Nadat Wout van Aert bekend had gemaakt dat hij meedoet aan het WK veldrijden in Liévin, schoot de ticketverkoop omhoog. Fans hopen nu op een duel met topfavoriet Mathieu van der Poel. Gaat dat er komen?
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Van der Poel was verbaasd toen hij hoorde van de WK-deelname van Van Aert. De Belg staat bekend als een man met een plan. Of toch in elk geval als een man met een planning waar hij zelden van afwijkt. ‘Ik schrik er een beetje van’, zei Van der Poel zondagmiddag bij Sporza, net nadat hij de wereldbekerwedstrijd in Hoogerheide had gewonnen. ‘Het zal wel weer een strijd worden.’
Eigenlijk zou Wout van Aert niet meer crossen. In het licht van zijn ambities op de weg – eindelijk winnen in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix – paste het WK veldrijden niet. Nog voor de start van de wereldbekerwedstrijd in Maasmechelen herhaalde hij tegenover de televisiecamera’s van Sporza dat dit zijn laatste veldrit zou zijn. Maar de goede verstaander hoorde in het terloops uitgesproken ‘in principe’ dat er een kans op een reprise was.
Al een tijdje had Van Aert contact met de Belgische bondscoach Angelo De Clercq, die de drievoudig wereldkampioen in het veld maar wat graag aan zijn negenkoppige selectie wilde toevoegen. Uiteindelijk, na de race in Maasmechelen, besloot Van Aert hem van dienst te zijn.
‘Ik verheug me erop om aan zo’n prachtige wedstrijd deel te nemen, en ik denk dat deze extra prikkel me goed gaat doen in de aanloop naar mijn grotere doelen op de weg. Natuurlijk is de voorbereiding heel anders geweest, maar ik ga natuurlijk mijn best doen’, liet Van Aert in een verklaring van zijn ploeg weten.
Van Aert dekte zich in, maar de Vlaamse fans en media laten zich door zulke bescheidenheid niet van de wijs brengen. De verwachtingen werden onmiddellijk opgestuwd en overal echode de zin ‘dit is een ronde voor Van Aert’. Parcoursbouwer Michael Lemardelé zei het, en bondscoach De Clercq. En ook oud-wereldkampioen Niels Albert, in zijn column in Het Laatste Nieuws.
Het circuit van 2,5 kilometer in de buurt van Lens is modderig, zompig en relatief veel rechtdoor. Dan komt het niet zozeer aan op een vloeiende techniek, maar op kracht en het vermogen je inspanning in te delen. Grof gezegd: iets meer tijdrijden en iets minder klassiek veldrijden. Van Aert haalde bij de Spelen in Parijs nog brons op de tijdritfiets, en haalde tweemaal het WK-podium in die discipline.
Van der Poel heeft een ander profiel. Hij is de ware acrobaat op twee wielen. Niemand kan zo gecontroleerd driftend door gladde bochten glijden als hij. En op de achteloze manier waarop hij over balkjes kan springen, staat geen maat. Maar Lemardelé heeft geen balken in het parcours opgenomen. Het is zonder al zwaar genoeg.
En dan zijn er nog de scherpe stenen die in de modder verborgen liggen, waarover Sporza met enthousiasme berichtte. Want was dat in 2017 niet ook zo geweest op de WK in Luxemburg? Toen reed Van der Poel vier keer lek, terwijl Van Aert op opvallend groen gekleurde tubes slechts een lekke band had en wereldkampioen werd.
Onder de Van Aert-koorts bleef Van der Poel koel, maar hield tegelijkertijd de Vlaamse hoop levend. ‘Natuurlijk kan ik nog verliezen’, zei hij bij Sporza. ‘Een kampioenschap is altijd iets aparts.’
Natuurlijk wordt het geen duel. Kijk maar eens even terug naar de voorbije weken. Op Van der Poel staat geen maat. Hij reed sinds 22 december zes keer een cross; hij won ze allemaal. De wereldbekermanches in Zonhoven, Gaveren, Besançon, Maasmechelen en Hoogerheide, maar ook de Zilvermeercross in Mol en de Azencross in Loenhout.
Twee keer troffen Van Aert en Van der Poel elkaar. In Loenhout eindigde de Belg als vierde, op een achterstand van 36 seconden. Dat was nog in het oude jaar. In Maasmechelen, afgelopen zaterdag, was Van Aert in de uitslag opgeschoven. Daar werd hij tweede achter Van der Poel. Maar het gat was verdubbeld tot 1 minuut en 14 seconden.
Tijdens die race had de regerend wereldkampioen nog altijd last van de ribblessure die hij in Loenhout had opgelopen. Daar kwam hij ongelukkig in botsing met een paaltje, met een barst in zijn rib tot gevolg. Twee dagen later zegevierde hij desondanks nog in Besançon, maar door de inspanning daar werd de barst een echte breuk. Daarna zag Van der Poel genoodzaakt een aantal veldritten af te zeggen.
Nog altijd is hij niet pijnvrij, maar desalniettemin benaderde hij bij zijn rentree van vorig weekeinde naar eigen zeggen wel de ‘beste versie van zichzelf’.
Van der Poel heeft de meeste schik in een technisch uitdagend parcours. Waar voor alle andere veldrijders de fiets een gereedschap is, lijkt het bij hem eerder een ledemaat, een verlengde van zijn lijf. Maar ook in Liévin is er nog genoeg voor Van der Poel om zijn superieure behendigheid te benutten.
Het parcours is getrokken over een ‘mijnterril’, zoals de Vlaamse kranten het noemen. Een overgroeide steenberg, opgeworpen van het afval van de mijnbouw die vroeger in het gebied plaatsvond. Hier heeft parcoursbouwer Lemardelé drie keer voor een ‘schuine kant’ gezorgd.
Een technisch grotere uitdaging dan over de schuine zijde van een talud glibberen bestaat er nauwelijks in de cross. Het is een koorddans. Wie te veel tegen de heuvel aan stuurt verliest snelheid en balans, wie te veel naar beneden stuurt wint onherroepelijk aan snelheid maar eindigt in het afzetlint. Dit zijn de passages waar de renners met één voet uit het pedaal de weg van de minste weerstand zoeken en waar Van der Poel op zijn intuïtie kan vertrouwen.
Nee, werkelijke schrik heeft Van der Poel niet voor Van Aert. Ja, hij zei het misschien in Hoogerheide toen hij hoorde dat de Belg toch naar de WK zou komen. Maar hij meende dat niet werkelijk, want nog in dezelfde zin degradeerde hij de Belg al. ‘Er verandert voor mij niet écht iets. Wout wordt gewoon mijn grootste uitdager.’
Oud-wereldkampioen Bart Wellens was in het AD duidelijk over de positie van Van der Poel. ‘Daar valt niets tegen te beginnen’, zei hij. Het enige wat tussen Van der Poel en zijn zevende wereldtitel in het veld – een evenaring van het record van Erik De Vlaeminck – in kan staan, is vals spel of pech. ‘Hij is overal een paar procenten beter.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant