Home

Op bezoek bij Jordan Stolz, de beste schaatster ter wereld

Dit weekend wordt de vierde wereldbekerwedstrijd van het seizoen verreden in Milwaukee, niet ver van het ouderlijk huis van Jordan Stolz. De Volkskrant ging langs op de plek waar het voor de beste schaatser van de wereld allemaal begon.

schrijft voor de Volkskrant vanuit New York over Amerikaanse sporten.

Jordan Stolz (20) neemt een kort aanloopje en glijdt op zijn gympen het ijs op. Het is enkele dagen voor de langverwachte wereldbekerwedstrijd op zijn thuisbaan in Milwaukee, maar angst voor een uitglijder lijkt hij niet te hebben. De bevroren vijver bij zijn ouderlijk huis in Kewaskum, daar waar het allemaal begon, kent voor hem geen verrassingen.

Zijn ouders kijken toe hoe hij op het ijs wordt gefotografeerd. De felle winterzon schijnt in zijn ogen. Om voor eigen publiek goed voor de dag te komen, is Stolz nog even naar de kapper geweest. De lange plukken over zijn oren waarmee hij een week eerder in Calgary zijn reeks opeenvolgende wereldbekerzeges naar vijftien tilde, zijn verdwenen.

Tussen de maïsvelden

Stolz, de beste schaatser ter wereld, pas 20 jaar oud, woont bij zijn ouders op een groot landgoed op het platteland van de staat Wisconsin; hun huis staat tussen de maïsvelden, op een kleine drie kwartier rijden van de schaatshal in Milwaukee waar hij traint. Dit weekend wordt de vierde wereldbekerwedstrijd van het seizoen er verreden.

De serene stilte rond het huis wordt zo nu en dan doorbroken door dierengeluiden – een groep zwanen in een groot wak aan de rand van de bevroren vijver heeft het hoogste woord. Jordans oudere zus Hannah verzorgt de vogels in een grote volière; elders op het omheinde terrein houden enkele herten zich verscholen in de bossen.

Voor het raam van de slaapkamer van Stolz hangen drie medailles. Op de vensterbank staan nog eens twee grote bekers. Het zijn de eerste prijzen die hij won als schaatser. Zijn moeder Jane beheert zijn eremetaal, waar hij zelf minder waarde aan hecht. Het is inmiddels een dagtaak.

Op het fenomeen uit Wisconsin staat de laatste jaren geen maat. Stolz is zesvoudig wereldkampioen, won vorig jaar het WK allround en rijgt de wereldbekers aaneen. Op de 500, 1.000 en 1.500 meter is hij nagenoeg onverslaanbaar. (De 1000 meter in Milwaukee wordt vrijdagnacht gereden.)

De vijver bij zijn huis heeft de grootte van een flink voetbalveld. Stolz zette er zijn eerste stapjes als schaatser. Op ijshockeyschaatsen, samen met zijn zus. Hij was 5 jaar oud.

Als hij over het ijs loopt, komen de herinneringen boven. ‘In het begin vond ik het moeilijk’, zegt Stolz. ‘Ik kon alleen maar rechtdoor schaatsen.’ Pas een paar jaar later, toen hij overstapte naar de vlakke, langwerpige ijzers van het langebaanschaatsen, kon hij makkelijker bochten maken. ‘We bleven maar pootje-over gaan.’

Voor hij de vijver op ging, boorden zijn ouders steevast een gat in het ijs om zeker te weten dat het stevig genoeg was. Zijn moeder was er niet altijd gerust op. Voor de zekerheid liet ze de kleine Jordan en Hannah vaak reddingsvesten dragen.

Sprinten naar de sneeuwpop

Al op jonge leeftijd werd Stolz gedreven door de competitie met zijn zus. Samen maakten ze een sneeuwpop op het ijs, waar ze vervolgens van een afstand en in een rechte lijn naartoe sprintten. Wie de pop het eerst had bereikt, mocht hem omver beuken.

Ook Hannah Stolz schaatste enkele jaren op een respectabel niveau, maar wint nu prijzen met het opzetten van wilde dieren. In de kelder van het huis heeft ze een werkplaats. De rivaliteit met haar jongere broer zit er nog steeds in, zegt moeder Jane. ‘Soms plagen ze elkaar met de grootte van hun medailles of bekers.’

Vrijblijvendheid heeft er bij Stolz naar eigen zeggen nooit ingezeten. Als kind vertelde hij tegen een van zijn eerste trainers in de schaatshal van Milwaukee, het Pettit National Ice Center, dat hij later de Olympische Spelen wilde halen.

‘Ik wist nog niet of ik goed genoeg was’, zegt Stolz, ‘maar ik was vastberaden. Ik trainde toen al zo hard als ik kon. Toen ik beter begon te worden, wist ik dat ik kans maakte.’

In de stadions waar hij tegenwoordig in actie komt, is zijn moeder makkelijk uit het publiek te pikken. Het is de vrouw die hele races, hoog op de tribune, staat te filmen. In Calgary moest Stolz haar vertellen dat het niet meer nodig was. De wedstrijden werden uitgezonden op televisie.

Het is een gewoonte die begon bij de vijver. Jane Stolz, een mondhygiëniste, legde vast hoe haar zoon in de achtertuin over het ijs raasde. De beelden werden later door televisiezender NBC gebruikt voor een spotje voor de Olympische Spelen.

In 2022 was de toen 17-jarige Stolz er al bij in Beijing. Hij werd 13de op de 500 meter en 14de op de kilometer. Een relatieve teleurstelling die hij volgend jaar in Milaan wil wegspoelen.

Op zijn buik

Als kind was hij niet van het ijs te krijgen, herinnert zijn moeder. Ze laat een foto zien waarop de kleine Stolz op zijn buik ligt, de lippen tegen het ijs. Ze nam de foto in het Pettit National Ice Center. ‘Als mensen dit beeld zien, denken ze meestal dat hij net gevallen is. Maar hij kust hier het ijs gedag’, wijst ze naar de foto. ‘Dat deed hij altijd aan het einde van de winter, voordat de hal ging sluiten.’

Om ervoor te zorgen dat zijn kinderen ook in de avond konden schaatsen, hing vader Dirk, een geboren Duitser die op zijn 9de naar de VS kwam, lampen op rondom de vijver. Het was deels uit eigenbelang. Als lokale sheriff draaide hij vaak nachtdiensten. Als hij zijn kinderen tot ’s avonds laat op het ijs liet uitrazen, sliepen ze een dag later vaak tot het middaguur.

In zijn jongere jaren was Dirk Stolz een getalenteerde sprinter in de atletiekclub van zijn middelbare school. Toen hij op een dag te laat was voor een les, sprintte hij als een bezetene naar de ingang van de school. Hij hoopte dat niemand het had gezien, maar hij werd betrapt door de gymleraar. De man gaf hem twee opties: of hij kon mee naar het schoolhoofd, of hij sloot zich aan bij de atletiekgroep. De keuze was snel gemaakt.

In de genen

Of het sprinten hem in de genen zit, weet Jordan Stolz niet. Zijn ouders hebben nooit geschaatst. Wel heeft hij altijd van snelheid gehouden. In zijn jeugd reed hij kortstondig wedstrijden op de crossmotor. Ook klimt hij graag op zijn racefiets.

Op de schaats kan hij nog steeds genieten van de vaart waarmee hij door de bochten suist. ‘Het is alsof je in een sportwagen zit, maar in plaats daarvan is het je lichaam waarmee je de snelheid genereert. Zeker als je een record rijdt, is dat een lekker gevoel.’ Stolz heeft momenteel het wereldrecord op de 1.000 meter op zijn naam staan: 1.05,37.

Zijn interesse in schaatsen werd gewekt tijdens de Winterspelen van 2010 in Vancouver. Zijn ouders keken alles en probeerden hun kinderen erbij te betrekken. Een eerste poging om ze te enthousiasmeren mislukte. Toen het kunstrijden in beeld kwam, verlieten broer en zus direct de woonkamer. Maar toen de shorttrackers aan de beurt waren, was het raak.

Stolz zag zijn landgenoot Apolo Ohno gestroomlijnd over de baan glijden, zijn linkerhand aan het ijs. ‘Ik vond het mooi om te zien hoe ze door de bocht sneden’, zegt Stolz. ‘Voor mij was het toen nog moeilijk voor te stellen hoe ze dat op zulke kleine ijzers voor elkaar kregen.’

Stolz begon als shorttracker, maar stapte vrij snel over naar het langebaanschaatsen. ‘Ik werd wat groter en had moeite om anderen bij te benen.’ Bij een van zijn eerste landelijke jeugdtoernooien als langebaanschaatser won hij vijf afstanden in zijn leeftijdscategorie. ‘Toen ben ik definitief overgestapt.’

Onbekende in eigen land

Met succes bij de wereldbeker in Milwaukee hoopt Stolz wat meer aandacht voor zijn sport te trekken. In de VS is hij een onbekende, in tegenstelling tot Nederland, waar hij op straat wordt herkend. In Heerenveen, maar ook in Amsterdam.

In Amerika bevindt schaatsen zich in de periferie van het sportlandschap, onzichtbaar in de schaduw van basketbal, honkbal en American football. Toch merkt hij dat de belangstelling in aanloop naar de wereldbekerwedstrijd toeneemt. ‘In het vliegtuig vanuit Calgary hoorde ik er mensen over praten’, zegt Stolz. ‘Dat vond ik verrassend.’

Zijn successen werden deze week aangehaald in lokale media. Een krant uit Milwaukee vergeleek zijn snelheid met die van verschillende diersoorten. De conclusie: Stolz is sneller dan een huiskat, maar langzamer dan een racepaard.

In de traditionelere Amerikaanse sporten heeft hij zelf nooit interesse gehad. In zijn vrije tijd ging hij liever vissen. Zijn vader duwde hem voorzichtig in de richting van een individuele sport, omdat zijn zoon bij teamsporten in zijn ogen zou zijn overgeleverd aan vriendjespolitiek. Aan ouders die de opstelling maken en hun kinderen voortrekken.

Wars van borstklopperij

Stolz is een atypische Amerikaanse sporter, wars van de borstklopperij waar sommige van zijn landgenoten om bekendstaan. Hij is zelfbewust, maar ingetogen. Hij spreekt zacht en besluit zijn zinnen steevast met een glimlach. ‘Het is in deze sport erg moeilijk om goed te worden’, verklaart Stolz zijn houding. ‘Er kan van alles gebeuren en vaak ben je afhankelijk van geluk. Het is niet gepast om arrogant te zijn.’

Hij is de prooi, zijn Nederlandse concurrenten de jagers. Vooral de 21-jarige Jenning de Boo hijgt hem steeds harder in zijn nek. In Calgary moest Stolz een week geleden op zowel de 500 als 1.000 meter tot het uiterste gaan om hem van zich af te houden. Hij mag niet verslappen, weet hij. ‘De Boo komt dichterbij.’

Hij kan nog sterker worden, zegt Stolz. Wie naar zijn bovenbenen kijkt, zal niet geloven dat het mogelijk is. ‘Maar dat zit hem in kleine dingen, zoals herstel’, verklaart de 1,82 meter lange schaatser. ‘Daarin kan ik misschien nog wat dingen verbeteren.’

Hij kijkt alvast vooruit naar de komende zomer, een cruciale trainingsperiode met het oog op de Spelen van Milaan. ‘Daar kan ik het verschil maken.’ Alleen olympisch succes ontbreekt nog op zijn indrukwekkende palmares.

Afremmen

Zijn coach, de 74-jarige Bob Corby, moet hem soms afremmen. De gewichten waarmee hij zijn benen sterkt, kunnen hem niet zwaar genoeg zijn. ‘Maar je wordt geen betere schaatser als je 200 in plaats van 190 kilo kunt optillen’, zegt Corby in het Pettit National Ice Center, waar Stolz in de middag wat trainingsrondjes heeft gereden. ‘Je kunt je dan beter op andere dingen richten.’

Speciaal voor Stolz keerde Corby terug naar de ijsbaan, dertig jaar nadat hij met pensioen was gegaan. In de jaren tachtig coachte hij onder meer Bonnie Blair en Dan Jansen, gouden olympiërs namens de VS.

Tot zijn 14de werkte Stolz met Shani Davis, maar toen de tweevoudig olympisch kampioen naar China vertrok om daar te gaan coachen, klopte hij aan bij Corby. ‘Het waren niet zijn ouders die me belden’, zegt de Amerikaan, ‘maar hijzelf.’

Corby besloot met de getalenteerde jongen aan de slag te gaan. ‘Hij zei: ik doe alles wat je me vertelt.’ In de zomer onderwierp hij Stolz aan zware trainingen, zoals hij vroeger deed met Blair en Jansen. Fietsen en bergop rennen op de skipistes in de buurt. Sjouwen met zandzakken. Ouderwets maar doeltreffend.

Unieke schaatser

Vaak wordt Stolz vergeleken met Eric Heiden, de vijfvoudig olympisch kampioen van de Spelen van Lake Placid in 1980. Maar Corby ziet een unieke schaatser. Natuurlijk, hij heeft bakken vol talent, zegt hij, maar ‘hij onderscheidt zich met de manier waarop hij aanslaat op die zware trainingsprogramma’s in de zomer. Anderen worden daar een beetje beter van, maar hij gaat ontzettend hard vooruit. Dat maakt hem in mijn ogen speciaal.’

In de zomer, als hij het ijs in gedachten weer gedag heeft gekust, verruilt Stolz zijn schaatsen voor de racefiets. Dan raast hij over de kaarsrechte wegen tussen de akkers van Kewaskum. Wellicht maakt hij in de toekomst de overstap naar het wielrennen, zegt hij. Vroeger reed hij wat wedstrijden. Zo goed als op de schaats was hij niet, maar met wat training denkt hij een eind te kunnen komen. Het is toekomstmuziek. Eerst de Spelen van Milaan.

Volgens Corby zit er nog voldoende rek in zijn pupil. Voor zijn concurrenten moet het een angstaanjagende gedachte zijn. ‘Ja hoor, hij zal nog beter worden. Maar dat geldt ook voor De Boo.’ Corby kijkt uit naar een lange rivaliteit tussen de twee. Waar zijn plafond ligt, durft Stolz zelf nog niet te zeggen. ‘Ik hoop dat ik dat voorlopig niet zal ontdekken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next