Met mijn 3-jarige zoon ging ik met de trein naar Westerbork, zijn tweede bezoek. Het monument met de rails vond hij een ideale speelplaats.
Ik was uitgenodigd om namen voor te lezen in het voormalige kamp.
De cultuurhistoricus David Wertheim schreef weliswaar dat niet alleen God dood is, maar ook Auschwitz – dat laatste met name door Gaza – maar je kunt ook halfdode goden vereren. Daarnaast zie ik er weinig in om de ene misdaad tegen de andere weg te strepen, om de boekhouding op orde te krijgen.
Mijn zoon intrigeerde het dat ik ook namen van kinderen zou voorlezen. ‘Vertel het verhaal van de kinderen’, riep hij in de trein.
Bij Almere stonden we stil, het bekende verhaal van de verwarde persoon. Na twintig minuten riep de conducteur om: ‘We hebben suïcide kunnen voorkomen.’
Door de verwarring arriveerden we iets te laat in Westerbork, maar ik kon nog een deel van de mij toegewezen namen voorlezen. Ik zat bij de K – altijd prettig. Veel Van der Kars, bijvoorbeeld: ‘Engeltje van der Kar, 1 jaar.’
Daarna volgde een veganistische sabbatmaaltijd die de 3-jarige aan zich voorbij liet gaan. Soms vrees ik dat hij opgroeit om hongerkunstenaar te zijn, hoewel hij zelf verklaart later ‘Piet van Sinterklaas’ te willen worden.
Een aanwezige ambtenaar vertelde me dat een PVV-minister erop rekent dat het kabinet rond 11 april zal vallen.
Van Westerbork naar de val van het kabinet. Alles had met alles te maken die avond.
In de lege trein naar Amsterdam speelden mijn zoon en ik Uno.
Ergens bij Dronten zei hij: ‘Papa, als je me wilt zien, waarom kom je dan niet naar me toe?’
‘Wat bedoel je?’
‘Dat is ingewikkeld’, zei hij.
‘Je bedoelt dat we niet helemaal naar Westerbork hoeven om elkaar te zien?’
Hij knikte.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns