Home

Veel nemen, weinig geven, de omgeving betaalt – het is de essentie van de wegwerpeconomie

Het is lastig de leegte te beschrijven die de handel hier veroorzaakt. Import-export is de basis onder de welvaart van dit land, de moedernegotie, maar op dit ontzielde terrein is dat uitgelopen op het schuiven met spullen die niet nodig zijn door mensen die onzichtbaar blijven.

Fast furniture is de term: uit goedkope landen komen containers met goedkope meubels, gemaakt door goedkope handen, vervoerd door goedkope chauffeurs, verwerkt door goedkope migranten op de stapelmarkt van goedkoopte. De schaal is adembenemend. Wie langs de wanden van de distributiecentra kijkt loopt kans op horizontale hoogtevrees, het zijn duizelingwekkende, onbeweeglijke hectaren waaruit de zuurstof lijkt weggetrokken.

Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver. 
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Supply-chain valley: het enige wat beweegt zijn de trucks en trekkers in vrolijk bedrijfspaars, die als speelgoed over breed asfalt gaan. VidaXL heeft meerdere gigahallen met honderden docks voor laden en lossen, de bedrijfsnaam betekent zoiets als ‘leven in de breedte’ en de website biedt houten vitrinekasten voor een paar tientjes aan.

Dit was niet de bedoeling. Na de Floriade van 2012 zou dit terein met z’n eigen snelwegafslag een walhalla worden voor hoogwaardige landbouwbedrijven op kavels in de vorm van klavertjes: Greenport. Maar de kavels werden strakgetrokken en vrij van btw verkocht aan distributiereuzen, die er arbeidsmigranten tewerkstellen in het door arbeidsmigratie verzadigde Noord-Limburg.

In een verbluffend onderzoeksverhaal beschreef NRC de bijna jongensboekachtige opkomst van VidaXL: twee studenten die het online verkopen van maakt-niet-uit-wat tot hun levensmissie maken, een internationaal fast furniture-bedrijf opbouwen en de Quote 500 bereiken. Veel nemen weinig geven, de omgeving betaalt, het is de essentie van de wegwerpeconomie.

Maar als ik de chief commercial officer aan de lijn krijg heeft hij evengoed gelijk: die pakhuizen, dat zijn we zelf.

Alleen tijdens dienstwissels komt het terrein wat tot leven; een oude bedrijfspaarse stadsbus vervoert de arbeiders van of naar hun tijdelijke huisvesting. In het dorp Horst vind ik de kampeerplaats voor de Roemeense truckers van VidaXL: een op het industrieterrein verscholen parking met een picknicktafel, witte portacabins voor toiletten en douches, en een verlaten showroom waar de chauffeurs kunnen fitnessen. Ze slapen en leven in hun paarse vrachtwagencabines. Dat is verboden in Nederland, toch nemen ze er graag genoegen mee.

Sommigen worden net wakker, klimmen met toilettas uit hun wagens of koken ontbijt. Terughoudend vertellen ze over dit bestaan: drie weken rijden door Europa, dan een week naar huis, VidaXL betaalt de tickets. Nederland is een ‘good country’, het bedrijf ‘zorgt goed voor ons’, het salaris vinden ze prima – bedragen noemen ze niet. Eén geeft me een telefoon met manager Dragos aan de andere kant van de lijn, die me zegt dat zomaar ter plaatse komen niet de bedoeling is, maar dat hij graag alle vragen beantwoordt ‘op de juiste manier’. Daarna neemt hij niet meer op.

De eigenaren van VidaXL mijden publiciteit. ‘Onze aandeelhouders zijn geen publiek figuur of ambiëren die status niet’, mailt een VidaXL-bedrijfsanonymus terug. Maar dan belt onverwacht de chief commercial officer, Kijo Oudshoorn, die als studievriend van de oprichters in het bedrijf is gerold. Hij heeft moeite met mijn vraag naar maatschappelijke verantwoordelijkheid. ‘In Nederland is het best goed geregeld’, zegt hij eerst, ‘maar wij hebben geen taak daar wat van te vinden.’ En als ik de term moreel kompas laat vallen: ‘Dat is meer iets voor personen dan voor bedrijven.’

De taak van VidaXL, zegt hij, ‘zit vooral in de werkomstandigheden, en wij nemen dat serieus’. Het debat over arbeidsmigratie vindt hij ‘een beetje populistisch’: ‘Er is een tekort aan werknemers, het is nodig, zonder migranten staat het hier stil. Als de schappen van de supermarkten niet gevuld zijn heeft Nederland een probleem.’

Nou ja, een betongrijs dressoir voor 58 euro, een fluwelen relaxstoel voor 65 euro, het zijn geen levensbehoeften die het bedrijf verkoopt en onderwijl Noord-Limburg gebruikt als draaischijf voor het goedkoop bedienen van de wereld. Maar, zegt Kijo Oudshoorn, ‘het is wel de overheid geweest die ons de mogelijkheid heeft geboden, anders waren we naar Duitsland of zo gegaan’.

Inderdaad: zonder welwillende politici was deze stapelmarkt van goedkoopte nooit ontstaan.

(wordt vervolgd)

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next