Ondanks beloften van handelaren blijven corruptiezaken zich opstapelen in de grondstoffensector. Voor hun transporten zijn deze bedrijven afhankelijk van banken, die in Nederland een wettelijke plicht hebben om witwassen tegen te gaan.
De Seaways Silvermar beukt door de golven. Het is 23 augustus 2019 en kapitein Mario Fabia stuurt zijn olietanker de oceaan op voor de kust van Esmeraldas, Noord-Ecuador. Een westelijke bries waait over het dek, de temperatuur loopt op tot een aangename 26 graden. De dieselmotor brult. Fabia staat aan het begin van een mooie tocht: 1.800 kilometer richting Peru. Aan boord heeft de kapitein een lading goed voor 342 duizend vaten olie, valt te lezen in zijn vrachtbrief.
Kapitein Fabia vervoert zijn schommelende lading olie in opdracht van Gunvor, een bedrijf dat in de jaren negentig groot werd met de export van Russische olie over de Baltische Zee en vervolgens transformeerde tot de Zwitserse grondstoffengigant die het nu is. Gunvor handelt in olie, gas en elektriciteit op vijf continenten. Daarnaast bezit het eigen opslagplekken, fabrieken en raffinaderijen – waarvan een deel in Rotterdam. Alles bij elkaar maakt Gunvor jaarlijks een winst van miljarden.
De Seaways Silvermar is slechts een van de vele olieschepen die Gunvor heeft ronddobberen op de oceanen. Toch is deze reis bijzonder. De vaart zal jaren later onderdeel worden van een corruptiezaak; om de ruwe olie aan boord van de tanker te krijgen, heeft Gunvor namelijk smeergeld laten overmaken aan Ecuadoraanse ambtenaren. En er is nog iets opmerkelijks. Want niet alleen de naam van Gunvor prijkt op Fabia’s vrachtbrief, maar ook die van de Nederlandse bank ING.
In een serie verhalen onderzoekt de Volkskrant de rol van Nederlandse banken als financiers van de mondiale grondstoffenhandel. Met name ING is wereldwijd een van de belangrijkste geldverstrekkers van een sector die al jaren lijdt onder corruptieschandalen. Hoe komt het dat Nederlandse banken zo actief scheepsladingen olie financieren? Kunnen Nederlandse bankiers invloed uitoefenen op hun omstreden klanten? En vooral: zou een bank als ING beter moeten weten dan in zee te gaan met omstreden handelaren?
Voor dit artikel baseert de krant zich op meerdere documenten, waaronder stukken uit de rechtszaak van het Amerikaanse ministerie van Justitie tegen Gunvor, aangespannen wegens smeergeldbetalingen in Ecuador tussen 2012 en 2020. Ook wist de Volkskrant de hand te leggen op een lading vrachtbrieven van olietransporten uit datzelfde Zuid-Amerikaanse land. Op een deel van de bonnetjes staan stempels van ING.
Uit deze bronnen valt op te maken dat ING in Ecuador olietransporten financierde die mogelijk zijn gemaakt door corruptie. Zo’n papieren spoor is een zeldzaamheid: vrachtbrieven als die van kapitein Fabia komen over het algemeen niet naar buiten, waardoor financierende partijen buiten beeld blijven. Ook omkopers en omgekochten houden hun criminele daden doorgaans stil.
Het verhaal van de olie op de Seaways Silvermar begint in 2011, acht jaar voor Fabia’s vertrek uit Esmeraldas, zo blijkt uit stukken van de Amerikaanse justitie. In een kantoorpand in Miami heeft de Canadese Gunvor-werknemer Raymond K. een ontmoeting met de naar Amerika verhuisde consultant Antonio P., afkomstig uit Ecuador. De twee bespreken een inventief plan dat Gunvor honderden miljoenen dollars kan opleveren – en Antonio een stevige zakcent.
Het olierijke Ecuador staat in die tijd onder leiding van de links-populistische president Rafael Correa, die weinig op heeft met kapitalisten. Hij verkoopt ’s lands olie bij voorkeur aan buitenlandse staatsbedrijven, niet aan winstbeluste tussenpersonen als Gunvor. Wat te doen? In het kantoor in Miami bekokstoven Raymond en Antonio een manier om de grondstoffengigant de Ecuadoraanse oliesector in te wurmen.
Antonio en zijn broer Enrique zullen als tussenpersoon fungeren. Om het plan uit te voeren zullen de broers van Gunvor 97 miljoen dollar (93 miljoen euro) ontvangen, blijkt uit Amerikaanse gerechtelijke documenten. Met dat geld kopen ze Ecuadoraanse ambtenaren om op het ministerie van Energie en bij staatsoliebedrijf Petroecuador.
In ruil voor smeergeld leveren de functionarissen Ecuadoraanse olie aan staatsbedrijven uit China en Thailand. Met die bedrijven heeft Gunvor een geheime deal gesloten. De staatsbedrijven verkopen de olie direct door aan de grondstoffenhandelaar. En zo lukt Gunvor iets wat voor eerlijke bedrijven onbereikbaar blijft: ze vullen tankers als de Seaways Silvermar met olie uit Ecuador.
Gunvor moet na het opzetten van de omkooproute nog wel een financiële kwestie afhandelen: iemand moet de gecamoufleerde olietransporten financieren. Handelaars als Gunvor verhandelen dagelijks zulke grote volumes olie, gas en metalen, dat zelfs de rijkste bedrijven uit de sector die transporten onmogelijk zelf kunnen voorfinancieren. Daarvoor zijn ze afhankelijk van banken.
In Ecuador neemt de Nederlandse bank ING die taak grotendeels op zich, blijkt uit de vrachtbrieven waarop de Volkskrant de hand wist te leggen dankzij de Zwitserse ngo Public Eye, die in de gaten houdt hoe Zwitserse bedrijven zich gedragen in ontwikkelingslanden en daarover rapporten schrijft. De stapel bonnetjes telt in totaal 59 bewijzen van Gunvors olietransporten uit Ecuador tussen 2012 en 2020. Dat is de periode waarin Antonio en zijn broer Ecuadoraanse ambtenaren omkochten, volgens de Amerikaanse autoriteiten. Van die 59 transporten financierde ING er 24, oftewel 41 procent.
Op de bon van scheepskapitein Fabia staat keurig vermeld wie bij de oliehandel betrokken is: op de achterkant van het A4-tje prijkt een stempel van het Thaise staatsbedrijf, met een verwijzing naar de Geneefse tak van ING. De bank heeft zijn grondstoffenafdeling gevestigd in Zwitserland, waar de meeste grote handelaars huizen. Op zijn beurt verwijst ING door naar de eigenlijke koper. ‘Deliver to the order of Gunvor’, valt te lezen. Dit soort financiering komt meestal routinematig tot stand, maar wordt zelden openbaar.
De vrachtbrieven roepen vragen op: wat wist ING? Had de bank zijn controlemechanismen op orde? Is het voor de bank moreel te verantwoorden zaken te doen met een bedrijf als Gunvor?
Dat juist de Verenigde Staten de corruptie van Gunvor in Ecuador op het spoor kwamen, is geen toeval. Het Amerikaanse ministerie van Justitie heeft sinds 2017 een reeks onderzoeken opgezet naar grondstoffenhandelaren die actief zijn in Afrika en Zuid-Amerika. Amerikaanse rechercheurs zochten naar betalingen van grote handelshuizen aan hooggeplaatste ambtenaren, overgemaakt via tussenpersonen en brievenbusmaatschappijen. Vaak gebruikten de omkopers voor hun corrupte betalingen Amerikaanse dollars. Soms vonden ontmoetingen tussen betrokkenen plaats in de VS, zoals de omkoping door de broers Antonio en Enrique.
De sector die de Amerikanen in het vizier namen geniet al decennialang een slechte reputatie. Veel grote grondstoffenhandelaren doen zaken met dictators en rebellengroepen met wie verder niemand iets te maken wil hebben, en deinsden de afgelopen decennia niet terug als een ambtenaar of minister daar een kleinigheidje voor terug wilde. Waardevolle grondstoffen zijn vaak in handen van corrupte elites die rekenen op een envelopje met cash, weten de handelaren.
Als een handelaar zich moest verantwoorden, was het verweer: dat was vroeger, de tijden zijn veranderd en de rotte appels inmiddels het bedrijf uit. Gunvor bijvoorbeeld moest in 2019 94 miljoen Zwitserse frank (99 miljoen euro) betalen wegens corruptie in Congo en Ivoorkust tussen 2009 en 2011. Bestuursvoorzitter en miljardair Torbjörn Törnqvist beloofde destijds dat Gunvor nooit meer in een vergelijkbare situatie terecht zou komen.
Maar de nieuwste reeks Amerikaanse rechtszaken tonen dat Gunvor en branchegenoten ook de afgelopen jaren weer smeergeld betaalden. Eind 2020 schikte ’s werelds grootste oliehandelaar Vitol een zaak waarbij het van oorsprong Nederlandse bedrijf vijftien jaar lang overheidsfunctionarissen omkocht in Brazilië, Mexico en Ecuador. In 2022 gaf het Zwitserse Glencore toe decennialang markten te hebben gemanipuleerd in zeven landen in Afrika en Latijns-Amerika. De Nederlandse tak van metaalreus Trafigura betaalde in maart 2024 126 miljoen dollar (121 miljoen euro) vanwege corruptiebetalingen in Brazilië.
Ook Gunvor kwam aan de beurt. De steekpenningen in Ecuador leverde Gunvor 384 miljoen dollar op (368 miljoen euro), becijferde het Amerikaanse ministerie van Justitie in maart 2024. ‘De structuur stelde Gunvor en zijn mede-samenzweerders in staat een concurrerend biedproces te vermijden en contractvoorwaarden te verwerven die ze anders niet hadden kunnen krijgen’, aldus het ministerie. Het Zwitserse bedrijf moest een boete betalen van 661 miljoen dollar (633 miljoen euro).
In januari van 2020 maakte de bedrijfstop uit eigen beweging een einde aan de smeergeldbetalingen in het Zuid-Amerikaanse land, blijkt uit stukken van het Amerikaanse ministerie van Justitie. Bij de top bestonden op dat moment al bijna twee jaar vermoedens over de illegale praktijken die medewerker Raymond K. uitbesteedde aan de broers P., volgens het justitieel onderzoek.
‘Als bedrijf heeft Gunvor fouten gemaakt, waarvoor we onze excuses aanbieden. We hebben er hard aan gewerkt deze fouten op te lossen. Corruptie hoort niet thuis in ons bedrijf en zal nooit worden getolereerd’, aldus Törnqvist in een persbericht uit maart 2024.
Binnen Gunvor bestonden er dus al vermoedens over corrupte betalingen in Ecuador toen bestuursvoorzitter Törnqvist naar aanleiding van de veroordeling in Congo en Ivoorkust in 2019 beloofde dat de woorden ‘Gunvor’ en ‘corruptie’ nooit meer in één zin zouden vallen.
Op herhaaldelijke verzoeken aan Gunvor om uitgebreider commentaar kreeg de Volkskrant geen antwoord.
Wat betekent dit alles voor ING? De beschuldigingen rond Gunvor kunnen niet onopgemerkt zijn gebleven. Toen de bank in augustus 2019 een stempel zette op de vrachtbrief van Fabia’s Seaways Silvermar, publiceerden internationale media als Reuters en Bloomberg al maandenlang over de aantijgingen in een andere zaak tegen Gunvor, wegens corruptie in Congo en Ivoorkust.
Evengoed volhardde ING in de financiering van Gunvors Ecuadoraanse oliehandel. En dat terwijl ING in 2018 nog een schikking trof met het Nederlandse Openbaar Ministerie vanwege ernstige nalatigheden bij het voorkomen van witwassen. Als onderdeel van de schikking betaalde de bank 775 miljoen euro.
Sindsdien proberen Nederlandse banken twijfelachtige klanten waar mogelijk te weren, enkel vanwege verdachte gedragingen. Volledige sectoren, zoals de seksindustrie, zijn niet welkom door het hoge risico op witwassen. Waarom nemen bankiers vanuit diezelfde gedachte geen afscheid van grondstoffenhandelaren? Bedrijven als Gunvor gedragen zich immers niet alleen verdacht, ze moeten in corruptiezaken daadwerkelijk fikse bedragen aftikken.
Banken controleren inderdaad rigoureus op witwassen, bevestigt Frank ’t Hart. Hij staat als advocaat financiële instellingen bij in rechtszaken tegen niet langer gewenste klanten die hun gedwongen vertrek als klant aanvechten. De banken zijn verplicht hun klanten streng te controleren, om zo medeplichtigheid aan witwassen te voorkomen, vertelt hij. Dankzij scherpere handhaving hebben banken hun surveillance opgeschroefd.
Maar corruptie valt buiten die strenge voorschriften, zegt ’t Hart. Een smeergeldbetaling is niet hetzelfde als witwassen, simpelweg omdat de wet die de banken honderden miljoenen kostte enkel gaat over witwassen en terrorismefinanciering. ‘Een bank kan wel zeggen: wij willen geen klant die veroordeeld is voor corruptie. Maar de bank is niet verplicht om afscheid te nemen. Het is vooral een moreel dilemma en een kwestie van reputatie.’ Een verplichting om op te treden heeft ING dus niet.
Toch heeft ING wel degelijk een verantwoordelijkheid in deze zaak, zegt Boudewijn de Bruin, hoogleraar financiële ethiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘De strijd tegen corruptie is een gemeenschappelijke inspanning. Het verweer is misschien: wij zijn zelf niet corrupt. Maar je wil als bedrijf ook bijdragen aan een wereld zonder corruptie. Dan moet je zorgen dat je er niet bij betrokken raakt, op wat voor manier dan ook.’
Dat ING toch de Ecuadoraanse oliehandel van Gunvor nog financierde, terwijl het bedrijf op dat moment al verdachte was in eerdere corruptieschandalen, noemt De Bruin opmerkelijk. Zeker met de kennis dat het ook met de Ecuadoraanse handel weer fout ging. ‘Dat kan eigenlijk niet. Dat het nog eens is gebeurd, roept wel om heel veel uitleg.’
Hoe kijkt ING er zelf naar? Tijdens een tussenstop in Amsterdam maakt Maarten Koning tijd voor de Volkskrant. Het hoofd van ING’s kredietafdeling voor handelaren woont en werkt in Genève, het mondiale hart van de grondstoffenhandel. Hij wil wel praten over zijn werk, maar niet over individuele casussen, zoals die van Gunvor in Ecuador. Voor specifieke vervolgvragen verwijst hij naar de afdeling woordvoering, maar ook die wil later niet inhoudelijk ingaan op vragen over Gunvor.
‘We zullen niet zo snel een grote boete krijgen’, zegt Koning over de risico’s van zakendoen in een sector met veel corruptieschandalen. ‘Dat is pas een mogelijkheid als een klant in- en incorrupt is en wij nauwelijks controleren.’ Evengoed neemt ING zijn taak als poortwachter serieus, zegt hij. De laatste jaren heeft de bank volgens Koning fors geïnvesteerd in mankracht en controlesystemen, om klanten en hun zaken beter te begrijpen.
Ook kan ING ingrijpen: de bank kan directeuren aanspreken, een tijdelijke financieringsstop instellen of de klant gedag zeggen. Dat laatste gebeurde de afgelopen jaren ook af en toe, vertelt Koning op het Amsterdamse kantoor van ING. ‘Het is niet leuk om afscheid te nemen van een klant, maar je moet het wel doen. Ik investeer bij ING bij wijze van spreken met het spaargeld van mijn moeder.’
Hoe kijkt Koning in dat licht dan naar de corruptiezaken waarvoor giganten als Gunvor, Trafigura en Vitol op het matje moesten komen bij het Amerikaanse ministerie van Justitie? Passen die klanten wel bij een bankier die met het spaargeld van zijn moeder investeert? ‘Met die zaken zijn we niet blij’, erkent Koning. ‘We onderzoeken nu in interne processen wat er is gebeurd en wat wij hebben gedaan om slecht gedrag te voorkomen.’
Vier maanden na het gesprek met Koning probeert de Volkskrant met een lange lijst vragen aan de woordvoerder van ING meer los te krijgen. Wist de bank van de omkoping in Ecuador? Of had de bank iets kunnen vermoeden? Een verhelderend antwoord blijft uit. ‘In het algemeen kunnen we zeggen dat we elke beschuldiging van omkoping en corruptie in al onze relaties en zakelijke transacties zeer serieus nemen’, mailt de woordvoerder.
Verder financiert ING sinds 2021 geen olie meer uit het Ecuadoraanse Amazonegebied, benadrukt ING’s woordvoerder. Milieu-overwegingen vormen de aanleiding voor deze wijziging, stelt hij, maar tegelijkertijd voorkomt de maatregel nieuwe corruptiezaken. De vrachtbrief van de Seaways Silvermar had nu geen stempel meer gekregen van ING, blijkt uit de antwoorden. ‘Volgens dit nieuwe beleid zouden deze scheepsvrachten niet meer in aanmerking komen voor financiering.’
Maar dat geldt niet voor de handel van Gunvor op andere plekken in de wereld. ING heeft de details die de Amerikanen naar buiten brachten over het smeergeld in Ecuador inmiddels kunnen doornemen. Heeft de bank ondertussen afscheid genomen van het meermaals veroordeelde handelshuis? Nee, leert het gesprek met Koning. ‘We hebben best wat bedrijven geëxit, hoor. Maar geen hele grote, nee.’
Dit project werd mede mogelijk gemaakt met financiële steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.
Dec. 2020, VS: Vitol schikt voor omgerekend 130 miljoen euro voor omkoping in Brazilië, Ecuador en Mexico
Mei 2022, meerdere landen: Glencore betaalt een miljard euro voor omkoping en marktmanipulatie in zeven landen
Sept. 2023, VS: Een Cargill-werknemer gaat vier jaar de cel in en betaalt een boete van 32 miljoen euro voor omkoping in de VS
Dec. 2023, VS: Freepoint Commodities betaalt als straf 94 miljoen euro in Brazilië
Maart 2024, VS: Gunvor betaalt 633 miljoen euro voor de Ecuador-zaak
Maart 2024, VS: Trafigura betaalt 121 miljoen euro voor corruptie in Brazilië
Augustus 2024, Zwitserland: Glencore betaalt 144 miljoen euro voor omkoping in de Democratische Republiek Congo.
Oud-Gunvor werknemer Raymond K. bekent in april 2021 schuld aan de omkoping in Ecuador. ‘Ik wist dat wat ik deed verkeerd en illegaal was’, citeert persbureau AP hem tijdens de rechtszitting. Als onderdeel van een deal met het Amerikaanse Openbaar Ministerie moet hij 2,2 miljoen dollar betalen. Ook de broers Antonio en Enrique P. bekennen schuld in de Gunvor-zaak, en twee andere omkoopzaken waarin ze optraden als tussenpersoon. Samen betalen ze zo’n 47 miljoen dollar voor hun criminele daden. Gunvor zelf betaalt ook een boete, van 661 miljoen dollar. De top van het bedrijf blijft buiten schot.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant