De klassieke Franse film van Luis Buñuel, over een huisvrouw met masochistische fantasieën, is gerestaureerd en opnieuw uitgebracht in de bioscoop. Wat zegt deze film over hoe we toen én nu denken over de verlangens van de vrouw?
schrijft voor de Volkskrant over film.
Koud. Als Pierre dat woord gebruikt om zijn vrouw Séverine te omschrijven, weten we precies wat hij bedoelt: frigide. Het leek zo idyllisch: een paardenkoets, een bospad, het echtpaar dat elkaar glimlachend vertelt hoeveel ze van elkaar houden. Maar wanneer Pierre Séverine koud noemt, en zij het niet wil horen, laat hij haar door de koetsiers het bos in sleuren, waar ze wordt vastgebonden, uitgekleed en gegeseld.
Dit is pas de openingsscène van Belle de jour (‘Dagvlinder’), Luis Buñuels geliefde film uit 1967, en we beginnen ons af te vragen waar we eigenlijk naar kijken. Een nachtmerrie? Maar op het moment dat een van de koetsiers Séverine beetpakt om haar op verzoek van Pierre te verkrachten, verschijnt er een gelukzalige glimlach op haar gezicht. Het volgende moment zien we haar dromerig voor zich uit staren in bed. We kijken niet naar haar nachtmerrie, maar naar haar seksuele fantasie. ‘Waar denk je aan?’, vraagt Pierre als hij zijn vrouw ziet. ‘Aan jou’, antwoordt zij.
‘Waar denk je aan?’ is de centrale vraag in Belle de jour, die vanaf deze week opnieuw te zien is in de Nederlandse bioscopen. Waar denkt Séverine aan? Wat wil ze precies? Zoals ze wordt vertolkt door Catherine Deneuve, met grote ogen en een serene glimlach, is Séverine even kinderlijk als geheimzinnig, even maagdelijk als seksueel.
Ogenschijnlijk leidt ze een ideaal leven, met een knappe echtgenoot en luxe skivakanties. Maar als huisvrouw heeft ze niets omhanden, en in seks met haar man heeft ze geen zin. In plaats daarvan dagdroomt ze over onaardige mannen die haar vernederen en verkrachten, een seksuele fantasie die kennelijk geen plek heeft in haar huwelijk met Pierre.
Ook Séverine zelf lijkt zich af te vragen wat ze eigenlijk wil. Ze zoekt naar een antwoord in het chique bordeel van Madame Anaïs, waar haar de naam Belle de jour wordt gegeven. Ze gaat aan het werk, maar alleen op doordeweekse middagen, zodat ze terug is als Pierre thuiskomt van zijn werk.
Terwijl Séverine/Belle de jour wordt geconfronteerd met de vreemde verlangens van haar klanten, en de kneepjes van het vak leert door te gluren naar haar collega’s, krijgen we flarden te zien van haar jeugd. De korte flashbacks suggereren dat Séverine als kind seksueel is misbruikt. Is ze getraumatiseerd, en heeft dat trauma geleid tot haar ongebruikelijke behoeften?
Wat wil de vrouw? De vraag werd beroemd toen Sigmund Freud haar in 1925 aan zijn vriendin Marie Bonaparte stelde: ‘Was will das Weib?’ Pogingen tot een antwoord kwamen er ook, van de Franse filosoof Simone de Beauvoir bijvoorbeeld, die in De tweede sekse (1949) stelde dat de vrouw niet als zodanig wordt geboren, maar tot vrouw wordt gemaakt, met alle beperkingen van dien. De Amerikaanse Betty Friedan deed een duit in het zakje door in Het misverstand vrouw (1963) voor het eerst aandacht te geven aan wat zij ‘het probleem zonder naam’ noemde: de verveling en frustratie van middenklassehuisvrouwen als Séverine.
En in Nederland was er Joke Smit, die in 1967, het jaar waarin Belle de jour uitkwam, schreef dat een vrouw nooit een volwaardig lid van de maatschappij kan zijn zolang we denken dat zij alleen bevrediging zou kunnen vinden als echtgenote en moeder. Met haar essay Het onbehagen bij de vrouw trapte Smit eigenhandig de tweede feministische golf af in Nederland.
En wat wil de vrouw in bed? Op die vraag gaf Nancy Friday in 1973 antwoord met Diepe gronden, een boek vol getuigenissen waaruit bleek dat er Amerikaanse vrouwen waren die fantaseerden over masochisme en gedwongen seks. In datzelfde jaar was er ook de succesroman Het ritsloze nummer, waarin de Amerikaanse Erica Jong haar vrouwelijke hoofdpersonage vrijuit liet fantaseren over de zipless fuck, een gelijkwaardige onenightstand zonder verplichtingen.
Beide boeken waren controversieel, maar om verschillende redenen. Waar feministen zich verzetten tegen de onderwerpingsfantasieën uit Fridays boek, omarmden ze de ongebreidelde seksuele verlangens uit de roman van Jong. Maar waarom zou de ene fantasie feministischer zijn dan de andere?
Door Babygirl werd die vraag recentelijk weer relevant. De film van Halina Reijn laat zien hoe de verlangens van een machtige vrouw worden vervuld wanneer ze een seksuele relatie begint met een jongere stagiair. Iedereen kent haar als een sterke vrouw, een leider en een rolmodel, maar in bed is ze liever onderdanig.
Alle artikelen over Babygirl zijn hier verzameld:
Babygirl maakt de tongen los
Is het nu wel of niet bevrijdend om een dergelijk seksueel verlangen te laten zien? Feministen discussieerden erover in opiniestukken. Want wat moeten we eigenlijk met een seksuele fantasie die akelig dicht in de buurt komt van een vrouwonvriendelijk cliché? Mag zo’n verlangen onderzocht worden? Of keuren we dat pertinent af?
Hij had een ‘moderne film’ willen maken, zei Luis Buñuel bij de première van Belle de jour op het filmfestival van Venetië, waar de film de Gouden Leeuw zou winnen. De roman van Joseph Kessel uit 1928, waarop hij en scenarioschrijver Jean-Claude Carrière de film hadden gebaseerd, leek volgens Buñuel namelijk meer op een soap. De producenten van Belle de jour, Robert en Raymond Hakim, zagen in het boek waarschijnlijk vooral een sexy schandaalfilm, een die paste bij de seksuele revolutie.
Buñuel moet zo zijn eigen redenen hebben gehad om ja te zeggen tegen het project. Was hij werkelijk geïnteresseerd in het vraagstuk van Séverine? In haar verveling, haar verlangens? In haar probleem zonder naam?
De van oorsprong Spaans-Mexicaanse Luis Buñuel (1900-1983), die veel werkte in Frankrijk, maakte zijn eerste film in 1929, samen met kunstenaar Salvador Dalí. In het zestien minuten durende surrealistische meesterwerk Un chien Andalou (‘Een Andalusische hond’) zien we onder meer mieren uit een wond kruipen, een gezicht zonder mond en een oog dat wordt opengesneden. De personages lijken te handelen vanuit hun onderbuik, wat zich uit in gewelddadig, wellustig of apathisch gedrag.
Ook Buñuel liet zich bij het maken van de film leiden door zijn intuïtie. Vrij associërend fantaseerde hij de beelden bij elkaar, gefascineerd door zijn onderbewuste, en alles wat daar broeit. Houden we die film in ons achterhoofd bij het bekijken van Belle de jour, dan zien we ineens iets heel anders: geen film over het vraagstuk vrouw, maar een schets van de mens.
Op de beroemde poster van Belle de jour kijkt een naakte Séverine over haar schouder. We zien het grote vlak van haar rug, haar porseleinen gezicht, de grote ogen. Séverine is als een canvas waar we vrij op kunnen projecteren. Niet alleen haar klanten en bewonderaars zien hun fantasieën in haar weerspiegeld, ook wij kijkers worden uitgenodigd op haar te projecteren.
Wat Séverine wil? Buñuel is niet geïnteresseerd in het antwoord, het is hem alleen te doen om de vraag. Er is geen bevredigende uitkomst, geen rationele verklaring. Niet alleen Séverine wordt gedreven door duistere verlangens, we worden allemáál door onze onderbuik geleid.
Oppervlakkig gezien vormen Belle de jour en Babygirl een ideaal tweeluik over subversieve vrouwenverlangens. Maar waar Buñuels film abstract is, een vraagstuk zonder antwoord, daar is Babygirl concreet. Waar Buñuel wroet in het onderbewuste, daar is Babygirl psychologisch. Waar Buñuel kijkt naar de mens, daar onderzoekt Babygirl één enkele vrouw.
Nee, Reijn zegt niet dat álle vrouwen onderdanig willen zijn, ze geeft geen antwoord op ‘was will das Weib?’. Maar door het verlangen van deze ene vrouw serieus te nemen, neemt ze al onze verlangens serieus. En ja, dat is feministisch.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant