In aanloop naar de verkiezingen voor een nieuw bestuur is een machtsstrijd uitgebroken bij de vakcentrale FNV. Er zijn twee kandidaten, van wie Zakaria Boufangacha het stilzwijgen nu doorbreekt.
is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie.
‘Ik sta er nog’, zegt vicevoorzitter Zakaria Boufangacha van de vakcentrale FNV. ‘Het voelt heel onveilig dat er mensen zijn die mij als potentiële nieuwe FNV-voorzitter onschadelijk willen maken. Maar het is ze niet gelukt.’
Dat het in linkse organisaties niet altijd gezellig is, is geen nieuws. Ook de grootste vakbond van Nederland kent een lange geschiedenis van interne vetes. Maar de intriges die de afgelopen weken naar buiten kwamen, zijn wel heel intens.
Voor een buitenstaander is het conflict amper te overzien. Haast elke dag zijn er nieuwe ontwikkelingen. De oogst van afgelopen week: het personeel van de FNV gaat staken omdat het zich ‘sociaal onveilig’ voelt, het managementteam van de bond eist maatregelen tegen algemeen secretaris Bart Plaatje, en zittend voorzitter Tuur Elzinga wil dat de aanstaande verkiezingen voor een nieuw bestuur worden uitgesteld.
In die verkiezingen is Zakaria Boufangacha (42) de enige tegenstander van Elzinga. De jurist, die afgelopen acht jaar naam maakte als felle CAO-onderhandelaar, maakte eind januari intern bekend dat hij voorzitter wil worden. Direct daarop werd hij geconfronteerd met een ongefundeerde klacht wegens machtsmisbruik en later met uitgelekte mails waaruit zou blijken dat hij ‘chantabel’ was geweest.
Voor Boufangacha is helder dat er een ‘lastercampagne’ wordt gevoerd om zijn voorzitterschap te dwarsbomen. ‘Dat was ook bijna gelukt’, zegt hij in zijn eerste interview over de hele affaire. De stemming die vorige week in het ledenparlement werd gehouden over zijn kandidatuur heeft hij ‘met de hakken over de sloot’ overleefd.
Hoewel er nog een extern onderzoek loopt naar de manier waarop de verdachtmakingen naar buiten konden komen, wil Boufangacha niet langer zwijgen. ‘Omdat ik nu, ondanks alles, op de kandidatenlijst voor het voorzitterschap sta. Leden kunnen vanaf volgende week digitaal stemmen, zij moeten weten weten waarvoor ik sta.’
Wat heeft u de leden te zeggen over de achtergrond van die beschuldigingen?
‘Daags nadat ik mij kandidaat had gesteld, kreeg ik van de voorzitter van ons ledenparlement te horen dat er melding tegen mij was gedaan van machtsmisbruik. Ik zou een relatie hebben gehad met een medewerker. Toen de relatie over was, zou ik aan de directie hebben gezegd dat zij eruit geschopt moest worden. Dus in die zin ook een aantijging aan het adres van de directeur, want die zou hierin hebben meegewerkt.
‘Het is allemaal quatsch. En dat is mij een dag later ook bevestigd door de voorzitter van het ledenparlement, die navraag had gedaan. Maar sindsdien is er vanuit de raad van toezicht en door Tuur Elzinga en het bestuur niets gedaan om mijn naam te zuiveren. Ze wachten een onderzoek af. Gelukkig heeft vicevoorzitter Kitty Jong wel direct het lef gehad om duidelijk te zeggen dat de beschuldigingen vals waren.’
En toen lekte er dus mails uit waaruit zou blijken dat u in 2022 chantabel was.
‘Ja, die mails zijn gemanipuleerd. Ze gaan over iets wat privé is, tussen mij en Tuur. En dat verder ook niets te maken heeft met die eerdere aantijging. Behalve dan dat het allebei past in een soort lastercampagne tegen mij.’
Dat zegt u rustig, maar u kijkt heel fel.
‘Ja, dat zie je heel goed, heel goed. Het stelt niks voor. Anders had Tuur er 2,5 jaar geleden toch wel een punt van gemaakt? Dat dat ineens naar buiten komt, is gemeen. Ik ben heel blij dat daar onderzoek naar wordt gedaan.’
U wilde, in afwachting van dat onderzoek, dat de verkiezingen zouden worden uitgesteld.
‘Maar Tuur wilde wel doorzetten en met hem een meerderheid in het bestuur.’
En dus moest u vorige week naar het ledenparlement om uw kandidatuur te verdedigen. Want u had bij een geschiktheidstest één onderdeel niet op WO-niveau gescoord.
‘Het was een analytische test met woorden. Welke woorden bij elkaar hoorden. Om te beginnen verwijt ik mijzelf dat ik in die positie ben gekomen. Maar verder, ik zeg het maar zoals het is, zou het natuurlijk de FNV onwaardig zijn als onze leiders worden geweigerd omdat ze hbo-niveau zouden hebben.’
CV Zakaria Boufangacha
1982 Geboren in Nieuwegein
2008 Master recht en onderneming
2007-2017 Verschillende functies binnen FNV waaronder organizer bij de distributiecentra Albert Heijn en Blokker, bestuurder burgerluchtvaart.
2017 Gekozen in dagelijks bestuur FNV
2021 Vice-voorzitter CAO-onderhandelaar in het bestuur.
Boufangacha is getrouwd en heeft drie kinderen
Normaliter zou het ledenparlement dat toch ook vinden?
‘Tuurlijk. Ik heb een rechtenstudie afgerond en acht jaar ervaring in het bestuur als CAO-coördinator. Maar in aanloop naar die stemming merkte ik al dat leden van het ledenparlement de stemming toch verbonden met de valse aantijgingen oftewel: waar rook is, is vuur.’
U bent dus ook bijna weggestemd, zegt u?
‘Ja, 47 procent heeft tegen mij gestemd.’
Op de achtergrond van al deze intriges speelt een ingewikkelde machtsstrijd tussen het ledenparlement en de werkorganisatie, het personeel van de FNV. In oktober heeft het parlement het bestuur in een motie opgeroepen om de algemeen directeur te ontslaan. Die motie, door Boufangacha bestempeld als ‘grove karaktermoord’, is bij de medewerkers totaal verkeerd gevallen.
Algemeen leeft binnen de werkorganisatie het idee dat algemeen secretaris Bart Plaatje het ledenparlement tegen de directeur heeft opgezet. Ook daarnaar loopt een extern onderzoek. Inmiddels is daar nog bijgekomen dat Plaatje, die als algemeen secretaris binnen het bestuur verantwoordelijk is voor het intern functioneren van de bond, op eigen houtje onderzoek heeft laten instellen naar medewerkers.
Zit achter die spanning tussen ledenparlement en werkorganisatie niet een dieper conflict? Het ledenparlement bestaat voor de meerderheid uit witte mannen van boven de 60. Hebben die het niet alleen over klassiek-linkse thema’s als koopkracht- en baanbehoud? Terwijl de werkorganisatie veel jonger en diverser is, en ook erg bezig is met thema’s zoals klimaat en discriminatie.
‘Dat vind ik niet. Het draait nu helaas alleen maar om macht. Het ledenparlement heeft zich de afgelopen jaren behoorlijk hard gemaakt voor de vraag ‘wie gaat waar over?’. Te vaak was er kritiek op het management en de medewerkers van de bond. Het ledenparlement vindt dat zij dienstbaarder moeten zijn. Dat geeft spanning omdat de werkvloer zelf wenst te bepalen wat ze wel of niet doen.’
Er wordt in het ledenparlement ook wel over de medewerkers gesproken als ‘de vierde macht’.
‘Ik vind het een heel foute term. Personeelsleden van de FNV zijn de opvolgers van de eerste vakbondsleden die honderd jaar geleden dankzij hun collega’s werden vrijgesteld. Zij doen dagelijks op de werkvloer het vakbondswerk. En met succes. Zeker bij een vakbond die het heeft over democratiseren van de werkvloer is vierde macht een term die we verre van ons zouden moeten werpen.’
Formeel hebben de leden van het parlement intussen wel een punt. Het ledenparlement is als ‘hoogste orgaan’ uiteindelijk de baas binnen de FNV. Die macht is het parlement toegekend toen het tien jaar geleden werd opgericht om de vorige crisis binnen de bond te bezweren. Dat was de bijna-scheuring over de verhoging van de AOW-leeftijd. Zulke onderwerpen zouden voortaan niet langer worden beslist door de voorzitters van de 19 bonden die bij de FNV waren aangesloten. Maar door een parlement van 102 vertegenwoordigers uit 22 ‘sectoren’ - zoals Zorg&Welzijn, Onderwijs, Senioren.
Vindt u het niet pijnlijk dat het ledenparlement, dat werd opgericht om weer eenheid te brengen, nu de bond zo verdeelt?
‘Ik vind de polarisatie tussen het ledenparlement en de werkvloer pijnlijk. Ik vind dat wij als bestuur en dan met name de voorzitter en algemeen secretaris hebben nagelaten om de boel te verbinden en te werken aan herstel van vertrouwen. Als voorzitter zou ik het als mijn belangrijkste opdrachten zien om de vereniging weer te verbinden. Dat klinkt misschien soft, maar we moeten in gesprek, ook over de taakopvatting van het ledenparlement.’
Wat zou die volgens u moeten zijn?
‘Ik denk dat het parlement de hoofdlijnen moet uitzetten. Binnen die hoofdljnen moeten het bestuur, de werknemers en de actieve leden in de sectoren het vertrouwen krijgen om dagelijks op de werkvloer hun werk te doen. Daar leggen we dan achteraf verantwoording over af. Het betekent ook dat het ledenparlement niet elke maand bij elkaar komt, maar eens in het kwartaal.’
Is het conflict niet ook een uiting van tegenstellingen die ook de samenleving verdelen?
‘Nee. Dat de conflicten in de samenleving ook binnen de bond leven, is niets nieuws. Vroeger was er bijvoorbeeld veel betrokkenheid bij discussies over apartheid in Zuid-Afrika, kernbommen en ook al heel lang over milieu en klimaat. Dat hoort er dus bij, al waren we vroeger mogelijk wat eensgezinder dan nu.
‘Als kandidaat-voorzitter geloof ik wel dat we komende jaren meer terug moeten naar de basis: mensen verbinden op die werkvloer over werk en inkomen. Daar kunnen alle groepen elkaar ook vinden. Kijk maar naar de acties die we nu, voor het eerst sinds jaren, voeren bij het miljardenbedrijf Ikea.
‘Het grote onrecht waartegen wij strijden, is dat de enorme rijkdom en welvaart in Nederland afgelopen decennia niet is terechtgekomen bij de mensen die dat letterlijk en figuurlijk verdienen. Welke achtergrond je ook hebt, religie, sekse of leeftijd; als we samen opstaan voor ons inkomen, ons werk en de toekomst van onze kinderen, dan houdt niemand ons tegen. Dat is mijn boodschap in deze verkiezingen.’
Eerst nog maar eens zien of die verkiezingen er komen. Hoe staat u nu tegen de oproep van Elzinga om de verkiezingen uit te stellen?
‘Ik was verrast dat hij daar nu ineens ook aanleiding voor ziet, terwijl hij dat dus eerder steeds heeft voorkomen. En ik stel cynisch vast dat er intussen een ding is gebeurd: ik ben ondanks alles toch kandidaat geworden. Naast too late vind ik het ook too little. We moeten als bestuur meer doen, pas op de plaats maken en in gesprek gaan met ons personeel en ontevreden leden. Maandag wordt, denk ik, weer een cruciaal moment.’
Wederhoor Tuur Elzinga en Bart Plaatje
+ Voorzitter Tuur Elzinga zegt in een reactie op de uitspraken van Zakaria Boufangacha over hem: ‘Hoewel ik er het nodige inhoudelijk over zou kunnen zeggen, kies ik ervoor de algemene bestuursvergadering van komende maandag af te wachten. Daarin zal ik voorstellen de verkiezingen van het bestuur en voorzitterschap op te schorten zodat we de kans hebben om weer met elkaar in gesprek te komen en de uitkomsten van de externe onderzoeken af te wachten. Praktisch zou dit dan betekenen dat de komende verkiezingen in het teken staan van het kiezen van uitsluitend de leden van het ledenparlement.’
+ Algemeen secretaris Bart Plaatje wil nu niet inhoudelijk op dit artikel reageren. ‘Ik wacht het onderzoek af.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant