Home

Worden we steeds minder empathisch? ‘Iedereen heeft controle over zijn eigen empathie. Dat moet je gebruiken’

We zijn empathischer dan ooit, maar in toenemende mate vooral voor onszelf. Dat zeggen neurowetenschappers Valeria Gazzola en Christian Keysers, die zich al vele jaren verdiepen in de eigenschap – bij psychopaten, zichzelf en knaagdieren.

is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over de geestelijke gezondheidszorg en psyche, brein en gedrag.

En dan wandelt er een veroordeelde psychopaat hun lab binnen. Nou ja, wandelt. De man heeft houten stokken in zijn broekspijpen en beweegt zich moeizaam voort. Het is een van de veiligheidsmaatregelen die de bewakers van de Groningse tbs-kliniek Van Mesdag hebben genomen om ontsnappen te voorkomen.

Het is 2010 en de van oorsprong Italiaanse neurowetenschapper Valeria Gazzola en de Frans-Duitse neurowetenschapper Christian Keysers staan op het punt een ontdekking te doen die hun begrip van empathie op z’n kop zal zetten.

De twee onderzoekers zijn een paar jaar daarvoor met elkaar getrouwd en vanuit het Italiaanse Parma naar Nederland verhuisd. In Groningen doen ze samen onderzoek naar empathie. Wat gebeurt er in ons hoofd als we meeleven met een ander? Waarom hebben we meer empathie voor mensen die op ons lijken? En voelen muizen en ratten ook met elkaar mee?

Mensen met psychopathie zijn interessant voor empathie-onderzoekers: ze hebben een antisociale persoonlijkheidsstoornis en zijn niet in staat tot empathie. Althans: dat is de theorie op dat moment. Het zou verklaren waarom ze in staat zijn gruwelijke misdaden te begaan zonder spijt achteraf.

Met een fMRI-scanner onderzoeken Gazzola en Keysers het brein van achttien tbs’ers die hoog scoren op psychopathie. Ze laten ze kijken naar filmpjes waarin twee handen elkaar liefkozend aaien, maar ook van handen die elkaar pijn doen, of die de ander wegduwen. Ze vergelijken de resultaten met een controlegroep: mensen met een vergelijkbaar IQ, leeftijd en opleidingsniveau.

In eerste instantie gaat alles zoals verwacht. Bij psychopaten lichten de hersencircuits die betrokken zijn bij empathie veel minder sterk op dan bij de controlegroep.

Maar dan vragen Gazzola en Keysers de tbs’ers dezelfde filmpjes nog een keer te bekijken. Nu met de instructie zich in te leven. Ineens gebeurt er iets onverwachts in het brein van de psychopaten. De hersengebieden die betrokken zijn bij empathie worden een stuk actiever. Sterker: ze zijn opeens even actief als die van gezonde mensen. Gazzola: ‘Er was geen verschil meer te zien met de controlegroep. Dat was een grote schok.’

Het lijkt erop dat psychopaten wel degelijk over empathie beschikken, zegt Keysers. ‘Als ze willen, kunnen ze zich net zo goed inleven in andere mensen als jij en ik. Het punt is dat bij psychopaten de empathie om de een of andere reden niet spontaan lijkt te komen.’ Gazzola: ‘De psychopaten die meededen aan ons onderzoek waren supercharmant, dat hoor je vaker bij mensen met psychopathie. Ons onderzoek kan helpen verklaren waarom dat is: ze kunnen zich prima inleven, als ze dat willen.’

Het is een van hun belangrijkste ontdekkingen tot nu toe, vertelt het echtpaar vanuit hun krappe kantoor vol vetplantjes. Ze runnen nog altijd samen het Social Brain Lab, maar tegenwoordig vanuit het Nederlands Herseninstituut in Amsterdam. In de tussentijd hebben ze twee dochters (11 en 14) gekregen.

Keysers: ‘Toen we zagen wat er gebeurde in het brein van psychopaten, realiseerden we ons dat empathie niet iets is dat je hebt of niet hebt. Het is iets dat we allemaal hebben en dat we allemaal kunnen reguleren, tot op zekere hoogte. We schakelen onze empathie in, maar ook uit als dat nodig is.’

Op wat voor soort momenten schakelen we onze empathie in of uit?

Keysers: ‘Een date zou bijvoorbeeld een typische situatie zijn waarin je het aanzet. Over het algemeen schakelen mensen hun empathie in als ze verwachten dat het ze gaat helpen om een betere relatie te creëren. Bijvoorbeeld op een afspraakje, of als iemand nieuwe vrienden wil maken. Je leeft je in die ander in en laat dat merken met je gezicht en stem.

‘Het werkt. Mensen die zich meer inleven in anderen hebben betere vriendschappen en betere relaties, maar ze zijn ook betere dokters en managers. Er komt steeds meer bewijs dat de beste leidinggevenden empathisch zijn. Ze weten het gevoel neer te zetten: we doen het samen, als team.’

En wanneer schakelen we onze empathie uit?

Gazzola: ‘Bijvoorbeeld bij een bepaald type werk. Als dokters en verpleegkundigen hun empathie niet reguleren, worden ze overweldigd door alle pijn en het verdriet dat ze tegenkomen in hun werk. Tegelijkertijd hebben ze hun empathie natuurlijk ook nodig om hun werk goed te kunnen doen. Het gaat om de balans.’

Dat geldt bijvoorbeeld ook voor ouders, vertellen de onderzoekers.

Gazzola: ‘Die zijn superempathisch naar hun kind, ze willen niet dat het pijn heeft of iets moet doen tegen haar zin in, maar dat gevoel moet je ook kunnen uitschakelen.

‘Een van onze dochters is bijvoorbeeld best timide en bang voor nieuwe sociale omgevingen. Een paar jaar geleden kon ze bij haar klimles naar een groep van een hoger niveau. Dat wilde ze niet. Ze vond het spannend met allemaal nieuwe kinderen.’

Keysers: ‘Ik ben zelf ook timide, dus ik leefde helemaal mee. Maar dat gevoel moest ik onderdrukken. Als ouders wisten we dat het op de lange termijn beter voor haar zou zijn om naar het hogere team te gaan, zodat ze kan ervaren dat ze daar ook weer nieuwe vriendinnen kon maken.’

We zijn geneigd vooral mee te leven met mensen die op ons lijken. Waarom is dat?

Keysers: ‘Als wij een experiment zouden doen waarbij jij ziet dat Valeria pijn heeft en ik vertel erbij: trouwens, zij houdt van hetzelfde voetbalteam als jij, dan leef jij meer met haar mee dan wanneer zij fan zou zijn van het concurrerende team. Dat zien we terug in de hersenen en mensen rapporteren het zelf ook.’

Gazzola: ‘Tijdens oorlogen worden die verschillen groter. Mensen gaan opeens empathie voelen voor een veel grotere groep: iedereen die bij jouw kant van het conflict hoort. Tegelijkertijd verdwijnt de empathie voor de tegenstander, zelfs als dat eerder vrienden waren.’

Keysers: ‘Dat heeft te maken met evolutie, denken we. Als er schaarste is, is het verstandiger om mensen van onze eigen groep te helpen dan mensen buiten onze groep. Ik vermoed dat de evolutie individuen heeft geselecteerd die niet even empathisch zijn voor iedereen, maar empathischer voor degenen die dichter bij ons staan.’

Is empathie een mooie eigenschap of een gevaarlijke?

Keysers: ‘Barack Obama heeft weleens gezegd dat we als samenleving kampen met een empathietekort. Hij vreest dat de Amerikaanse samenleving uiteenvalt in minderheidsgroepen die elkaar niet respecteren en tegen elkaar vechten.

‘Aan de andere kant heb je iemand als Paul Bloom die beweert dat we juist te veel empathie hebben. (Bloom is een Canadees-Amerikaanse psycholoog die betoogt dat te veel empathie de maatschappij schaadt, omdat we makkelijker empathie voelen voor mensen die op ons lijken, red.)

‘Maar dat is volgens mij de verkeerde manier om ernaar te kijken. De vraag is niet of empathie goed of slecht is. De vraag is: wanneer is empathie goed en wanneer is het slecht? We hebben behoefte aan meer empathische wijsheid: weten wanneer je empathie nodig hebt en wanneer je het wat moet terugschroeven.’

De samenleving verhardt, klinkt het de laatste jaren vaak. Worden we met z’n allen minder empathisch?

Keysers: ‘Ik denk dat we juist empathischer zijn dan ooit tevoren. Er zijn veel mensen vegetariër omdat ze meeleven met dieren. Er worden nu geen mensen meer gekruisigd of tot slaaf gemaakt en als dat wel gebeurt zijn we er met z’n allen erg verontwaardigd over.

‘Tegelijkertijd zie je wel dat er steeds meer demagogen en nationalisten aan de macht komen, mensen zoals Trump die in feite zeggen: laten we empathisch zijn, maar alleen naar onszelf.’

Gazzola: ‘Wat meespeelt, is dat we nu veel bewuster bezig zijn met onszelf. We willen de beste versie van onszelf zijn, gezonde keuzen maken, duurzaam leven en ook empathisch zijn. Empathisch naar anderen, maar ook naar onszelf. Dat is op zichzelf iets moois, maar het kan te extreem worden en overweldigend zijn.

‘Ik denk dat sommige mensen moe worden van alle eisen die ze aan zichzelf stellen en dat ze op een punt komen dat ze zeggen: ik trek me terug in mijn eigen kleine wereldje en zorg alleen nog voor mezelf.’

Uit onderzoek blijkt dat Amerikaanse studenten de afgelopen decennia minder empathisch werden. Ze scoorden steeds een beetje lager op de vragenlijst waarmee psychologen vaststellen hoe empathisch iemand is. Hoe verklaren jullie dat?

Keysers: ‘Studenten zijn misschien in de loop der jaren minder sociaal wenselijke antwoorden gaan geven. Het is wellicht iets acceptabeler geworden om te zeggen: ik ben gewoon niet zo heel empathisch.

‘Het helpt niet dat er nu een Amerikaanse president is die racistische dingen zegt, dingen die je decennialang niet kon zeggen. Je ziet dat de empathische normen binnen de samenleving eroderen. Het wordt de laatste jaren minder belangrijk gevonden om empathisch te zijn.

‘Dat is wel iets waar we ons zorgen over moeten maken. Want als je begrijpt dat empathie een eigenschap is die je zelf kunt aanwenden, dan schept dat ook een bepaalde verantwoordelijkheid. Je kunt niet zeggen: ik ben nou eenmaal niet zo empathisch, of zo ben ik nou eenmaal opgevoed. Je hebt controle over je eigen empathie. Dat moet je gebruiken.’

Hoe dan?

Keysers: ‘Je moet jezelf aanleren om altijd het perspectief van de ander mee te nemen. Stel, je hebt ruzie met je partner. Die heeft iets gezegd waar je heel boos om bent. Je bent echt woedend en je geniet misschien ook wel een beetje van die negatieve gevoelens. Op zo’n moment moet je jezelf tot de orde roepen en denken: nu ben ik lang genoeg boos geweest, nu moet ik me verplaatsen in mijn partner. Hoe zou zij zich voelen? Dat doet wonderen.’

Gazzola: ‘Je doet nu alsof dat heel makkelijk is, Chris, maar dat is niet zo. Je schuift je eigen gevoel niet zomaar aan de kant. Het is een moeilijke beslissing om te nemen, om op zo’n moment empathisch te zijn. Je weet misschien dat het beter is op de lange termijn, maar op de korte termijn wil je voelen dat jij gelijk hebt.’

Keysers: ‘En toch helpt het: als het je lukt jezelf eraan te herinneren dat de ander niet de duivel is en je kunt weer compassie voelen. Voor mij werkt dat.’

Discussiëren jullie veel tijdens het werk?

Gazzola. ‘Ja, dat is waarschijnlijk waarom we na 21 jaar huwelijk nog altijd samen zijn.’

Keysers: ‘En we zijn 24 uur per dag samen.’

Gazzola: ‘We hebben allebei sterke meningen die soms lijnrecht tegenover elkaar staan, maar we vinden het interessant om het punt van de ander te proberen te begrijpen en dan te kijken of we samen tot iets nieuws komen. Daar heb ik nog altijd veel plezier in.’

Keysers: ‘Dat maakt ons ook betere wetenschappers. We respecteren elkaar, vertrouwen elkaar en kunnen alles zeggen wat we denken. We geven elkaar ook harde kritiek. Valeria zegt het tegen me als ze vindt dat ik een jonge medewerker niet goed begeleid, of als ik volgens haar de verkeerde beslissingen neem. Ik weet dat het geen persoonlijke aanval is en dat ze me helpt beter te worden. Het is goed tegen een te groot ego.’

Gazzola: ‘Maar het is nooit leuk om kritiek te krijgen. Soms zie ik aan je gezicht dat ik nu even vijf minuten niets meer moet zeggen. En daarna is het weer oké.’

Empathie bij fruitvliegjes (en andere dieren)

Gazzola en Keysers doen behalve bij mensen – onder wie elkaar – ook veel onderzoek naar empathie bij knaagdieren. Gazzola: ‘Al spreken we bij dieren over emotionele besmetting: als de emotionele staat van het ene dier het andere raakt.’

Volgens de gangbare definitie betekent empathie namelijk: je inleven in een ander, terwijl je je bewust blijft van het feit dat die emoties bij de ander horen, vertelt Gazzola. ‘Dat bewustzijn kunnen we niet aantonen bij dieren.’

Emotionele besmetting wel, zelfs bij insecten. Keysers: ‘Van fruitvliegjes weten we dat het ze raakt als andere fruitvliegjes in nood verkeren.’ Ze bevriezen vaker van angst als fruitvliegjes om ze heen ook bevriezen en vliegen weer door als de rest dat ook doet, blijkt uit Portugees onderzoek.

‘De hersenen van insecten zijn heel verschillend van die van mensen’, zegt Keysers. ‘We weten niet of het mechanisme daarachter vergelijkbaar is met het onze.’

Bij knaagdieren werkt dat mechanisme wel hetzelfde als bij mensen. ‘Als een muis ziet dat een andere muis een schok krijgt en pijn heeft, worden dezelfde hersengebieden actief als bij mensen die een ander pijn zien hebben’, zegt Keysers. ‘Dat weten we uit eigen onderzoek. En het geldt ook voor ratten en andere dieren.’

Het wijst erop, zeggen de twee wetenschappers, dat ons vermogen tot het meevoelen van een gezamenlijke voorouder komt.

Gazzola: ‘Empathie wordt vaak aan het moederschap gekoppeld: we hebben het zodat we goed voor onze kinderen kunnen zorgen. Dat kan nog steeds waar zijn, maar we zien dat dieren die niet voor hun jongen zorgen, zoals fruitvliegjes, óók gevoelig zijn voor de emotionele staat van soortgenoten.’

Zie het als een soort antenne of voelsprieten, waarmee dieren het gemoed van anderen in de gaten houden, zegt Keysers. Gazzola: ‘Als andere dieren in de kudde onrustig zijn, moet je zelf ook gaan opletten.’

Empathie in het brein: spiegelneuronen

Empathie werd lang gezien als een cognitieve vaardigheid: mensen verplaatsen zich bewust in een ander. Dat beeld ging op de schop toen eind jaren negentig Italiaanse wetenschappers per ongeluk spiegelneuronen ontdekten bij aapjes. Deze neuronen (boodschappers in ons brein) vuren niet alleen als we zelf bijvoorbeeld een appel van tafel pakken, maar ook als we iemand anders een appel zien pakken.

Een paar jaar na die spectaculaire vondst sloot Keysers zich aan bij het team wetenschappers in Parma dat de ontdekking had gedaan. ‘We ontdekten onder andere dat spiegelneuronen ook reageren op geluid. Als je bijvoorbeeld een stuk papier verscheurt in het bijzijn van een aapje, gaan dezelfde neuronen vuren als wanneer het aapje zelf dat papier scheurt.’

In de jaren daarna werd duidelijk dat hetzelfde principe ook geldt voor emoties, pijn, of juist een tedere aanraking. Als we zien (of horen) dat een ander pijn heeft, worden bij ons dezelfde hersengebieden actief als bij de persoon die pijn heeft. Keysers: ‘Bij ratten worden zelfs dezelfde neuronen actief wanneer de rat zelf pijn voelt als wanneer hij een andere rat pijn ziet lijden.’

Het betekent dat empathie een bijna lichamelijke sensatie is, zegt Keysers. ‘Jouw brein reageert alsof je in de schoenen van de ander staat.’

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next