Een jaar geleden bracht het rapport-Van Rijn misstanden rond sociale veiligheid bij de publieke omroep aan het licht. Mariëtte Hamer houdt sindsdien intensief contact met de omroepmedewerkers die zich hadden gemeld. Is er al iets veranderd op het Mediapark?
is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
In het eind 2024 verschenen Het mediameiden doeboek, samengesteld door televisieredacteuren Fanny van de Reijt en Tamar Bot, staat een cartoon van Volkskrant-tekenaar Jip van den Toorn. De cartoon bestaat uit twee panelen. Op het linkerpaneel (‘voor’) zegt een vrouw tegen een andere vrouw: ‘Ik kreeg vandaag weer de volle laag van een eindredacteur.’ Op het rechter- (‘na’) zegt ze precies hetzelfde. Het enige verschil is dat de twee vrouwen hier langs geel-zwarte vlaggen lopen met daarop: ‘Mediapact Respectvol Samenwerken.’
De ondertitel: ‘Gelukkig werd alles op alles gezet na het rapport-Van Rijn.’ In dat rapport, dat op 1 februari een jaar geleden verscheen en ging over sociale veiligheid bij de publieke omroep, zei driekwart van de respondenten dat ze getuige of slachtoffer waren geweest van grensoverschrijdend gedrag.
De boodschap van de cartoon is duidelijk: de bewustwordingscampagnes die sindsdien zijn gevoerd, zijn voor de bühne geweest. Intussen zouden de werkomstandigheden nog net zo slecht zijn. Dat beeld wordt ondersteund door alle beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag die ook het afgelopen jaar weer in Hilversum werden gedaan – al zouden die ook het bewijs kunnen vormen van de toegenomen bewustwording. In elk geval vertrokken leidinggevenden van drie omroepen – WNL, de NTR en Ongehoord Nederland – en de directeur video van de overkoepelende NPO naar aanleiding van beschuldigingen.
Als iemand op de hoogte is van de werkcultuur bij de publieke omroep, is het Mariëtte Hamer. Zij was fractievoorzitter van de PvdA en voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER) en is nu regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.
In die hoedanigheid onderhoudt zij intensief contact met omroepmedewerkers die zich hebben gemeld bij de commissie-Van Rijn, waarvan ze onafhankelijk adviseur was. Het afgelopen jaar schreef ze drie brieven aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, waarin ze schrijft welke vorderingen omroepen maken – en welke ze nog moeten maken.
De brief die ze eind november verstuurde, was haar laatste. ‘Maar iedereen die met mij verder wil praten, is van harte welkom’, zegt ze in een kamer in de Utrechtse Jaarbeurs, waar ze zojuist de Nationale Onderwijstentoonstelling heeft toegesproken. ‘En als daartoe aanleiding is, sluit deze rol niet uit dat ik ooit nog iets over een omroep opschrijf – gevraagd of ongevraagd.’
Als de cartoon van Van den Toorn haar wordt voorgelegd, klinkt een luide lach. ‘Geweldig.’
Is de strekking ervan – dat er eigenlijk niets is veranderd op het Mediapark – accuraat?
‘Ja en nee. In de echte cultuurverandering is nog veel winst te behalen. Leidinggevenden zijn zich niet altijd bewust van de macht die zij over werknemers uitoefenen. Ze complimenteren bijvoorbeeld iemand uitgebreid die de hele nacht heeft doorgewerkt, maar beseffen niet dat dit vervelend kan zijn voor de collega die ernaast staat en dat niet heeft gedaan. Daarmee creëer je een cultuur waarin je geen nee kan zeggen.
‘Maar het rapport-Van Rijn is wel ingeslagen als een bom en heeft echt dingen veranderd. Alle omroepen hebben bijvoorbeeld een hr-afdeling ingevoerd – al kun je natuurlijk ook zeggen dat het raar is dat sommige omroepen die anno 2024 nog niet hadden. Ook zijn bijna alle omroepen bezig met gedragscodes en cursussen.’
Niet allemaal?
‘Nee. Wat hier ingewikkeld is, is dat ik een algemene brief schrijf. We zeggen niet: ‘Bij omroep X, Y en Z gaat het slecht.’
Waarom niet?
‘De meeste omroepen willen niet op die manier onder druk worden gezet. Bovendien heeft de staatssecretaris mij gevraagd een algemeen beeld te schetsen, dus dat doe ik dan.
‘Er is nog een reden: we krijgen nu minder meldingen dan een jaar geleden, maar áls we er een krijgen, valt het me op hoe vaak ik hoor: ‘Ik vertel het jou, Mariëtte, maar je mag het niet gebruiken, want als bekend wordt dat ik bij jou heb geklaagd, kom ik bij de volgende omroep niet binnen.’ Die angst, die dwars door de hele mediawereld loopt, maakt het soms lastig om mensen te helpen.’
Beperkt het uw invloed niet enorm als u geen publieke druk op omroepen kunt uitoefenen?
‘Nou ja, eigenlijk ben ik überhaupt niet aangesteld om zo specifiek één sector te volgen. Ik ben geen toezichthouder, zoals het Commissariaat voor de Media. Wel hoop ik natuurlijk dat omroepen, de NPO en de politiek op basis van mijn signalen aan de slag gaan.’
Voorafgaand aan dit interview zei uw woordvoerder dat u liever niet wilde ingaan op specifieke personen die het afgelopen jaar in opspraak zijn geraakt. Waarom niet?
‘Ik hoop dat we in een fase terechtkomen waarbij we niet per se een bekende Nederlander nodig hebben om het over grensoverschrijdend gedrag te hebben. Ik denk dat mensen moe worden van wéér Matthijs van Nieuwkerk en Bert Huisjes. Door die namen focussen we ons erg op de misstanden in de mediawereld, terwijl ik veel parallellen zie met andere sectoren. De presentator in de mediawereld is bijvoorbeeld vergelijkbaar met de hoogleraar die veel geld binnenhaalt op de universiteit, of de chirurg in het ziekenhuis. Het zijn allemaal functies met veel informele macht.’
Ik wil toch een paar casussen van het afgelopen jaar met u bespreken, ook om te vragen of die volgens u voor een breder probleem staan. Bijvoorbeeld die van WNL-baas Bert Huisjes, die in een artikel in maart in het AD werd beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag en uiteindelijk in oktober vertrok.
‘Wat ik in deze casus apart vond, was dat de toenmalige voorzitter van de raad van toezicht van WNL, Fons van Westerloo, zei dat de vrouwen die Huisjes beschuldigden, allemaal doetjes waren die Eva Jinek wilden worden. Dat was curieus – Eva Jinek was nota bene een van de vrouwen die naar voren stapten.
‘Wat we hiervan leerden, was dat zo’n eerste reactie van de rvt ontzettend belangrijk is. De melders hadden de moed om zich uit te spreken, maar dat werd vervolgens in twee zinnetjes tenietgedaan door die uitspraak van Van Westerloo.
‘Het rapport-Van Rijn heeft duidelijk gemaakt dat de rvt functioneert in een ingewikkeld systeem. Want ook het Commissariaat voor de Media houdt toezicht, ik stuur brieven, de NPO heeft een rol en in sommige gevallen ook nog de minister. Daarom doen wij een heel nadrukkelijke aanbeveling: maak duidelijk wie waar toezicht op houdt.’
De rvt van Ongehoord Nederland besloot medeoprichter Arnold Karskens te ontslaan na een onderzoek waaruit zou blijken dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag. Maar Karskens spreekt van ‘een complot’ en volgens experts die NRC raadpleegde, was het onderzoek gebrekkig.
‘Net als bij onderzoeken bij WNL en bij de NTR zie je dat als de opzet van het onderzoek niet goed is, het aldoor leidt tot een puinhoop waarbij het voor iedereen – de melders, de werkvloer én een leiddinggevende als Karskens – niet goed eindigt. Het is ongelofelijk belangrijk dat we beter gaan vaststellen aan welke regels een goed onderzoek moet voldoen.’
Intussen is Arnold Karskens op basis van dat gebrekkige onderzoek nog steeds ontslagen. Is er iets wat de NPO in zo'n geval kan doen?
‘Ik heb begrepen dat het Commissariaat hiermee bezig is. Maar zoals ik net al zei, is het systeem van toezicht nu volstrekt onhelder. De ene keer klagen bestuurders dat ze veel te weinig ruimte hebben om in te grijpen en in dit geval pakten ze juist alle ruimte.’
Jan Slagter, directeur van Omroep Max, vertelde me dat u onlangs met hem heeft gesproken. Toen hij op de dag van de publicatie van het rapport-Van Rijn relativerend sprak over de bevindingen ervan, zei u: ‘Dan laat je écht zien dat je er niks van begrepen hebt.’ Heeft hij het inmiddels begrepen?
‘Daar ga ik me niet over uitlaten. Kijk, ik denk dat ik er niemand kwaad mee doe als ik zeg dat we het onder meer over zijn uitspraak hebben gehad en dat ik hoop dat het gesprek bij hem tot nieuwe inzichten heeft geleid. Het is goed om te zien dat ook Omroep Max met het onderwerp bezig is en nu een eigen hr-functie krijgt. Voor de rest ga ik niets over ons gesprek zeggen. Als alle mensen met wie ik gesprekken voer de inhoud daarvan in de Volkskrant teruglezen, wil niemand meer met me praten.’
Slagter heeft vaak publiekelijk gesproken over zijn wens om Matthijs van Nieuwkerk programma’s voor Omroep Max te laten presenteren. Wat zou u ervan vinden als dat dit najaar gebeurt?
‘Als we een gesprek over tweede kansen voeren, wil ik dat graag verbreden. We hebben het heel vaak over tweede kansen voor mensen die beschuldigd zijn van grensoverschrijdend gedrag, maar we hebben het heel weinig over de tweede kansen voor de mensen die het is overkomen, van wie er veel uit de omroepwereld zijn verdwenen. Ik hoop dat zij ook weer een kans krijgen.
‘Ik ga me niet uitspreken over de wenselijkheid van de terugkeer van Matthijs. In het algemeen: als een beschuldigd persoon terugkeert, lijkt het me logisch dat de werkgever eerst onderzoekt hoe dat gaat vallen bij melders. Laat hen dat niet via de media horen. Daarom leverde ik ook kritiek op RTL toen ze vorig jaar uit het niets aankondigden dat Matthijs bij ze aan de slag ging (na nieuwe beschuldigingen aan het adres van Van Nieuwkerk ging die samenwerking niet door, red.). Matthijs had toen een eerste excuusrondje gemaakt, maar ik wist dat er nog een grote groep was die zorgen had over zijn eventuele terugkeer.’
Na publicaties over grensoverschrijdend gedrag bij NOS Sport werd daar een nieuwe hoofdredacteur aangesteld, Gert-Jaap Hoekman. Hij wilde daar een cultuurverandering bewerkstelligen, maar nadat hij in het AD had gezegd ‘liever met een leuk team op een bijveldje dan met een heel naar team in de finale van de Champions League’ te spelen, werd hij volgens De apenrots, een boek van Menno de Galan, belachelijk gemaakt. In november, iets meer dan een jaar na zijn aantreden, vertrok hij. Hoe kijkt u hiernaar?
‘Uit het boek kreeg ik de indruk dat de medewerkers van NOS Sport door die uitspraak dachten dat hij geen Champions League wilde spelen. Ik interpreteer het anders. Volgens mij bedoelde Hoekman dat hij het liefst ook Champions League speelde, maar dat welzijn het allerbelangrijkst is.
‘Los daarvan: dit toont aan dat een cultuurverandering moeilijk is en dat al die uitspraken over hem in een boek belanden, zegt ook iets over de cultuur bij NOS Sport.’
In uw reflecties schrijft u dat sommige medewerkers zich niet durven uitspreken vanwege een gebrek aan werkzekerheid, veroorzaakt door de grootschalige inzet van flexibele contracten. Door de 160 miljoen euro die het kabinet-Schoof op de NPO gaat bezuinigen, zal dat er de komende jaren niet beter op worden.
‘Nee, het is een reële vraag in hoeverre je een cultuurverandering in deze omstandigheden kunt bewerkstelligen. Want de NPO krijgt de komende jaren ook nog met een grote hervorming te maken. Het gevaar dreigt dat het belang van sociale veiligheid daarbij ondergeschikt raakt.’
Mede door de successen van politici als Geert Wilders en Donald Trump heeft Suzanne Kunzeler, directeur content bij BNNVara, het gevoel dat het momentum voor cultuurveranderingen aan het verdwijnen is. ‘Het is nu weer heel normaal om te zeggen dat je niks meer mag zeggen’, zei zij tegen de Volkskrant.
‘Ik heb juist het idee dat ik dat geluid minder hoor. Vaker hoor ik nu: wat kan ik zeggen? Mannen die voorheen zeiden dat ze vrouwen geen complimentje meer mochten geven, vragen zich nu af welke complimentjes wél kunnen. Een publiekscampagne van de overheid brengt dat soort vraagstukken nu onder de aandacht. Dat ‘wat zie je er leuk uit’ prima is, maar ‘wat heb je een kort rokje aan’ misschien niet.
‘In tegenstelling tot wat je naar aanleiding van politieke ontwikkelingen zou denken, is er ook nog nooit zo veel aandacht geweest voor femicide en straatintimidatie. Mensen vinden veiligheid belangrijk – ook op de werkvloer.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant