In de kleinste dorpen van Nederland zijn al bijna geen supermarkten meer. In Bornerbroek sloten Anja en Albert zaterdag hun buurtsuper. ‘We hebben we het einde ook aan onszelf te danken.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Zelden was het zo druk in de buurtsuper van Bornerbroek als op de laatste dag van haar bestaan. Tussen de schappen met Honig, Hak en Knorr nemen Albert en Anja Draaijer zaterdag na 22,5 jaar afscheid als uitbaters van de belangrijkste ontmoetingsplek van het dorp met 2.000 inwoners.
‘Het is goed zo’, blijft Albert maar zeggen als hem tijdens de afscheidsreceptie wordt gevraagd of het einde van zijn zaak hem pijn doet. Nuchter als altijd, maar zijn broer Jan weet: ‘Hij laat geen traan, maar wel in zijn hart; Albert leeft voor de winkel’.
De liefde was wederzijds. Bewoners van het Overijsselse dorp gingen al die jaren niet naar ‘de Spar’, zoals op de gevel staat, maar naar ‘Albert’. Een plek waar je gerust zonder portemonnee kon aankomen – om pas de volgende dag af te rekenen.
Door de schuifdeur vormt zich aan het begin van de middag tot op de parkeerplaats een rij om Albert (67) en Anja (64) persoonlijk te kunnen bedanken. Er zijn hapjes van de slagerij uit de buurt, wijn, bier, fris en snoep voor de kinderen.
‘Hier zie je in de praktijk de sociale functie van een buurtsuper’, zegt Paul Moers, dorpsgenoot en toevallig ook retaildeskundige. In zijn hand heeft hij een flesje Grolsch, boven hem hangen vlaggetjes met gelukwensen, gemaakt door kinderen van de dorpsschool. ‘Bewonderenswaardig hoe Anja en Albert dit hebben gerund.’
Twee jaar geleden had het echtpaar al met pensioen willen gaan. Alleen diende een koper zich maar niet aan. Uiteindelijk wisten ze het pand te slijten aan een ondernemer die er paardenzadels gaat verkopen.
En zo gaat weer een buurtsuper in het buitengebied verloren. Tal van bewonersinitiatieven om de laatste buurtsuper in dorpen te redden ten spijt, de trend is onverbiddelijk. Van alle 1.900 kleine woonplaatsen (tot 5.000 inwoners) had in 2003 40 procent nog een supermarkt. In 2023 gold dit nog slechts voor 30 procent, becijferde het werkgelegenheidsregister Lisa in december.
Dat meer dan het gemak van een winkel om de hoek verloren gaat, beaamt de 93-jarige Gerrit Ten Brummelhuis. Hij is net als zijn vrouw Marietje (89) slecht te been. Ze zijn zojuist in stoelen geholpen en krijgen witte wijn, appelsap en een gevuld eitje aangereikt. ‘Als je niet veel meer buiten komt, zoals ik, dan is dit nog een plek om een praatje te maken’, zegt Gerrit, die voortaan nog afhankelijker is van zijn kinderen voor boodschappen uit de grote supers in Almelo of Delden. ‘Ik ga de contacten wel missen.’
Anja snapt er niks van dat niemand de winkel wil overnemen. ‘Je kunt helemaal jezelf zijn, leert mensen kennen en maakt echt verbinding.’
Albert heeft iets van een verklaring. Zelf werkt hij zowat zijn hele leven. Op zijn 17de nam hij een SRV-wagen over om als melkboer met boodschappen langs huizen te rijden. 28 jaar later kochten ze de buurtsuper, waar hij daarna tot deze zaterdag praktisch al zijn dagen doorbracht.
Jongere generaties ziet hij zo’n zevendaagse werkweek niet meer draaien, hij merkt het als ze komen solliciteren. ‘Zij stellen de eisen, niet wij’, zegt Draaijer. ‘Veel vakantiedagen, vrijdagmiddag en maandag vrij, zodat ze lang weekend hebben.’
Dat was er voor Anja, die volwaardig meedraaide in de zaak, nooit bij. Ze moet diep graven om haar laatste vakanties terug te halen. Een lang weekend Wijk aan Zee, een jaar of vijftien geleden. En die week Mallorca in 2006, toen ze iedere dag aan de telefoon hingen met Bornerbroek om te horen of het allemaal wel goed ging op de zaak.
Dorpsgenoot Maarten Bonsing (38) beaamt dat zo’n bestaan niks voor hem is. Iedere dag ziet hij op weg naar zijn werk in de bouw Albert al bezig, en bij terugkomst nog. Gekscherend zei hij de afgelopen tijd dat hij de winkel wel zou overnemen. Lachend: ‘Maar dan wel met openingstijden van 10.00 uur tot 15.00 uur’.
Los van de vraag of jonge ondernemers er nog zin in hebben, kunnen kleinschalige buurtsupers volgens retaildeskundige Moers helemaal niet meer uit. Het tabaksverbod is nadelig voor de omzet, maar dan nog is het niet rond te rekenen. ‘Albert en Anja draaiden zwarte cijfers omdat ze al hun tijd erin staken’, zegt hij. ‘Maar geen bank die nu nog een lening geeft om dit pand, de inventaris en alle voorraden over te nemen. Dan ben je zeker een half miljoen verder en dan moet je nog voor tonnen moderniseren. Dit verdien je niet meer terug.’
Moers wijst ook naar het dorp. Door het kleinschalige karakter zijn buurtsupers duurder dan de grote supermarkten verderop. ‘Omdat we niet bereid zijn dat extraatje te betalen door al onze boodschappen hier te doen’, zegt hij, ‘hebben we het einde van de buurtsuper ook aan onszelf te danken.’
Anja heeft er vrede mee, en kijkt inmiddels uit naar de rust. De grote vraag die velen zaterdag bezighoudt: kan Albert wel zonder zijn grootste hobby? Zelf heeft hij het antwoord niet, Anja weet wel wat nu nodig is. ‘Niks geen gekke dingen doen, zoals een camper kopen’, zegt ze. ‘Albert heeft altijd aan gestaan. Eerst moet hij even niks doen, en dan zien wat er komt.’
Zelf weet ze al wat ze gaat doen als de winkel straks leeg en schoon is opgeleverd: eindelijk de tuin in. ‘Een mol heeft de hele boel op de kop gezet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant