Nederland gaat de 25 jaar geleden afgesproken Europese deadline voor schoon oppervlakte- en grondwater in 2027 bij lange na niet halen. Om de schade te beperken moet de regering vervuiling door landbouw en industrie veel harder en dwingender aanpakken.
Is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over Zuid-Azië, klimaat en natuur.
Dat staat in een rapport van de Europese Commissie over de voortgang van de Europese Kaderrichtlijn Water dat dinsdag verschijnt. Die bindende richtlijn uit 2000 bepaalt dat in 2027 al het oppervlakte- en grondwater in de Europese Unie schoon moet zijn. Veel landen blijken echter allerminst op koers te liggen, waaronder Nederland. Dat bevindt zich in de middenmoot, met alleen Oost-Europese landen achter zich.
Met de 745 Nederlandse oppervlaktewateren (rivieren, meren, sloten, kustwateren) gaat het volgens het EU-rapport ecologisch gezien nog steeds niet goed.
Hoewel de ecologische status van steeds meer wateren afgelopen decennia is verbeterd – van ‘slecht’ naar ‘matig’ –, is er inmiddels sprake van een ‘lichte achteruitgang’. Anders dan bij de vorige inventarisatie in 2015 waren er in 2021 geen oppervlaktewateren meer met de status ‘goed’.
Op het gebied van chemische verontreiniging – daarbij wordt gedoeld op pesticiden en stikstof uit de landbouw, om medicijnresten en lozingen door de industrie – is er zelfs ‘serieuze achteruitgang’.
Werd bij de eerste inventarisatie in 2009 nog 70 procent van de oppervlaktewateren ‘schoon’ bevonden, in 2015 was dit 39,2 procent en in 2021 nog maar 9,4 procent.
Wat het grondwater betreft is de verontreiniging stabiel, al dreigen sommige reserves wel te slinken door droogte en onttrekking van water door de landbouw.
Het is blijkens het rapport uitgesloten dat Nederland op deze manier de doelstellingen van de Kaderrichtlijn haalt. In 2027 zal hooguit 5,2 procent van de Nederlandse oppervlaktewateren de ecologische status goed hebben, en slechts 20 procent de chemische status schoon. De bevindingen, gebaseerd op door Nederland zelf aangeleverde data, zijn in lijn met eerdere rapporten van het RIVM, de Raad en het Planbureau voor de Leefomgeving en het Europees Milieuagentschap EEA.
Het rapport kraakt kritische noten over het Nederlandse waterkwaliteitsbeleid, dat al decennia leunt op vrijblijvende afspraken, gebrekkige handhaving en een beroep op EU-uitzonderingsbepalingen. Zo worden lozingsvergunningen voor de industrie stilzwijgend verlengd en werd watervervuiling door pesticiden en stikstof uit de landbouw gedoogd. Het rapport signaleert dat het huidige kabinet de Stikstofwet afzwakt en in het aantal Natura 2000-gebieden wil snoeien. ‘Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de waterkwaliteit.’
Aanbevelingen doet het rapport ook, zoals voor méér en dwingender maatregelen, met name voor stikstofreductie (de Nederlandse uitstoot is vier keer het EU-gemiddelde en de huidige Brusselse uitzonderingsregeling loopt eind dit jaar af), en strengere handhaving op chemische vervuiling. Ook moet meer worden ingezet op duurzame landbouw en natuurherstel. ‘Het verbeteren van maatregelen, monitoring en striktere handhaving zijn essentieel om de Nederlandse waterproblemen aan te pakken’, aldus Eurocommissaris Jessika Roswall.
Volgens Piet Verdonschot, emeritus hoogleraar herstelbeheer oppervlaktewater in Wageningen en Amsterdam, legt het rapport de vinger op de zere plek. ‘We handhaven niet stevig op de industrie, en laten de landbouw op zijn beloop. Precies wat wij al jarenlang roepen.’ Het rapport is een duidelijke waarschuwing vanuit de EU, aldus Verdonschot. ‘Over twee jaar is er geen uitstel of afstel meer mogelijk en kan Brussel boetes gaan opleggen. Het zal ingrijpende maatregelen vergen, zoals sanering van de landbouw, en vele miljarden gaan kosten, juist ook omdat we het zolang hebben laten sloffen. Dit wordt de stikstofcrisis in veelvoud.’
Michelle van Vliet, hoogleraar waterkwaliteit en duurzame watersystemen aan Universiteit Utrecht, kan zich eveneens vinden in de conclusies van het rapport en de noodzaak voor méér en dwingender maatregelen. Ze wijst daarnaast op de invloed van klimaatverandering. Zo leidt droogte tot minder verdunning van verontreiniging, en extreme neerslag tot meer afvoer van verontreiniging naar beken en rivieren. ‘We zien nu al enorme uitdagingen om de waterkwaliteitsdoelen te halen, maar moeten ons realiseren dat de klimaatverandering de problemen nog eens extra vergroot.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant