Home

Een straatje omlopen als je een gebouw niet mooi vindt, is ook een oplossing

Over de doden niets dan goeds is een empathisch principe jegens degenen die ons zijn ontvallen, maar er zijn natuurlijk grenzen. Vorige week stierf de architect Carel Weeber op 87-jarige leeftijd. De necrologieën waren allemaal positief gestemd.

Opgemerkt werd dat zijn ontwerpen controversieel waren, maar zulks werd vooral beschouwd als teken van prijzenswaardige eigenzinnigheid en van een ongebreidelde creativiteit en vernieuwingsdrang. Hij was de uitvinder van wat romantisch het Wilde Wonen heette. Een boek dat over zijn werk verscheen, draagt als titel: Autonoom – 100% Carel Weeber.

Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ook in deze krant werd Weeber met waardering herdacht als de architect die opstond tegen de kneuterigheid van zijn tijd. Zozeer zelfs dat de bewoners van de door Weeber ontworpen Rotterdamse Pompenburgflat in actie kwamen. Hun woningen dreigen te worden gesloopt, maar per ingezonden artikel lieten ze weten: ‘Eer Carel Weeber en red de Pompenburgflat.’ De bewoners vinden dat zij daar ‘fantastisch wonen’, ruim op dik 70 vierkante meter en met aan twee kanten ramen, waardoor er veel zonlicht binnenvalt.

De Pompenburgflat is niet het eerste bouwsel van Weeber dat met de sloop wordt bedreigd en het zal ook niet het laatste zijn. Met de beruchte Zwarte Madonna, een woongebouw in Den Haag dat in 1985 werd opgetrokken, is dat al gebeurd. In 2007 ging het tegen de grond.

Het was dan ook niet toevallig dat Carel Weeber tussen bouw en sloop van de Zwarte Madonna in een Volkskrant-enquête in 1997 werd uitgeroepen tot ‘de slechtste architect van Nederland’. Dat gebeurde overigens niet door de bewoners, maar door zijn eigen ‘collega’-architecten. Een van de karakteristieken: ‘Kil rationalisme dat is doorgeslagen.’

Eerlijk gezegd was en ben ik het met die verkiezing volkomen eens. Dat zeg ik niet zomaar, want in veel van de gebouwen van Weeber heb ik rondgelopen. Zijn wooncomplex De Peperklip in Rotterdam heb ik eens uitgebreid gefilmd met Jeroen Henneman en Theo van Gogh. Het resultaat daarvan is nog steeds terug te vinden op YouTube (De Woestijn Leeft, aflevering 4).

Met alle respect voor de bewoners, die van alles altijd nog iets kunnen maken, maar dat complex van op elkaar gestapelde wooncontainers bleek van een beschamende armetierigheid, een ernstig architectonisch misverstand. Het is inmiddels aan alle kanten gerenoveerd, toch lijkt het me onwaarschijnlijk dat het een lang leven beschoren zal zijn.

De Zwarte Madonna en de Peperklip scoorden altijd hoog bij verkiezingen van het lelijkste gebouw van Nederland. In het boekje Lelijk Gebouwd Nederland (1991) van Jaap Huisman vindt u bij elkaar de vijftig lelijkste gebouwen die in de vorige eeuw in Nederland zijn neergezet. Zoals blijkt uit de meeste klassementen werden de gebouwen van Weeber qua lelijkheid vaak nog verslagen door het Maupoleum in Amsterdam – van Piet Zanstra en genoemd naar Maupie Caransa.

Uiteraard was Weeber juist een pleitbezorger van het Maupoleum. Hij zei: ‘Als ze het niet mooi vinden, lopen ze maar een straatje om.’ Ook een oplossing. In 1971 werd het Maupoleum opgeleverd, maar in 1994 ging het alweer tegen de vlakte.

Dat laatste gebeurde onder luid gejuich, toen wethouder Duco Stadig een denkbeeldige sloopkogel met witte verf tegen het gebouw smeet als teken dat de sloop was begonnen. Ik bedoel maar: dat Pim Fortuyn eigenlijk een verdomd rare kwibus was, blijkt wel uit het feit dat hij Carel Weeber in Rotterdam tot wethouder van Volkshuisvesting heeft willen benoemen.

Er valt natuurlijk over te twisten, maar naar mijn smaak is er nog een gebouw dat in lelijkheid Weebers bouwkunst weet te overtreffen. Het bestaat nog steeds en doet ook nog dienst: het ministerie van Financiën in Den Haag, gelegen aan het Korte Voorhout.

In 1975 werd het door de toenmalige rijksbouwmeester Jo Vegter ontworpen in de stijl van het ‘Engelse brutalisme’, wat in dit geval een ongegeneerd gebruik betekende van beton, beton en nog eens beton. Zelfs de houtnerf van de bekisting waarin het beton werd aangevoerd, is terug te zien in de gevels. Het is de allergoedkoopste manier van bouwen en dat voor een ministerie van Financiën!

Buitenlandse bewindslieden die daar op bezoek komen, zullen wel denken dat Nederland een derdewereldnatie is, maar misschien is dat juist de bedoeling: bij ons valt niets te halen.

Ook dat gebouw is verschillende malen gerenoveerd, men heeft geprobeerd het op allerlei manieren op te krikken. Zo herinner ik me een oekaze dat ambtenaren van Financiën zich aan ‘de tenueregels’ moesten houden, als ze dat immens lelijke gebouw betraden.

Dat wilde onder meer zeggen een das dragen met het liefst een dasspeld, maar onder het kostuum vooral géén witte sokken, wat toen erg mode was. Droeg je toch witte sokken tussen het beton, het beton en het beton, dan kon je een enorme uitbrander krijgen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next