Home

Op Dabke Night wordt de zaal één dansend, stampend, schuifelend en zwierend organisme

Dansen in een kring in de club, hand in hand nog wel? Jazeker, de Arabische volksdans dabke verovert het nachtleven. ‘Zodra je in die dabkecirkel staat, maakt het niet uit wie er naast je staat.’

is popredacteur van de Volkskrant.

De bezoekers van de Dabke Night in het Rotterdamse theater Lantarenvenster zijn nog maar net binnen als een enthousiaste man ze vraagt om in een cirkel te gaan staan. Die cirkel wordt zo groot dat de welwillende bezoekers – zo’n 250, veel van hen met een keffiyeh om de schouders geknoopt – aan de zijkanten met hun rug tegen de muur of bar staan. En dan moeten ze ook nog handen vasthouden. Zij dansen vanavond namelijk dabke: een volksdans uit de Levant, een groot deel van het Midden-Oosten. De enthousiaste man gaat ze de basisstappen leren.

De dans kent (over het algemeen) een ritme van zes tellen in plaats van vier. Het belangrijkste: de stamp op zes. Niet voor niets komt de naam dabke van het Arabische woord voor stampen: dabaka. Over hoe, waar en wanneer de dans precies is ontstaan gaan verschillende verhalen de ronde. De meest voorkomende is dat dabke ontstond door het gezamenlijk aanstampen van kleien daken.

Voor de witte Nederlanders, iets minder dan de helft van de mensen in de cirkel, is het wat onwennig, voor hen die opgroeiden met de dans een tweede natuur. Dabke wordt namelijk veel gedanst in Syrische, Libanese, Palestijnse en Jordaanse gemeenschappen. Op feestelijke gelegenheden als bruiloften, maar ook zomaar, op straat. Het is bij uitstek een groepsdans: de dans is onmogelijk alleen uit te voeren. Je kunt de dans alleen in een cirkel of lijn dansen, hand in hand (of in sommige varianten: pink aan pink) met de dansers naast je.

Dat is wat ongemakkelijk voor de nieuwsgierige nieuwkomers in de wereld van dabke. De handen vasthouden van mensen die je niet kent, pasjes proberen na te doen die je nog niet onder de knie hebt: vooral de witte Nederlanders in de cirkel maken giechelig excuses voor zweethanden en misstappen.

Maar dat is nou juist niet erg, zegt Dabke Night-organisator Iris Loos. ‘Zodra je in die dabkecirkel staat, maakt het niet uit wie er naast je staat. Leeftijd, gender, afkomst, het doet er niet toe. Je geeft elkaar je hand en wordt opgenomen in die cirkel.’

Loos kwam voor het eerst in aanraking met dabke tijdens haar vrijwilligerswerk in Griekse vluchtelingenkampen. Daar organiseerde ze wekelijkse vrouwenavonden, waar de vrouwen die uit Syrië vluchtten al gauw dabkemuziek opzetten en dansten. De vrouwen leerden het haar en ze werd verzot op de dans.

In het najaar van 2015 werden in Loos’ woonplaats Utrecht vijfhonderd Syriërs opgevangen die vluchtten voor de burgeroorlog in hun thuisland. Er laaiden protesten op tegen de opvang. ‘Het ging steeds over integratie, maar ik geloof meer in tweerichtingsverkeer’, zegt Loos. ‘Als je elkaar ontmoet, kun je van elkaar leren en nader tot elkaar komen. Als het eenrichtingsverkeer moet zijn, wat hou je dan over als je je identiteit en culturele normen en waarden niet kunt meenemen? Waar blijf je dan als mens?’

Ze vond dat er ook in Nederland ruimte mocht zijn voor Arabische cultuur, en besloot avonden te organiseren met dabkemuziek. Haar organisatie geeft ook dabkecursussen voor wie de dans graag wil leren.

Omdat Loos zelf niet opgroeide met dabke, verzamelde ze een team van zo’n tien dansers om zich heen die dabke vanuit hun eigen cultuur kennen. Zij komen uit onder andere Libanon, Palestina, Syrië en helpen Loos bij iedere beslissing die ze maakt.

Een van hen is Tina el Chaer, die zeven jaar geleden vanuit Libanon naar Nederland kwam. Ze had last van heimwee en zocht evenementen die haar zich weer een beetje thuis konden laten voelen toen ze op Dabke Night stuitte. In Libanon was ze onderdeel van een professioneel dabkedansteam en ze miste het dansen. Inmiddels gaat ze naar ieder evenement en geeft ze cursussen.

Voor El Chaer is dabke een deel van haar culturele identiteit. ‘Ik leerde dabke van mijn grootouders en de mensen uit mijn dorp, we dansten vaak op het dorpsplein. Er was altijd wel iets te vieren: familiezondag, een trouwerij of een gehaald examen. En als er iets gevierd werd, dansten we.’ De saamhorigheid die de dans teweeg brengt, versterkt haar liefde ervoor. ‘Het maakt niet uit waar je vandaan komt, het maakt niet uit wat je aan het doen was tot het moment dat je in de cirkel stapte, het enige dat ertoe doet is dat je op dat moment samen danst op hetzelfde ritme.’

Deze avond is extra speciaal voor El Chaer, want het is de eerste avond dat ze weer meedoet met de Dabke Nights. Ze was er even uit vanwege grote zorgen om de situatie in thuisland Libanon. Haar familie woont er nog. ‘Vanavond is voor mij de avond om alles los te laten en mensen te zien die zich net zo voelen als ik, die dezelfde soort dingen mee hebben gemaakt: de oorlog, de pijn en de heimwee’, zegt ze.

Toen de oorlog in Libanon uitbrak, vond El Chaer het steeds lastiger om naar Libanese muziek te luisteren of om dabke te dansen. ‘Het voelde alsof ik het recht niet had om te dansen of mijn cultuur te vieren terwijl die daar werd vernietigd.’

Maar nu ze weer op de dansvloer staat, voelt het vieren van die cultuur juist belangrijker dan ooit. Op momenten als vanavond heeft ze het gevoel weer een plek in de wereld in te kunnen nemen. ‘We mogen onze cultuur vieren, onze cultuur is niet minder dan elke andere.’

Als het ritme duidelijk is en de leider van de dabkecirkel weet wat hij doet, wordt de cirkel een veelvoetig insect, dat als één organisme over de dansvloer stapt, stampt en schuifelt. De lichamen voorin de cirkel bewegen als één, de dansers voelen elkaar perfect aan en stampen synchroon de zaal door. De leider van de cirkel heeft een speciale positie: die mag soleren en springen, knielen, draaien; de rest van de cirkel ondersteunt hem of haar.

Met Dabke Nights krijgt volksdans een plek in het nachtleven. ‘Het is nooit mijn ambitie geweest om iets aan dabke te veranderen of aan te passen’, zegt Loos. ‘Alleen om het te faciliteren. In het uitgaansleven is culturele diversiteit lastig te vinden.’ Dat Nederlanders zonder migratieachtergrond zo in contact kunnen komen met iets vrolijkstemmends uit een andere cultuur is mooi meegenomen, maar bij niet bij uitstek het doel van de Dabke Nights. ‘Wij witte Nederlanders durven elk feestje al wel binnen te stappen’, zegt Loos.

Het doel, als ze dat dan moet benoemen, is eerder om ruimte te maken voor een vorm van Arabische cultuur en muziek, ook in het uitgaansleven. Door dat met dabke te doen, een gezamenlijke activiteit, ontstaat vanzelf onderlinge verbinding.

‘Als Arabier, of je nu expat of vluchteling bent, is het best een cultuurschok om in Nederland te wonen’, zegt El Chaer. ‘Dabke Night is een plek waar we weer onszelf kunnen zijn en de Arabier in onszelf naar buiten kunnen laten. Een plek waar we ons even niet aan hoeven te passen, waar we Arabisch kunnen praten en kunnen dansen op de muziek waar we van houden, zonder schaamte of angst.’

In Rotterdam staat onder andere Rizan Said op het podium, die in Syrië opgroeide met dabke. Hij speelde keyboard bij de bekende Syrische zanger Omar Souleyman, die ook in Nederland een livesensatie werd door techno te vermengen met dabkeritmes. Dat kan Said ook zelf, door live toetsen met techno te vermengen.

‘Het leuke aan Dabke Night is dat je meerdere culturen bij elkaar ziet’, zegt hij in zijn kleedkamer via zijn vertaler. Door al die verschillende culturen op de dansvloer, kan hij ook alle verschillende stijlen dabke draaien. Er zijn namelijk regionale verschillen in soorten dabke: de soort waar Said mee opgroeide in noordoost-Syrië is anders dan die van zijn vriend en vertaler uit Aleppo. ‘Als ik maar één stijl kan spelen, wordt het eentonig. Die verschillen zijn juist leuk om het afwisselend te houden.’

Bij zijn set is de dabkedrang niet meer te houden. Overal in de zaal ontstaan cirkels, die om en langs elkaar krioelen, maar altijd in hetzelfde ritme. Want onder de opzwepende rietfluit-melodieën die Said uit zijn keyboards tovert houdt hij altijd de essentiële beat, waardoor de stappen en het stampen voor de dabkedansers als vanzelf gaat.

Maar Rizan Said zelf zul je nooit in een dabkecirkel aantreffen: ‘Ik heb nog nooit gedanst.’ Hij is beter achter zijn toetsen: ánderen laten dansen.

De volgende dabkeworkshop is op 6 februari bij Centraal Laat in het Centraal Museum in Utrecht. De hele maand februari en april zijn er gratis dabkecursussen in Utrecht.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next