand aan een andere ziekte lijdt, kunnen een rol spelen bij hoe vatbaar een persoon is om ziek te worden.’
Wereldwijd kregen in 2023 zo’n tien miljoen mensen de ziekte, van wie er 1,3 miljoen stierven als gevolg van de infectie. Tuberculose is in de meeste gevallen goed behandelbaar, maar daarvoor is snelle behandeling met een goede mix van antibiotica dus essentieel. Hoe groot de kans op sterfte is, hangt onder meer af van waar in het lichaam de bacterie ontstekingen veroorzaakt. Zo kunnen ontstekingen in de hersenen al snel levensbedreigend zijn.
In Nederland komt tuberculose zelden voor. Grofweg zevenhonderd mensen testten in 2023 positief op de infectieziekte. 5 tot 10 procent van de mensen die besmet raakt, ontwikkelt de infectieziekte ergens in het lichaam. De GGD stelt dat in Nederland zo’n 4 op de 100.000 inwoners tuberculose krijgt en noemt het dan ook een ‘importziekte’. Veruit de meeste mensen die positief testen op tuberculose, zijn besmet in het buitenland.
Hoogleraar Ottenhoff geeft delen van Oost- en Zuid-Europa als voorbeeld van plekken waar tuberculosebrandhaarden zich relatief vaak voordoen. Dat heeft volgens hem een simpele reden: ‘Daar is meer armoede, waardoor mensen dichter op elkaar leven. Ook krijgen patiënten vaak onvoldoende antibiotica, waardoor de bacterie makkelijk resistent wordt en een uitbraak niet de kop kan worden ingedrukt.’
In Nederland zijn uitbraken de afgelopen jaren niet groter geworden dan besmettingen in de directe kring van patiënten. ‘Een uitbraak zo groot als die in Oude-Tonge heeft Nederland lang niet gehad’, zegt Ottenhoff. De laatste grote uitbraak was volgens de hoogleraar in 2004. Toen werd er bij een medewerker van de C1000 in Zeist tuberculose vastgesteld, waarna de GGD een groot onderzoek startte; zeker 12 duizend mensen werden onderzocht. Maar de hoogleraar acht de kans niet zo groot dat een onderzoek van dergelijke omvang nodig zal zijn voor deze uitbraak.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant