Home

De buurman die Rens doodde was verward en gevaarlijk, maar viel door de mazen van het zorgstelsel

Rens (25) werd doodgestoken door zijn bovenbuurman, die aan waanideeën lijdt. Geen enkele instantie had de dader goed in beeld. Complexe ggz-patiënten vallen vaker tussen wal en schip, terwijl zowel naasten als hulpverleners machteloos staan.

is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.

Dat de Amsterdamse bovenbuurman van hun zoon Rens een beetje ‘raar’ was? Dat wisten Sandra en Jeroen wel. Maar hoe verward hij was en dat hij ook gevaarlijk was? Dat wisten ze niet. Tot er op 1 augustus 2023 een politieauto voor hun woning in Apeldoorn stopt.

‘Ik dacht eerst: heb ik iets stoms gedaan, een boete ofzo’, zegt Jeroen. ‘Maar de agenten zeiden meteen: is je vrouw ook thuis? En toen voelde ik al een knoop in mijn maag en dacht: dit is niet goed.’

De agenten zeggen dat ze slecht nieuws hebben, Rens is zeer waarschijnlijk overleden. ‘Ze zeiden dat het 95 procent zeker was’, zegt Sandra. ‘En toen dacht ik: dan is het hem niet. Want we hebben nog 5 procent kans dat mijn zoon nog leeft. Ik zei: ik bel Rens wel even. Ja, doet u dat maar even, antwoordde een van de agenten. Ik had mijn telefoon in mijn hand en toen durfde ik niet meer. Jeroen heeft het overgenomen en Rens gebeld. Maar hij nam niet op.’

Die ochtend zijn Rens (25) en zijn huisgenoot Lars in de Amsterdamse Robert Scottstraat met een mes aangevallen door hun bovenbuurman. Lars overleeft de aanval. Rens niet.

De dader, Tolga Ö., is een destijds 36-jarige Amsterdammer die al jaren last heeft van wanen en stemmen hoort. Tolga denkt dat hij vergiftigd wordt en gelooft slachtoffer te zijn van een internationaal complot. In zijn waan is hij er bovendien van overtuigd dat zijn onderbuurmannen Rens en Lars zijn ingehuurd door de Nederlandse staat, om hem in de gaten te houden. In mei 2024 wordt hij veroordeeld tot tbs met dwangverpleging.

‘Deze dader leeft in zo’n andere wereld’, zegt Sandra, die net als haar man wegens privacyredenen niet met de achternaam in de krant wil. ‘Door zijn waanideeën heeft hij geen idee wat hij gedaan heeft, dat hij mijn zoon heeft vermoord.’

De moord op Rens staat niet op zichzelf. De zaak is exemplarisch voor hoe mensen met ernstige psychiatrische problemen door de mazen van het zorgstelsel kunnen glippen en hoe naasten van de dader vaak machteloos staan.

Luister ook naar de nieuwe Volkskrant-podcast

Steeds vaker zijn mensen met verward gedrag betrokken bij misdrijven. Hoe kan het dat deze daders door de mazen van het zorgstelsel glippen? Luister hierboven of in je favoriete podcast-app naar aflevering 1 van onze nieuwe podcast Niemandsland. Beluister aflevering 2 exclusief via volkskrant.nl/niemandsland.

Lange lijst meldingen

Steeds vaker zijn mensen met verward gedrag betrokken bij misdrijven, volgens de politie. Meestal gaat het om kleine delicten als vernieling of bedreiging. ‘Maar soms ook om zware mishandeling en doodslag’, zei Martin Sitalsing, de politiechef van Noord-Nederland, eerder deze maand. De daders zijn vaak mensen met een veelvoud aan problemen, zoals een verstandelijke beperking, trauma’s, wanen, dakloosheid of verslaving.

‘Deze personen willen geen kwaad doen, maar vormen door hun gedrag wel een gevaar’, aldus de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema eind vorig jaar. Zij ziet, net als de politie, een stijgend aantal geweldsincidenten waarbij ‘onschuldige burgers het slachtoffer worden van geweld door personen met verward gedrag’.

Het pijnlijke, zegt de broer van Tolga, ‘is dat het voor ons, als familie, wachten was tot het misging’. Hij liep altijd op ‘zijn tenen’ bij Tolga en vertelt dat hun moeder al jaren vreesde voor haar leven. ‘Je moest altijd heel voorzichtig zijn met wat je zei, hoe je het zei en op welk moment je het zei. Tegen mijn moeder zei Tolga gewoon: ik ga je vermoorden. Hij was agressief.’

Jarenlang zocht de familie van Tolga tevergeefs hulp, blijkt uit een in oktober verschenen onderzoeksrapport onder leiding van Jantine Kriens, voormalige wethouder in Rotterdam en oud-directeur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Bovendien blijkt dat Tolga al bekend was bij politie en justitie, en dat er een lange lijst aan overlastmeldingen van buren lag.

Zo bedreigt Tolga in 2015 een agent, pleegt hij een straatroof en wordt hij gearresteerd voor mishandeling. Zijn familie probeert destijds, wanneer Tolga in de gevangenis zit, te voorkomen dat hij weer thuiskomt. Ze willen dat hij na zijn vrijlating ergens kan wonen waar hij begeleiding krijgt.

Dat verzoek levert niks op. Tolga wordt wel aangemeld voor de zogeheten Top600, de Amsterdamse aanpak voor criminelen die al veel ernstige feiten hebben gepleegd. Het idee erachter is dat justitie en de zorg leden op deze lijst scherp in de gaten houden.

Maar in het geval van Tolga, die al die jaren elk contact met hulpverleners mijdt, heeft de aanpak weinig effect. Hij vertrekt naar Turkije en verdwijnt van de radar.

Als hij eind 2017 terugkeert naar Nederland, onderneemt de familie opnieuw actie. Zijn moeder en broer gaan naar de politie. De moeder vertelt onder meer dat ze zich bedreigd voelt en dat haar zoon 24 uur per dag een mes op zak heeft. Ze vinden dat Tolga dringend psychische hulp nodig heeft. Maar wederom wordt er niet ingegrepen.

Ook in de jaren erna wordt de situatie meerdere keren onhoudbaar. De avond voor de moord belt Tolga’s moeder opnieuw naar het gemeentelijk meldpunt voor woon- en zorgoverlast. Ze is bang. Maar wegens een gebrek aan informatie schatten hulpverleners de situatie verkeerd in en zeggen drie dagen later langs te komen. ‘Mijn moeder werd gewoon niet serieus genomen, daar komt het op neer’, aldus Tolga’s broer.

Uit het onderzoeksrapport blijkt onder meer dat door gebrekkige informatie-uitwisseling geen enkele instantie een goed beeld heeft van Tolga, waardoor een goede risicotaxatie ontbreekt.

Podcast

Hoe kan het dat daders zoals Tolga door de mazen van het zorgstelsel glippen? In de nieuwe Volkskrant-podcast Niemandsland doen de ouders van Rens hun verhaal. Ook de broer van de dader vertelt erover.

Deskundigen en hulpverleners komen eveneens aan het woord, en leggen uit hoe het kan dat psychiatrische patiënten van wie vaak al bekend is dat ze gevaarlijk kunnen worden, nog te vaak niet zorg krijgen die ze nodig hebben. Geregeld hebben ze het gevoel machteloos te staan.

Landelijk probleem

Aan de ene kant zeggen de ouders van Rens blij te zijn met het onderzoeksrapport. Ze hopen dat er van de zaak kan worden geleerd. Zo begint komende maand in Amsterdam een pilot met één centraal meldpunt voor overlastgevend gedrag. In een crisiscentrum zit politie, samen met de GGD, ggz en woningcorporaties aan tafel, zodat binnenkomende meldingen beter kunnen worden ingeschat.

Aan de andere kant: de conclusies verrassen niet en dit is geen Amsterdams, maar een landelijk probleem. ‘Het klinkt een beetje cynisch’, zegt Jeroen. ‘Maar het voelt ook een beetje als rapport op rapport.’

Want een maand na het onderzoek naar de moord op Rens verschijnt er een rapport over een vergelijkbare zaak uit Den Haag, waarbij in 2023 een willekeurige supermarktmedewerker, Antoneta, werd doodgestoken door een man met psychoses. Ook uit dat onderzoek blijkt dat er te weinig is gedaan om de dader voorafgaand in beeld te houden en dat cruciale informatie over zijn criminele verleden ontbrak.

Kijk je terug in de tijd, dan liggen er nog meer rapporten over de vraag waarom de zorg voor complexe, psychiatrische patiënten tekortschiet. Het bekendste voorbeeld is de zaak van Bart van U. In 2014 doodt hij oud-minister Els Borst en zijn eigen zus Loïs. Een jaar later verschijnt een vernietigend rapport over fouten bij de politie, het Openbaar Ministerie en de gezondheidszorg. Er worden aanbevelingen gedaan en verbeteringen beloofd. Datzelfde gebeurt in 2019 na de moord op Joost Wolters, een willekeurige passagier die doodgestoken werd in de Amsterdamse metro.

Dat jaar verschijnt ook een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) met wederom aanbevelingen hoe de zorg voor de groep complexe psychiatrische patiënten, met een opeenstapeling van problemen, beter kan. Ruim vijf jaar later is de OVV bezig aan een vervolgonderzoek. Reden: er is te weinig verbeterd.

Vorig jaar zomer trok een Kamercommissie vergelijkbare conclusies, na een parlementaire verkenning. Volgens de commissieleden zijn er afgelopen jaren wel tal van initiatieven genomen om de zorg te verbeteren. Tegelijkertijd constateren ze dat de aanpak nog te gefragmenteerd is, overkoepelend beleid ontbreekt, instanties nog te vaak langs elkaar heen werken en dat informatie onvoldoende wordt uitgewisseld.

Vergelijkbare conclusies

‘Deze manier, telkens weer een onderzoek, werkt dus niet’, zegt Elsa Doze. ‘Het is inmiddels wel tijd om die conclusie te trekken.’ Doze is directeur netwerksamenwerking van Fivoor, een ggz-instelling die gespecialiseerd is in forensische en complexe psychiatrie. Haar organisatie was niet betrokken bij de zaak van Tolga, maar in haar werk komt Doze vergelijkbare patiënten tegen.

‘Ik begrijp heel goed dat de samenleving en de nabestaanden na zo’n verschrikkelijk incident precies willen weten wat er is gebeurd. Daar moet je ook recht aan doen. Maar de conclusies van die onderzoeken zijn meestal vergelijkbaar.’ Bovendien is het volgens Doze inmiddels ‘echt wel duidelijk’ waar het spaak loopt en wat de knelpunten zijn.

Dat vindt ook Niels Mulder, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Een voorbeeld van zo’n knelpunt is de financiering van bemoeizorg. Bemoeizorg houdt in dat zorgverleners langsgaan bij zorgmijders zoals Tolga, in de hoop dat ze alsnog hulp accepteren en dat er tijdig gesignaleerd wordt als het mis dreigt te gaan. ‘Die zorg staat onder druk omdat je als zorgorganisatie niet betaald wordt als je voor een dichte deur staat.’

Het gevolg: als hulpverleners drie keer voor een dichte deur staan, schrijven ze de patiënt uit en bestaat het risico dat deze van de radar verdwijnt. ‘Veel ggz-stellingen in Nederland schrijven rode cijfers en sturen er – noodgedwongen – op aan dat hun hulpverleners alleen activiteiten doen die ook daadwerkelijk wat opleveren.’

Tegen de klippen op

Maar er zijn meer knelpunten, zegt Doze van Fivoor. Ze is een van de ambassadeurs voor het zogenoemde Levensloopproject, een aanpak om de groep van circa 1.500 potentieel gevaarlijke, psychiatrische patiënten in beeld te krijgen. Dit zijn mensen met vaak een opeenstapeling van problemen, die agressief kunnen worden – als het niet goed met ze gaat.

Inmiddels zijn ongeveer 600 van deze patiënten opgenomen in dit project, eind dit jaar moeten alle 1.500 ‘geïncludeerd’ zijn. Op papier klinkt dat mooi. Maar Doze ziet dagelijks hoe haar collega’s ‘tegen de klippen op’ zorg voor hen proberen te regelen. Zo sluiten regelgeving en financiering vaak niet goed aan op wat deze patiënten nodig hebben, is er gebrek aan personeel en zijn er te weinig plekken voor deze patiënten.

‘Door de beddenafbouw in klinieken zijn er voor deze complexe groep nauwelijks nog plekken waar ze langdurig kunnen verblijven. Soms wordt zo’n patiënt door wel zestig klinieken of instellingen voor begeleid wonen afgewezen, dan sta je als team wel vrij machteloos. Zelfs crisisbedden zijn moeilijk voor hen te vinden. Dat betekent dus dat deze patiënten, die eigenlijk acuut naar binnen moeten, op straat blijven. Vrij recentelijk zagen we dat in Brabant, daar werd door klinieken gezegd: we hebben het personeel niet meer.’

Wat Doze betreft ‘falen we dus voor deze groep patiënten’. ‘We kunnen op papier wel een fijne aanpak bedenken om deze groep in beeld te krijgen, en afspreken dat we beter moeten samenwerken. Maar als je vervolgens geen geschikte plekken kan regelen, dan is het dweilen met de kraan open.’ En dat, zegt ze, ‘voelt unheimisch: we weten dit en kunnen het toch niet oplossen’.

Blijven aankaarten

Wat Jeroen en Sandra, de ouders van Rens, betreft, moet de hulpverlening voor deze groep patiënten ‘radicaal’ anders. Al willen ze ook ‘realistisch blijven’. ‘Het is dubbel’, zegt Jeroen. ‘Ik voel me wel serieus genomen. Maar dat zullen families van slachtoffers in vergelijkbare zaken eerder misschien ook hebben gedacht, terwijl er toch weinig is verbeterd.’

Het enige wat zij kunnen doen, vervolgt hij, ‘is dit probleem blijven aankaarten’. ‘Wij blijven het licht op Rens schijnen, zodat zijn zinloze dood niet voor niks is geweest en een aanzet zal zijn om die knelpunten nu echt aan te pakken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next