De doorstroomtoets is ‘allesoverheersend’ geworden en dat is ‘per definitie ongewenst’, zegt Cito-bestuursvoorzitter Saskia Wools. ‘Een toets geeft nooit een totaalbeeld van de werkelijkheid.’
Saskia Wools kwam zeventien jaar geleden als stagiaire met een missie binnen bij het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito). ‘Omdat ik niet zo van toetsen houd. Ik geloof sterk in individuele verschillen, terwijl toetsen over het algemeen worden gemaakt voor groepen. Dat moet toch anders kunnen, dacht ik.’
Inmiddels is Wools (41) opgeklommen tot bestuursvoorzitter van het Cito, met 550 medewerkers het grootste toetsbedrijf van Nederland. Cito is ook hofleverancier van de doorstroomtoets. Van alle groep 8-leerlingen die dinsdag gaan zitten voor de tweede editie van de toets, die in hoge mate bepaalt op welk niveau zij hun onderwijsloopbaan vervolgen, maakt de helft die van Cito, Leerling in Beeld.
De doorstroomtoets, die door zes verschillende (commerciële) partijen wordt aangeboden, ligt onder vuur. Het moest de kansengelijkheid bevorderen, omdat uit onderzoek bleek dat onder anderen meisjes, plattelandskinderen en leerlingen met een migratieachtergrond stelselmatig een te laag schooladvies kregen.
Scholen twijfelden vorig jaar na de eerste editie van de nieuwe toets echter meteen aan de uitkomsten, omdat die soms flink afweken van de voorlopige adviezen van de leerkrachten.
Ze hekelen ook de goedbedoelde nieuwe instructie om het middelbare schooladvies naar boven bij te stellen als de toets daar aanleiding toe geeft. Leerlingen belanden hierdoor te vaak op een niet-passend niveau, is de vrees.
Toetsaanbieders en deskundigen betwisten bovendien de vergelijkbaarheid van de verschillende toetsen, bleek vorige week uit onderzoek van de Volkskrant. Vier scholen maakten afgelopen week al bekend de wettelijk verplichte toets alleen nog af te willen nemen als ouders daarop staan.
In navolging van de PO-raad, de belangenorganisatie van basisscholen, wil de Tweede Kamer terug naar een systeem met één eindtoets. Bijna zoals de situatie tot 2015, toen 85 procent van de scholen de Cito-toets afnam. Staatssecretaris van Onderwijs Mariëlle Paul onderzoekt scenario’s hiertoe, beloofde ze deze week met enige tegenzin.
Cito-bestuursvoorzitter Wools heeft zich niet eerder uitgesproken over de doorstroomtoets. Nu doet ze dat wel, en op een manier die je misschien niet zou verwachten van de baas van een toetsbedrijf: ‘Een toets is ook maar een toets, met allerlei beperkingen. Daarom zeg ik: maak het belang van de toets kleiner.’
U bent niet alleen de baas van de grootste toetsaanbieder, maar ook gepromoveerd toetsdeskundige. Wat vindt u van de doorstroomtoets zoals die nu wordt gebruikt?
‘De doorstroomtoets is een instrument op een heel belangrijk moment in de onderwijsloopbaan van kinderen. Daarom hoop je dat er een goed advies uit komt waarop ouders kunnen vertrouwen.
‘Tegelijkertijd kennen scholen een leerling al acht jaar, ze volgen hun ontwikkeling, hebben allerlei beelden en data verzameld. Het is aan de school al die informatie zorgvuldig te wegen, en dat kan per leerling verschillen.
‘Ik denk ook dat je, als je een leerling al acht jaar kent, soms in een tunnelvisie belandt. Daarom is het goed om iets van buiten te hebben, zoals een eindtoets. Die geeft aanvullende informatie en kan je af en toe verrassen.
‘Maar: vanwege de verplichte bijstelling naar boven wordt de doorstroomtoets allesoverheersend. Daar is die volgens mij niet voor bedoeld. Een toets geeft nooit een totaalbeeld van de werkelijkheid. Een situatie waarin er één zo doorslaggevend is, is per definitie ongewenst.’
Denkt u dat de doorstroomtoets in de huidige opzet bijdraagt aan het doel, namelijk het vergroten van kansengelijkheid?
‘Zeker, als je daarmee bedoelt: leerlingen met dezelfde capaciteiten recht geven op hetzelfde vervolgonderwijs. Maar er is een risico. Op dit moment wordt er in het schaduwonderwijs (bijles- en huiswerkinstituten, red.) getraind voor de toets. Kinderen oefenen trucjes waarbij je niet echt leert. Dat werkt gelijke kansen tegen.
‘Wij moeten als toetsaanbieders nagaan hoe we toetsen zo kunnen vormgeven dat dit niet loont. Bijvoorbeeld met minder voorspelbare vraagstelling.’
Heeft u de staatssecretaris ervan proberen te overtuigen de instructie om naar boven bij te stellen te schrappen?
‘Nee, want wij vonden het op dat moment eigenlijk een heel goed idee, ook vanuit die goede intentie. Maar nu zegt een aantal middelbare scholen: ja, maar onze leerlingen kunnen dat niveau helemaal niet aan.’
Hoe wilt u onderadvisering voorkomen als het advies van de leerkracht weer leidend wordt?
‘Door in te zetten op verdere professionalisering van leerkrachten. Zij moeten meer handvatten krijgen om eventuele vooroordelen te herkennen.’
Wat vindt u ervan dat de Onderwijsinspectie de resultaten van de doorstroomtoets gebruikt om de kwaliteit van scholen te beoordelen?
‘Hierdoor loont het voor een school om hoger te scoren, terwijl dat voor een leerling niet per se het beste is. Die is gebaat bij het best passende advies. Dan ontstaat er een tegengesteld belang. Daarom zeg ik: gebruik de doorstroomtoets niet voor kwaliteitsbeoordeling.’
Dit jaar stapten honderden scholen over op jullie toets, Leerling in Beeld, waaruit vorig jaar met relatief veel havo- en vwo-adviezen kwamen. Hoe verklaart u dat?
‘Ik denk eigenlijk niet dat heel veel scholen een andere toets hebben gekozen om hoger te scoren, maar dat komt misschien door mijn geloof in de mensheid. Cito biedt ook een leerlingvolgsysteem (waarmee de ontwikkeling van leerling in kaart wordt gebracht, red.) dat veel scholen al gebruikten. Nu zien we die scholen kiezen voor de toets de bij dat systeem past.
‘Ik heb wel gezien dat een aantal schoolbesturen hun scholen hebben opgeroepen om één toetsaanbieder te kiezen. Net als de inspectie moeten ook besturen de toets niet als afrekeninstrument gaan gebruiken.’
Hoe verklaart u het relatief hoge aantal havo- en vwo-adviezen bij jullie?
‘De toetsresultaten sloten goed aan bij het beeld dat we van die leerlingen hadden vanuit het leerlingvolgsysteem. Sterker nog: de scores waren wat lager (het aantal vwo-toetsadviezen nam landelijk met een kwart af, red.).
‘Tegelijkertijd zie ik ook verschillen tussen onze papieren en de digitale variant. De factoren die daarbij een rol spelen zijn heel moeilijk te ontrafelen. Het medium doet ertoe, de vormgeving misschien ook. Er zijn zoveel onzekerheden dat we nog niet precies weten hoe die op elkaar inwerken. Dat is toch een beetje gek en draagt bij aan het gevoel dat de toetsen slecht vergelijkbaar zijn.’
Jullie zijn de toetsaanbieder met de meeste ervaring. Wellicht weten jullie hoe je een toets zo ontwerpt dat er ‘hoge’ scores uitkomen?
‘Die suggestie klopt niet, dat is technisch onmogelijk. Er is een set identieke ankervragen die in de toetsen van alle aanbieders voorkomt. Toch worden die vragen bij de ene toets gemiddeld minder goed gemaakt dan bij de andere.’
De PO-raad en de Tweede Kamer willen de discussie over vergelijkbaarheid beslechten door terug te gaan naar één toets. Een goed idee?
‘Zakelijk zou dat voor ons misschien het beste zijn, maar het is volgens mij niet het beste voor het onderwijs. Scholen zouden het als een moetje ervaren. De vier scholen die deze week meldden de doorstroomtoets niet te willen afnemen, zouden ook diep ongelukkig worden van een verplichte Cito-toets. Eén toets doet geen recht aan verschillen in onderwijsvisie en geloofsovertuiging. Dat is funest voor het draagvlak.
‘Ik zou juist grotere verschillen willen. Een voorbeeld: nu hebben alle toetsen alleen de onderdelen rekenen, lezen en taalverzorging. Niet één heeft nog wereldoriëntatie of digitale geletterdheid. Dat vind ik jammer. Als we de toets minder bepalend maken, is vergelijkbaarheid minder belangrijk en ontstaat er ruimte voor verschil.
‘We zien allemaal een groot probleem en een ogenschijnlijk eenvoudige oplossing. Maar ik denk dat we in het onderwijs te vaak proberen onbedoelde gevolgen te corrigeren met een ruk aan het stuur. Ook nu. Als we niet willen blijven slingeren, is het beter af en toe een klein beetje bij te sturen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant