Home

Als handgebaar, in je cappuccino en in 40 emoji’s: het hartje is (te?) alomtegenwoordig

De kleren van de pluchen Beertje Paddington die bij mijn schoonmoeder thuis stond, waren hard aan vervanging toe. Lubbert, de labrador, had de hoed stukgebeten en in het vilten jasje hadden de motten huisgehouden. Ze kocht stof en maakte zelf een nieuwe rode hoed en een bosgroene houtje-touwtje-jas voor de beer.

„Waaauw”, zei Lotte, haar kleindochter van tien, toen ze het eindresultaat zag. „Hartje!”

Green Room

Hartjes, overal. In de spreektaal, in WhatsApp-gesprekken. Op valentijnskaarten, als chocola, als sieraad. In het schuim van je cappuccino en als snoephartjes op het schaaltje dat je krijgt als je om de rekening hebt gevraagd. Als ballonnen, een setje van acht voor 1,59 euro bij de HEMA. In het logo van het Eurovisie Songfestival en in de handen van de deelnemers zodra de camera langskomt in de Green Room. Sowieso in logo’s en sowieso als handgebaar, ook bij popsterren op het podium, politici op campagne en profvoetballers als ze net gescoord hebben. Heel groot op een pak Chocomel. Als onderdeel van city marketing. In webshops om iets te favoriten. Op sociale media: op Facebook en LinkedIn nog als overtreffende trap van de ‘like’, op nieuwere platforms als TikTok, X en BlueSky gewoon als synoniem ervoor.

Het zijn er meer dan ooit, op meer plekken dan ooit. Wat blijft er over van het symbool van de liefde als alles ‘hartje’ is?

Bonkig orgaan

NRC Magazine #35 Liefde

Over hartjes, singles, vriendjes, datingshows en de liefde voor een kat. Lees hier alle stukken

Niemand weet precies hoe dat bonkige, door slagaderen overwoekerde, asymmetrische orgaan zo’n perfect symmetrisch symbool voor de liefde werd.

De vorm is gevonden op heel oude dingen. Op een muntje van 2.500 jaar oud bijvoorbeeld, uit de tijd dat in het huidige noorden van Libië de Romeinse stad Cyrene gevestigd was. Maar dat het hartvórmig is, betekent niet dat het ook naar het orgaan verwijst; veel aannemelijker vinden historici het – net als bij andere vroege vondsten waarop de geometrische vorm te herkennen is – dat het verwijst naar het blad van een boom of plant.

Grofweg even oud als dat muntje is de (slechts deels bewaard gebleven) poëzie van Sappho, een dichteres uit het oude Griekenland. Zij maakte rond 600 voor Christus al gebruik van de beeldspraak waarbij ze het hart zag als de plek waar de menselijke emoties leven. Uit een vertaling van Paul Claes uit 1985: „Kom ook nu weer bij me, verlos me van/ dit drukkend verdriet, vervul al wat mijn hart/ vervuld wil zien, en wees andermaal/ mijn medestrijdster.”

Ten tijde van de Renaissance (de veertiende tot de zestiende eeuw) werd het idee dat het hart de bron is van het gevoelsleven voor het eerst visueel gemaakt, schrijft Pierre Vinken in The Shape of the Heart (1999). In de beeldende kunst uit die tijd – zoals Giotto’s Caritas, gemaakt rond 1305 – is iemand te zien die een ander, of God, zijn of haar hart aanbiedt, onmiskenbaar als een gebaar van liefde en overgave. Het werd in korte tijd een veelgebruikte beeldmetafoor. Aanvankelijk leek het afgebeelde hart nog wel op het orgaan, of het had iets weg van een dennenappel, maar al snel werd het vervangen door de vorm die we nu kennen, met het deukje aan de bovenkant.

In Christ to Coke: How Image Becomes Icon (2012) betoogt Martin Kemp, emeritus hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Oxford, dat hij het wat overdreven vindt als mensen zeggen dat het symbool helemaal niet op het orgaan lijkt. Dat doet het best wel, als je onder meer de aorta en de longslagaders en de „rommelige stukjes” aan de bovenkant er vanaf snijdt, en bovendien: lijkt de smiley dan zo ontzettend op een echt gezicht?

Vanaf de Middeleeuwen werd het hartsymbool meer en meer gebruikt als metafoor voor de liefde. Het verscheen ook op speelkaarten. De Franse variant van rond 1480, met de harten, ruiten, klaveren en schoppen als symbolen, werd al snel de standaard in Europa. Zo raakten veel mensen bekend met de vorm. In de achttiende eeuw ontstond de gewoonte op Valentijnsdag een kaart met harten erop naar een geliefde te sturen.

Misschien dankt het hartsymbool zijn blijvende populariteit wel aan die „hybride origine” , schrijft Kemp: in medische geschriften en in kunst, in religieuze en in commerciële context. „Maar het is ook, uiteraard, een aantrekkelijke vorm met een simpel en toch verleidelijk ritme, en als je het eenmaal gezien hebt kun je het moeilijk nog vergeten.”

New York

New York was geen stad om van te houden. Het was halverwege de jaren zeventig; Times Square was het domein van sekswerkers en pooiers, de metro was onveilig en liep regelmatig vast, Central Park stond bekend als een plek waar je kon worden beroofd of verkracht. De werkloosheid was hoog, zwervers en drugsdealers namen leegstaande panden over. Begin 1975 was de stad zo goed als failliet. Uit protest tegen verdere bezuinigingen bij de politie deelden agenten pamfletten uit aan toeristen met de titel Welcome to Fear City. Door een staking bij de vuilnismannen hoopte het vuil zich op in de straten.

Dat was het moment dat de stad aanklopte bij een reclamebureau. Konden zij niet een campagne bedenken om het imago van New York te verbeteren? Tegelijkertijd vroeg het stadsbestuur de in The Bronx geboren ontwerper Milton Glaser een grafisch ontwerp te maken. En die kreeg op een dag, op de achterbank van een taxi, een eerste idee. Op een afgescheurd, dubbelgevouwen stukje papier schreef hij met een rood krijtje, in kapitalen: „I ♥ NY”.

Een minimalistische, maar daardoor des te krachtigere boodschap, als een uit de stam van een boom gehouwen liefdesverklaring. Later zette hij „I ♥” boven „NY”, naar eigen zeggen (onbewust ) geïnspireerd door het beroemde pop-art-werk van kunstenaar Robert Indiana, die in 1964 ‘LO’ bovenop ‘VE’ stapelde (en de O speels kantelde). De letters maakte Milton Glaser zwart, in een lettertype dat aan typemachines doet denken. Het hart maakte hij felrood.

Hij vroeg er geen geld voor; New York mocht zijn ontwerp gratis hebben.

Het was dit logo dat ervoor zorgde dat het hartje een werkwoord werd. Voortaan konden we het in een zin gebruiken.

Leeg en onpersoonlijk

Een collega gebruikt sinds 2018 geen emoji’s meer. Op 16 mei van dat jaar overleed haar dochter en in de dagen ervoor, toen het meisje in coma lag en zij haar hand vasthield, werd ze overladen met kaarsjes, bloemen en hartjes. De liefde en aandacht ontroerden, zeker, toch voelde het ook leeg en onpersoonlijk. Wat had ze een behoefte aan persoonlijke woorden om het verdriet te delen of samen te hopen op een goed einde.

Vanaf dat moment zwoer ze de emoji af. Uit eerbetoon aan haar dochter en ter herinnering aan het belang van taal, échte woorden die niet te vervangen zijn met een tikje op het scherm. Familie en goede vrienden doen met haar mee.

Voordat het kant-en-klare plaatjes onder onze vingertoppen werden, maakten mensen er een door het kleiner-dan-teken en een drie achter elkaar te zetten, waarna de ontvanger de combinatie van opzij moest bekijken: <3. Dat hoeft niet meer sinds ongeveer vijftien jaar geleden de emoji’s opkwamen. Inmiddels zijn er ongeveer veertig emoji’s die een hartje zijn – in allerlei kleuren, gebroken, met een pijl erdoorheen of verband erom – of waar het hartje onderdeel van is, zoals de smiley met hartjes-kus of die met de hartjes-ogen, en, sinds 2021, de emoji van het hartje-handgebaar. De kleur van het hartje maakt uit: rood is de liefde, blauw is neutraler en breder toepasbaar, groen kan over affiniteit voor natuur en klimaat gaan, zwart over zwaardere emoties, wit gaat vaak samen met rouw en herdenken.

Maar hoeveel nuances en schakeringen er ook achter schuilgaan, het blijft niets meer dan een knopje op een toetsenbord. Tussen gemak en authenticiteit zit spanning, en je kunt je afvragen of zo’n emoji taal kan vervangen – júíst wanneer taal ertoe doet. Of zelfs een imperfect, hakkelend, naar woorden zoekend berichtje of kaartje veel meer waard kan zijn dan een emoji. Omdat je de van compassie en medemenselijkheid getuigende denkoefening, hoe moeilijk ook, niet uit de weg bent gegaan.

Een toevoeging zijn ze daarom, geen vervanging. „Emoji’s zijn een visuele verrijking van de taal”, zei taalonderzoeker Lieke Verheijen (35) van de Radboud Universiteit toen ik haar een tijdje terug sprak over de opkomst en het gebruik ervan. „Soms kun je het afdoen met een stand-alone emoji, maar meestal is het in combinatie met tekst. Op die manier voegt het een extra laag van expressiviteit en emotie toe.”

Ik moet ook denken aan een goede vriend, we kennen elkaar al vijftien jaar. Veel emoji’s gingen er niet heen en weer in onze WhatsApp-gesprekken – tot zijn vrouw afgelopen najaar ernstig ziek bleek. Bij de berichtjes sindsdien voegen we hartjes toe. Blijkbaar is dit de situatie waarin er binnen onze mannenvriendschap toch behoefte aan is.

Alexandre Pato

Hoe werd dat hartje-handgebaar zo populair? Dat is lastig tot in detail te reconstrueren, maar misschien kunnen we beginnen bij Alexandre Pato. Een uitermate mooie jongen, een waanzinnig voetbaltalent ook, uit het zuiden van Brazilië. Pas zestien was hij toen hij debuteerde voor Internacional, een profclub uit de regio, en hij had er nog geen dertig wedstrijden gespeeld of het grote AC Milan haalde hem voor veel geld naar Europa. Zijn eerste officiële wedstrijd voor de Italiaanse club speelde hij op 13 januari 2008, tussen grote namen als Seedorf, Maldini, Kaká en Pirlo. En hij scoorde. Het stond 4-2 toen hij een kwartier voor tijd een lange pass perfect aannam en onder de keeper door schoot.

Daarna deed de jonge Pato iets wat het voetbal op een eigenaardige manier zou veranderen. Terwijl hij langs de tribunes met juichende fans rende, maakte hij een hartje met zijn handen door zijn gebogen wijsvingers met het topje bij elkaar te laten komen en met zijn duimen het puntje aan de onderkant te maken.

In de periode daarna bleef hij regelmatig scoren en iedere keer maakte hij dat gebaar. Eerst nog wat onwennig, door goed naar zijn handen te kijken of het wel goed ging, daarna steeds routineuzer. Het was bedoeld, zei hij als mensen ernaar vroegen, voor zijn vriendinnetje, de Braziliaanse telenovela-actrice Sthefany Brito. Ze trouwden in juli 2009, in Rio de Janeiro.

Andere voetballers begonnen het ook te doen. Eerst de Argentijn Ángel Di María, die toen voor de Portugese club Benfica speelde (inmiddels wordt híj vaak, onterecht, genoemd als de ‘bedenker’ van deze manier van juichen). Ook Di María zei dat hij het deed voor de vrouw van wie hij hield. Weer iets later, rond 2010, werd het opgepikt door Gareth Bale, de Welshman die toen net doorbrak bij Tottenham Hotspur. Misschien dat hij het mainstream maakte, omdat hij een tijdlang – en zeker nadat Real Madrid hem in 2013 kocht voor een recordbedrag van 100 miljoen euro – een van de beroemdste voetballers ter wereld was.

Inmiddels doen allerhande sporters het, om allerhande redenen: de liefde voor een partner, voor het publiek op de tribunes, voor de club, voor het spelletje zelf. Ook op de Olympische Spelen van afgelopen zomer wemelde het ervan. Skateboarders, tennissers, hardlopers, boksers, roeiers, rugby’ers, BMX’ers: hartjes, hartjes, hartjes.

Alexandre Pato scheidde na negen maanden alweer van Sthefany Brito, om kort daarna een relatie te beginnen met Barbara Berlusconi, de dochter van Silvio Berlusconi. Het hartje maakte hij niet meer na een doelpunt.

Foto’s van feestjes

Wanneer het hartjes-met-de-handen-fenomeen in het algemeen gangbaar werd, dat is al helemaal een onmogelijke vraag. Hoe kom je daarachter? Dan zou je honderden en honderden ergens op internet bewaard gebleven foto’s van feestjes van vijftien tot twintig jaar geleden moeten doorzoeken, om te kijken wanneer jonge millennials het gebaar begonnen te maken als ze de camera op zich gericht wisten.

Twee vroege pioniers zijn er wel te vinden in de kunst en cultuur. Maurizio Cattelan, de Italiaanse kunstenaar die in 2019 het wereldberoemd geworden werk maakte van de met ducttape aan de muur geplakte verse banaan, begon zijn carrière dertig jaar eerder, in 1989, met Family Syntax. Daarop is een ingelijste foto van hemzelf te zien terwijl hij met zijn handen een hart maakt voor zijn borst. Opvallend is dat hij het andersom deed: de duimen voor de boogjes aan de bovenkant, de wijsvingers voor de punt aan de onderkant.

Zeven jaar later, in 1996, dook het op in een songtekst van de Californische indieband The Mountain Goats: „And you held your hands up/ To form a heart in the air/ You held your hands up with your thumbs touching/ They formed a heart in the air”.

„Dat nummer gaat over Joden in Warschau in 1939, tijdens de belegering door de nazi’s”, licht John Darnielle, de tekstschrijver, zanger en gitarist van de band, toe in een e-mail. „Ze hebben zich verstopt en durven niet te praten, want dan zouden ze zichzelf kunnen verraden. Ik vroeg me af: hoe zouden mensen in zo’n situatie communiceren? Met hun handen, met gebaren. Dus toen bedacht ik: ze maken de vorm van een hart met hun handen.”

Veel later zag hij mensen in het publiek het gebaar maken tijdens concerten. „Ik nam aan dat ze wilden dat ik dat nummer speelde. Het was pas na een paar keer dat ik dacht: o, misschien is dit gewoon een uiting van liefde, een soort peace sign met twee handen.”

Taylor Swift leek te claimen dat zíj de bedenker was van de hand heart toen ze in 2011 tegen The New York Times zei dat ze het als vijftienjarige al deed, toen ze nog een middelbare scholier was. Dat moet dan rond 2005 zijn geweest. Het was een gebaar om mee op de foto te gaan, zei ze, of om te maken vanuit een auto als ze bekenden zag. Toen ze als nog onbekende zangeres begon op te treden deed ze het op het podium, om een reactie te ontlokken aan het publiek. „Het betekent iets tussen ‘Ik hou van je’ en ‘dankjewel’”, zei ze destijds.

Afijn, je bent nieuwsgierig dus je doet het toch, honderden en honderden ergens op internet bewaard gebleven foto’s van feestjes van vijftien tot twintig jaar geleden doorzoeken.

In de eerste maanden van 2006. Toen begon het voorzichtig onder uitgaanspubliek de andere handgebaren – zoals het V-teken en de bokkengroet (een uitgestoken wijsvinger en pink) – te verdrukken. In Amerika althans; Europa lijkt pas later te volgen. Het zijn de jonge vrouwen die de trend zetten. Vanaf 2007 was het op elk feestje raak.

Het strookt grofweg met de tijdlijn van Taylor Swift en Alexandre Pato, die rond die tijd doorbraken in de muziek en topsport en er een groot publiek kennis mee lieten maken.

Er zijn inmiddels talloze beroemdheden, van alle generaties, die zich er tijdens een optreden of foto-moment aan gewaagd hebben. DJ Armin van Buuren doet het sinds 2011 tijdens zijn live-sets, Justin Bieber werd ermee gezien, Lady Gaga, Selina Gomez, Janet Jackson, Aerosmith-zanger Steven Tyler, Usher, Katy Perry, Tom Cruise. Maar ook politici op campagne – in Duitsland en Turkije, Spanje en Amerika, maar vooral, lijkt het, in Zuid-Amerika, waar met name de socialistische kandidaten zich er graag van bedienen.

Het fenomeen legt sowieso subtiele generatie- en cultuurverschillen bloot: Gen Z’ers doen het met de wijsvinger en middelvinger (dus níét met de duim) en in Zuid-Korea kennen ze de finger heart, die je niet met je hand maar met je vingertoppen maakt, van duim en wijsvinger, een beetje zoals het gebaar voor geld, maar dan zonder ze langs elkaar te wrijven.

Liefde betuigen

„Daar zit hij dan. In zijn leunstoel, en er is niets wat ik kan zeggen.” In de roman Dagen in de geschiedenis van stilte (2011) van de Noorse schrijver Merethe Lindstrøm moet Eva leren omgaan met een verandering in haar echtgenoot Simon, die als oudere, aftakelende man plotseling is stilgevallen. Letterlijk: hij praat niet meer. In de vertaling uit 2023, van Sofie Maertens en Michiel Vanhee: „Ik ga op de bank naast zijn stoel zitten, leg mijn vingers op zijn lippen. Ik hou van je, denk ik. Heb ik dat ooit gezegd, ik herinner me niet dat ik dat ooit gezegd heb, maar het moet haast wel.” De verteller, een voormalig lerares, herinnert zich dat ze die woorden uit het vocabulaire van haar leerlingen probeerde te wissen, „want ze holden het uit, ze hielden van alles en iedereen”. Als het zo doorging, zou het al snel niets meer betekenen.

Is dat wat er nu gebeurt? Daar lijkt het soms wel op. Een situatie waarin ‘Ik hou van je’ ook na een leven samen de keel maar moeilijk verlaat, terwijl het des te gemakkelijker casual rondgestrooid wordt als een ‘love you!’ (in het Engels dus, om toch nog iets van afstand te voelen tussen jou en de woorden) of in de vorm van een hartje op WhatsApp. Waarin liefde betuigen bijna geen moeite meer behoeft en je bedoelingen, juist omdát het symbool een beetje multi-interpretabel is, comfortabel onscherp blijven. Waarin het een instrument is geworden van opportunistisch kapitalisme, vergelijkbaar met de nepliefde van de webwinkel die als je er drie maanden niets besteld hebt al mailt: „We missen je.”

Of maak ik me nu druk om het verkeerde? Het is ook weer niet zo dat de wereld momenteel gebukt gaat onder een misselijkmakend overschot aan liefde.

En toch. Als het hartje alles kan betekenen tussen ‘Ik hou van je’ en ‘Fijn dat je nog naar de supermarkt bent gerend om kwark te halen’, dan gaat er wel íéts verloren. Precisie, op z’n minst. De mogelijkheid een ander écht te raken, écht iets wezenlijks te laten voelen, écht tot iets door te dringen.

Echte laarsjes

Mijn schoonouders kochten Beertje Paddington vijfenveertig jaar geleden. Het was juli 1980 en ze waren in Covent Garden, in Londen. Ze besloten die zomer te proberen zwanger te worden en de beer was een soort aanmoediging. Ze zochten er een uit met ‘echte’ laarsjes, zodat de kinderen, als het allemaal zou lukken, die aan zouden kunnen.

Het lukte, ze kregen drie kinderen. Inmiddels hebben zelfs alle kleinkinderen de laarsjes een tijdje van Paddington te leen gehad. De laatste, afgelopen zomer, was mijn eigen dochter Ilvy.

Er is soms meer dan een hartje nodig om over te brengen wat je wil zeggen. Maar het ís hartje, het is hartstikke hartje.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief‘Slim Leven’

Elke maandagochtend ontvang je in je mailbox stukken en gidsen waar je meteen wat aan hebt: over carrière, geld, gezondheid, duurzaamheid en tips voor wat je kunt doen

Source: NRC

Previous

Next