Subsidies voor de aanschaf van een warmtepomp kunnen ervoor zorgen dat warmtenetten duurder uitpakken. De overheid houdt er bij die subsidies ten onrechte geen rekening mee of gemeenten van plan zijn zo'n warmtenet aan te leggen, concludeert de Algemene Rekenkamer.
In veel Nederlandse wijken is een warmtenet (ook wel stadsverwarming genoemd) de goedkoopste optie om van het gas af te gaan. Er is wel een grote investering nodig om straten open te breken, buizen neer te leggen en cv-ketels te vervangen.
Voor huishoudens zijn warmtenetten het voordeligst als zo veel mogelijk van hun buren ook een aansluiting hebben. De vaste kosten worden dan door meer mensen gedeeld. Toch blijft de overheid ook subsidie geven voor de aanschaf van een warmtepomp aan huishoudens die ergens wonen waar al een warmtenet is, of waar er binnenkort een komt.
De Rekenkamer spreekt van "inconsistent beleid", en zegt dat warmtenetten hierdoor duurder kunnen worden, of zelfs helemaal niet meer rendabel.
De overlap tussen gesubsidieerde warmtepompen en (toekomstige) warmtenetten is nu nog beperkt. Wel valt niet precies te zeggen hoeveel huishoudens een warmtepompsubsidie krijgen terwijl er een warmtenet naar hun voordeur wordt gelegd. Klimaatminister Sophie Hermans laat niet bijhouden waar precies warmtenetten gepland zijn.
Als de verkoop van warmtepompen in de komende jaren blijft groeien, kan het subsidieprobleem volgens de Rekenkamer veel groter worden. Toenmalig klimaatminister Rob Jetten signaleerde dit gevaar al in 2023. Hij schreef toen dat zo snel mogelijk duidelijk moest worden waar gemeenten warmtenetten gaan aanleggen. Maar op veel plekken ontbreekt die duidelijkheid juist, door hoge kosten en onenigheid over de regels.
Het kabinet wil dat warmtenetinfrastructuur in de toekomst in publieke handen komt. Bedrijven als Vattenfall en Eneco, die nu warmtenetten hebben in verschillende Nederlandse steden, zijn daar fel op tegen. Zij hebben de ontwikkeling van nieuwe netten stilgelegd.
De gemeente Amsterdam zet daarom de komende jaren vol in op warmtepompen, kondigde wethouder Zita Pels vorige week aan. Het laat precies het dilemma zien dat de Rekenkamer aankaart: als veel Amsterdammers inderdaad een warmtepomp installeren, zal het aanleggen van een warmtenet in hun wijk later nóg onaantrekkelijker worden.
In een reactie zeggen Hermans en haar collega-minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) dat huishoudens keuzevrijheid moeten hebben als ze van het gas af gaan. Ze willen daarom niet stoppen met warmtepompsubsidies in wijken waar een warmtenet gepland is.
De Rekenkamer heeft ook kritiek op de manier waarop warmtenetten worden gesubsidieerd. Er is overheidssteun voor de miljoeneninvesteringen die nodig zijn om de netten aan te leggen. Maar daarbij wordt geen rekening gehouden met een belangrijk voordeel van warmtenetten: het feit dat ze het stroomnet ontlasten.
Als veel huishoudens overstappen op een individuele warmtepomp, is ook veel elektriciteit nodig en moet vaak dus het stroomnet worden verzwaard. Maar de kosten die daarbij komen kijken, worden niet meegerekend bij de beslissing om de aanleg van een warmtenet wel of niet te steunen.
Vorig jaar publiceerde de Rekenkamer ook al een kritisch rapport over de subsidies op warmtepompen. Die zorgen weliswaar voor vergroening, maar komen vooral terecht bij relatief rijke mensen met grote huizen. Die conclusie heeft het kabinet vooralsnog niet aangezet tot het veranderen van de voorwaarden van de subsidieregeling.
Source: Nu.nl economisch