Het is woensdagochtend en mijn date is niet komen opdagen. Ze had zelf voorgesteld om koffie te gaan drinken, nader kennis te maken en te praten over hoe het is om in Haarlem te wonen. We hebben afgesproken in een café waar het vol zou zitten, zo had ze gewaarschuwd, met ‘borstvoedende moeders’. Niet dat daar iets mis mee is, natuurlijk niet, lang leve borstvoeding. Of als je toch liever de fles geeft, ook goed. Ik heb een plekje weten te bemachtigen, aan een soort lange, hoge tafel bij het raam, naast een vrouw met blond haar en eentje met donker haar. Weinig borstvoedende moeders, zie ik nu. Wel veel middeljonge moeders, die hun kinderen naar school hebben gebracht, daarna gesport hebben en de tijd voordat ze hun kinderen weer moeten ophalen hier doden.
Waar zijn de vaders dan? Weet ik veel, niet hier. Hier zijn alleen maar moeders en ze dragen allemaal leggings en beige.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Er komt een vrouw binnen die stopt bij de twee vrouwen naast me. Ze heeft blond haar en een gezicht dat in alles zegt: ik ga op vakantie naar Zuid-Afrika. Ze begroet de vrouwen hartelijk en zegt dan: ‘We gaan naar Zuid-Afrika!’
‘Echt? Wat cool!’
‘Woon je ook in Haarlem?’, vraagt de vrouw die direct naast me zit. Ze draagt haar blonde haar in een hoge staart, bijeengebonden door een dikke, roze elastiek.
‘Nee, Aerdenhout’, antwoordt Zuid-Afrika.
Ze laat de laatste letter van elke zin die ze uitspreekt heel lang doorklinken: ‘Nee, klopttttttttt’, ‘Overveennnnnnnn’, ‘Bloemendaalllllll.’ Ik weet niet wat daar de bedoeling van is. Misschien wil ze meer woorden zeggen, maar weet ze niet meer welke andere woorden ze nog kan gebruiken, dus laat ze het laatste woord steeds maar gewoon heel lang duren.
Ze loopt door en de twee vrouwen naast me hervatten hun gesprek. Het gaat over een huis met een zwembad in de tuin. ‘Drie miljoen plus, maar wel echt een hele mooie laan.’
Buiten stopt een witte Mercedes. Er stapt een jonge, blonde vrouw uit met een tuitmond. Ze kijkt ontevreden, loopt naar binnen en bestelt iets aan de bar terwijl ze op haar telefoon kijkt. Van mijn date nog geen enkel spoor of bericht. ‘Ik moest straks even taarten voor de werkmannen brengen’, zegt de vrouw met het donkere haar. Ze draagt een crèmekleurige sweater, een beige legging en beige wollen sokken die slobberig uit haar Nike’s steken. Haar huis wordt verbouwd en ze woont tijdelijk in een ander huis. Even zwijgen ze. De blonde vrouw kijkt op haar telefoon en tikt een berichtje in een appgroep die ‘Party People’ heet.
De witte Mercedes is weg. Maar op dezelfde plaats stopt nu een zwarte Mercedes, waar een jonge vrouw met donker haar uitstapt en binnen koffie haalt. Om me heen begint het stiller te worden. Het is even voor twaalven en een voor een rekenen de moeders af, totdat het café opeens leeg en stil is. Door de speakers klinkt Kiss Me van Sixpence None The Richer. En ik ben nog steeds alleen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant