Home

Een groeiend probleem, mede door malafide uitzendbureaus: arbeidsmigranten die dakloos raken, en erger

Het aantal daklozen neemt toe. In Amsterdam zijn veel van hen voormalige arbeidsmigranten van binnen de EU, die hierheen zijn gelokt door malafide uitzendbureaus en makkelijk aan de kant kunnen worden gezet. Hulp vinden ze bij De Regenboog Groep, maar het onderliggende probleem blijft enorm.

is economieredacteur. Ze is specialist arbeidsmarkt en sociale zekerheid.

Amsterdam Centraal is voor veel migranten het beginstation van grote dromen. Voor Pavel (39) is het de plek waar de zijne strandden. Zeven maanden geleden kwam hij hier aan vanuit Polen om te werken bij een distributiecentrum. Voor 400 euro zou het uitzendbureau zijn busticket, papieren en een woning regelen. Maar toen hij aankwam, stond niemand hem op te wachten. Het nummer dat hij moest bellen, gaf geen gehoor.

Je zou kunnen zeggen dat het daarna snel bergafwaarts ging. Toen hij die nacht noodgedwongen op straat doorbracht, werd hij beroofd van alles wat hij had. De drank en drugs lokten vervolgens als vanzelf. En nu zit hij hier, onder een donker talud bij datzelfde station. Het Yves Saint Laurent-tasje om zijn schouder versleten, zijn ogen troebel. Dankbaar ontvangt hij een bekertje koffie van maatschappelijk werker Magdalena Sawicki. ‘Dziękuję.’

Het verhaal van Pavel is niet uniek, weten Sawicki (58) en haar collega Agata Rybus (40). De van oorsprong Poolse hulpverleners werken voor het straatteam van De Regenboog Groep, de organisatie die zich in Amsterdam ontfermt over de groeiende groep dakloze EU-burgers. Hun werk is onderdeel van de proef waaraan de stad deelneemt: met vijf andere gemeenten wil ze de groep die geen toegang heeft tot opvang tóch hulp bieden.

Groeiend aantal daklozen

Dat is hard nodig, want na een jarenlange daling neemt het aantal daklozen in Nederland toe, werd deze week bekend. Vorig jaar telde het Centraal Bureau voor de Statistiek 33 duizend personen zonder verblijfplaats. Een groeiende groep wordt gevormd door EU-burgers. In 2015 vormden zij 5 procent van het aantal daklozen, vorig jaar was dat aandeel bijna verdubbeld. Waarschijnlijk is dit nog een onderschatting: dakloze EU-burgers staan vaak nergens geregistreerd.

In geen gemeente is die populatie zo groot als in Amsterdam. In de stad waar het gemiddelde koophuis 650 duizend euro kost en zich TikTokrijen vormen voor een frietje van 6 euro, leven naar schatting 2.400 EU-burgers op straat. Het is een fenomeen dat voor veel Amsterdammers onzichtbaar blijft. Omdat je het − in de woorden van een bekende stadsgenoot − vaak pas ziet als je het doorhebt.

Arbeidsmigratie

Als je, zoals Sawicki en Rybus, in het schemergebied tussen nacht en dag aan de achterzijde van het station loopt, bijvoorbeeld. Dan zie je de mannen met hun bezittingen in plastic shoppers van supermarkten waar hun landgenoten de vakken vullen. Dan ruik je de geur van de wiet die nodig is om aan de realiteit te ontsnappen. Dan hoor je het verhaal van orderpicker Grzegorz (32), die zijn baan verloor omdat zijn uitzendbaas een conflict kreeg met het bedrijf waaraan hij was uitgeleend.

Nu leeft de Pool fysiek op straat en geestelijk in een andere wereld. Op zijn slippers heeft hij vannacht twee grote blauwe vuilniszakken vol blikjes verzameld. ‘Vier uur werk, 57 euro’, mompelt hij. ‘Iedereen hier op straat heeft zijn eigen verhaal’, zegt straatwerker Rybus terwijl ze met haar racefiets aan de hand door het verkeer manoeuvreert. ‘Maar de gemene deler is dat vrijwel iedereen naar Nederland kwam voor werk en op straat eindigde toen dat misliep.’

Volgens Rybus is dat niet los te zien van de manier waarop Nederland omgaat met de 984 duizend arbeidsmigranten die onze distributiecentra, slachterijen en kassen bemensen − meer dan een verviervoudiging sinds de verdere uitbreiding van de EU in 2007. Veel van hen werken niet direct voor een werkgever, maar voor een van de 22 duizend uitzendbureaus, waar het merendeel een fase A-contract heeft: zij kunnen van de ene op de andere dag aan de kant worden gezet.

Verliezen arbeidsmigranten hun baan, dan ook vaak hun woning: hoewel dat wettelijk niet meer mag, is voor zeker een derde van de arbeidsmigranten het huurcontract gekoppeld aan het arbeidscontract.

Onderliggende kwetsbaarheid

En dan zijn er ook nog allerhande schijnconstructies die Rybus tegenkomt bij ‘haar jongens’ (‘Ik hou niet zo van dat cliënt-gedoe, ik zie hen als gelijken’): arbeidsmigranten die een nulurencontract krijgen en te weinig worden opgeroepen om de torenhoge huur te betalen. Arbeidsmigranten die hiernaartoe worden gehaald, zoals Pavel, maar overbodig blijken omdat het uitzendbureau te veel arbeidskrachten heeft ‘besteld’.

Begrijp de hulpverlener niet verkeerd: het is heus niet allemaal alleen maar de schuld van de uitzendbureaus en bedrijven. ‘Sommige migranten komen hier al naartoe met een onderliggende kwetsbaarheid, zoals psychische problemen of een verslaving.’ Of een fysieke beperking: dat geldt bijvoorbeeld voor de Poolse Caisa (40), die Rybus deze vrijdagochtend op haar vertrouwde plek in de winkelpassage van het Centraal Station treft.

De Poolse had de coördinator van haar uitzendbureau voor vertrek nog zo verwittigd dat ze in een rolstoel zit. ‘Hij zei dat het geen probleem was en ik bij een kippenslachterij zittend werk kon doen’, vertelt ze met een zachte stem. ‘Maar toen ik bij de huisvestingslocatie dicht bij Rotterdam aankwam, was daar een andere coördinator die zei: natuurlijk kunnen we jou niet aannemen.’ Nu ‘woont’ Caisa in haar rolstoel in die winkelpassage op Centraal.

Met hun ochtendronde proberen de goedgeluimde Rybus en Sawicki te voorkomen dat wie dakloos is geworden verder afglijdt. Want ze weten: vanaf de straat is het maar een kleine stap richting de afgrond. ‘Hoe langer je op straat bent, hoe moeilijker het is om eraf te komen’, zegt Rybus. ‘Je bouwt een verkeerd netwerk op, vlucht in de drank en drugs om warm te blijven en je wordt continu bestolen.’

Ga naar het inloophuis in Amsterdam-West, is daarom de boodschap die ze tegen iedereen herhalen. ‘Daar is het warm en zijn er mensen die jullie verder kunnen helpen.’

Inloophuis Amsterdam-West

‘Kijk, dit was drie jaar geleden.’ Op zijn telefoon laat de Estse Martin (31) een foto zien van de persoon die hij ooit moet zijn geweest. Een breedlachende peuter in zijn armen, een vrouw aan zijn zijde. Het was ver voordat zijn bakkebaarden gingen krullen, voordat zijn huid dag en nacht werd blootgesteld aan de Hollandse wind. Voordat hij in november naar Nederland kwam voor een baan in de bouw die toch niet doorging.

Nu is de in een Flink-jas gehulde dakloze vastbesloten om weer de man te worden die hij ooit was. En hij is niet de enige: het inloophuis van De Regenboog Groep in Amsterdam-West zit deze woensdagmiddag vol Midden- en Oost-Europeanen die proberen weer een beetje mens te worden. Om hen daarbij te helpen worden hier niet alleen gratis tosti’s, limonade en kleren verstrekt, maar levert men ook maatschappelijk werk.

Martin, die ‘tot zijn eigen verbazing geen junk is geworden’, weet precies wat hij nodig heeft: een burgerservicenummer. Dan kan hij een nieuwe baan gaan zoeken. Maatschappelijk werker Leonie opent de gemeentewebsite op haar computer: ‘In Amsterdam moet je maanden wachten’, zegt ze met een gepijnigde blik op haar monitor. ‘Maar in Utrecht gaat het veel sneller. Je zou zelfs vandaag nog terechtkunnen. Zal ik je inschrijven voor 18.00 uur?’

Met een afspraakbevestiging en een geprinte routebeschrijving naar het Utrechtse gemeentehuis verlaat Martin tien minuten later opgetogen Leonies kantoor. ‘Als dit lukt ben ik morgen al aan het werk’, verzekert hij. Voor sommige van haar cliënten zijn het inderdaad dit soort kleine zetjes die genoeg zijn om hen van straat te krijgen, weet Leonie. ‘Zij zijn zelfredzaam en willen niets liever dan aan de slag.’

Veelal uitgesloten

Maar soms zou de hulpverlener méér willen bieden, of eigenlijk één ding specifiek: een dak boven hun hoofd. ‘Het is soms frustrerend dat we mensen zoals hij geen plek kunnen bieden in de opvang, daarvoor zijn ze te goed. We moeten eerst wachten tot ze verder afglijden voordat het systeem ze wil helpen.’

Het is misschien wel het lastigste in de hulpverlening aan dakloze EU-burgers: zij zijn veelal uitgesloten van reguliere opvangvoorzieningen. Alleen als ze kunnen aantonen dat ze minimaal zes maanden in Nederland hebben gewerkt en ongewild hun baan kwijtraakten, hebben ze volgens EU-richtlijnen recht op dezelfde behandeling als Nederlandse daklozen. Voor deze groep zijn in Amsterdam vijftig plekken beschikbaar. De rest kan alleen onderdak krijgen bij verslaving of psychische problemen.

Terug naar huis

Toch is er veel dat de maatschappelijk werkers van De Regenboog wel kunnen doen: verslavingszorg of begeleiding bij het zoeken van werk of de juiste loketten, om maar wat te noemen. Zo krijgt Christian (35) deze woensdagmiddag een folder van mensenrechtenorganisatie FairWork in zijn handen gedrukt. De Roemeen raakte zijn baan als glazenwasser kwijt na een val van de ladder. Nu slaapt hij in een boot waarvan hij niet weet of het water dat erin staat ‘van boven of onder komt’.

Ondanks de gebroken voet wil hij van terugkeren niets weten. Want er mag dan veel op het werken in Nederland aan te merken zijn: ‘Er ís tenminste werk.’ En het betaalt maandelijks zo’n 1.000 euro meer dan in Roemenië. ‘Je moet niet vergeten: mensen gaan niet voor niets weg uit hun land’, zegt programmacoördinator Michael Sprokkereef dan ook. ‘Zij zullen dus ook niet zomaar terugkeren als het tegenzit.’

Daarbij speelt schaamte ook een rol: soms hebben hele families geld ingezameld om de reis naar Nederland te bekostigen. ‘Dan wil je niet met lege handen terugkeren’, aldus Sprokkereef. Toch zijn er ook dakloze EU-burgers die er wél voor kiezen om zich te laten ‘repatriëren’. Voor hen bekostigt De Regenboog Groep een ticket voor de Flixbus naar huis en regelt waar nodig een ‘warme overdracht’ met de instanties aldaar.

De resultaten van de Amsterdamse aanpak stemmen tot dusver hoopvol: driehonderd arbeidsmigranten gingen terug naar huis en minstens zoveel vonden werk met behulp van De Regenboog Groep. Al heeft het soms ook iets wrangs, vindt de programmacoördinator. ‘Want wij zitten hier eigenlijk met publiek geld de problemen op te lossen die bedrijven en uitzendbureaus hebben veroorzaakt.’

Onderliggend probleem

Daarin vindt hij een medestander in Rutger Groot Wassink, de Amsterdamse wethouder Sociale Zaken en Opvang. Voor de pilot Opvang dakloze EU-burgers ontving hij sinds 2023 samen met zijn collega’s in Eindhoven, Utrecht, Den Haag, Rotterdam en Venlo zo’n 7 miljoen euro van het Rijk. ‘Volstrekt onvoldoende’, aldus de wethouder. Helemaal omdat uit recent onderzoek is gebleken dat de helft van Amsterdamse EU-daklozen zou voldoen aan de voorwaarden voor een opvangplek en hier dus recht op heeft.

Met zijn collega’s stuurde Groot Wassink daarom dit najaar een brief naar het kabinet met het verzoek om structureel meer middelen vrij te maken. Maar ook om haast te maken met het aanpakken van de onderliggende oorzaak. ‘En dat is dat we een economie hebben waarin arbeidsmigranten in korte tijd worden opgebruikt en afgedankt’, aldus Groot Wassink. ‘Dat kunnen wij met geen hulpverlening oplossen, daarvoor is het vraagstuk te groot.’

Wat dat betreft had het kabinet vorige maand slecht nieuws voor de wethouders in petto: de wet die de uitzendbranche moet gaan reguleren en een einde moet maken aan malafide bureaus is voor de tweede keer uitgesteld. Het is nog onduidelijk wanneer deze er nu zal komen.

Op straat, bij het Centraal Station, is het de hoop die vooralsnog doet leven. De gestrande Pavel is na zeven maanden vastbesloten om weer op te krabbelen. Twee weken geleden kreeg hij met hulp van De Regenboog Groep zijn burgerservicenummer, zodat hij werk kan zoeken. ‘Ik begin vandaag nog’, verzekert hij. ‘Of morgen.’ Dan, met een dromerige blik: ‘I love this country.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next