Hoe moet Europa reageren op de handelsoorlog die Donald Trump wil ontketenen? Macro-econoom Gerdien Meijerink: ‘Denk aan heffingen op Harley Davidson-motoren en misschien op landbouwproducten.’
Zondag bevestigde president Donald Trump het nog maar eens tegenover een groep verslaggevers: ja, er komen ook importheffingen voor de Europese Unie. Dat klinkt als slecht nieuws, maar de gevolgen zijn wel te overzien, stelt macro-econoom Gerdien Meijerink van Centraal Planbureau (CPB). ‘Mits Europa terugslaat met slimme tarieven.’
Al in het najaar berekende Meijerink en haar collega’s van het CPB wat de gevolgen van mogelijke Amerikaanse invoerheffingen voor Nederland zouden zijn. Van de uitkomst sloegen de economen niet steil achterover. Bij een Amerikaans importtarief van 10 procent over álle Europese producten zou de omvang van de totale Nederlandse handel slechts met 1 procent dalen.
De oorzaak van dit geringe verschil is dat slechts zo’n 4 tot 5 procent van Nederlandse export naar de Verenigde Staten gaat, zegt Meijerink. Hierdoor blijft de schade van een importheffing beperkt.
Het hardst getroffen wordt de maakindustrie: machinebouw (6 procent minder export) elektronica en optiek (-5,7 procent) en voertuigen (-5,3 procent). Machinebouwers, ondernemingen zoals ASML en bedrijven die melkrobots maken, zouden wel klappen kunnen krijgen. Elders in Europa zullen vooral de auto-industrie en de farmaceutische industrie de verhoogde importtarieven gaan voelen, berekenden de economen. Zij leveren respectievelijk 6,1 en 4,9 procent van hun export in, voorspelt het CPB.
Economen lijken het eens: de handelsoorlog zoals hij nu is aangekondigd, is vooral nadelig voor Amerika zelf, waar de heffingen kunnen leiden tot hogere inflatie en minder economische groei. The Wall Street Journal noemt het offensief van Trump nu al de ‘domste handelsoorlog uit de geschiedenis’.
Vanuit diezelfde logica is voor de Nederlandse bedrijven de reactie van de EU daarom belangrijker dan het schot voor de boeg van Trump. ‘Het verleden leert dat de Europese Unie dit op een slimmere en gerichtere manier doet’, zegt Meijerink.
In plaats van een heffing van 20 procent op alle Amerikaanse producten – waarmee sowieso de eigen Europese economie wordt geraakt – kiest de EU waarschijnlijk voor enkele producten die specifiek Trumps achterban raken. ‘Toen Trump in zijn vorige regeerperiode koos voor heffingen op aluminium en staal, sloeg Europa slim terug met heffingen op jeans, bourbon en Harley Davidson-motorfietsen’, aldus Meijerink.
Ook nu verwacht ze dat de EU kiest voor importheffingen die vooral pijn doen in gebieden waar Trump-stemmers wonen. ‘Dus wel heffingen op Harley Davidsons en misschien op landbouwproducten, maar niet op productgroepen waarmee Europa zich in eigen voet schiet, zoals: medicijnen, halffabricaten of andere onderdelen die Europese bedrijven nodig hebben in hun productieproces.’
Maar is alle verontwaardiging niet gespeeld? Europa beschermt immers ook met heffingen de eigen auto-industrie tegen de goedkopere elektrische auto’s uit China? Dat klopt, zegt de econoom, maar die importheffingen vallen binnen de richtlijnen van de Wereldhandelsorganisatie WTO.
De WTO stelt dat importheffingen onder bepaalde voorwaarden zijn toegestaan, en tot een bepaald maximum. Zo mag bijvoorbeeld een beginnende industrie in eigen land worden beschermd tegen concurrentie. Ook mag het dumpen van goedkope spullen worden tegengaan en mogen landen landbouwproducten beschermen bij prijsschommelingen. ‘Europa blijft keurig binnen die regels. Maar wat Trump doet, is de WTO volledig buitenspel zetten.’
Dit alles betekent niet dat Meijerink rustig slaapt. Ook al berekende ze dat Trumps heffingen geen enorme macro-economische gevolgen zullen hebben, ze doen wel iets met het producentenvertrouwen. ‘Bedrijven houden niet van onzekerheid. En het kan zijn dat ze een afwachtende houding gaan aannemen, omdat ze eerst willen zien wat er gaat gebeuren. Gaan we nog wel investeren in de Verenigde Staten, of toch niet?’
Trump heeft het tot nu toe alleen nog maar over importheffingen op producten gehad. Diensten blijven vooralsnog buiten beschouwing. En dat is voor Europa goed nieuws, stelt Meijerink. Want als het op diensten aankomt, is Europa erg afhankelijk van de Verenigde Staten. ‘Zo is ruim 80 procent van de cloudmarkt (diensten die onlinedata opslaan, red.) in Amerikaanse handen. Als er op dat gebied iets gebeurt, wordt het pas echt spannend.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant