Gemene roddels over jezelf teruglezen in de klassenapp. Deepfake-filmpjes met jou als hoofdpersoon op TikTok aantreffen. Meegelokt worden naar het park, waar je in elkaar wordt geslagen. Gedwongen worden iets smerigs te eten, of voor de leider van de groep op de knieën te gaan. Dat alles wordt gefilmd en gepost. Je klasgenoten gaan helemaal stuk om die geinige filmpjes. Niemand neemt het voor je op, uit angst straks zelf aan de beurt te zijn.
Een kind dat zoiets meemaakt wil de volgende dag niet naar school. De dag erna ook niet, nooit meer. Het durft de daders niet aan te klagen bij zijn ouders of leraar, want dan ben je een snitch en word je nog erger gepest. Het voelt zich een loser. Uit angst en schaamte wil het van de aardbodem verdwijnen, ook al wil het helemaal niet dood. Eenzamer kan een kind niet zijn.
Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
Pesten is van alle tijden en onuitroeibaar, maar smartphones en sociale media hebben de mogelijkheden en het instrumentarium van de pestkoppen enorm vergroot; geestelijk en lichamelijk geweld lopen in elkaar over. Dat is allang bekend. Scholen, overheid en hulpverleners spannen zich beslist in om pesten bestrijden en te voorkomen.
Maar dat lukt niet, alle pestprotocollen en anti-pestprogramma’s ten spijt. Het is niet gezegd dat die níét helpen, maar tegen de mogelijkheden en de macht van de pestkop kunnen ze niet op. Het pesten en het geweld gebeuren buiten het blikveld van ouders en leerkrachten. Het slachtoffer is nergens veilig, ook niet thuis op de bank of in bed, zijn kwelgeesten kunnen altijd en overal online toeslaan.
De vertrouwensinspecteurs van de Inspectie van het Onderwijs zien een toename van meldingen over psychisch en fysiek geweld in het basis- en voortgezet onderwijs: 2.317 waren dat er afgelopen schooljaar, 574 meer dan in 2021-2022. Bij psychisch geweld gaat het steeds vaker om ernstig en langdurig pesten. De verantwoordelijke minister, staatssecretaris en onderwijsraden vinden het ‘ernstig’, maar niemand weet een oplossing.
Naar aanleiding van dit treurige bericht was ik aan het lezen over pesten, toen ik de kop zag van een interview met Pleun Briggeman, in de onvolprezen serie over 100-jarigen van Marjon Bolwijn: ‘Zeven jaar lang ben ik gepest, nooit heeft één leerkracht ingegrepen’. Briggeman werd als kind gepest omdat hij twee gepeste klasgenoten verdedigde, en niemand verdedigde hém.
Zijn verhaal greep me aan. Eén ding is nooit veranderd: het slachtoffer dat zich niet beschermd voelt en bij geen enkele volwassene terechtkan. Niet dat alle ouders en leerkrachten in gebreke blijven, goddank niet, maar áls het zo is, blijft het je wel levenslang bij. Het onthult een pijnlijke waarheid: ook sommige volwassenen scharen zich liever achter de populaire, machtige mensen dan bij de ‘huilebalken’.
De aanpak van pesten wordt vaak gezocht in het verbeteren van het groepsproces, de sfeer en de dynamiek in de klas. Daar zit iets in. Maar pesten is niet zomaar een groepsprobleem met gelijkwaardige deelnemers. Er zijn daders en slachtoffers. Slachtoffers kampen hun leven lang met littekens en trauma, daders kunnen zich later vaak niets meer van hun pestgedrag herinneren.
Ik heb me er altijd over verbaasd dat pestslachtoffers naar een weerbaarheidstraining worden gestuurd, en daders niet naar een cursus empathie en berouw. Weerloosheid en zachtaardigheid zijn geen karakterfouten en niet bij wet verboden, gewelddadig gedrag wel.
Bij elke gekozen aanpak van pesten moet dat verschil duidelijk zijn. En het slachtoffer moet tenminste bij één persoon terechtkunnen, en weten dat het zelf níet schuldig is.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns