De Zweedse meubelreus Ikea is de grootste private boseigenaar van Roemenië. Activisten stellen dat het bedrijf de bossen op onverantwoorde wijze exploiteert en consumenten in de luren legt met zijn duurzame imago. ‘Ze verbuigen de werkelijkheid, zodat het lijkt alsof ze zich aan de wet houden.’
Door Arnout le Clercq
Fotografie Marlena Waldthausen
Gabriel Paun strekt zijn armen uit: links een bos, rechts een gapende leegte van 3 hectare. ‘Voor en na Ikea.’ Hij staat wijdbeens op de bosgrond in het noorden van Roemenië, die bedekt is met bladeren. De bomen die er staan kent hij bij naam. ‘Eik, kersen, beuk.’ Waar ze zijn gekapt is de grond nu overwoekerd met onkruid waardoorheen jonge boompjes zich een weg proberen te banen. Paun, directeur van de Roemeense ngo Agent Green: ‘Dit is geen houtkap, maar een roofoverval op de natuur.’
Ikea is behalve meubelmaker ook bosbezitter. Het bedrijf kocht het afgelopen decennium bossen in onder meer de Baltische landen en de Verenigde Staten. In Roemenië beheert het via zijn holding Ingka ruim 50.000 hectare. Dat lijkt weinig in een land dat voor een derde bedekt is met bos. Desondanks staat het gelijk aan een zevende van het bosoppervlak in Nederland. En het maakt Ikea de grootste private boseigenaar van Roemenië na het staatsbosbedrijf Romsilva, dat circa de helft van het boslandschap beheert. Het bos waar Paun nu doorheen loopt, vlak bij het dorp Fetesti, valt ook onder Ikea.
Gabriel Paun en daarachter Dan-Catalin Turiga van Agent Green.
De activist strijdt al jaren voor het behoud van de bossen in zijn land, die worden bedreigd door illegale houtkap en malafide spelers op de lokale houtmarkt. Zijn ngo Agent Green is met elf mensen bescheiden in omvang, maar maakt veel kabaal. Met succes: afgelopen jaren wisten ze met rapporten en rechtszaken veranderingen in het Roemeense bosbeheer af te dwingen. Nu heeft Paun boseigenaar Ikea in het vizier. Daarin staat hij niet alleen, ook bijvoorbeeld Greenpeace uitte de afgelopen jaren kritiek op Ikea’s activiteiten in Roemenië.
Ikea doet aan greenwashing, stelt Paun. Ze maken goede sier met duurzaamheid, maar hun producten voldoen niet aan die standaard, zegt hij, want in Roemenië dragen ze bij aan de vernieling van de bossen. ‘Een multinational als Ikea zou beter moeten weten.’ Agent Green deed samen met de Zwitserse Bruno Manser-stichting onderzoek naar dertig Ikea-bossen in Roemenië en legde er negen onder de loep, waaronder bossen die overlappen met Natura 2000-gebieden. Daar troffen ze ‘slecht bosbeheer’ aan en noteerden ‘vijftig mogelijke overtredingen’ van Roemeense en Europese wetgeving. ‘De bomenjager’ noemt Paun het bedrijf, dat wereldwijd naar schatting elke seconde een boom consumeert.
‘We zijn het zeer oneens met deze karakterisering van ons bosbeheer’, zegt Simon Henzell-Thomas, directeur klimaat en natuur van Ingka. Hun werkwijze is duurzaam, sterker nog, dat is juist de reden waarom ze bossen kopen, zegt hij. ‘Dit doen we om een duurzame voorraad hout te verzekeren; de ecosystemen te beschermen en te herstellen; en op de lange termijn onze klimaatdoelen te halen.’ Gevraagd of het bedrijf zich bewust is van de grote misstanden in de Roemeense houtkap, geeft Henzell-Thomas nog een reden om in Roemenië te zitten: ‘Het goede voorbeeld geven.’
De natuurpracht van Roemenië staat in schril contrast met de slechte reputatie van de houtsector in het land. Het is een van de bosrijkste lidstaten van de EU en herbergt onder meer oerbossen. Maar ontbossing en illegale kap zetten natuur en biodiversiteit onder druk. De helft van het Roemeense hout wordt op illegale wijze gekapt (wereldwijd is dit 15 tot 30 procent). In Roemenië opereert wat ook wel de ‘houtmaffia’ wordt genoemd, een corrupt netwerk waarbij houtbedrijven, lokale politici en staatsbosbedrijf Romsilva zijn betrokken.
De inwoners van Fetesti kopen hun hout op de zwarte markt.
‘De dieven hebben het bos’, zegt de 60-jarige Ilie. Hij woont in een dorp in de buurt van de Ikea-bossen. In het zonnetje hakt hij houtblokken doormidden, ter voorbereiding op de winter. Zoals veel dorpen in het noorden van Roemenië is hout de enige warmtebron. Gasleidingen zijn er niet.
Misstanden zijn geen nieuws voor hem. Hij koopt zijn hout zelf op de zwarte markt in plaats van bij de officiële verkooppunten van Romsilva. ‘Bij de jongens uit het dorp hiernaast. Ze werken samen met de boswachter. Mensen leven hier van paddenstoelen en van hout. Verder is er niets.’ Bij de ingang van het dorp hangt een advertentie: houthakkers gezocht, als arbeidsmigrant in Denemarken.
Ook Aurica (60) uit Fetesti koopt haar hout op de zwarte markt en geeft dit – zoals vrijwel alle inwoners – onomwonden toe. Ze laat de kubieke meters in de achtertuin zien, omringd door kakelende kippen. Ze heeft geen boodschap aan mensen die hier hun bedenkingen bij hebben. ‘Dit is ons leven. Wat kun je doen? Wie geld heeft, kan leven; wie het niet heeft, die worstelt.’
Aurica leeft, net als haar buren, van paddenstoelen en hout.
De bewoners zijn arm, de bodem is rijk. Bossen worden in Roemenië ook wel ‘het groene goud’ genoemd, er gaan miljarden in om. Bij zulke grote bedragen wordt geweld niet geschuwd. Afgelopen tien jaar zijn zes boswachters vermoord terwijl ze corruptie onderzochten, tientallen anderen werden bedreigd of mishandeld. Ook activisten ervaren (fysieke) intimidatie. Paun verkeerde in levensgevaar nadat hij in 2015 in elkaar werd geslagen door een groep mannen. Inmiddels heeft hij Roemenië verlaten. Hij is sporadisch in het land, ervan overtuigd dat hij een doelwit voor de houtmaffia is. ‘Er staat een prijs op mijn hoofd.’
‘De handhaving schiet tekort’, zegt Paun. En de staat helpt niet mee. Een onderzoeksmissie van het Europees Parlement concludeerde in 2023 dat de autoriteiten bevindingen van activisten en wetenschappers bagatelliseren of tegenspreken. ‘Voor bedrijven als Ikea is dit een paradijs’, denkt hij. Paun had hoge verwachtingen van de multinational, die sinds 2015 bossen aankoopt in Roemenië. ‘Mijn hoop was dat ze een constructieve bijdrage zouden leveren aan het bosbeheer in Roemenië.’ Maar dat bleek een illusie, zegt hij nu: Ikea is gewoon een nieuw onderdeel van een ‘verziekt systeem’.
Paun banjert over de kaalgekapte vlakte bij Fetesti, vier percelen van 3 hectare. Het is een van de Ikea-bossen die de activisten onderzochten en in hun ogen representatief voor de misstanden. De stipjes op de kaart vormen ter plekke een gat van 24 voetbalvelden. Volgens de bosbeheerplannen die het bedrijf liet opstellen, wordt hier de komende jaren nog meer gekapt. Dit zijn clear-cuts, zegt Paun, kaalkap. Een methode waarbij alle bomen worden geveld.
De wet schrijft voor dat kaalkap alleen onder bepaalde omstandigheden is toegestaan. In dit bos mag het niet, zeggen de activisten, onder meer vanwege de variëteit aan boomsoorten: het is een ‘gemengd bos’. De kapmethode staat overigens ook haaks op wat Ikea zelf in promotiemateriaal over zijn bosbeheer zegt. In een filmpje uit 2021 legt een manager bosbeheer uit dat ze bomen laten staan voor natuurlijke regeneratie.
Maar volgens directeur Henzell-Thomas is hier geen sprake van kaalkap. ‘Dit is substitute cutting’, vervangende kap. Hierbij worden ongezonde bomen weggehaald en vervangen door een andere soort. In een schriftelijke reactie onderstreept het bedrijf dat kaalkap een onjuiste beschrijving is, ‘bedoeld om sterke emotionele reacties te ontlokken’. De toegepaste methode valt binnen de Roemeense wetgeving, zegt Henzell-Thomas, ‘vervangende kap’ is een ‘geaccepteerde praktijk’.
Ze houden zich aan de wet, zegt Ingka, daarnaast zijn er controles ‘van onafhankelijke, externe partijen’ op het werk dat ze samen met Roemeense onderaannemers uitvoeren – het bedrijf ontkent samen te werken met bedrijven die de wet overtreden. Een bos kappen gaat niet zomaar, er komt uitgebreide documentatie aan te pas voordat de eerste kettingzaag begint te ronken. Belangrijk is het Forest Management Plan (FMP), waarin het bos wordt geanalyseerd en een meerjarenplan voor kap en beheer wordt uitgestippeld.
In het kielzog van Paun, die met grote gebaren over de strijd om de Roemeense bossen spreekt, loopt zijn zwijgzame collega Dan-Catalin Turiga. Hij is een bosingenieur die vroeger bij staatsbosbedrijf Romsilva werkte en de weg kent in de jungle van tabellen, cijfers en terminologie waaruit FMP’s bestaan. In de krochten van dit administratieve oerwoud zit volgens Turiga de crux verstopt.
Een eikenboompje groeit naar het licht.
Hij stelt dat hier creatief boekhouden met bomen plaatsvindt. ‘Je mag volgens de wet niet zomaar alles kappen waar eiken dominant zijn. Ze hadden het bos daarom moeten opdelen in kleinere percelen. Maar als je die groter maakt, neemt het percentage eiken af. En dan zit je opeens onder de wettelijke grens.’ Ook is de dekkingsgraad van het bos in werkelijkheid hoger, stelt Turiga, oftewel: op papier staan minder bomen dan in het echt.
Daarnaast zijn bepaalde boomsoorten zoals kersen weggelaten, waardoor de biodiversiteit lager lijkt. Als je de werkelijkheid in het bos afzet tegen de werkelijkheid op papier, had Ingka hier ‘progressief’ moeten kappen, stellen de activisten, verschillende bomen laten staan voor natuurlijke regeneratie. ‘Maar ze verbuigen de werkelijkheid, zodat het lijkt alsof ze zich aan de wet houden’, zegt Turiga. ‘Ondertussen kappen ze zo veel mogelijk voor winst.’
Ze vergissen zich, zegt Ingka. ‘Kleine discrepanties’ zijn mogelijk door verschillen in methodologie. En als ze voorkomen, vallen ze ‘binnen de juridische marges en compromitteren niet de integriteit van de plannen’. Ingka heeft vertrouwen in de juistheid van het FMP, dat door een ‘onafhankelijk’ extern bedrijf wordt gemaakt. Na klachten van Agent Green volgde nog een onderzoek van de Roemeense Boswacht – zij geven Ingka gelijk. Maar Paun staat achter zijn rapport en heeft weinig fiducie in Roemeense organisaties vanwege de endemische corruptie.
Ingka schrijft dat de toegepaste strategie ‘het effectiefst voor het behalen van ecologische, sociale en economische doelen’ van het bos was.
12 hectare, twee visies op wat hier is gebeurd. En nul volwassen bomen.
‘Een mooi gemengd loofbos’, zegt Gert-Jan Nabuurs, hoogleraar Europees bos aan de Wageningen Universiteit, die op verzoek het materiaal uit Fetesti bekeek. Nabuurs doet met regelmaat onderzoek in Roemenië en is vicecoördinator van een Europees natuurherstelprogramma waaronder ook een Roemeens bos valt. Als het om houtkap in reguliere bossen gaat, is er in Roemenië ‘een grijs gebied’ tussen wat de wet toestaat en wat verantwoord is. In de meeste Roemeense bossen wordt ingezet op ‘dunning’, zegt Nabuurs: het weghalen van enkele bomen en het bos op natuurlijke wijze laten herstellen.
Het wettelijk maximum voor aaneengesloten kaalkap is 3 hectare, weet Nabuurs. ‘Maar dit is een klein bos. Als je vier van zulke stukken kaalkapt, ben je dat gebied behoorlijk aan het veranderen. Dat is niet het beste bosbeheer, ook als het in de regel niet illegaal is. Maar als grote multinational mag je wel je best doen. En zo profileert Ikea zich ook.’ Ingka houdt vol dat het er misschien uitziet als kaalkap, maar toch wezenlijk anders is. De term ‘substitute cutting’ klinkt Nabuurs nieuw in de oren. ‘Het lijkt me een eufemisme.’
Toen keurmerk FSC dit bos controleerde en goedkeurde, schreef het overigens ook over ‘kaalkap’ in zijn rapport, en was ‘het verschil moeilijk te zien’. Maar inmiddels zijn ze overtuigd van Ingka’s ‘vervangende kap’, schrijft een woordvoerder. Nu ‘kun je met het blote oog een jonge eik zien staan’, een teken van ‘toewijding’ en ‘vooruitgang’.
Verspreid over het veld staan plastic buizen met piepjonge eiken. Terwijl Paun zich opwindt over het plastic (‘dit is een ecologisch misdrijf’), inspecteert Turiga de boompjes. Sommigen zijn uitgedroogd, kapot geconcurreerd door het omliggende onkruid. In andere buizen hebben nu wespen hun nest gebouwd. De cijfers waar Ingka mee schermt, meten kwantiteit in plaats van kwaliteit – Paun verwijt ze de lokale biodiversiteit te vervangen door een monocultuur van aangeplante eiken. ‘Ze kappen een bos en vervangen het door bomen.’
Gabriel Paun fotografeert de eikenboompjes in plastic buizen.
Sinds Ingka in Roemenië actief is, groeide volgens het bedrijf ‘een miljoen kubieke meter’ hout in hun bossen. Ze zeggen 11 procent van hun bossen apart te houden voor bescherming – in de rest wordt wel gekapt. De activisten houden hier geen rekening met ‘de dynamische aard van bosregeneratie’, schrijft Ingka, oftewel, niet alles gaat in één keer goed. Daarnaast hebben op deze plek ook ‘onverantwoorde kap’ en ‘intensieve landbouw zoals grazen’ plaatsgevonden voordat ze het bos kochten. FSC stuurt desgevraagd een foto op van een levende eik in een buis. Volgens een recent FSC-bezoek is de overlevingsratio van de nieuwe eiken 80 procent.
De zon brandt op het veld, het begint heet te worden. Verderop, in de schaduw van de bladeren, zakt de temperatuur. De lucht is vochtiger. ‘Vanwege klimaatverandering brengen wij de boodschap om kaalkap minder in te zetten’, zegt Nabuurs. Naarmate extreme temperaturen toenemen, is ‘dunnen’ beter dan kappen. ‘Het bladerdek tempert die extremen.’ Op een nieuwe open plek, zoals hier, ‘gedijen eigenlijk alleen pionierende soorten. En het gras biedt enorme wortelconcurrentie. Die eiken maken heel weinig kans.’
In een land waar de helft van de bomen illegaal verdwijnt, lijkt Paun zich te verliezen in haarkloverij. Maar daar is hij het niet mee eens. ‘Hier verdwijnen bomen die niet gekapt hadden mogen worden. Dat is illegaal.’ Daarnaast maakt juist de bekendheid van Ikea het een geschikt doelwit, zegt de strateeg in hem. ‘Als je campagne voert, moet je focus hebben. Je kunt niet iedereen tegelijk bevechten.’
Tussen de 15 en 30 procent van de totale houtkap is illegaal.
Agent Green en Ingka spreken elkaar ook buiten de krantenkolommen. Ze wisselen mails uit en troffen elkaar vorig jaar in Leiden, waar de holding is gevestigd. Daar kwam niets uit. Het bedrijf nodigt de ngo’s uit als stakeholder, bijvoorbeeld samen met keurmerk FSC, maar daar wil Paun niets van weten. Hij ziet het als een manier om kritiek in te kapselen.
Het FSC-keurmerk wordt op alle bossen van Ingka in Roemenië geplakt. Voor Henzell-Thomas is het een teken dat het bedrijf zijn werk goed doet. ‘FSC is het sterkste, onafhankelijke keurmerk dat er is.’ Tegelijk ligt het keurmerk onder vuur van ngo’s, zoals de Amerikaanse Environmental Investigation Agency. De ngo ging undercover en stelde bijvoorbeeld in Roemenië vast dat FSC hout certificeerde dat illegaal in natuurparken werd gekapt. Volgens critici beschermt FSC geen bossen, maar sust ze vooral het geweten van consumenten.
Veldwerk van FSC in Roemenië beslaat slechts enkele dagen. Het is in die tijdspanne logistiek onmogelijk om te zien wat werkelijk in de bossen van Ingka gebeurt, zegt Paun, zelfs als ze non-stop onderweg zouden zijn in het uitgestrekte land. Daarvoor baseert hij zich op het rapport van FSC zelf, dat ook een tijdschema bevat. FSC geeft in een reactie geen direct antwoord op de kritiek van Paun, maar schrijft dat controleurs in groepen werken en hun veldwerk plannen ‘om de efficiency van hun team te maximaliseren’. Kritiek op de kwaliteit van hun werk is ‘ongepast’, schrijft de woordvoerder, omdat ‘externe partijen’ niet over alle ‘achtergrondinformatie’ beschikken.
Gabriel Paun en Dan-Catalin Turiga planten ‘illegaal’ bomen.
‘Je kunt het systeem alleen van buitenaf veranderen’, zegt Turiga. Ooit probeerde hij het van binnenuit, toen hij nog bij Romsilva werkte. Nadat hij aan de bel had getrokken over corruptie onder zijn collega’s, werd hij op een zijspoor gezet. ‘Ik werd overgeplaatst naar een bureaubaan, om me weg te krijgen uit de bossen.’ Toen hij dit niet accepteerde, volgde er ontslag. Er loopt zes jaar later nog steeds een rechtszaak over het arbeidsgeschil.
Zijn grootvader en vader waren allebei boswachter. ‘Ik groeide praktisch op in de bossen. Ze wilden niet dat ik dit werk ging doen. Pas later begreep ik waarom.’ Turiga is een zachtaardige man met rotsvaste overtuigingen. ‘Als boswachter hoor je voor het bos te zorgen. En ik zag alleen maar hoe mijn collega’s hout stalen uit de bossen.’
Op lokale houthakkers die het handwerk verrichten hebben Paun en Turiga het uiteindelijk niet voorzien. ‘Ik richt me op de macht, op de politiek en op de bedrijven. Dáár moet de verandering vandaan komen.’ Volgens hem is het bedrijfsmodel van Ikea onhoudbaar. ‘Fast furniture kan niet duurzaam zijn’, zegt Paun. Directeur Henzell-Thomas protesteert. ‘Wij maken duurzame meubels voor een betaalbare prijs. We vinden dat je duurzaamheid moet democratiseren.’ Als ze iets maken bij Ikea, zegt Henzell-Thomas, dan is het slow furniture.
Paun denkt ondertussen groter. De volgende stap zijn andere landen waar Ikea bossen beheert. ‘Maar het liefst wil ik dat de verandering in Roemenië begint.’
Voor dit verhaal werd gebruikgemaakt van het rapport over Ikea dat Agent Green in 2024 uitbracht. Daarnaast had de Volkskrant inzage in mailwisselingen tussen Agent Green en Ingka, de FMP’s van het bos bij Fetesti en het onderzoek van de Roemeense Boswacht. Ook werd de openbare documentatie van keurmerk FSC geraadpleegd. Namens Ingka gaf directeur Klimaat en Natuur Simon Henzell-Thomas een kort interview en beantwoordde de woordvoering een uitgebreide vragenlijst, waaruit is geciteerd. Het Roemeense ministerie van Milieu heeft niet voor de deadline gereageerd.
Source: Volkskrant