is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
Niemand lijkt nog op de rem te willen trappen met AI, bleek op een top in Parijs deze week.
Misschien kunt u het zich nog wel herinneren: AI-prominenten pleitten in maart 2023 voor een wereldwijde pauze op de ontwikkeling van krachtige AI-modellen. AI-bedrijven zijn verwikkeld in een ‘uit de hand gelopen race’, met als gevaar dat de mensheid controle dreigt te verliezen, luidde toen de analyse.
Kort hierna werd in het Engelse Bletchley Park de allereerste wereldwijde AI-top gehouden. Hét thema was veiligheid, wat ook treffend werd geïllustreerd door de naam van de top: de AI Safety Summit.
Dat was toen. Het contrast met 2025 kan niet groter. Deze week vond in het Grand Palais in Parijs weer zo’n top plaats. Veiligheid heeft plaatsgemaakt voor actie. Niet voor niets heet de top nu de AI Action Summit.
De twee jaar geleden gesignaleerde race tussen AI-bedrijven is alleen maar heviger geworden en heeft zich uitgebreid naar een strijd tussen continenten. De AI-modellen zijn ondertussen onvoorstelbaar veel krachtiger en beter geworden. Wat in 2023 indrukwekkend leek, is nu kinderspel.
Toch lijkt niemand meer op de rem te willen trappen. Dat is een gepasseerd station.
Natuurlijk waren er, voorafgaand aan de top, wat rituele dansjes van de bekende critici die waarschuwen. Onder hen ook de natuurkundige Max Tegmark, een van de zwaargewichten achter de pauze van 2023. Hij maakt zich meer dan ooit zorgen: de ontwikkelingen gaan zo hard dat we, daar komt-ie weer, controle dreigen te verliezen.
Dit geluid verwaaide totaal in het Parijse geweld van regeringsleiders die over elkaar heen buitelen met indrukwekkende aankondigingen over miljardeninvesteringen en AI-superfabrieken. De Franse president Emmanuel Macron zette als gastheer gelijk de toon met een verhaal over de overvloedig aanwezige Franse kernenergie als ideale voedingsbodem voor de Europese AI-ambities.
Ook de boodschap van Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen was duidelijk: Europa moet de handen uit de mouwen steken. De Europese politieke kopstukken gaan helemaal mee met het Amerikaanse frame om de AI-ontwikkelingen te zien in de context van een mondiale strijd. Het gaat om aanhaken, versnellen, investeren, bouwen… geen tijd te verliezen.
Vooropgesteld: er zitten absoluut verheugende kanten aan alle Europese ambities. Met de bouw van Europese datacenters en zogenoemde AI-gigafabrieken kan Europa meer op eigen benen staan. De potjes met miljarden moeten er daarnaast voor zorgen dat Europese AI-bedrijven kunnen innoveren en groeien. Prima.
In het wedstrijdje armpje drukken dreigen echter andere zaken in het gedrang te komen. ‘Ik ben hier niet om te praten over AI-veiligheid, wat de titel van de conferentie een paar jaar geleden was. Ik ben hier om te praten over AI-kansen’, illustreerde de Amerikaanse vicepresident JD Vance het huidige sentiment treffend.
Logisch dat hij dat zegt, maar Europa lijkt net wat te gretig in deze nep-tegenstelling mee te gaan. Macron had het, al even illustratief, over ‘overregulering’ waar we voor moeten waken. Vance zal het tevreden hebben aangehoord.
Het is verleidelijk mee te gaan in de AI-race, maar we moeten niet vergeten de fundamentele vragen te blijven stellen. Bijvoorbeeld: waar hebben we AI ook alweer voor nodig? ‘We moeten een levensstijl omarmen waarin AI alomtegenwoordig is’, zei Von der Leyen in haar speech. Laat dit nou net de vraag zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns