Het is 25 jaar geleden dat de Navo de Servische troepen uit de autonome provincie Kosovo verjoeg. Maar in de stad Mitroviça heerst nog altijd spanning: etnisch Albanezen en Serviërs staan er tegenover elkaar. De Navo werkt als buffer, maar zal nooit als onafhankelijke scheidsrechter worden gezien. Gaat het weer mis op de Balkan?
Door Bram Vermeulen
Fotografie Sven Torfinn
Dikke sneeuwvlokken dalen neer op Camp Nothing Hill, een Navo-basis in het noorden van Kosovo, vlak bij de grens met Servië.
Kapitein Ehren Castle heeft slecht geslapen. ‘We waren tot diep in de nacht in touw door wat er is gebeurd.’ Toen de vorige avond laat in een dorp ten zuiden van de basis een zware explosie klonk, werd Castle opgetrommeld voor een spoedoverleg. Het explosief sloeg een gapend gat in de betonnen wanden van een kanaal dat grote delen van Kosovo van water en elektriciteit voorziet. Duizenden liters water stromen de landerijen in de vallei van Zubin Potok op. Grote delen van Kosovo zitten zonder water en zonder stroom.
Kapitein Ehren Castle
De aanslag is al de derde in vijf dagen. Twee dagen op rij ontplofte er een handgranaat, een voor de deur van een gemeentehuis, een andere voor een politiebureau. ‘Keer op keer zien we dit soort aanvallen van de Serviërs’, stelt de etnisch Albanese premier van Kosovo, Albin Kurti, op alle nieuwsbulletins. ‘Als Servië hier niet achter zit, dan zeker Servië met Rusland samen.’ Aan de andere kant van de grens noemt de Servische president Aleksandar Vuciç de beschuldigingen ‘flauwekul’.
Vertoont de aanslag inderdaad geen gelijkenissen met de Russische aanvallen op de infrastructuur van Oekraïne? Kapitein Castle schudt zijn hoofd. ‘Ik kan niets zeggen over de oorlog in Oekraïne. Ik concentreer me voor nu even op Kosovo.’
Wie de daders achter de aanslag zijn, blijft nog gissen. Wie heeft er belang bij de reeks aanslagen die Kosovo de afgelopen maanden plaagt? Hoever reikt de lange arm van buurland Servië en zijn christelijk-orthodoxe bondgenoot Rusland in dit deel van de Balkan? En is Kosovo de plek waar de Navo zich moet voorbereiden op oorlog, waarvoor de nieuwe secretaris-generaal Mark Rutte waarschuwde toen hij in januari aantrad?
In 1999 verjoeg de Navo na 78 dagen bombarderen de Servische troepen uit de autonome provincie Kosovo. Servië verloor die oorlog, maar accepteerde nooit de consequenties. Voor de Serviërs is Kosovo simpelweg Zuid-Servië, een integraal onderdeel van hun republiek. Servië ontkent de onafhankelijkheid die de Kosovaren in 2008 uitriepen. De meeste Europese landen erkennen die onafhankelijkheid wel. Rusland niet.
Operatie Allied Force moest volgens de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton de strafcampagnes van het Servische leger op de etnisch Albanezen stoppen. Clinton en de Navo-partners wachtten niet op toestemming van de VN-Veiligheidsraadsleden Rusland en China. De toenmalige Russische president Boris Jeltsin noemde de operatie ‘onacceptabel’ en waarschuwde voor ‘een wereldoorlog’. Zijn woorden bleken profetisch.
Jeltsins opvolger Vladimir Poetin noemde Kosovo in talloze toespraken als de bom onder de internationale samenwerking tussen het Westen en Rusland. Toen hij in februari 2022 eenzijdig de onafhankelijkheid van Donetsk en Luhansk in het oosten van Oekraïne erkende als onafhankelijke staten, verwees hij naar Kosovo als rechtvaardiging van zijn besluit. Een dag later vielen zijn troepen de rest van Oekraïne binnen.
Beneden in de vallei is de sneeuw op deze decemberdag verworden tot een druilerige regen. Graafmachines zijn druk bezig om het opgeblazen kanaal te stutten met betonnen platen. Water gutst aan alle kanten naar buiten. ‘Ze proberen de Kosovaarse staat aan te vallen, op strategische plekken zoals deze’, zegt Fadil Seferi, een Kosovaarse Albanees in een groene poncho die bezorgd staat te kijken naar de herstelwerkzaamheden. Seferi is bouwinspecteur en ziet toe op het werk aan het kanaal. ‘Dit kanaal behoort tot de strategische rijkdom van Kosovo. Het betekent alles voor ons. Water. Stroom.’
In de dichtstbijzijnde stad Mitroviça arriveren touringcars vol Kosovaarse politieagenten. Honderden agenten, uitgerust met helmen, kogelwerende vesten en machinegeweren trekken het noordelijke deel van de stad in, aan de andere kant van de rivier. De Ibar loopt dwars door het stadje en scheidt de christelijke Serviërs (5 procent van de gehele bevolking) van de etnisch Albanezen (90 procent, meest moslims) in het zuiden.
‘Navo, ga naar huis’, is met zwarte spuitbus op de muren in het noorden gespoten. Daarnaast is de Russische Z gekalkt, het symbool van Poetins invasie van Oekraïne. Een portret van de veroordeelde Bosnisch-Servische oorlogsmisdadiger Ratko Mladic kijkt uit op een geïmproviseerde groentemarkt. Alle Servische klanten houden hun kaken stijf op elkaar. Ze wantrouwen westerse journalisten net zoveel als de passerende agenten van de Kosovaarse politie. ‘Er zijn heel veel speciale eenheden op de been. De spanning is om te snijden. De Serviërs zijn bang dat het weer oorlog wordt’, zegt een jongen die zijn naam niet wil geven. Hij wijst op de graffiti. ‘Er staat: wacht maar, het leger zal terugkeren.’
Het Servische leger kwam al eens terug naar de grens met Kosovo, in september 2023. Dat gebeurde nadat een groep zwaarbewapende Servische mannen een strategische brug had bezet in het noorden van Kosovo, waarop de Kosovaarse politie ingreep. Bij de schietpartijen die daarop volgden, kwam een politieman om het leven. Toen de Kosovaarse premier extra veiligheidstroepen naar het noorden stuurde, zond de Servische president Vuciç tanks naar de grens.
Burgemeester Erdin Atiq van Noord-Mitroviça voelt aan den lijve hoe de spanningen steeds verder oplopen in de gemeente die hij sinds voorjaar 2023 bestuurt. Atiq is de eerste niet-Servische burgemeester van Noord-Mitroviça. Hij is lid van de Kosovaarse regeringspartij Zelfbeschikking van premier Kurti, die afgelopen week de parlementsverkiezingen won en aansluiting met buurland Albanië propageert. Atiq heeft dan ook geen enkele twijfel wie er achter de aanslag op de watertoevoer zit. ‘Er zijn acht Serviërs gearresteerd die een mogelijke link hebben met de aanslag.’
Sinds zijn aantreden wordt Atiq zo gehaat in het noordelijke stadsdeel dat hij met een zwaar gepantserde wagen naar zijn werk moet. Twee lijfwachten halen hem ’s ochtends op en hoewel hij inmiddels 40 is, slaapt hij doordeweeks veilig bij zijn ouders, tussen de Albanezen in het zuiden van de stad. ‘Zo doen we dat hier’, lacht hij schamper als hij eenmaal in de auto zit.
De wagen baant zich een weg door Mitroviça. De rivier die de Serviërs van de Albanezen scheidt, noemt de burgemeester ‘een Berlijnse muur’. Aan de zuidoever van de rivier staan jonge Albanezen met de rode vlag te zwaaien van Albanië. ‘Groot Albanië!’, scanderen ze naar de noordkant van de rivier. Op een van de pilaren van de voor autoverkeer gesloten brug van Mitroviça staat in grote letters: Fuck Serbia.
De burgemeester werd nota bene geboren aan de noordkant van de stad. Hij was 15 toen zijn familie door gewapende Serviërs naar het zuiden werd verjaagd. Het gebeurde ruim een jaar na de Navo-bombardementen. ‘Door Servische criminele groeperingen’, vertelt hij. ‘In Noord-Mitroviça streken alle Serviërs neer die in de Kosovo-oorlog misdaden hadden begaan.’ Zijn terugkeer aan deze kant van de rivier als burgemeester beschouwt hij als zijn overwinning op die etnische zuivering, zijn zoete wraak.
Het konvooi houdt halt in een dorp waar de Albanese vlag naast die van Kosovo wappert. Het is de Dag van de Albanese Vlag. Op het podium wordt de gewapende strijd tegen Servië bezongen: ‘Kosovo zal zich nooit overgeven. Groeten aan Parijs en kogels aan Belgrado.’ De burgemeester grinnikt erom: ‘Ach, dat zijn maar liedjes uit de voorbije oorlog. Een stukje cultuur.’
Maar zo zien ze dat niet aan de andere kant van de rivier. Atiq kon de burgemeestersverkiezingen alleen winnen omdat de Serviërs in Mitroviça die boycotten. Duizenden tekenden bij zijn aantreden een petitie waarin zijn onmiddellijke vertrek werd geëist. Hier worden de Albanese burgemeesters gezien als pionnen in de bezetting van het laatste stukje Kosovo waar de Serviërs nog in de meerderheid zijn.
Toen in 2023 andere Albanezen eveneens hun intrek namen in de gemeentehuizen in het noorden, werden Navo-troepen opgetrommeld om hen te beschermen tegen woedende Serviërs. Met wapenstokken sloegen ze in op de Navo-soldaten. Ze kalkten de Russische Z op de voertuigen van de Navo. Dertig Navo-soldaten raakten die dag zwaargewond. Om maar te zeggen: die strijd tussen het Westen en Poetin is nu hier, op de Westelijke Balkan, twee uur vliegen van Brussel.
‘De burgemeester heeft geen enkele legitimiteit. Als hij ook maar een greintje waardigheid in zich heeft, dan zou hij aftreden’, zegt Predrag Miljkovic, advocaat van een van de bij de rellen gearresteerde Serviërs, die nog steeds vastzit.
De advocaat wijst op de zwaarbewapende politieagenten die door de straten van Noord-Mitroviça patrouilleren. ‘Premier Kurti wilde zelfs het leger naar het noorden sturen. Dat mocht niet van de Navo. Dus nu is er zwaarbewapende politie met geweren en kogelwerende vesten, soldaten in politie-uniform. Er zit een boodschap aan dit machtsvertoon. Hij wil de rest van Kosovo laten zien dat hij het noorden nu compleet in zijn macht heeft.’
De Navo zou een buffer moeten zijn tussen het groeiende nationalisme aan beide kanten van de rivier. Maar de organisatie van Mark Rutte zal hier nooit als onafhankelijke scheidsrechter worden gezien. ‘Ze kunnen niet objectief zijn. De Navo heeft heel veel bommen op ons gegooid. Dat was illegaal volgens het internationale recht. Wij vergeten onze slachtoffers niet.’
Terug naar de bergen, waar de Amerikaanse Navo-soldaten hijgend de besneeuwde grens met Servië naderen. Kapitein Castle sleept met zijn been. Hij heeft zijn enkel verzwikt bij de gym op het hoofdkwartier, Camp Bondsteel. Sinds de Vietnamoorlog hebben de Amerikanen geen grotere of duurdere buitenlandse basis gebouwd dan dit terrein, compleet met sportschool, fastfoodrestaurant en zelfs een hifi-winkel. Castle: ‘De wifi is er uitstekend.’
Het Amerikaanse ministerie van Defensie stuurt tegenwoordig geen mariniers meer naar Kosovo, maar reservisten – voor patrouilles op de grens tussen Kosovo en Servië. Ze komen uit Portland in Oregon. De Amerikanen maken 10 procent uit van de multinationale Navo-operatie, nog vijfduizend man sterk. De meesten hebben thuis een voltijdsbaan. ‘Als we hier op de grens iemand illegaal zien oversteken, rapporteren we dat aan de Kosovaarse politie. We zijn hier niet om het te stoppen, we zijn er om te observeren’, zegt luitenant Benjamin Hyslop, een van Castles collega’s.
Terwijl de duurbetaalde Navo-troepen steeds meer lijken op een leger van ambtenaren, groeit aan de Servische kant het wantrouwen tegen de Kosovaarse politie, die steeds meer ruimte inneemt. De meeste agenten spreken enkel Albanees.
‘Ze willen dat we van ze houden. Maar opgedrongen liefde is verkrachting’, zegt Nebojsa Jovic in de sportschool op het universiteitsterrein van Noord-Mitroviça. De sportschool is een pleisterplaats voor Servische nationalisten. Kortgeschoren koppen. T-shirts met de Russische Z erop.
Nebojsa Jovic
‘De boel staat hier op ontploffen’, zegt Jovic terwijl hij bankdrukt. Hij is een voormalig militair in het Servische leger die jarenlang een militie leidde die jacht maakte op moslims, zoals burgemeester Atiq. Ze noemden zich de Brugwachters. ‘We verzamelden ons elke dag in het café met uitzicht op de brug. Als we Albanezen zagen aankomen, ging het signaal en grepen we in.’
Jovic is al ruim tien jaar niet meer naar de overkant van de rivier geweest. ‘Ik heb daar niks te zoeken. In het zuiden van Mitroviça wonen geen Serviërs. En ik vertrouw de politie daar niet. Er worden veel Serviërs opgepakt wegens oorlogsmisdaden. Zonder enige bewijs zit je zo maar drie tot vier jaar in voorarrest.’
In de hoofdstad Pristina wordt in het gloednieuwe gerechtsgebouw een van oorlogsmisdaden verdachte Serviër voorgeleid. Hij komt met hand- en beenboeien uit het arrestantenbusje gestrompeld. De aanklacht: ontvoering en marteling van honderden ongewapende Albanese burgers. De advocaat van de verdachte is, opnieuw, Predrag Miljkovic. ‘Er is nu een epidemie aan oorlogsmisdaden. Elke dag worden er mensen gearresteerd, 25 jaar na de oorlog. De rechter is Albanees. De aanklager is Albanees. En de verdachten zijn altijd Servisch.’
Predrag Miljkovic
Dat hebben de Serviërs deels aan zichzelf te danken. Ook rechters en aanklagers stapten twee jaar geleden uit protest op uit de Kosovaarse overheidsinstellingen. En er zijn wel degelijk Albanezen opgepakt. De voormalige president van Kosovo, Hashim Thaçi, werd berecht, alsook drie leiders van het Kosovo Bevrijdingsleger, het UCK, wegens oorlogsmisdaden. Maar dat telt niet, volgens de advocaat. ‘Waarom zijn ze niet hier in Kosovo berecht? Er is naar mijn weten nog nooit een rechtszaak tegen een Albanees hier geweest. Dus is dit ook mijn gerechtsgebouw? Totaal niet.’
Het wantrouwen tegen Kosovo wordt niet alleen vanuit de overgebleven Servische enclaves en vanuit Belgrado en Moskou gevoed. Ook westers radicaal-rechts doet eraan mee. De voormalige Fox News-presentator Tucker Carlson gebruikte deze maand nog Kosovo om Pierce Morgan in verlegenheid te brengen tijdens een interview. Het ging over de Amerikaanse deelname aan de Navo, die volgens Morgan in zijn lange geschiedenis enkel defensief heeft opgetreden. ‘Waar was je toen Joegoslavië werd aangevallen? Ze bombardeerden de christenen in Joegoslavië kapot. Herinner je je dat nog? Wie in Joegoslavië viel de Navo aan?’
In het centrum van Noord-Mitroviça doken de afgelopen maanden posters op van Donald Trump. Zijn scepsis over de dure Navo-missies en zijn enthousiasme over Poetin voeden de Servische hoop dat er hulp op komst is uit Washington. In zijn vorige termijn steunde Trump een plan om Noord-Mitroviça aan Servië toe te voegen. Trumps onderhandelaar, Richard Grenell, noemde de Kosovaarse premier Kurti deze week nog ‘onbetrouwbaar’.
‘Ik hoop natuurlijk dat Trump iets voor ons kan doen’, zegt Jovic in de sportschool. De Navo van Mark Rutte zal hij nooit vertrouwen. Ze hebben volgens hem laten zien dat ‘ze allesbehalve vredesstichters zijn’. Maar of Trump zich echt om de laatst overgebleven Serviërs in Kosovo bekommert? ‘Ik denk niet dat we hoog op zijn prioriteitenlijstje staan.’
Frontlinie: De aanslag is te zien op NPO Start of op 23 februari om 22.40 op NPO 2.
Bram Vermeulen is documentairemaker voor het VPRO-programma Frontlinie. Vanaf heden schrijft hij voor de Volkskrant vanaf de frontlinies die hij voor deze serie als reizend journalist bezoekt. Eerder was hij correspondent in Zuid-Afrika en Turkije voor de NOS, NRC en VPRO.
Sven Torfinn is al 20 jaar actief voor de Volkskrant als fotograaf in Afrika, waar hij woont in Nairobi, Kenia. Hij werkt tevens als cameraman voor de NOS en het VPRO-programma Frontlinie.
Met medewerking van David Lieffering.
In Kosovo lopen twee decennia na de oorlog de spanningen tussen de Servische minderheid en de Albanese meerderheid weer hoog op, mede door de invasie van Servische bondgenoot Rusland in Oekraïne. ‘De EU kijkt toe, maar handelt niet.’
Explosies, acht arrestaties en een wapenvondst hebben opnieuw een woordenstrijd tussen Servië en Kosovo ontketend. De ruzie maakt opnieuw duidelijk dat jarenlange internationale pogingen tot bemiddeling nog niet voldoende succes boeken.
Een ontploffing bij een kanaal dat twee waterkrachtcentrales in het noorden van Kosovo voedt, is het gevolg van ‘terrorisme’. De premier van Kosovo, Albin Kurti, zei dat vrijdagavond in een tv-toespraak, waarin hij ook beweerde dat buurland Servië achter de aanval zit.
Source: Volkskrant