DEN HAAG - Ze hadden ruzie en hij heeft geslagen. Dat wil de 35-jarige Guntis Z. uit Letland wel toegeven. 'Maar hij leefde nog toen ik hem achterliet. Hij stond weer op', zegt hij dinsdag tegen de Haagse rechtbank. Het Openbaar Ministerie (OM) denkt dat dat niet waar is en dat Z. zijn slachtoffer heeft geslagen, geschopt en gewurgd tot hij dood was.
Z. en het slachtoffer, de 39-jarige Piotr 'Bojka' Gorzynski, kenden elkaar al langer uit het circuit van Oost-Europese daklozen in Den Haag, zo bleek tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak. Bojka heeft een alcoholprobeem, Z. gebruikt naast de alcohol ook nog heroïne. Hij verdient z'n geld met koperdiefstal.
Op 20 december 2023 komen de twee elkaar tegen bij Den Haag Centraal. Bojka's schoenen zijn totaal versleten en Z. biedt hem een ander paar aan dat hij heeft in zijn onderkomen in Park Schakenbosch in Leidschendam. Hij woont daar, net als andere daklozen, in een leeg paviljoen van de voormalige GGZ-instelling in het park.
Het asbestpand wordt het genoemd. Ook daar steelt Z. het koper. Aan het eind van de middag gaan de twee mannen richting Leidschendam, nadat ze eerst nog wat flessen port stelen in winkelcentrum Mariahoeve in Den Haag. Tegen 18.00 uur komen ze aan bij Park Schakenbosch. 'We gingen eten en die schoenen halen voor hem', vertelt Z.
Ze drinken de port erbij en roken volgens de verdachte ook heroïne. Maar die drug is niet teruggevonden in het bloed van het slachtoffer, zo merkt de rechtbank op. De verdachte kan dat niet verklaren. Na het eten gaan ze nog een keer naar Mariahoeve, volgens Z. om meer drank te jatten.
Als ze rond 21.15 uur terugkomen van die trip zijn ze voor het laatst samen te zien op camerabeelden als ze het park in Leidschendam-Noord weer inlopen. Beide mannen zijn overduidelijk stomdronken. Ze zwalken en Z. moet Bojka ondersteunen.
In het volle zicht van de camera gaan ze staan plassen. De rechtbankvoorzitter merkt op: 'Dit duurt wel even dus dat spoel ik door.' Het leidt tot een moment van besmuikte hilariteit op een verder serieuze dag.
Het OM denkt dat de mannen meteen na het plassen ruzie hebben gekregen en dat Z. Bojka met zijn vuisten en een ijzeren staaf op zijn hoofd heeft geslagen. De ruzie ging mogelijk om een vrouw die beide mannen kenden, maar dat ontkent de verdachte.
Als het slachtoffer de volgende ochtend wordt gevonden door een voorbijganger heeft hij meerdere botbreuken in zijn hoofd, onder andere aan zijn jukbeen, kaak, oogkassen en neusbeen, veroorzaakt door vuistslagen of een voorwerp. In de sloot naast zijn lichaam wordt een ijzeren staaf gevonden met een bloedspoor van Bojka erop.
De officier van justitie heeft de staaf, 1,7 kilo zwaar, meegenomen naar de zitting om te laten zien aan de rechtbank. Op de hoodie van Z. zitten overal bloedvlekken van het slachtoffer. Die op de capuchon duiden er volgens deskundigen op dat ze zijn veroorzaakt door stompen in vloeiend bloed dat omhoog is gespetterd.
Ook is er een bloedvlek op de broek van Z. die erop lijkt te duiden dat hij op zijn slachtoffer heeft gezeten. Het OM denkt dan ook dat de verdachte op Bojka heeft gezeten om het slachtoffer te wurgen. Het hoofdletsel alleen was ondanks alle schade niet dodelijk. Ook de kou en de hoeveelheid drank kunnen hebben meegespeeld.
Z. belt de volgende dag onder andere met de vrouw over wie de ruzie zou zijn gegaan en zegt: 'Ik heb hem gedood, verdomme, niet opzettelijk.' Ook appt hij naar haar dat hij heeft 'geschopt en geslagen tot het einde' en 'ik heb hem verrot geslagen, de mens is er niet meer'.
Ook zegt Z. tegen haar dat hij het voor haar heeft gedaan. Later appt hij haar dat ze de berichtjes moet wissen, maar omdat hij dat zelf niet doet vindt de politie ze toch op zijn telefoon.
De verdachte heeft een heel ander verhaal dan het OM. Hij zegt dat hij en Gorzynski naar het asbestpand zijn gegaan en dat ze zich daar helemaal klem hebben gezopen en opnieuw heroïne hebben gerookt. Daarna wilde hij Bojka naar de laatste tram brengen en pas toen kregen ze ruzie.
Z. zegt dat de Pool eerst begon met slaan en dat hij hem daarna zes keer heeft terug geslagen en een paar keer heeft geschopt. Daarna heeft hij hem achtergelaten. Omdat hij onder invloed was weet hij verder niet veel meer. Bloed heeft hij niet gezien, daarvoor was het volgens hem te donker. Wel kon hij zien dat het slachtoffer nog leefde.
De rechtbank vraagt hem meerdere malen naar de discrepantie tussen zijn verklaring dat het heel donker was en dat hij sommige dingen wel zag, maar Z. heeft er geen verklaring voor. Langs het pad waar Bojka werd gevonden staan straatlantaarns en die deden het de avond van de moord gewoon.
Z. zou na de vechtpartij nog langs het pad in het park naar zijn telefoon zijn gaan zoeken, terwijl Bojka daar al stervend lag. En volgens het OM heeft hij hem gewoon laten liggen. De officier van justitie gelooft dan ook niets van het verhaal van de verdachte. Hij eiste een celstraf van 18 jaar wegens doodslag.
Wat niet helpt is dat Z. in 2009 in Letland is veroordeeld, omdat hij daar een man met een bijl en een hamer de hersens had ingeslagen, ook na een dronken ruzie op een afgelegen plek. Dat slachtoffer wikkelde hij in kleding, bond hij vast en verstopte hij op de wc. De man werd pas maanden later gevonden.
Na het uitzitten van zijn eventuele straf moet Z. het land uit. Hij was voor de moord in Leidschendam al tot ongewenst vreemdeling verklaard, omdat hij in Nederland een lange lijst van veroordelingen voor winkeldiefstallen heeft opgebouwd sinds hij hier in 2020 kwam.
De advocaat van Z. wees erop dat zijn cliënt nooit van plan was om Bojka te doden en dat het hem spijt. Als het slachtoffer niet was begonnen met vechten dan had hij nog geleefd. Bojka zou een notoire vechtersbaas zijn geweest, zeker als hij dronken was.
Daarnaast wijst de advocaat op het onderzoek naar de doodsoorzaak. Het hoofdletsel op zich was niet dodelijk. En of er een dodelijke verwurging heeft plaatsgevonden is niet met zekerheid vast te stellen. Ook de kou die nacht en het overmatig drankgebruik, Bojka had 3,2 microgram per liter in zijn bloed, kunnen hebben meegespeeld, stelt de raadsman.
Hij vindt dan ook dat er vrijspraak moet volgen voor zijn cliënt voor de doodslag en dat er hooguit een veroordeling zou moeten komen voor mishandeling. De rechtbank doet over twee weken uitspraak.
Source: Omroep West L'dam