Home

‘De rouwstoet liep door een erehaag van honderden saluerende collega’s’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Hoofdinspecteur Johan Bodrij (67) organiseerde de uitvaart van twee collega’s en besefte: dit moet op papier.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Op 24 juni 2005 werd ik ’s ochtends vroeg gebeld door de directeur van ons toenmalige korps Haaglanden: ‘Vannacht is een collega dodelijk verongelukt. Zou jij zijn uitvaart willen regelen?’

‘Het ging om politiehondgeleider Henk de Jong.Tijdens een spoedrit met zwaailicht en sirene was Henks collega de macht over het stuur verloren. Hun dienstauto slipte en klapte tegen een mast met stroomkabels van de tram. Henk was op slag dood.

Speciaal eerbetoon

‘De directeur belde mij omdat mijn nevenfunctie politieonderhandelaar was. Onderhandelaars staan bekend als empathisch en emotioneel stabiel en ze kunnen goed omgaan met crisissituaties. Dus ik reed naar Henks familie in Katwijk aan Zee, stelde mezelf voor en vroeg of we vanuit de politie een speciaal eerbetoon konden brengen op de uitvaart. Nu heet dat korpseer, maar destijds bestond die naam nog niet. Voorschriften voor zo’n uitvaart hadden we ook nog niet.

‘Ik stelde allerlei vragen: wordt het een begrafenis of crematie? Komt er een kerkdienst? Waar en wanneer is de uitvaart? We bespraken de mogelijkheid van collega’s die de kist zouden dragen, een erehaag van geüniformeerden en begeleiding van motoragenten. Henks familie stelde het allemaal op prijs.

‘‘Ga maar regelen’, zei onze directeur toen ik terugkwam hier op het hoofdbureau. ‘En zoek wat collega’s met wie je dat kunt doen.’ Op ons intranet verscheen het bericht dat ik vanaf dat moment de contactpersoon was tussen de politie en de nabestaanden.

Alle vlaggen halfstok

‘De drie dagen voor de uitvaart waren erg druk. Ik praatte Henks collega’s van de afdeling Levende Have steeds bij, bezocht de Ichtuskerk in Katwijk waar ik overlegde met de koster en de dominee, ontmoette de uitvaarbegeleider voor wie ik een heel draaiboek schreef en ging in overleg met de politiechef in Katwijk, die al het verkeer moest regelen. Want als een collega door het politiewerk overlijdt, komen altijd collega’s uit het hele land naar de begrafenis. Iedereen denkt: shit, dat had mij ook kunnen overkomen. Dan zijn we echt één blauwe familie.

‘Henks uitvaart was heel mooi. De kerk zat stampvol en wie er niet in paste, stond buiten in de erehaag. Ik had zitplaatsen gereserveerd voor Henks ploegchef en de toenmalige korpschef, zodat zij makkelijk naar het spreekgestoelte konden lopen voor hun toespraak. En ik regelde een plek voor mezelf vanwaar ik goed overzicht had, als regelneef.

Aangrijpend gezicht

‘Na de dienst liep ik naar voren en zei: ‘In het kader van de erehaag verzoek ik alle geüniformeerde collega’s als eersten de kerk te verlaten.’ Ik liep voorop naar buiten, waar commandant Petra het bevel voerde over alle dienders. Daarna kwamen de overige gasten naar buiten.

‘Je moet je voorstellen: dragers zetten buiten de kist in de rouwauto, daarachter liep Henks 15-jarige dochter met Henks politiehond, een aangrijpend gezicht. De rouwstoet liep, begeleid door motoragenten, naar het kerkhof door een erehaag van honderden saluerende collega’s. Alle vlaggen in Katwijk en de regio Haaglanden hingen halfstok en op de mobilofoon werd door collega’s in onze regio een minuut stilte in acht genomen. Bijzonder indrukwekkend.

Iedereen gelijk

‘Een halfjaar later werd ik weer gevraagd om de uitvaart van een collega te organiseren. Bij deze begrafenis wilden ook politieruiters met hun paarden aanwezig zijn. Toen besefte ik: er moet iets op papier komen, een soort draaiboek, want we hadden daar nog geen regels voor. Uitvaarten met korpseer werden steeds ad hoc georganiseerd, en voor de hogeren in rang werd meer uit de kast getrokken dan voor gewone agenten die overleden. Ik vond dat niet goed: voor vormen van korpseer moet het niet uitmaken wat voor rang of functie je hebt. Daarnaast is het ook goed dat anderen zo’n uitvaart kunnen regelen als ik bijvoorbeeld op vakantie ben.

‘Vervolgens schreef ik een protocol voor uitvaarten met korpseer. Daarin is iedereen gelijk. Er wordt alleen onderscheid gemaakt tussen collega’s die overlijden door hun werk en collega’s die niet als direct gevolg van ons werk zijn omgekomen. We bieden maatwerk, maar alles gaat uiteraard in overleg met de nabestaanden. Soms word ik gebeld door collega’s die weten dat ze gaan sterven en over hun uitvaart willen praten.

Korpskraaien

‘In Den Haag ontstond een club van zes die zoiets kunnen organiseren. We worden ook wel de korpskraaien genoemd, ik zie dat als een geuzennaam. Maar het is ook weleens voorgekomen dat ik met iemand zat te overleggen toen een collega binnenkwam met terminale blaaskanker. Hij zag mij, schrok en maakte meteen rechtsomkeert – ik was te confronterend voor hem. Op zijn sterfbed bood hij daar excuses voor aan. ‘Niet nodig’, zei ik, ‘ik begrijp het volledig.’

‘Mijn eigen uitvaart hoef ik niet te regelen: korpseer geldt alleen voor medewerkers die bij de politie op de loonlijst staan. Ik heb toevallig net met mezelf afgesproken dat ik 94 jaar word, dus een erehaag zit er voor mij niet meer in.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next