is chef van de politieke redactie van de Volkskrant.
Zeker 1,7 miljoen mensen vragen zich nu af hoeveel bewijs het kabinet nog wil zien.
De omgang van de Nederlandse overheid met de intensieve veehouderij is al vele jaren onnavolgbaar. De relatief kleinschalige geitenhouderij legt het daarbij in aandacht vaak af tegen de varkens, de kippen en de koeien, maar is verder in alle opzichten exemplarisch voor bestuurders die geen knopen doorhakken.
Toen de Q-koorts in het zuidoosten van het land in 2007 om zich heen greep in de geitenstallen, deed het vierde kabinet-Balkenende in eerste instantie weinig tot niets. De commissie-Van Dijk, die de aanpak jaren later evalueerde, schetste een ontluisterend beeld. De ministeries van Landbouw en Volksgezondheid werkten langs elkaar heen. De Q-koorts werd beschouwd als een regionaal probleem, dat niet al te veel aandacht verdiende. Pas in februari 2009, twee jaar na de eerste uitbraak, werden hygiënevoorschriften voor de geitenhouders uitgevaardigd. Het fokverbod, het vervoersverbod, de vaccinatie en uiteindelijk het ruimen van vijftigduizend geiten volgden pas toen al duizenden mensen ziek waren. Omdat het toen al te laat was, waren alleen de meest drastische maatregelen nog mogelijk.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De winst van de Q-koortscrisis lag, zo leek het, in het snelgroeiende besef dat aan het houden van te veel geiten op een te kleine oppervlakte forse gezondheidsrisico’s kleven. In 2011 waarschuwden onderzoekers voor het eerst onomwonden dat er een sterk verhoogde kans op longontsteking is voor omwonenden van geitenhouderijen. In 2017 en in 2019 klonk die waarschuwing nogmaals: binnen een straal van 2 kilometer van een geitenstal bleek het risico aanmerkelijk hoger dan elders. Dat gaat om 1,7 miljoen Nederlanders. Dezelfde onderzoekers deden er dinsdag een schepje bovenop: er is een ‘robuuste en continue associatie’ tussen het risico op longontsteking en de nabijheid van een geitenstal.
Het is niet zo dat die boodschap de politiek niet heeft bereikt. Na de signalen van 2017 voerden veel provincies een geitenstop in. In de praktijk bleek het zo makkelijk echter niet te gaan. De ‘geitenstop’ was een verbod op nieuwe stallen, maar geen verbod om in bestaande stallen meer geiten te houden. Bovendien lagen er nog volop oude vergunningen die alsnog konden worden gebruikt. Het resultaat: in 2009, op het hoogtepunt van de Q-koortscrisis, waren er 375 duizend melkgeiten in Nederland. Nu zijn het er 475 duizend.
Zeker 1,7 miljoen Nederlanders zullen zich dinsdag hebben afgevraagd waarom dit zo kan doorgaan en of het kabinet het voorzorgsbeginsel zo zoetjes aan niet van kracht zou moeten verklaren. De ministers Agema (Volksgezondheid) en Wiersma (Landbouw) echter benadrukten dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer dat er nu weliswaar een ‘consistent, aantoonbaar verband is gevonden’ tussen de kans op longontsteking en de nabijheid van een geitenhouderij, maar dat het daarmee nog geen oorzakelijk verband is.
Strikt genomen is dat juist, in de praktijk komt het erop neer dat de ministers naar dat verband weer een nieuw onderzoek laten doen, dit keer door de Gezondheidsraad, en dat er dit hele jaar dus niets meer zal gebeuren. Het beste wat daarover kan worden gezegd, is dat het keurig past in het patroon van het hele Nederlandse landbouwbeleid.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant