In het Rijksmuseum in Amsterdam is vanaf vrijdag de tentoonstelling American Photography te zien. De samenstellers brachten topwerken bij elkaar, maar struinden ook onvermoeibaar door fotobakken op kleine beurzen, op zoek naar onontdekte verrassingen. ‘De opwinding van dat jagen zit nog steeds in ons.’
Door Mark Moorman en Michiel Kruijt
De beste aankoop voor de tentoonstelling die vrijdag in het Rijksmuseum Amsterdam opent, deden Mattie Boom en Hans Rooseboom naar eigen zeggen in 2016, op de toonaangevende fotobeurs Paris Photo. Precieze plaats van ontdekking: de stand van Howard Greenberg, de prestigieuze galeriehouder uit New York bij wie foto’s tonnen kunnen kosten. Maar dat gold niet voor het exemplaar waarop de twee fotoconservatoren hun oog hadden laten vallen.
Rooseboom: ‘Op Paris Photo staan jaarlijks meer dan honderd galeries, die zich allemaal mooi presenteren. Veel hebben zo’n afgeschermd hoekje achterin, waar nog dozen vol foto’s staan. Daar mogen wij vaak wel even in kijken.
In een doos bij Greenberg kwamen we een portret uit 1938 tegen van een trots kijkende zwarte jongeman, gemaakt in de New Yorkse wijk Harlem door de fotograaf James Van der Zee. Wij kenden zijn werk niet heel goed, maar dit was een soort August Sander (een beroemde portretfotograaf uit de 20ste eeuw, red.). En toen noemden ze de prijs.’
1962, Rijksmuseum
Het mag een van de kleinere foto’s van de expositie zijn (7,5 bij 7,5 centimeter), toch neemt zij een bijzondere positie in. Samensteller Mattie Boom haalde deze foto van een gezin uit Baltimore in 1962 uit een grote collectie amateurfoto’s. Het gezin is op z’n zondags gekleed en de feiten moeten we er bij bedenken. Maakte de vader de foto? Is dit een kerkgang op een zonnige dag? Met dit anonieme beeld, nu opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum, wordt het belang van amateurfotografie benadrukt. De blik bleef hangen omdat de klassieke foto van James van der Zee uit 1932, van een stel in bontjas uit Harlem naast een auto (eveneens een Cadillac), hier zo treffend doorklonk. (MM)
Amanda López, 2008, Smithsonian’s National Museum of American History
De fotocurator van het Smithsonian in Washington DC nam meteen contact op met fotograaf Amanda López na het zien van de foto Homegirls, gemaakt in San Francisco (2008). López, een Amerikaanse met een Mexicaanse achtergrond, legde zich toe op het vastleggen van de lokale chicano-cultuur, waarbij het cruisen in zogenaamde ‘lowriders’ een belangrijk element is. Deze foto leidde uiteindelijk tot de aankoop van 33 foto’s van López door het Smithsonian. Waarmee Homegirls meteen een moderne klassieker is geworden. (MM)
Schadde Brothers, ca. 1915, Rijksmuseum
De snoepcatalogus van fabrikant Brandle & Smith Co. uit Philadelphia (1915) is ruim een eeuw later een tweede leven begonnen als populair museumstuk. De buitengewoon aantrekkelijke presentatie van de snoepproducten was natuurlijk nooit bedoeld voor aan de museummuur, maar zat in de bagage van vertegenwoordigers die het land afreisden. De catalogus, met ingekleurde foto’s, was een geslaagde samenwerking tussen de snoepontwerpers (let ook op de creatieve namen van de verschillende zuurtjes) en de fotostudio van Schadde Brothers. Maar inmiddels lijkt het ook wel alsof hier een voorschot op de popart van Andy Warhol wordt genomen. (MM)
Bryan Schutmaat, 2012, Rijksmuseum
Met fotograaf Bryan Schutmaat haalt het Rijksmuseum een van de grote talenten van de Amerikaanse landschapsfotografie binnen. Zijn overzichtsfoto van het stadje Tonopah in Nevada, de afgelopen eeuw bezocht door de dubbele plaag van een inmiddels uitgeputte zilvermijnindustrie en een (nucleair) testgebied van de luchtmacht, is een moderne variant van het ongerepte landschap. Met een omvang van ruim een meter bij een meter is de foto een van de grootste beelden van de expositie. Schutmaat levert op deze manier commentaar op de mythe van het Amerikaanse westen, eindeloos bezongen in films en series. (MM)
Uitgever: H. Sargent Michaels Co.,1905, Rijksmuseum
Hoe ging dat in die vroege jaren van de autoindustrie, toen de eerste auto’s zich op de toen nog onverharde weg begaven en er nog geen sprake was van verkeersborden of routeaanduidingen? Deze voorloper van alle wegenatlassen en navigatiesystemen maakt gebruik van foto’s om cruciale afslagen en herkenningspunten op een route vanuit Chicago naar Lake Geneva en verder in beeld te brengen. Met handige ingetekende pijlen als TomTom avant la lettre. Het is een subliem voorbeeld van gebruiksfotografie uit 1905, twee jaar na de oprichting van de Ford Motor Company. (MM)
Ca. 1870-1875, Rijksmuseum
Een man en een vrouw voor een houten huis, gemaakt rond 1870 door een onbekende fotograaf, ergens langs de Amerikaanse grens. De meeste informatie komt van de aanduiding ‘tintype’ (ferrotypie) voor het technische procedé dat tot dit beeld heeft geleid. Het was de geprefereerde werkwijze (een metalen plaat behandeld met fotografische emulsie) van rondtrekkende fotografen, vooral in de jaren rond de Amerikaanse Burgeroorlog. De man en de vrouw kregen de foto, een uniek exemplaar, meteen overhandigd. De kans is groot dat dit het enige beeld was dat ze van zichzelf en hun droomhuis hadden. (MM)
Ming Smith, 1976, Virginia Museum of Fine Arts, Richmond, Adolph D. and Wilkins C. Williams Fund
America Seen through Stars and Stripes, door het Rijksmuseum verkozen tot promotiebeeld van de tentoonstelling, is een opname van Ming Smith. Zij trad in 1972 als eerste vrouw toe tot het collectief Kamoinge, dat was opgericht door zwarte fotografen die bij gebrek aan opleidingsmogelijkheden – het gevolg van de segregatie – met elkaar werk gingen ontwikkelen. Zij documenteerden de zwarte gemeenschap in New York zoals zij die zagen en niet op de negatieve wijze waarop die toen vaak in de media werd afgeschilderd. Voor het baanbrekende werk van Kamoinge, dat nog steeds bestaat, kwam pas laat erkenning. (MK)
Carrie Mae Weems, 2021, Rijksmuseum
Tegelijk met American Photography is in het Rijksmuseum nog een fototentoonstelling te zien, een serie van Carrie Mae Weems. Op het eerste gezicht lijkt het om abstracte beelden te gaan. Niets is minder waar. Tijdens Black Lives Matter-protesten in Weems’ geboorteplaats Portland brachten actievoerders leuzen aan op de houten platen waarmee etalages werden beschermd tegen mogelijk vandalisme. De autoriteiten maakten die teksten onleesbaar met verfrollers. Weems, die vorig jaar door president Biden de hoogste onderscheiding voor kunstenaars kreeg omgehangen, zag dat daar een symbolische fotoreeks in zat. Onlangs kochten het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum Amsterdam drie werken uit de serie aan. (MK)
Sarah Sense, 2023, Rijksmuseum
Hinushi 18, gemaakt door Sarah Sense, is meer een installatie dan een foto. Haar grootouders van moederskant behoorden tot de Choctaw en de Chitimacha, indianenstammen die nu worden aangeduid als inheemse bevolking. Zij weefden op traditionele wijze manden. Die techniek zet Sense in bij haar fotografie. Ze weeft afdrukken aan elkaar: reproducties van historische documenten en kaarten over het leven en thuisland van haar voorouders, gecombineerd met eigen foto’s van datzelfde gebied. Haar grootouders konden niet over camera’s beschikken. Achteraf is hun bestaan alsnog in beeld gebracht. Linksboven valt een foto te ontdekken van een zoon van Sense; een poging om haar kinderen te betrekken bij de familiegeschiedenis. (MK)
James Van Der Zee, 1938, Rijksmuseum
Van dit portret is maar één afdruk bekend. Het is gemaakt door James van der Zee (1886–1983), een veelzijdig man. Hij werkte als ober annex liftbediener, was een talentvolle pianist en violist, maar zou roem vergaren als fotograaf. Van der Zee, zelf zwart, legde de zwarte bevolking van de New Yorkse wijk Harlem op glamoureuze wijze vast in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Die kreeg dankzij de toegenomen welvaart opeens ook toegang tot de fotografie, wat lijkt te worden geïllustreerd door de trotse blik van de man. Helaas valt niet te achterhalen wie hij is. (MK)
Nina Berman, Smithsonian’s National Museum of American History
De Amerikaan Tyler Ziegel werd als marinier uitgezonden naar Irak. In 2004 raakte hij levensgevaarlijk gewond bij een zelfmoordaanslag. Na negentien maanden ziekenhuis en talloze operaties trouwde hij zijn jeugdliefde. Hun portret, bekroond door World Press Photo, is gemaakt door Nina Berman, die hem langer zou blijven volgen. Zij had eerder in een serie gewondgeraakte militairen vereeuwigd en was door een tijdschrift op het spoor van Ziegel gezet. Diens huwelijk hield maar kort stand. Hij overleed in 2012 op 30-jarige leeftijd na een val op een ijzig parkeerterrein. Later bleek dat zijn dood was veroorzaakt door een combinatie van alcohol- en heroïnegebruik. (MK)
Ca. 1967, Collection of Daile Kaplan, Pop Photographica, New York
Veel kerken waarin zwarte Amerikanen bijeenkwamen, hadden vanwege geldgebrek geen airco. Een church fan (kerkwaaier) bood uitkomst. Aan de voorkant waren die bedrukt met stichtelijke portretten of met personen die een voorbeeldrol hebben gespeeld, zoals Martin Luther King. Op de achterzijde stonden advertenties, niet zelden van uitvaartondernemingen. Bij deze waaier, die rond 1967 zou zijn gefabriceerd, is dat Hart Funeral Service. Dat bedrijf bestaat nog steeds, adres en telefoonnummer zijn ongewijzigd. Wel vreemd: de in de advertentie vermelde vice-president was in 1967 zes jaar oud. Klopt het jaar van toeschrijving wel? Een e-mail met deze vraag wordt helaas niet beantwoord door de uitvaartonderneming. (MK)
American Photography, Rijksmuseum Amsterdam, 7/2 t/m 9/6. Bij de tentoonstelling is een catalogus verschenen met dezelfde titel, Nai010 Uitgevers, €45,-.
Na tien jaar achter slot en grendel, veilig voor het puin en stof van de grote verbouwing, hangt de fotocollectie van het Rijksmuseum nu op zaal.
Nu is het een kwijlobject, zo mooi, maar ooit was het gewoon een naslagwerk. In het Rijksmuseum is te zien hoe Photographs of British Algae en andere 19de-eeuwse fotowerken langzaam evolueerden.
Een gesprek met vijf fotocuratoren die onlangs afscheid namen of dat de komende jaren zullen doen. Zij waren de pioniers in het vakgebied, hoe kijken zij terug? En wat brengt de toekomst? ‘Veel mensen ontdekken nu pas fotografie. Daar is nog veel te winnen.’
Source: Volkskrant