In het gebied rond het ouderlijk huis van fotograaf Henk Wildschut in Harderwijk, in zijn jeugd een vredige oase, woedt nu een cultuurstrijd tussen boeren en natuurbeheerders. Wildschut wist die strijd in beeld te brengen.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
‘Aan het einde van de zomer was het huis leeg’, schrijft fotograaf Henk Wildschut (57) in zijn nieuwe fotoboek Territorium over de laatste jaren van zijn ouders die hij en zijn broer en zus zojuist hadden doorgemaakt. ‘Het werd verkocht aan mensen die een nieuw hoofdstuk in hun leven begonnen op de plek waar een hoofdstuk uit mijn leven definitief ten einde was gekomen.’
Tot zover niets bijzonders aan een – op zichzelf indringende – levensfase die veel vijftigers en zestigers bekend zal voorkomen: de ontruiming van een ouderlijk huis. Dat het huis van de familie Wildschut in Harderwijk staat, maakt het bijzonder: daar, op die strook tussen de bossen van de Veluwe en de strandjes van het Veluwemeer, heeft zich in ongeveer een halve eeuw een revolutie voltrokken waarvan hij nu pas de volle omvang ziet.
Iedereen kan het zien, aan de kleinste details waar je als buitenstaander zomaar aan voorbij zou lopen. Waar bijvoorbeeld in de jeugd van Wildschut vrijheid nog blijheid was, worden hier nu bomen weggekapt en opgeruimd, terwijl niet veel verderop omgewaaide exemplaren in de bossen liggen te rotten bij wijze van natuurbeheer.
En zo veranderde er wel meer: in de vredige oase van zijn jeugdjaren woedt een felle, soms onderhuidse strijd. Er was ‘een gevecht tussen agrarisch ondernemerschap, natuurbeheer en klimaatwetgeving in alle hevigheid losgebarsten’, schrijft Wildschut.
Dat zag de fotograaf in die lange periode van zorg om en voor zijn ouders, toen hij geregeld weer verbleef in Harderwijk, dat hij in zijn tienerjaren had verlaten om te gaan studeren in de grote stad.
Natuurlijk greep de fotograaf daar naar zijn camera. Aanvankelijk fotografeerde hij pagina’s uit de vele fotoalbums die zijn vader vroeger had gemaakt. ‘Het fotograferen geeft me houvast’, schrijft hij in zijn fotoboek. ‘Dingen die ik moest loslaten, kon ik zo toch bewaren.’
Oog in oog met jeugdherinneringen en verstreken tijd, stapte hij geregeld op de fiets, door het landschap van zijn verleden. ‘Over de hei en dwars door het bos, met het late zonlicht door de bladeren, de geur van hars die door de zomerzon uit de dennen lekte, het zachte tapijt van zand en bruine naalden waar ik overheen reed – het bracht me terug naar mezelf’, aldus Wildschut.
De tochtjes brachten hem ook naar iets anders: een nieuwe werkelijkheid, die zich ergens tijdens zijn lange afwezigheid heeft voltrokken. De realiteit van het boerenbestaan, dat zich steeds moest aanpassen aan nieuwe tijden en wetten.
Het verhaal in een notendop: daar, waar ooit het zoute water van de Zuiderzee over het zand spoelde, leefden oorspronkelijk keuterboertjes en vissers. De Afsluitdijk maakte de vissers vrijwel brodeloos, ter compensatie kregen zij ieder een stuk zandgrond toegewezen dat ongeschikt was voor landbouw. ‘Op het zand groeit niks, daar kun je alleen maar dieren houden’, hoorde Wildschut in zijn jeugd al om zich heen.
En zo gingen de vissers er eenden houden. Die tak groeide uit tot een van de grootste in Europa, maar door veranderende economie, milieuregels en oplaaiende vogelziekten loonde die branche niet meer. Sommige eendenhouders stapten over op kalveren, naar succesvol voorbeeld van boeren meer landinwaarts. Een ideale voedingsbodem voor schaalvergroting en een daarop volgende stikstofcrisis.
Waardoor de gemeenschap met weer een grote verandering bezig is: mede door de stikstofcrisis stoppen kalverhouders met hun bedrijf. In omringende dorpen als Speuld en Hierden zijn in de afgelopen twee jaar bijna alle kalverbedrijven verdwenen. Het is een van de hedendaagse verschijnselen die Wildschut in zijn fotoboek nauwgezet vastlegde.
In het verpleeghuis van een van zijn ouders hoorde Wildschut het verhaal van een verzorgster over háár ouders: die hadden een kalverhouderij in Uddel, grenzend aan een Natura 2000-gebied. ‘Ze vreesden voor de toekomst van hun bedrijf. Ik dacht aan alle veranderingen die het gebied noodzakelijkerwijs zou moeten ondergaan en besefte dat het landschap waar ik als Randstedeling zo graag doorheen fietste, was veranderd in een politieke arena’, zo schrijft de fotograaf in zijn boek, dat een combinatie is van zijn fotografie met interviewteksten.
Dat besef rees des te meer tijdens praatjes met wandelaars, schaapsherders en boeren. En zo belandde Wildschut in het epicentrum van botsende belangen. Al snel rijpte het idee voor een project, dat (met financiële steun van het Art Lab van de Rabobank) uitmondde in een boek en een expositie in Depot Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Zijn camera en zijn afkomst vormden het paspoort voor toegang tot de wereld van alle partijen. Zij spraken makkelijker en vrijer met hem, Randstedeling en provinciaal tegelijk: de boeren die worden uitgekocht, de wetenschappers die onderzoek doen naar de effecten van stikstof op het klimaat, de recreanten, de natuurliefhebbers en de schapenhouders die bang zijn voor de wolf.
‘Ik was nieuwsgierig naar de verschillende manieren waarop die mensen deze veranderingen tegemoet treden’, schrijft Wildschut in zijn boek. ‘Hoe ze allemaal vanuit hun eigen leefwereld en geworteldheid omgaan met aanpassing, met verlies, met elkaar. Hoe hun botsende stemmen weerklinken in het landschap aan de vooravond van een ingrijpende transformatie.’
Het resultaat is dus Territorium, niet voor niets een term waar het gevecht al in ligt besloten, een project in beeld én woord. Met een caleidoscopisch karakter, vol schuivende beelden en perspectieven.
De kalverhouder: ‘Ik beschouw veganisme als een welvaartsziekte. Want wacht maar tot er een oorlog komt. Als er nu iets misgaat, als Rusland of China gekke dingen gaan doen of ze donderen ergens een bom neer, dan hebben we hooguit voor tien dagen te vreten. Nou, na tien dagen weet ik wel wat ze komen doen: dan komen ze bij mij de koeien uit de stal jatten. Echt hoor, ik ben er helemaal klaar mee.’
En: ‘Het gaat eigenlijk maar om één ding: de koeienboer. Die heeft tweederde van Nederland in handen, die grond willen ze hebben. Echt waar, dat is honderd procent waar het om gaat: onze grond. Dat hele kutklimaat – ik zeg het gewoon: ik schijt erop.’
De wandelaar: ‘Ik knuffel bomen. Serieus, als je je ogen sluit en je houdt een boom vast, dan gebeurt er iets, iets heel bijzonders. En wanneer de wind waait en je hoort de bladeren ruisen, dan wordt er echt met je gesproken. Maar mensen luisteren niet, dat vind ik jammer.’
De motorcrosser: ‘Dat er mensen zijn die het vervelend vinden dat we hier in het bos crossen, snap ik niet zo goed. We zitten hier al zestig jaar en er lopen nog steeds herten, zwijnen en zelfs wolven rond. Er wordt ook maar twee keer in de week gecrost en na vijf uur ’s middags moet het stil zijn. Ik zie het probleem niet zo.’
De predikant: ‘Denken dat al onze problemen kunnen worden opgelost met behulp van technologie – dat is gewoon niet zo. Het biodiversiteitsprobleem is echt alleen op te lossen door extensivering. Minder dieren houden. Daar ben ik van overtuigd.’
Zo slalomde Wildschut tussen de piketpaaltjes van de bosecoloog, de schaapsherder, de kalverhouder, de oefenende soldaat, de recreanten, en anderen. Hij is er zonder kleerscheuren van afgekomen. ‘De gedeelde geschiedenis gaf me een enorme voorsprong in de toch wel gesloten wereld van boeren’, verklaart hij zelf. Al kostte het ook hem nog enige overredingskracht om hen te spreken. ‘Ze zagen de bui al hangen.’
Zijn geheime wapen: ‘Ik heb me opgesteld als luisterend oor, naar alle kanten. In mijn boek kies ik geen partij.’
Bewust heeft hij alle interviews anoniem gehouden. Portretfoto’s komen ook niet in zijn boek voor. ‘Zo voelden mensen zich vrijer om te spreken’, verklaart hij zelf. Natuurlijk: opvattingen over de ontwikkelingen heeft hij heus, maar interesse en nieuwsgierigheid wonnen het van de eigen opinie.
Geen partij dus, wel wil Wildschut tendensen laten zien, ontwikkelingen in het landschap en z’n bewoners en bezoekers. Die verstrikt zijn geraakt in een debat dat – zoals zoveel debatten – zó gepolariseerd is geraakt, dat niemand meer naar elkaar luistert. In zijn boek kon hij die stemmen naast elkaar zetten, zonder dat ze ruw onderbroken werden door de ander. Samen spreken wilden de meeste betrokkenen zelf ook niet, zegt Wildschut: ‘Dat had volgens hen toch geen zin.’
Nee, Wildschut heeft niet de illusie dat zijn boek de felle strijd zal beëindigen. ‘Maar mijn doel is wel dat je een kijk krijgt op wat zich afspeelt in die wereld en hoeveel belangen en partijen door elkaar lopen in zo’n gebied.’
Misschien dat daar toch iets van begrip voor elkaar uit kan ontstaan, dan zijn de tweeënhalf jaar die hij in het project investeerde niet voor niets geweest. Een persoonlijke beloning heeft hij al: ‘Tijdens een trekkertrek zat ik in een snackbar van het dorp. Daar zaten al die lokale gasten te zuipen toen ik daar binnen kwam als die ‘linkse gast uit Amsterdam’. Toch zat ik even later aan tafel met mensen met wie ik normaal nooit praat, en zij ook nooit met mensen als ik. Dat vond ik zo tof, daar geniet ik intens van.’
De tentoonstelling ‘Territorium’ is van 1 februari t/m 14 september 2025 van donderdag tot en met zaterdag te zien in de Rabozaal in het Depot Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Het gelijknamige boek is te koop voor € 39 in de boekhandel en via www.territorium.shop.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant