Janneke kookt Of u de mini-Valentijnstaartjes van Janneke Vreugdenhil nu maakt voor uw Grote Liefde of voor uw oude moeder: de boodschap is hetzelfde: ik zie u graag.
Foto Janneke Vreugdenhil
Valentijnsdag. Het is heel lang geleden dat ik daar iets aan deed in NRC. Omdat ik echt niet meer wist wanneer ik er het laatst over schreef, en welk recept ik u toen voorschotelde, dook ik in mijn archief. Daar kwam ik twee documenten tegen waarvan ik het bestaan volslagen vergeten was, en die me beide ontroerden.
Het eerste was een Word-bestandje met daarin alles wat ik blijkbaar ooit heb kunnen vinden over de naam van mijn oudste kind. ‘Valentinus, Fallatijn, Teinie , Valentius, Valentijn; fra Valentin; du Val, Valentin, Valentinus, Velten; eng Valentine’. Kijk, daar was de eerste vertederde glimlach al. Bijna alle genoemde varianten zijn in de loop van zijn bijna 25-jarige leven als roepnaam gebruikt voor Valentijn, die overigens tegenwoordig de voorkeur geeft aan Val.
Het tweede document bleek een half-affe column, geschreven in het jaar van mijn scheiding. Gek hoe door het lezen van zoiets het verdriet van toen opeens weer tastbaar wordt. ‘In het jaar dat hij haar verliet viel ze tien kilo af. Bij alleen al de gedachte aan eten snoerde haar keel dicht. Ze voedde zich met smoothies en dikke soep; vloeistoffen gingen nog net. Bananen en avocado’s, ze leek wel een baby. Kauw, zei ze tegen haar kaken. Slik, moedigde ze haar slikspieren aan.’
Kennelijk zat ik er nog te veel middenin om in de ik-vorm te schrijven. Het lukte alleen als ik afstand nam. ‘Ze zeggen weleens dat de liefde van de man door de maag gaat. Maar voor haar voelde het andersom. Het was haar liefde geweest die zich manifesteerde in al dat eten dat ze voor hem had bereid. Nu hij weg was, was niet alleen haar eetlust, maar ook haar kooklust verdwenen. Hoe deed je dat ook alweer? Boodschappen doen, groente snijden, een pan op het vuur zetten, het voelde net zo zinloos als de rest van haar leven.’
Teruglezend ben ik blij dat de column nooit gepubliceerd is. Hij was gewoon te verdrietig. Te bitter misschien zelfs. Zo luidde de openingszin: ‘Je kunt vinden wat je wilt van Valentijnsdag. Dat het een door de commercie gehypete flauwekulfeestdag is. Of dat het voor hopeloze romantici is. Maar echt leuk is het niet om op deze dag alleen te zijn.’ Gezellig, Vreugdenhil. Nee, zo krijgen je lezers er ook echt zin in.
Enfin. Ergens onderaan bungelde een los zinnetje dat nog geen plek had gekregen in het verhaal, maar dat direct alle zwaarte die zich van mij meester dreigde te maken door deze achterwaartse sprong in de tijd verdreef, en waarvan ik hartelijk in de lach schoot. ‘Via via had ze gehoord dat zijn nieuwe vriendin niet kon koken.’
Jaja, wraak is zoet, mensen. Zéker zo zoet als Valentijnsdagreclames. Kom, we maken iets kleins en liefs van aanstaande vrijdag, een intiem vierinkje van de liefde in de breedste betekenis van het woord. Of u mijn mini-Valentijnstaartjes nu maakt voor uw Grote Liefde, voor uw oude moeder of voor de schoonmaakhulp over wie u zo tevreden bent, de boodschap is hetzelfde: ik zie u graag. En dat kunnen we niet vaak genoeg tegen elkaar zeggen.
Voor deze kleine fruittaartjes heeft u metalen ringen nodig met een diameter van 6 centimeter. Ze zijn te koop bij kookwinkels en online bakwinkels. Ook heeft u een steker nodig van 8 cm, maar dat mag eventueel ook gewoon een glas of iets dergelijks zijn. De tartelettes zijn heel lichtjes geparfumeerd met rozenwater; gebruik daarvan vooral niet te veel, want dan smaken ze naar douchegel.
Voor 15 stuks
Voor het deeg
125 g patentbloem; 45 g poedersuiker; ¼ tl zout; 15 g amandelmeel; 80 g koude boter, in kleine blokjes; ½ - 1 geklutst ei
Voor de vulling
100 ml versgeperst granaatappelsap (dat persen gaat goed op een citruspers); 35 g fijne kristalsuiker; 50 ml slagroom; 2 eieren; paar druppels rozenwater; snufje zout
Om te garneren
zaden van 1 granaatappel; 15 onbespoten rozenblaadjes
Verder nodig
deegroller; ronde deegsteker (8 cm); 15 metalen ringen voor kleine taartjes (6 cm)
Zeef de bloem, poedersuiker en het zout boven een kom. Voeg het amandelmeel en de boterblokjes toe en wrijf deze met koele, schone vingers door de droge ingrediënten tot u een broodkruimelstructuur hebt. Voeg een half losgeklopt ei toe en kneed het geheel snel tot een samenhangende deegbal. Voeg alleen als het echt nodig is nog extra losgeklopt ei toe. (U kunt het deeg ook in de keukenmachine maken, maar gebruik dan wel de pulseerstand. Hoe korter de boel wordt gekneed, hoe brosser uw deeg wordt.) Druk de deegbal uit tot een platte schijf, verpak in vershoudfolie en laat minimaal een uur rusten in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius. Bestuif het werkvlak, de deegroller en ook het deeg zelf lichtjes met bloem. Rol het deeg uit tot een lap van een paar millimeter dik. Steek er met behulp van de steker 15 rondjes van 8 cm uit. (Rol het deeg zo nodig een tweede of zelfs derde keer uit. Als het erg slap en daardoor moeilijk hanteerbaar is geworden, kunt u het tussendoor ook nog even in de koelkast leggen.)
Zet de ringen (6 cm) klaar op een met bakpapier beklede bakplaat en plooi in elk een deegrondje. (Omdat de deegrondjes wat groter zijn dan de ringen, krijgen de taartjes een mooi opstaand randje.) Schuif de bakplaat in het midden van de oven en bak de deegbodempjes 8 minuten voor.
Doe het granaatappelsap, rozenwater naar smaak, de suiker, slagroom, eieren en een minisnufje zout in een kom en klop met een garde tot een homogene roze vla. Verdeel deze over de voorgebakken deegbodempjes en bak ze in nog eens ongeveer 20 – 22 minuten gaar. Haal de de tartelettes uit de oven en laat afkoelen.
Verwijder de taartjes voorzichtig uit de metalen ringen. Garneer met een bergje granaatappelzaden en een rozenblaadje.
Schrijf je hier in voor een wekelijkse update met de laatste inzichten over eten, de lekkerste recepten en slimme tips om gezond te leven
Source: NRC