Zelfs tot in onze hersenen dringen microplastics door. De hoeveelheden daarvan zijn steeds groter, blijkt uit Amerikaans onderzoek.
In ons brein bevinden zich mogelijk enkele grammen aan piepkleine plasticdeeltjes, concluderen Amerikaanse wetenschappers op basis van analyses op het hersenweefsel van tientallen overledenen.
De uitkomst vergroot de zorgen over mogelijke gezondheidsgevolgen van microplastics, ook omdat in het brein van demente overledenen opmerkelijk hoge concentraties werden aangetroffen. De betekenis daarvan is nog wel onduidelijk.
Voor het onderzoek van University of New Mexico werden de hersenen van in 2024 overleden personen vergeleken met die van overledenen uit 2016. De concentratie gevonden microplastics lag bij de recent gestorvenen grofweg anderhalf keer zo hoog als bij sterfgevallen van acht jaar eerder.
Microplastics zijn plasticdeeltjes kleiner dan een halve millimeter, veelal losgekomen uit kunststofproducten. Ze breken nauwelijks af en verspreiden zich gemakkelijk dankzij hun geringe formaat. Inmiddels zijn microplastics overal op aarde te vinden, van de poolkappen tot diep in de oceaan. Ook in lichaamsweefsel en zelfs de hersenen dringen ze dus door. Het almaar toenemende plasticgebruik lijkt gelijk op te gaan met de concentratie microplastics in organen, constateren de onderzoekers in vakblad Nature Medicine.
De studie onderscheidt zich door ook de allerkleinste plasticdeeltjes te monsteren, slechts miljoenste millimeters groot. Zulke nanoplastics zijn niet waarneembaar onder de microscoop, maar wel detecteerbaar met een nieuwe meetmethode, die het chemisch profiel van verbrande deeltjes in kaart brengt. De onderzoekers detecteerden per gram hersenweefsel zo’n 5 duizend microgram aan plastics.
Een volledig mensenbrein bevat daarmee in potentie enkele grammen aan plasticdeeltjes of ‘het equivalent van een plastic lepel’, zoals onderzoeker Matthew J. Campen het per mail uitdrukt. Wel waarschuwt hij dat de gevonden waarden nog zeer onzeker zijn.
‘Ik schrik van de stevige concentraties die zijn gevonden. Dat is hoger dan waarvan we tot nog toe uitgingen’, vertelt neurotoxicoloog Remco Westerink van de Universiteit Utrecht, niet betrokken bij de studie. ‘Dat plastics zich specifiek in het brein lijken op te hopen, maakt het voor mij extra zorgelijk.’
In het brein van de overledenen troffen de onderzoekers ruim tienmaal hogere concentraties aan dan in de lever en nieren. Hersenweefsel is vettig, waardoor plastic flintertjes kennelijk makkelijker blijven steken.
De risico’s van zulke ophopende microplastics staan nog ter discussie. ‘De deeltjes zijn zeker reden tot zorg, want ze horen niet thuis in het brein, maar over de relatie tussen microplastics en de gezondheid weten we nog te weinig,’ zegt Westerink.
Juist doordat aan microplastics niet valt te ontkomen, laat hun mogelijke gezondheidsinvloed zich lastig onderzoeken: een goede controlegroep die helemaal geen contact heeft gehad met microplastics ontbreekt. Bovendien gaan onder de noemer microplastics zeer verschillende kunststoffen in allerlei maten en vormen schuil. Vooral rond nanoplastics bestaan wel groeiende zorgen, zo lijkt het immuunsysteem er soms op te reageren.
De huidige studie suggereert een mogelijke link met geheugenproblemen. De hersenen van twaalf overledenen met dementie bevatten vele malen meer microplastics dan gezonde breinen, al benadrukken de onderzoekers dat ze geen oorzakelijk verband aantonen.
Westerink wijst erop dat juist dementie de hogere concentratie microplastics mogelijk verklaart. ‘Bij dementie zie je een achteruitgang van de bloed-hersenbarrière, waardoor externe stoffen makkelijker binnendringen. De gevonden verschillen zijn mogelijk dus het gevolg van dementie in plaats van de aanleiding. Maar dat vraagt zeker om extra onderzoek.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant