Home

De EU moet zich niet opnieuw schuldig maken aan imperialistische spelletjes in Congo

De grondstofrijke DRC was altijd al slachtoffer van roofzucht, maar de brutale en gewelddadige inval in Goma is een nieuw en zorgwekkend hoofdstuk. De EU moet zich verre houden van de handel in bloedmineralen uit dit land.

Na de inname van de Oost-Congolese stad Goma door de M23-rebellen deze week is een nieuwe regionale oorlog in Centraal-Afrika niet uitgesloten. Eind vorige eeuw vielen miljoenen doden toen verschillende buurlanden, waaronder Rwanda, Burundi en Oeganda, betrokken raakten bij een complexe strijd om de macht in de grondstofrijke regio aan het Kivu-meer, waarvan Goma het levendige handelscentrum is. In 2012 probeerde Rwanda het gebied opnieuw in te nemen, maar moest het zich terugtrekken onder druk van de internationale gemeenschap.

Dit keer ziet de situatie er hopelozer uit, vooral ook voor de miljoenen ontheemde burgers in en rond de stad die van alle hulp verstoken dreigen te raken. Het is de vraag of de internationale gemeenschap bij machte is – en de wil heeft – om het inmiddels veel sterkere Rwanda tot de orde te roepen. Rwanda zou al sinds 2012 steun hebben verleend aan het Congolese rebellenleger M23, dat voornamelijk bestaat uit Tutsi’s, de etnische minderheid die het slachtoffer was van de Rwandese genocide in 1994. Met zijn steun aan M23 zou Rwanda de ‘agressie’ van Hutu’s die na de genocide naar het buurland zijn gevlucht willen indammen, maar alom wordt aangenomen dat het Rwanda vooral te doen is om de grondstoffen in de Democratische Republiek Congo (DRC). Het gaat onder meer om bijzondere mineralen als coltan en kobalt, die nodig zijn voor de batterijen van mobieltjes, elektrische auto’s, zonnepanelen en dergelijke.

De rijkdom aan grondstoffen is voor DRC, het voormalige Zaïre, altijd al een vloek gebleken. Het land werd decennialang op barbaarse wijze leeggeroofd door de toenmalige kolonisator België. Na de onafhankelijkheid in 1960 werd het land berooid achtergelaten en veranderde België met steun van de Verenigde Staten de loop van de geschiedenis door de charismatische eerste premier, Patrice Lumumba, te vermoorden. Daarvoor in de plaats werd dictator Mobutu Sese Seko in het zadel gehesen, die het land dertig jaar lang verder liet exploiteren door westerse landen. Toen hij in 1997 tijdens de eerste Afrikaanse oorlog werd verdreven, was het voor de nieuwe president Laurent-Désiré Kabila al onmogelijk om het land nog bijeen te houden en het geweld te beteugelen.

Bijna dertig jaar later is de DRC een onbestuurbaar land vol strijdende partijen. Ondertussen aast de hele wereld op zijn waardevolle grondstoffen. Daarvoor worden politici omgekocht en de illegale handel aangewakkerd, terwijl de mijnen veelal worden bewaakt door gewelddadige milities die zich plunderend en verkrachtend laten gelden.

Aan de meeste Congolese grondstoffen kleeft bloed, en iedereen weet dat. Om die reden is het op z’n minst opmerkelijk dat de EU via een partnerschap met Rwanda toegang tot deze grondstoffen probeert te krijgen.

Uiteraard probeert ook de EU haar slag te slaan in de mondiale jacht op grondstoffen, maar ze moet oppassen zich niet opnieuw schuldig te maken aan imperialistische spelletjes waarbij economische belangen prevaleren boven alles. De grondstoffen behoren toe aan DRC, en dat land zou moeten worden gesteund om zijn huid duurder te verkopen, zodat de bevolking eens kan profiteren, in plaats van het te helpen ondermijnen via een buurland met een dictatoriaal bewind.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next