Trans-Atlantische verhoudingen
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het gezegde is sleets, maar daardoor niet minder waar: als je niet aan tafel zit, dan sta je waarschijnlijk op het menu. Dat geldt na deze week in de eerste plaats voor Oekraïne. Maar ook Europese landen staan op vernederende wijze buitenspel sinds het begin van het tweede presidentschap van Donald Trump. De Amerikaanse president en zijn minister van Defensie Pete Hegseth lieten woensdag weten dat onderhandelingen met Rusland over een einde aan de oorlog in Oekraïne kunnen beginnen. Als Amerikaans-Russisch onderonsje, zonder Europa en zonder Oekraïne zelf. Uitgangspunt zou moeten zijn dat Rusland zijn veroverde gebied kan houden, Oekraïne geen lid mag worden van de NAVO en Amerikaanse militaire steun snel wordt afgebouwd. Europa zal materiaal en eventueel zelfs troepen moeten leveren om de ‘gewapende vrede’ die vermoedelijk volgt te helpen waarborgen.
De verbijstering in Brussel is groot: wat een inzet had kunnen zijn bij onderhandelingen, lijkt door Trump al bij voorbaat aan zijn Russische tegenhanger Poetin te zijn weggegeven. Minstens even schokkend is dat Europa, waar de oorlog plaatsvindt en voor wie veiligheidsgaranties tegenover Moskou van existentieel belang zijn, niet eens mag meepraten. Met één telefoontje heeft Trump de trans-Atlantische eensgezindheid van de laatste paar jaar rondom Oekraïne ontmanteld en en passant Poetin uit zijn isolement getrokken. Het is in dit licht begrijpelijk dat Russische media lyrisch reageren op de terugkeer op het wereldtoneel van hun door het Internationaal Strafhof gezochte president.
Nu leert de ervaring dat niets is wat het lijkt in Trumps Witte Huis. De president kan even makkelijk van de kennelijke concessies terugkomen als hij ze zou hebben gedaan. Dat leek al aan de hand toen zijn vicepresident JD Vance, onderweg naar de grote veiligheidsconferentie in München, vrijdag de woorden van Hegseth alweer leek te nuanceren. Om bij Poetin een vredesdeal af te dwingen, kunnen volgens hem sancties ingezet worden en gaat Poetin niet akkoord, dan kunnen de Amerikanen alsnog troepen sturen, beweert hij.
Hoe pijnlijk ook, met decennia van verwaarlozing van hun krijgsmacht hebben veel Europese landen zichzelf in de horige positie gemanoeuvreerd waarin zij zich nu bevinden. De wereld is sinds het einde van de Koude Oorlog sterk veranderd: van een unipolair systeem met slechts één hypermacht, de Verenigde Staten, naar een multipolair systeem waarin China, India en andere landen in het ‘mondiale Zuiden’ een grotere rol gaan spelen en waarin ook Rusland weer een plek voor zichzelf opeist. Het late ontwaken van Europa in deze nieuwe wereld eist nu zijn tol.
De voor de hand liggende conclusie van alle recente gebeurtenissen is dat de VS niet langer een veiligheidsgarantie geven voor hun Europese bondgenoten – of wat daar nog voor doorgaat. Artikel 5 van het NAVO-verdrag, waarin staat dat een gewapende aanval op een of meer NAVO-landen wordt beschouwd als een aanval op allen, was altijd al vatbaar voor interpretatie. Maar de stelligheid waarmee Hegseth de toepasbaarheid van het artikel van de hand wees voor eventuele Europese troepen in Oekraïne, doet een nieuwe fase vermoeden.
Even valide is de gevolgtrekking dat de VS denken veel van hun energie nodig te hebben voor de komende confrontatie met China. De oorlog in Oekraïne is daarbij een onwelkome afleiding, die het best aan de Europeanen kan worden uitbesteed. Natuurlijk waren er al eerder tekenen dat het bondgenootschap de laatste jaren minder hecht was geworden. Maar niet eerder sinds de Tweede Wereldoorlog is Europa nu zozeer op zichzelf teruggeworpen. Door de bijl aan de wortel van de internationale rechtsorde te leggen, staat het op gemeenschappelijke normen gebaseerde bondgenootschap onder grotere druk dan ooit.
Zonder schadenfreude herhaalde de Franse president Emmanuel Macron vrijdag het aloude Franse pleidooi voor meer Europese strategische en economische autonomie. Europa moet het tempo opvoeren, zei hij terecht. Werd in het verleden tot frustratie van de Fransen het idee van een Europees gevechtsvliegtuig bij de eerste opgetrokken wenkbrauw in Washington verruild voor Amerikaanse waar, nu lijken de VS Europa juist áán te moedigen om zonder zijwieltjes te leren fietsen. Om niet weggeschreven te worden uit de wereldgeschiedenis, zullen Europese landen daarom op nog grotere schaal moeten investeren in Europese defensie en in een Europese defensie-industrie. Die moeten niet alleen het voortbestaan van Oekraïne als onafhankelijke staat kunnen garanderen, maar in een ontketende wereldorde ook Europa zelf minder kwetsbaar maken.
Source: NRC