Home

Door Trump hameren de Fransen nog meer op het belang van een sterk eigen leger

Met de terugkeer van Trump in het Witte Huis roept de Franse president Emmanuel Macron de Europese bondgenoten op ‘wakker te worden’ en de defensieambities op te krikken. Wat heeft Frankrijk, van oudsher een militair zwaargewicht, daarin te bieden?

is correspondent Frankrijk van de Volkskrant. Ze woont in Parijs.

Hardop dromen over een Europees leger gold buiten Frankrijk lange tijd vooral als een Franse eigenaardigheid. Maar met de aanhoudende oorlog in Oekraïne en de terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis, staat het belang van een serieuze Europese defensiecapaciteit hoog op de agenda.

Maandag komen de Europese regeringsleiders in het Brusselse Egmontpaleis bijeen voor een informele top over defensie- en veiligheidsinvesteringen. In de aanloop daarnaartoe riep de Franse president Macron de Europese bondgenoten op ‘wakker te worden’, de uitgaven aan defensie te verhogen, en de afhankelijkheid van de Verenigde Staten op het gebied van veiligheid te verkleinen.

Sinds zijn aantreden in 2017 is Macron binnen de EU een vurig pleitbezorger van ‘strategische autonomie’, onder meer op militair vlak, met een gedeeld defensiebudget en een eigen militaire doctrine. Maar de Franse wil om voor veiligheid een onafhankelijke koers te varen ten opzichte van de Verenigde Staten, gaat al veel verder terug.

Strategische autonomie

Toen de Egyptische leider Gamal Abdel Nasser in 1956 besloot het Suezkanaal te nationaliseren, bereidden de Fransen samen met de Britten en Israëliërs een geheime militaire operatie voor om de zeggenschap terug te krijgen over de strategische verbinding tussen de Middellandse en Rode Zee en de Indische Oceaan. Het liep uit op een blamage: de Amerikanen dreigden de economische hulp aan Frankrijk stop te zetten, de Sovjet-Unie dreigde met de inzet van kernwapens. Egypte behield de controle over het kanaal.

Sindsdien vormt strategische autonomie – onafhankelijk zijn van de Amerikanen – de kern van de Franse defensiestrategie. Meedoen op het wereldtoneel kan niet zonder militair gewicht, is de overtuiging. Daarin was het land lange tijd een buitenbeentje binnen de EU, waar de andere lidstaten decennialang hun krijgsmacht hebben verwaarloosd.

Frankrijk beschikt als militair zwaargewicht over drie belangrijke troeven. Het heeft een aanzienlijke defensie-industrie, die wapens en materieel kan produceren over vrijwel het hele militaire spectrum. Daarmee is Frankrijk niet alleen een van de grootste wapenexporteurs ter wereld, maar is het ook minder afhankelijk van import, die vaak gepaard gaat met voorwaarden over de precieze inzet van defensiematerieel.

Het Franse leger is daarnaast niet alleen omvangrijk, maar ook op veel plaatsen in de wereld actief en daarmee in vorm – al ziet het zich nu gedwongen te vertrekken uit veel Afrikaanse landen. En misschien wel de belangrijkste troef: als enige binnen de EU beschikt het over nucleaire afschrikking omdat het eigen kernwapens heeft. Frankrijk heeft een kleine driehonderd kernkoppen, die kunnen worden afgevuurd door onderzeeërs of straaljagers.

Nucleaire afschrikking

Het belang van nucleaire afschrikking is de laatste jaren toegenomen, zeker ook door de Russische dreigementen daarover richting het Westen. Volgens de Franse nucleaire doctrine mogen kernwapens worden ingezet als de ‘vitale belangen’ van Frankrijk in het geding zijn. Die vitale belangen hebben een Europese dimensie, zo heeft president Macron de afgelopen jaren herhaaldelijk benadrukt. Hij wil het debat openen over hoe de Franse nucleaire afschrikking een rol kan krijgen in de gemeenschappelijke Europese veiligheid, zonder daarmee de zeggenschap over kernwapens uit Franse handen te geven.

Maar het imago als militaire grootmacht liep de afgelopen jaren ook forse deuken op. Het ene na het andere land in de Sahel zegt de decennialange samenwerking met de Fransen op en wijst hun soldaten de deur. En wat voor de Franse defensie-industrie de deal van de eeuw moest worden – de levering van onderzeeërs aan Australië – liep uit op een diplomatieke vernedering. Australië annuleerde de miljardendeal en koos uiteindelijk voor samenwerking met de Britten en Amerikanen, onder meer omdat die strategisch superieure technologie zouden kunnen leveren.

De ‘oorlogseconomie’ waartoe Macron in 2022 opriep, heeft gezorgd voor een opgevoerde productiesnelheid in de Franse fabrieken. De defensiebegroting van 2024-2030 voorziet in een budget van 400 miljard euro, 35 procent hoger dan de voorgaande tien jaar. Frankrijk haalde over 2024 de Navo-norm van 2 procent, maar het wordt ingehaald door landen als Polen, dat Frankrijk in 2023 van de troon stootte als grootste legermacht binnen de EU.

En dan is er nog de huidige politieke crisis. De Franse regering worstelt al maanden met de nieuwe begroting voor 2025, waarvoor die een meerderheid moet vinden in het zeer verdeelde parlement. In afwachting van een akkoord wordt de begroting uit 2024 aangehouden. Dat betekent dat de voorgenomen 3,3 miljard aan extra defensie-investeringen in defensie voorlopig nog op zich laten wachten.

Die vertraging is ‘een bedreiging voor de herbewapening’ van Frankrijk, waarschuwde defensieminister Sébastien Lecornu begin januari. Komende week debatteert het parlement opnieuw over de nieuwe begroting, waamee Frankrijk de uit de klauwen lopende overheidsfinanciën deels op orde moet stellen. Maar de voorziene 3,3 miljard extra voor defensie is met de huidige dreigingen voor Lecornu bij voorbaat ‘ononderhandelbaar’.

Het pleidooi dat Macron waarschijnlijk in Brussel zal herhalen: meer gezamenlijke defensie-uitgaven, die bovendien niet zozeer gebruikt moeten worden voor de aankoop van Amerikaans materieel, maar voor de ontwikkeling van de Europese defensie-industrie – ook als die niet per se Frans is.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next