Van boven in het stadion ontrolt zich een fascinerend schouwspel van haastige spoed dat leidt tot die ene kans uit duizenden. De lucht trilt van opwinding, waarin de voetballers van PSV en FC Utrecht alles zijn vergeten: hun opdrachten, welke dag het is, waar hun vriendin zit op de tribune, de praatjes van de trainer. Ze willen alleen nog winnen of overleven. De vraag is: 2-2, 3-2 of 2-3.
‘Weg is weg’, roepen commentatoren als verdediger Mike van der Hoorn de bal half raakt bij de mogelijk laatste aanval van PSV. Zo is dat: weg is weg. Koester de 2-2 nu maar. Of is er meer mogelijk? Spits Sébastien Haller maakt de bal vrij op het middenveld, al krijgt hij wat hulp van een PSV’er, en verlegt het spel naar links. Souffian El Karouani dribbelt en speelt diep op Noah Ohio, die even slim inhoudt om buitenspel te vermijden.
Het veld ligt bijna helemaal open, typerend voor het PSV van dit seizoen, dat in bijna niets meer lijkt op de machine van voorheen. Ohio spiedt en legt de bal precies goed breed. Miliano Jonathans gaat scoren en PSV diep in de crisis storten. Jonathans is 20 jaar jong. Hij kreeg in de winterstop een nieuwe baan, door de verhuizing van de bijna failliete inboedel van Vitesse naar de ambities van FC Utrecht.
Een mooie promotie, halverwege het seizoen. Alles gaat sneller in Utrecht, alles is beter. Het is aanpoten voor hem. Hij mag tien minuten voor tijd invallen. En wat doe je dan als werknemer, als je net een nieuwe baan hebt, met een beter salaris en betere collega’s, of dat nu is als voetballer, soldaat, advocaat of zanger in een band? Je onzekerheid maskeren misschien. Je wilt alles perfect doen, je kans grijpen, indruk maken op je collega’s en op je baas. Of op de aanhang, in het geval van een voetballer.
Dat lukt hem bijna. Met één beweging is hij Adamo Nagalo kwijt. Prachtig gedaan. Nu nog even scoren. Als het lukt, is hij ineens onderdeel van de geschiedenis van de club. In de ene hoek van het doel staat verdediger Mauro Júnior. In het midden is doelman Walter Benítez waakzaam. De andere hoek is vrij. Daarin gaat hij de bal schieten. Maar dan volgt de ontzetting, bij hemzelf, bij zijn trainer en zijn medespelers. Tot opluchting van PSV. Naast.
Niemand scheldt op Jonathans en dat past ook bij het tijdsbeeld. Niemand roept: ‘Hé, je zit aan mijn vreten.’ Ze troosten hem. Trainer Ron Jans zegt dat hij deze kans tot zijn 84ste jaar zal onthouden. Mis. Als het nu de laatste kans voor Jonathans was geweest in zijn leven, of de enige kans, dan zou het kunnen kloppen. Maar kom op, het is een van de eerste kansen in zijn leven. Dat is het mooie van de jeugd, tenminste, van jeugdigen voor wie het leven een beetje rechtvaardig is. Dat er altijd nieuwe kansen komen, dat deze kans straks hopelijk een voetnoot is in de geschiedenis.
Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns