Duitse wetenschappers zijn er voor het eerst in geslaagd een beschadigd hart van een ernstig zieke patiënt te repareren met een levende pleister van miljoenen hartspiercellen. De hartpleister kan een alternatief worden voor een transplantatie, menen de onderzoekers.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over gezondheid.
Het Duitse onderzoeksteam maakte de pleister door in het laboratorium stamcellen om te vormen tot hartspiercellen. Ze stopten 800 miljoen van die gefabriceerde hartspiercellen in een raster en plakten die stukjes levend weefsel bij vijftien patiënten op het hart.
Daar was geen zware operatie voor nodig, vertelde hoogleraar en hartchirurg Ingo Kutschka dinsdag tijdens een persconferentie: een snee tussen de ribben volstond om de pleister op het kloppende hart aan te kunnen brengen. Alle patiënten kampten met ernstig hartfalen. Hun hartwand was ten gevolge van een hartinfarct dunner en slapper geworden, waardoor de pompfunctie ernstig was aangetast.
In het onderzoeksverslag, dat woensdag in Nature is gepubliceerd, bespreken de wetenschappers vooralsnog één patiënt: een 46-jarige vrouw in het laatste stadium van hartfalen. Drie maanden nadat de pleister op haar hart was geplakt, kwam er een donorhart beschikbaar. Dat bood de wetenschappers de uitgelezen kans om te bestuderen wat de pleister op haar hart had uitgericht, iets wat op scans niet goed zichtbaar is.
De hartspiercellen in de pleister bleken nog vitaal, dankzij bloedvaten die vanuit omringende weefsels waren aangelegd. De cellen hadden bovendien nieuw spierweefsel gebouwd, waarmee het falende hart werd verstevigd. Dat verklaart waarom het hart van de vrouw krachtiger samentrok en meer bloed rondpompte dan daarvoor.
Onderzoeksleider Wolfram-Hubertus Zimmermann zei tijdens de persconferentie dat de hartpleister een goedkoper en patiëntvriendelijker alternatief kan worden voor een harttransplantatie. Maar de Utrechtse hoogleraar translationele cardiologie Pieter Doevendans vindt het nog te vroeg om te juichen.
Doevendans spreekt van een beloftevol onderzoek en ziet dat de hartpleister in dieronderzoek goede resultaten heeft opgeleverd, maar vindt dat eerst moet worden afgewacht hoe het de andere veertien patiënten is vergaan. Dat wordt dit jaar nog bekend.
Nederlandse stamceldeskundigen zijn vol lof over het onderzoek. ‘Ik was aanvankelijk sceptisch’, zegt Christine Mummery, hoogleraar ontwikkelingsbiologie aan het Leidse LUMC, ‘maar dat is overgegaan in enthousiasme.’ Het hart wordt beschermd door een vlies van bindweefsel. Mummery kon zich lange tijd niet voorstellen dat een pleister die wordt aangebracht op die beschermlaag het hart extra kracht kan bezorgen.
De Duitse wetenschappers gebruikten stamcellen die in het lab worden gemaakt vanuit gedoneerd weefsel, zoals bloed of huid. Uit die stamcellen maakten ze hartspiercellen waaraan ze stromacellen toevoegden: dat zijn cellen die bindweefsel vormen. Die combinatie blijkt succesvol. De gefabriceerde hartspiercellen zijn erg jong en kunnen niet zo goed samenknijpen, legt Mummery uit. De stromacellen maken ze rijper.
In het lab gevormde stamcellen zijn iets minder veilig, zegt Mummery. Voor hun herprogrammering ondergaan ze DNA-veranderingen die kankerverwekkend kunnen zijn. Maar bij de behandelde dieren zijn geen tumoren gevonden. De wetenschappers hebben voor de zekerheid een ‘veiligheidsklep’ ingebouwd, zegt ze. Als ze stoppen met het geven van immuunonderdrukkende medicijnen stoot het lichaam de pleister af.
Ook stamcelbioloog Hans Clevers roemt de studie. ‘Er is de afgelopen 25 jaar erg veel met stamcellen aan harten geknutseld, met weinig resultaat’, mailt hij.
Het is niet eenvoudig om hartspierweefsel te maken met de juiste elektrische eigenschappen, aldus Clevers. Bovendien moeten de cellen in de pleister goed worden opgenomen in het elektrische systeem van het hart om op het juiste moment samen te spannen. Als dat misgaat, liggen hartritmestoornissen op de loer. ‘Deze studie lijkt dat allemaal op te lossen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant